De culturele voorkeuren van minister Jet Bussemaker

Onze minister van Cultuur (en Onderwijs en Wetenschap) houdt van alle musea evenveel, zegt ze. Eerlijk waar. Bovendien is ze dol op muziek en zit ze nooit zonder boek. Wat leest, kijkt en luistert Jet Bussemaker zoal, en wat laat ze liever links liggen? HP/De Tijd ondervroeg de minister over haar culturele voorkeuren.

Uit het novembernummer van HP/De Tijd. (2014)

THEATER
“Als ik aan cultuur denk, denk ik aan schoonheid. Aan mooie dingen. Zoals die voorstelling van het Nederlands Dans Theater en het Kronos Quartet die ik laatst zag in de Markthal in Amsterdam. Daar viel alles samen: de plek – een oud fabrieksgebouw bij mij om de hoek waar ik nog nooit was geweest – de dans, de muziek… Vooral die oude loods zorgde voor heel veel sfeer. Het dak lekte, al was het die avond redelijk droog, en het liet veel daglicht door. Omdat het donker moest worden voordat de voorstelling kon beginnen, begon deze pas toen het begon te schemeren, zodat je gedurende het stuk het zonlicht langzaam zag uitfaden. Dat is het bijzondere aan het Holland Festival, dat er nieuwe combinaties op nieuwe plekken ontdekt worden. Ik zou er zelf niet aan gedacht hebben naar toe te gaan, maar het was een hele mooie voorstelling, dus ben ik blij dat ik de uitnodiging hiervoor kreeg.”
“Ik ga graag naar het Nationaal Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Mooie voorstellingen maken die altijd. Maar ik ben laatst ook bij Anne geweest, de toneelbewerking van het beroemde dagboek van Anne Frank. Ik was verbaasd dat het NRC Handelsblad de volgende dag een ontzettend negatieve recensie over het stuk op de voorpagina plaatste. Ja, ook ik vond de voorstelling een lange zit. Met name het eerste deel duurde ontzettend lang. Maar ik had mijn dochter en haar vriendinnetje meegenomen, allebei dertien jaar oud en dus van dezelfde leeftijd als Anne toen ze aan haar dagboek begon, en die vonden het juist een waanzinnige voorstelling. Het verbaasde me dat deze twee meiden, die toch in een cultuur leven waarin alles snel moet, het helemáál niet te lang vonden duren. Ze zeiden: ‘Ja, maar het geeft daardoor juist goed aan hoe die mensen zich verveelden in dat Achterhuis.’ Dus je kunt er artistiek wel van alles van vinden, maar op die meiden heeft het een enorme impact gehad. En daar is het om te doen.”
“Met cabaret heb ik niet zoveel. Dat vind ik vaak te oppervlakkig. Ik zie op televisie wel eens wat voorbijkomen van Sanne Wallis de Vries of Brigitte Kaandorp, en dat vind ik dan wel leuk, maar ik zou er niet zo snel voor naar het theater gaan. Van Theo Maassen zag ik laatst een film waarin hij een hele foute man speelt die in het bos woont. Daarin vond ik hem meesterlijk. Als acteur maakt hij meer indruk op me dan als cabaretier.”

BEELDENDE KUNST
“Alle musea in Nederland zijn me even lief. Dat klinkt als een politiek antwoord, maar het is echt zo. En wat hebben we een mooie musea in Nederland. Het pas heropende Rijksmuseum en het pas heropende Mauritshuis bijvoorbeeld – daar ben ik als minister echt trots op. Maar we hebben ook zoveel kleine musea die de moeite van een bezoek waard zijn. Museum Belvédère in Heerenveen bijvoorbeeld. Niet alleen het gebouw is adembenemend mooi, ook de collectie van hedendaagse Friese kunst is heel bijzonder. Dat museum verdient wel wat meer waardering. Museum Boerhaave in Leiden is ook zo’n fijn museum. Wat ik zo leuk vind aan dat museum is dat ze heel veel doen om kinderen te interesseren voor natuur, techniek en wetenschap. En op de binnenplaats van het gebouw is een speelplaats gerealiseerd. Mooi vind ik dat. Vroeger was een museum een plek waar het stil moest zijn, waar gezag gold, maar gelukkig is dat tegenwoordig veel minder. En als ik nog een tip mag geven: vanaf begin september is er in Huis Doorn in Doorn een tentoonstelling te zien over Nederland in de Eerste Wereldoorlog. Toen ik aantrad als minister stond dit museum, met daarin de collectie van keizer Wilhelm II die in 1917 naar Nederland vluchtte, door de bezuinigingen in de culturele sector op het punt om haar deuren te sluiten. Ik heb toen tegen ze gezegd: zorg dat jullie een project maken over de Eerste Wereldoorlog, dan kan ik jullie daar wat geld voor geven. En dat hebben ze gedaan, in samenwerking met Paleis het Loo.”
“Zelf kom ik ook graag in het Rijksmuseum. Laatst liep ik in het Rijksmuseum door een zaal waar werken van de jonge Piet Mondriaan hingen. Zo ontzettend mooi, hè. Iedereen loopt altijd gelijk door naar die eregalerij, maar er is zoveel meer te zien. Daarom vind ik kleine musea ook zo prettig: die zijn zo lekker overzichtelijk. Daar zie je iets, en dat neem je dan de hele dag met je mee. Het Rijksmuseum is daar veel te kolossaal voor: daar zou je eigenlijk maar één zaal moeten bekijken, alles op je in laten werken, en dan weer vertrekken. Het dierbaarste kunstwerk wat ik zelf heb? Dat zijn de twee portretjes van mijn ouders die Joanna Quispel recentelijk voor me heeft geschilderd. Ze hangen op dit moment naast elkaar in de gang. Op het ene portret is mijn vader te zien, achter de vleugel waar hij altijd zit, en op het andere portret mijn moeder die de krant leest. Wat wel grappig is, is dat op dat portret een schilderij te zien is wat mijn overgrootmoeder ooit van mijn grootmoeder maakte. En op de voorpagina van de krant die mijn moeder leest sta ik – dus vier generaties in één schilderij. Maar meer nog dan kunst heeft architectuur mijn belangstelling. Ik ben altijd een liefhebber geweest van mooie gebouwen. Ik heb zelfs een tijdje overwogen om bouwkunde te gaan studeren. Maar op een gegeven moment verloor ik de architectuur een beetje uit het oog, zoals dat wel met meer dingen gebeurt, maar de interesse voor gebouwen en waar ze vandaan komen is wel altijd gebleven. Onlangs zag ik wat ontwerpen van Francine Houben, de Woman Architect of the Year. Sinds die tijd heb ik de architectuur weer een beetje herontdekt en ben ik er weer meer mee bezig.”

