Maarten van Rossem: ‘Vincent van Gogh kon niet schilderen’

Op 22 november viert historicus en schrijver Maarten van Rossem zijn 75ste verjaardag groots in Tivolivredenburg, Utrecht. Wat leest, kijkt en luistert hij zoal in zijn vrije tijd?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Ik werd aan het begin van deze eeuw door de universiteit gevraagd om een leesclub te beginnen en dat heb ik toen gedaan. Sindsdien lezen we met een man of tien elke maand een klassieker uit de wereldliteratuur. Fictie geeft vaak zo’n schitterend beeld van het verleden, veel beter dan historici kunnen beschrijven, want in fictie kun je de waarheid liegen. Het laatste boek dat we hebben gelezen is Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec. Een fantastisch boek. Het gaat over een groot appartementengebouw in Parijs en alle mensen die daar gewoond hebben sinds het werd gebouwd. Soms bestaat het uit spannende miniromans binnen de roman, maar het bestaat ook voor een groot gedeelte uit opsommingen. Dan beschrijft hij zes bladzijden lang allerhande huis-, tuin- en keukenapparatuur zonder dat het vervelend wordt. Over het boek dat we de maand daarvoor lazen, was ik minder te spreken. Ik vond De schoonheid van de nacht van Gabriele d’Annunzio een enorm kloteboek van een onbeschrijfelijke ijdeltuit – al was de rest wel wat milder over het boek en de schrijver. Deze maand lezen we Stilte van Shusaku Endo, maar daar ben ik net in begonnen, dus daar kan ik nog niets over zeggen.”

(…)

“Ik heb thuis een plankje met kinderlectuur. Als de r in de maand is, dan begin ik die boeken uit mijn jeugd weer te herlezen. Jules Verne, Nils Holgersson, Winnie-the- Pooh – allemaal boeken die ik praktisch uit mijn hoofd ken, maar dat is ook het fijne. Ik kan het op een willekeurige bladzijde openslaan en beginnen met lezen. Ik ben ook dol op The Lord of the Rings. Een fascistoide kaboutersprookje. Het is altijd fijn om tegen literatuurliefhebbers te zeggen dat je dat prachtboeken vindt. Ik heb destijds getwijfeld of ik de films moest gaan bekijken, omdat je altijd een beetje teleurgesteld bent als je beeld ziet van een boek waar je zelf al beeld bij hebt gemaakt. Ik heb uiteindelijk alleen de eerste film gezien en ben toen afgehaakt. Ik was teleurgesteld. Neem alleen al die molentjes in The Shire. Dan heb je een budget van driehonderd miljoen en dan zet je zulke prutmolentjes neer.”

MUZIEK
“Ik ben vrij huilerig ingesteld. Ik hoef maar een film te zien waarin een padvinder een klein hondje uit een vijver redt en ik ben al weg. Er zijn ook films die ik geweldig vind zonder dat ik er een traan bij laat. Dr. Strangelove bijvoorbeeld, alhoewel die afsluit met We’ll Meet Again van Vera Lynn. Dat nummer moet ik nu ook niet opzetten, want dan gaat het ook fout. Dat is een altijd werkende tearjerker. Het lijkt me wel geinig om dit nummer op mijn begrafenis te draaien. Iedereen verwacht dan natuurlijk een sentimenteel klassiek stuk, maar dan zet ik de boel op het verkeerde been door heel ordinair We’ll Meet Again te draaien. Een prima laatste grap. Bij muziek is het echt verschrikkelijk: er zijn veel dingen die ik niet ga beluisteren waar andere mensen bij zijn. Het middenstuk van het Eerste pianoconcert van Chopin, om maar eens wat te noemen. Ik zat laatst in de auto toen het werd gedraaid op Radio 4. Ik was nog net op tijd, ik kon hem nog net op een andere zender zetten, anders was ik behuild op mijn lezing aangekomen. Niet zo lang geleden schreef een meneer in The New York Times, en dat is gevaarlijk om te vertellen want ik raak altijd licht ontroerd als ik het vertel, dat hij altijd moet huilen als hij Help Me, Rhonda van The Beach Boys luistert. Ik vond het typisch, want het is niet hun beste nummer, maar ik wilde het toch ook eens proberen. En verdomd – binnen een paar tellen was ik weg.”

BEELDENDE KUNST
“Het modernisme is even erg als een orthodoxe kerk. Barnett Newman, de vervaardiger van het fameuze kloteschilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue, zei eens: als je mijn kunst mooi vindt, dan kun je nooit fascist worden. Waardoor ik al denk: die man is er zelf misschien wel een. Of neem bijvoorbeeld die pisbak van Marcel Duchamp. Ik geloof dat er nu zes pisbakken zijn waarvan ze beweren dat het de echte is, maar het is juist de bedoeling van de kunstenaar dat dat er niets toe doet! De mensen die daarover discussiëren hebben er werkelijk niets van begrepen. Daarbij is abstracte kunst een vergissing. Een onvermijdelijke vergissing, maar wel een vergissing. Joseph Beuys met zijn brokken vet en vilt. Allemaal pretentieuze lulkoek. Je moet er even doorheen als je het Hamburger Bahnhof in Berlijn bezoekt, wat overigens een ontzettend amusant museum is, maar de eindzaal maakt alles goed. Daar staat het loden vliegtuig van Anselm Kiefer. En dat is, hoe gek het ook klinkt, een ontroerend ding. Het kan dus wel!

(…)

“Ik was laatst alleen in het Van Gogh Museum, omdat ik voor RTV Utrecht een kleine documentaire maakte over de vriendschap tussen Vincent van Gogh en Anthon van Rappard. Ik was daar in het bijzonder voor het schilderij De aardappeleters. Iedereen die er enig verstand van heeft kan zien dat dit een ontzettend klunzig schilderij is. Het valt in het niet bij de meesterwerken die hij een paar jaar later maakte, zoals Het nachtcafé en De sterrennacht. Van Gogh was apetrots op De aardappeleters, maar toen hij het aan Van Rappard liet zien, een academisch geschoolde schilder, werd het door hem vernietigend besproken. Werkelijk niets deugde. Van Gogh werd razend en het betekende het einde van hun vriendschap. Van Gogh was natuurlijk een amateur, iemand die niet kon schilderen. Het wonderlijke is alleen dat hij wel het ene meesterwerk na het andere maakte. Misschien is hij enigszins te vergelijken met Edward Hopper. Die kon ook niet schilderen, anatomisch klopt er vaak geen reet van, maar hij schilderde wel wonderlijke iconische voorstellingen. Neem alleen al Nighthawks en Room in New York. Als je die schilderijen een keer hebt gezien, dan vergeet je ze nooit meer.”

Het gehele interview is hier te lezen op Blendle.

De smaak van… Wolter Kroes

Verschenen in Playboy 10 2018.

Wolter Kroes (49) zit dit jaar dertig jaar in het vak. Op 12 oktober komt zijn nieuwe album uit.

Ik heb de hele nacht liggen dromen of Viva Hollandia?
Ik heb de hele nacht liggen dromen omdat dit mijn doorbraak was. Viva Hollandia is mijn grootste hit. Ik zing ze allebei met veel plezier. 

Mijn grote held is…
Mijn vader. Hij is mijn vader, vriend, compagnon. Ondanks dat hij 72 jaar is, werk ik nog steeds elke dag met hem. Hij is nog steeds mijn rots, de man met wie ik alles overleg. Zijn nuchtere visie heeft mij gebracht waar ik ben.

RTL of SBS?
Dat is een rotvraag. Beide hebben programma’s waar ik graag naar kijk. Momenteel kijk ik meer naar RTL. Ik vind The Voice Senior helemaal de bom.