MUZIEK
“Ik ben dol op klassieke muziek. Er is niets fijner dan op zondagochtend langzaam wakker worden, ontbijten met verse broodjes, een gekookt ei en een koffie verkeerd, en dan op de achtergrond het Piano Quartet van Brahms. Of iets van Sjostakovitsj, ook mooi. En waar ik ook heel trots op ben: mijn dochter kan nu Chopin spelen op de piano, net als ik deed toen ik haar leeftijd had. Het vioolconcert van Mendelssohn heb ik recentelijk herontdekt. Dat komt omdat ik vorig jaar met het Concertgebouworkest in Sao Paolo was. Een van de violisten van het orkest, Tjeerd Top, gaf daar een masterclass aan een jongen die daar in één van de sloppenwijken woont. Die jongen speelde daar, in zijn gerafelde kleding, het vioolconcert van Mendelssohn. Ik had dat stuk vroeger wel vaak gehoord, maar nu hoorde ik het weer en dacht: ‘Jeetje, wat is dit mooi.’ En wat leuk is: deze jongen is dus onlangs toegelaten tot het conservatorium in Amsterdam. Dus daar gaan we vast nog meer van horen.”
“In je tienertijd ontstaan veel liefdes die later weer overgaan, maar mijn liefde voor Sting is nooit overgegaan. Sting is gewoon fantastisch. Ik vind zijn muziek mooi, zijn stem is mooi, de teksten slaan ergens op… Neem bijvoorbeeld een nummer als Russians, waarin hij zingt: ‘The Russians love their children too’. Dat gaat natuurlijk ook heel erg over politiek. Englishman in New York is ook zo’n mooi nummer, over cultuurverschillen. Dat je, ook al spreek je dezelfde taal, toch een vreemde blijft in een ander land. Fleetwood Mac blijf ik ook fantastisch vinden, en Joan Armatrading ook – echt lekker voor als je gaat sporten. En The Sound of Music kan ik ook blijven kijken zonder dat het gaat vervelen. Maar Nederland heeft ook veel talent hoor. Ilse Delange vond ik al voor haar deelname aan het songfestival heel erg goed. En Rick Stotijn, de contrabassist, die ik vorig jaar de Nederlandse Muziekprijs heb mogen overhandigen. Ik heb met tranen in mijn ogen gekeken hoe hij speelt – hij trad op met een harpiste Lavinia Meijer en cellist Pepijn Meeuws – het was zo harmonisch, zo perfect… Dat ontroerde me.”