In welke auto zou je willen rijden?
Ik rijd zelf in een Audi A8 uit 2018. Die rijdt echt fantastisch. Maar een goede vriend van me rijdt in een Rolls Royce Dawn. Die zou ik weleens een middagje willen lenen.

Welk horloge zou je willen kopen?
Ik draag zelf een stalen Rolex Datejust waar ik heel blij mee ben, maar als ik ooit nog een ander horloge zou kopen, dan wil ik graag een witgouden Rolex GMT II. De Pepsi. Helaas is die onbetaalbaar.

Waar geef jij veel geld aan uit?
Ik koop een keer in de twee jaar een nieuwe auto. Verder doe ik geen gekke dingen. Met die auto is trouwens ook niet zo gek, want na 170.000 kilometer op de teller moet je hem wel inruilen, anders krijg je er niets voor terug.

Wat is het duurste kledingstuk dat je hebt?
Het enige waar ik echt veelgeld aan uitgeef qua kleding zijn mijn Dsquared2-spijkerbroeken. O ja, en ik heb wat jasjes van Scabal die belachelijk duur zijn.

Wat is je lievelingsgerecht?
Mijn lievelingsgerecht is truffelrisotto.

Dit lust ik absoluut niet?
Ik ben niet gek op andijvie. Gadverdamme, wat is dat goor. Sowieso eet ik liever geen stamppotten.

Voor mijn vrouw koop ik dit luchtje…
Ik heb een eigen luchtje laten samenstellen waar ze gek op is. Bij Skins in het Conservatoriumhotel in Amsterdam. Ook koop ik regelmatig Hair mist van Chanel voor haar.

De mooiste film die ik ken is…
Ik heb van de week met mijn zoon Thomas Black Panther gekeken. Wat was dat een mooie film. Zelf ben ik gek op James Bond-films.

Mijn grootste miskoop ooit is…
Een Chrysler Voyager. Ik kocht die auto een jaar of vijfentwintig geleden nieuw. Toen de winter aanbrak kwam er alleen maar rook uit de uitlaat. De hele straat stond blauw. Daarna ben ik overgestapt op Mercedes en heb ik jaren alleen maar Mercedes gereden. Nu rijd ik Audi.

PvdA of VVD?
VVD.

Bier of wijn?
Wijn, en bier bij grote dorst en warmte.

Kaviaar of oesters?
Oesters. Ook leuk voor laat in de avond. 

Kamperen of jetsetten?
Als varen onder jetsetten valt, dan jetsetten.

Drank of drugs?
Ik gebruik geen drugs. Dus drank.

Dit kan ik heel goed koken…
Ik maak fantastische biefstuk. 

Hier kun je me ’s nachts voor wakker maken…
Ongelooflijke seks of een bruin broodje pindakaas.

Welke bekende vrouw zou je niet uit je bed schoppen?
Ik zou mijn eigen vrouw niet uit mijn bed schoppen. Die is zo mooi, zo lief, zo lekker en zo fantastisch.  Als het me gegund wordt, hou ik die tot mijn tachtigste in mijn bed.

Met deze persoon zou ik nog weleens een duet willen zingen?
Mijn grote muzikale held is Tom Jones.  Daar zou ik nog wel een duet mee willen doen.

Kim Holland of Bobbi Eden?
Bobbi Eden. Ik heb gezien dat ze ongelooflijk goed met een kwast om kan gaan. Zie het televisieprogramma Sterren houden huis

André Hazes Senior of André Hazes Junior?
Als het puur om de stem en de liedjes zou gaan, dan kies ik voor Andre Hazes Senior. Toch kies ik voor André Hazes Junior. Hij is veel meer entertainer en artiest dan zijn vader. Ik vind het geweldig hoe hij in korte tijd carrière heeft gemaakt.

Dit is mijn grootste geheim…
Mijn grootste geheim is dat ik volgend jaar weer een groot concert ga geven in Afas Live. Of is dat al geen geheim meer?

Ben je jaloers op het success van Dries Roelvink?
Ik zou niet weten waar ik jaloers op zou moeten zijn. Hij doet het fantastisch op zijn manier, hij heeft daar succes mee en dat gun ik hem.

Mijn guilty pleasure is…
Samen met mijn vrouw op een verlaten strandje op Ibiza Brother Louie van Modern Talking luisteren. Dat doen we elk jaar in juni.

De smaak van… Rapper Donnie

Verschenen in Playboy 11 2018.

Rapper Donnie (24) bracht onlangs het album M van Marketing uit. Op 2 december staan hij samen met zijn compagnon EenhoornJoost eenmalig in Carré.

Carré of Ziggo Dome?
Carré, man. Ziggo Dome is meer… Je kijkt op een tv-scherm naar een poppetje die op een ver podium zijn ding doet, begrijp je?

Mijn grote held is…
Raymond van Barneveld. Hij heeft van niets iets gemaakt. Hij is de architect en de bouwvakker in één van de darts in Nederland.

Leidseplein of Amstelveen?
Leidseplein. Dat is de smaakmaker van de stad. Dat is het bouillonblokje in de jus van Amsterdam.

Dikste auto?
Een banaangele BMW uit de C-serie. Zo’n patserwagen waarmee je door de PC kunt flaneren, begrijp je?

Dikste horloge?
If it ain’t Breitling, your bank account ain’t climbing.

Waar geef jij veel geld aan uit?
Aan sushi bij Sushisamba. Gast, ik heb laatst sushi gegeten met mozzarella en rijst. Toen besefte ik: het enige wat ik nu loop te vreten is gesmolten kaas met rijst en daar betaal ik dan vijftien euro voor. Eigenlijk een gat in de markt.

Wat is het duurste kledingstuk dat je hebt?
Ik denk een onderbroek. Hij was van bladgoud, ouwe. Maar m’n reet was te dik en toen zei hij knak en nu is hij kapot.

Wat is je lievelingsgerecht?
Op eikenhout gegaarde biefstuk met risotto, doperwtjes, winterpeen, lente-ui in de lengte gesneden, paprikaatje, champignonnetje en om het af te maken een beetje saffraan. En een beetje parmezaan. Een goede parmezaan is net als een oudere vrouw: het heeft een smaakje maar het blijft lekker.

Dit lust ik absoluut niet?
Papieren van de belastingdienst.

De mooiste film die ik ken is..
Terminator 2: Judgement Day. Iedereen kent het moment dat Arnold Schwarzenegger in het lava zakt en dan nog even zijn duim opsteekt.

Dit is mijn grootste geheim…
Dat ga ik jou niet vertellen want anders is het geen geheim meer.

Lange Frans of Vjeze Fur?
Vieze Freddie kwam echt op het juiste moment in m’n leven en heeft twee wijze lessen meegegeven: je moet altijd jezelf blijven en in het weekend naar het Leidseplein.

Favoriete gadget?
Ik heb zo’n Bram Tankink-achtige racefiets gekocht die best wel snel gaat. Als ik een lekker nummertje op heb staan dan tik ik de vijfenzestig wel aan.

Bier of wijn?
Ik drink geen van beide, man. Bier smaakt als een natte boterham en wijn smaakt naar afwasmiddel. Wodka drink ik wel, maar alleen als ik een show heb.

Kaviaar of oesters?
Ik lust geen van beide, man. Kreeft is wel lekker.

Hier kun je me ’s nachts voor wakker maken…
Ik ben meestal wakker ’s nachts, dus je kunt me niet wakker maken. Overdag kun je me wakker maken voor een goed gesprek.

Welke bekende vrouw zou je niet uit je bed schoppen?
Marianne Weber. Ze zingt altijd: ‘Ik vlieg met jou naar de regenboog’, dus ik wil weleens weten hoe ze dat doet. Die heeft sowieso een raar takkie gerookt toen ze dat schreef.

Met deze persoon zou ik nog weleens samen willen werken…
Met de Belastingdienst zodat ik geen blauwe enveloppen meer krijg.

Deze rapper mag wat mij betreft meteen stoppen met zijn carrière…
Ikzelf, dan kan ik eindelijk eens een weekje naar Ibiza.

Nooit meer rappen of nooit meer darten?
Dan kies ik toch voor nooit meer fietsen op mijn racefiets.

Wat staat er op je strafblad?
Helemaal niets, man. Ik ben clean as a whistle. Ik ben niet zo’n wildebras. Ik ben een menselijke boeddha. Pure kalmte, man.

De laatste drugs de ik heb gebruikt…
Ik gebruik geen drugs, man. Dat is slecht voor je.

Mijn guilty pleasure is…
Ik ga eerlijk met je zijn: als ik niet kan slapen ga ik op Youtube allemaal oude televisieprogramma’s terugkijken. Lucky Letters, Villa Felderhof, de Soundmixshow, Lingo, Onderweg naar Morgen.

Wie zijn je televisiehelden?
Dat zijn er veel. Han Peekel, Henny Huisman, Jacques d’Ancona, Peter Jan Rens, André van Duin, Ron Brandsteder… En Big Brother Ruud. ‘Effe knuffelen!’

Vjeze Fur schrijft nu ook smartlappen

Volkszanger Tino Martin bracht deze week zijn nieuwe album uit: Thuis komen pas de tranen. Freddy Tratlehner, beter bekend als Vjeze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig, is medeverantwoordelijk voor de titelsong van dit nieuwe album. Een wonderlijke combinatie. Tratlehner: “Het leek me leuk om eens een keer iets anders te doen.”

Toen hij werd gevraagd om mee te schrijven aan het nieuwe album van Tino Martin, wist Freddy Tratlehner (35) niet precies wie dat was, geeft hij eerlijk toe. Met zijn monotone stem en kenmerkende accent zegt hij: “Ik wist dat hij iets deed in het levensliedgenre, maar niet precies wat.” Hij zal niet de enige zijn. Dat neemt niet weg dat de volkszanger mateloos populair is onder de liefhebbers van het Nederlandstalige lied; Carré was binnen twee minuten uitverkocht en ook de Ziggo Dome wist hij meermaals moeiteloos te vullen.

Tratlehner beweegt zich in een heel ander muzikaal universum. Als onderdeel van de hiphopformatie De Jeugd van Tegenwoordig scoorde hij talloze hits en als muzikant en tekstschrijver hielp hij ook andere rappers aan muzikale successen. Nu vindt hij het tijd om zijn horizon wat te verbreden. “Het leek me leuk om eens iets anders te doen, om eens een uitstapje te maken naar een ander genre en daar mijn visie op te geven.” Dat resulteerde dus in Thuis komen pas de tranen – een nummer dat hij samen schreef met Kirsten Michel en The Compassions.

De tekst gaat onder de video verder

Wie ‘Vjezla’ een beetje kent en denkt dat dit een lollige pastiche is geworden op de oudhollandse smartlap heeft het mis. Het nummer gaat over iemand die zijn hoofd omhoog probeert te houden terwijl er veel verdriet is in zijn leven. De titel is een quote uit een interview met Tino Martin, die eerder dit jaar zijn zus verloor aan kanker. Heeft Tratlehner, die zich doorgaans van het lichtvoetige genre bedient, getwijfeld of hij wel zo’n emotioneel beladen nummer moest maken? “Nee, ik heb daar niet echt over nagedacht. Het nummer gaat over emoties die we allemaal hebben. Iedereen probeert zich weleens groot te houden terwijl je eigenlijk wel kunt janken. Dat hoeft niet alleen te zijn als iemand is overleden, dat kan in meerdere situaties voorkomen.”

Martin was uiteindelijk zo content met het nummer dat het de titelsong werd van zijn nieuwe album. Leidt dit uitstapje tot meer wonderlijke samenwerkingen? Tratlehner: “Ik vind het leuk om met andere genres te experimenteren, dus wat mij betreft wel. Ik ben bijvoorbeeld net de studio in geweest met Trijntje Oosterhuis, waar ik een heel tof nummer voor heb geschreven.” Speelt het klimmen der jaren een rol bij het maken van meer serieuze teksten? “Nee. Ik hoef ook niet per se een andere kant van mezelf te laten zien, of hoe je het ook wilt noemen. Ik vind het gewoon leuk om liedjes te schrijven. Ook liedjes die ik niet kwijt kan bij De Jeugd.”

Dutch Denim – Atelier Reservé uit Amsterdam

Nederland is een echt denimland, alleen geven we het liefst niet te veel geld uit aan een nieuwe spijkerbroek of spijkerjas. Japanners daarentegen kijken niet op een duizendje meer of minder.

Artikel uit het oktobernummer van Playboy – 2018.

Eind oktober kleurt onze hoofdstad weer indigoblauw. Op verschillende locaties in de stad komen denim lovers bij elkaar voor de jaarlijkse Amsterdam Denim Days. Dat ze uitgerekend voor deze stad kiezen is geen toeval. Amsterdam is namelijk de onbetwiste spijkerbroekenhoofdstad van de wereld. Nergens anders vind je per vierkante kilometer zoveel jeansmerken als in het hippe Mokum. Wereldmerken als G-Star, Gsus en Denham hebben hier hun wortels liggen en ook de jeanslijnen van Tommy Hilfiger en Pepe Jeans houden hier kantoor.

Nederland is daarnaast ook nog eens een echt spijkerbroekenland. Al sinds de jaren vijftig, toen de broek van gekeperd blauw katoen zijn intrede deed in ons land, is hij niet meer weg te denken uit ons straatbeeld. Spijkerbroeken zijn stoer en spijkerbroeken zijn sexy. Iedere man die zichzelf respecteert – jong of oud, rijk of arm – heeft er een in zijn kast liggen. Iedere vrouw die zichzelf respecteert trouwens ook. Nothing is more alluring to a man than a woman who looks good in her jeans. Uit onderzoek blijkt dat we per hoofd van de bevolking gemiddeld 1,82 spijkerbroeken per jaar kopen. Daarmee zijn we koploper in de wereld. Uit datzelfde onderzoek blijkt ook dat we gemiddeld iets meer dan veertig euro uitgeven aan zo’n broek. Denim dragen we graag, als het maar niet te veel kost.

Visual artist Alljan Moehamad van het denimlabel Atelier Reservé vindt het jammer dat er in ons land met zo weinig aandacht kleding wordt gekocht. ‘Nederlanders kopen liever tien goedkope broeken dan één dure,’ zegt hij. ‘Dan kunnen ze vaker shoppen. Aziaten gaan daar veel bewuster mee om. Die kopen het liefst een dure broek, waar veel zorg en aandacht aan is besteed, en zijn daar dan heel zuinig op.’ Moehamad richtte twee jaar geleden samen met zijn compagnon Deyrinio Fraenk het Amsterdamse label op. Hun missie is om van oude spijkerbroeken nieuwe en hoogwaardige kledingstukken maken. ‘Jeans worden mooier naarmate ze ouder worden. Dat is de belangrijkste reden waarom we zo graag met vintage denim werken. Niet omdat we, zoals sommige mensen denken, van die geitenwollensokkengasten zijn die dit beter vinden voor het milieu. Wij eten gewoon vlees en rijden ook gewoon benzine.’

Alljan en Deyrinio gaan voor hun ontwerpen op zoek naar hoogwaardige spijkerstof. Op markten en in winkels zoeken ze naar oude spijkerbroeken (‘Het liefst vintage Levi’s die al meermaals tweedehands zijn verkocht, met goedkope broeken kunnen we niets’) en nemen die mee naar hun atelier. Daar worden ze vervolgens verwerkt in een nieuwe broek, kimono of jas. Van elk nieuw kledingstuk dat het pand verlaat, bestaat maar een enkel exemplaar. Voor die exclusiviteit betaal je uiteindelijk ook: een jacket begint bij zevenhonderd euro, maar wie een echt masterpiece wil dragen, bijvoorbeeld een jas, telt zo drieduizend euro neer. Daar zitten dan ook ongeveer zes spijkerbroeken in verwerkt die elk makkelijk tien jaar zijn gedragen. ‘In landen als Japan en China betalen ze dat er graag voor,’ weet Alljan. ‘Onlangs hebben we nog een opdracht gekregen om 350 items te maken voor een bekend warenhuis in Japan.’

Lees hier het gehele artikel.

 

De nooddruftige schrijver

Atte Jongstra (62) schreef met zijn essaybundel De ontgroende mens een van de betere natuurboeken van het jaar, maar staat niet op de longlist van de Jan Wolkers Prijs. De schrijver zelf zit daar niet mee: geldzorgen zijn een groter probleem. HP/De Tijd belde met de schrijver, die net terug was van zijn tweede huis in Frankrijk.

(Verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd – 2018.)

Wacht eens even, u klaagt dat u nauwelijks kunt rondkomen van uw schrijverij, maar u heeft een tweede huis in Frankrijk?
“Een tweede huis is een groot woord. Het is een vervallen optrekje. Heel luxe is het niet, om er maar eens een understatement op los te laten. Ik noem het zelf altijd een ruïne. Je kunt erin slapen en in eten, maar verder stelt het niet zoveel voor. Ik schrijf er ’s zomers en werk dan wat in de tuin, maar ’s winters is het er te koud.”

Hoe arm bent u?
“Ik leef op dit moment van een werkbeurs van het Letterenfonds, maar daar kun je nauwelijks van rondkomen, want de belasting gaat er ook nog eens een keer van af. Dus als je een werkbeurs krijgt van laten we zeggen dertig mille, dan houd je daar twintig mille van over waar je dan een jaar van moet schrijven. Het is schrapen. Ik klaag er niet over, want ik kan het geld goed gebruiken, maar ik heb het idee dat mensen soms denken dat schrijvers breed leven van subsidiegelden. Dat is absoluut niet het geval. Als ik een keer een lezing of iets dergelijks heb, waar ik ook nog een klein beetje mee verdien, dan heb ik nog moeite om die maand rond te komen. Ik kan het steeds allemaal net redden, maar veel slechter moet het niet worden.”

U verkocht van een roman vroeger gemiddeld zo’n tweeduizend exemplaren, maar dat is de laatste jaren gehalveerd. Politici als Eric Wiebes zeggen dan: kunst moet zichzelf kunnen bedruipen, als er geen markt is voor die schrijver, dan hoeft hij ook geen subsidie te krijgen.
“Maar als er wel een markt is voor een schrijver, hoeft hij ook geen subsidie. Geen geld voor de kunst dus. Het is een oude discussie. Multatuli heeft zich al tegen die visie verzet. Thorbecke zei: ‘Kunst is geen regeringszaak.’ Multatuli zei op zijn beurt: ‘Kunst is wel degelijk een regeringszaak. Want kunst is goed voor het volk, en het volk is wel degelijk een regeringszaak.’ Daar ben ik het mee eens. Je moet een gezond cultureel klimaat hebben en daar moet je als regering ook in investeren. Als ik ophoud met schrijven, dan is dat niet zo erg voor de letteren, maar als alle schrijvers die afhankelijk zijn van een werkbeurs ophouden met schrijven, dan wordt het aanbod wel heel erg schraal.”

Hoe nu verder? Moeten we een actie opzetten om u de winter door te helpen?
“Ha, nee, ik ben niet de enige. Als je dat gaat doen, dan kun je wel bezig blijven.” Ironisch: “Als ik mijn rekeningen niet meer kan betalen, moet ik iets anders gaan verzinnen. Misschien maar tramconducteur worden. Ik spreek weleens iemand die dat is en die is daar aardig tevreden over. Hij heeft wel onregelmatige diensten, maar die draait een schrijver altijd al.”

Op 21 oktober vindt de uitreiking van de Jan Wolkers Prijs plaats. De ontgroende mens ligt in de boekhandels.

Michiel van Erp over Jeroen Brouwers, Rufus Wainwright en Niemand in de stad

Regisseur Michiel van Erp (54) maakt met Niemand in de stad (de openingsfilm van het Nederlands Film Festival – vanaf 4 oktober in de bioscoop) zijn speelfilmdebuut. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

Verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Op dit moment herlees ik het oeuvre van Jeroen Brouwers, omdat mijn theaterbewerking van zijn roman Het hout op 4 november in première gaat bij Toneelgroep Amsterdam. Ik heb het grootste deel van zijn werk vroeger al wel gelezen, maar het leek me toch verstandig om me er opnieuw in te verdiepen om te zien of ik iets van een rode draad kan ontdekken. Mijn theorie is nu dat de schrijver zichzelf als hoofdpersoon opvoert in zijn boeken. Het zijn namelijk altijd mensen die in een moeras zitten en daaruit proberen te komen – en met heel veel ongemak lukt dat dan. De hoofdpersoon in Het hout heeft dat, maar in Bezonken rood en Geheime kamers is dat ook het geval. Al die personages hebben dat met hem gemeen.”

MUZIEK
“Rufus Wainwright volg ik vanaf het begin. Het grappige is dat ik heel gefascineerd was door waar hij over zong en de wereld die hij met zich meenam, maar toen heb ik hem bij toeval een paar keer ontmoet en ben ik heel erg op hem afgeknapt. Op een gegeven moment had hij een soloconcert in Carré. Het werd een verschrikkelijk concert. Hij wist zijn tekst niet, hij raffelde de nummers af en liet in niets merken dat hij zijn best deed voor zijn publiek. Op een gegeven moment klonk er boe-geroep vanuit de zaal. Toen dacht ik: wat ben je eigenlijk een klootzak. Al deze mensen hebben veel geld betaald voor een kaartje en het interesseert je geen fluit. Na afloop zouden we nog wat met hem gaan drinken met een groepje, maar eigenlijk had ik daar helemaal geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch gegaan. Ik dacht: ik moet toch tegen hem zeggen dat het heel erg slecht was, dus dat heb ik toen heel subtiel gedaan. Dat werd me volgens mij niet in dank afgenomen. Misschien is het ook wel helemaal niet goed om je idolen te ontmoeten. Eigenlijk kunnen ze alleen maar tegenvallen in het echt.”

FILM
“Nu ik voor het eerst een speelfilm heb gemaakt, merk ik pas hoe lastig het is om hem in de bioscoop te krijgen. In de bioscoopwereld is weinig gevoel voor avontuur. Nu heb ik niets tegen romantische komedies, zoals die in ons land veel worden gemaakt, maar ik vind het wel jammer dat bioscopen daarop gefocust zijn. Mijn film is geen romantische komedie, maar speelt zich af in de studentenwereld. Het is heel realistisch en daardoor heel herkenbaar. Studenten zouden deze film moeten zien, maar om in de bioscopen te komen waar die jongeren naartoe gaan, dat blijft een moeilijke exercitie. Ik hoop dat veel mensen de film gaan zien en erdoor geraakt worden. Of ja, al is het er maar één op wie de film een onuitwisbare indruk maakt, dan ben ik al tevreden. Dat is waar ik mijn kick uit haal. Ik zit echt niet te hunkeren naar een prijs op een filmfestival in Polen.”

Het gehele interview leest u hier op Blendle.