FILM

“Ik kijk graag naar films, maar ook veel naar series. Nederlandse dramaseries ook. Eentje die ik echt heel mooi vond was die serie die bij de hoogovens speelde. Vuurzee. Dat ging over een huisarts aan de ene kant en een Marokkaanse familie aan de andere kant, maar ze werkten allemaal bij de hoogovens. Ik hoop dat daar nog een vervolg op komt. Een deel van de acteurs van Vuurzee speelde later in de andere mooie serie, Bloedverwanten. Dat gaat over de intriges van een familie in de Bollenstreek. Daar keek ik graag naar, alleen al omdat ze zo mooi gebruik hadden gemaakt van ons landschap en onze cultuur. Van de buitenlandse series vind ik House of Cards echt heel leuk – over de op macht beluste politicus Frank Underwood. Het lijkt in niets op Den Haag, maar het is wel leuk om te volgen. De Deense serie Borgen lijkt dan wel weer op het leven op het Binnenhof. De manier waarop de hoofdpersoon haar gezin combineert met haar werk vind ik wel herkenbaar. Maar met collega’s napraten over beide series doe ik bijna nooit: tegenwoordig kijk je wanneer het je uitkomt. En dat is eigenlijk wel jammer.”
“De laatste film die ik heb gezien is 12 Years a Slave. Dat is een ontzettend heftige film, ik kon er bijna niet naar kijken, zo gruwelijk. Kijk, mijn man is van Surinaamse origine, dus ik weet wel het een en ander af van deze voorgeschiedenis. En daar zou wat mij betreft best wat meer aandacht voor mogen zijn. Ik denk dat het van belang is om je goed te beseffen waar je vandaan komt, omdat je anders niet goed over hedendaagse thema’s als integratie en verdraagzaamheid kunt spreken. Ik ga natuurlijk niet voorschrijven dat er op scholen meer aandacht moet komen voor onze koloniale geschiedenis, maar ik vind het wel van belang dat we daar aandacht voor blijven houden. En dat is niet alleen een taak van het onderwijs, maar ook van auteurs, filmmakers en musea.”

BOEKEN
“Ik ben een enorme lezer. Gemiddeld lees ik wel een boek per maand, en in de vakanties natuurlijk een heleboel boeken meer – papieren boeken uiteraard, want lezen van een scherm is vooralsnog niets voor mij. Deze zomer ben ik met mijn man en dochter naar Spanje geweest, naar hele goede vrienden die een prachtig huis hebben in de buurt van Gerona. Daar kon je aan het zwembad liggen met een boek, je kon in een schommelstoel zitten met een boek, je kon naar het strand lopen met een boek onder je arm – kortom: er waren mogelijkheden te over om te lezen. En dat heb ik dan ook gedaan. De nieuwe detective van René Appel, De Advocaat, heb ik als eerste gelezen. René is een bekende van ons, dus dat is dan prettig om mee te beginnen. En daarna het nieuwe boek van Margalith Kleijwegt dat ik van haar kreeg: Familie is alles. Zij is de auteur van een eerder verschenen boek over jongeren op het Calvijn met Junior College in Amsterdam, en laat in haar werk zien hoe de jongeren hun leven leiden. Ze leven veelal in gesloten gemeenschappen, worden door het thuisfront niet gestimuleerd om naar school te gaan, en belanden daardoor vaak in de criminaliteit. En de docenten staan machteloos. Dit boek is een vervolg op dat eerste deel dat tien jaar geleden verscheen. Heel interessant.”:
“In de dienstwagen kom ik helaas niet verder dan de stukken die ik moet lezen, maar ik heb altijd wel wat boeken naast me liggen. Natuurlijk weet ik dat ik qua tijd aan maximaal één boek toe kom, maar ik heb er steevast drie of vier bij me. Een van die boeken was Made in Europe van Pieter Steinz, dat ik onlangs heb gelezen. Een heel fijn boek over cultuur in Europa. Wat ik ook pas heb gelezen: dat onafgemaakte boek van Rascha Peper. Wat kon zij goed schrijven. En Oorlog en terpentijn van de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans moet hier ook zeker even genoemd worden. Hertmans vertelt in dat boek het verhaal van zijn overgrootvader, die schilder was, maar ook over de tijd dat zijn overgrootvader als soldaat diende in de Eerste Wereldoorlog – en daarmee over alle gruwelijkheden die in die tijd plaats hebben gevonden. In België zijn hele dorpen bijna letterlijk uitgeroeid, dat kunnen we ons eigenlijk nauwelijks voorstellen. Ik vond het een heel aangrijpend boek en bovendien ook stilistisch heel mooi geschreven. Een aanrader.”
“Wat mij betreft mogen er wel wat meer gedichten op straat te lezen zijn. In plaats van die Loesje-spreuken wat meer posters met gedichten, dat lijkt me wel leuk. En er mogen wel wat meer boeken over het onderwijs geschreven worden. Toevallig herlas ik laatst Bint van F. Bordewijk. Mooi om te lezen wat het met een leraar doet om voor een klas te staan en hoe daarmee om te gaan. Onder Professoren van W.F. Hermans is ook zo’n klassieker. Heel herkenbaar ook voor de mensen die de academische gemeenschap een beetje kennen. Het wordt onderhand wel eens tijd voor een opvolger van dit boek. Ja, Geachte heer M. van Herman Koch gaat ook gedeeltelijk over het onderwijs – over een geschiedenisleraar als ik me niet vergis – maar dat boek heb ik nog niet gelezen. Want ik ben eerlijk gezegd niet zo’n fan van Herman Koch.”

Hadewych Minis over Edgar Hilsenrath, Frank Sinatra en La vie d’Adèle

Vorige maand verscheen haar tweede cd. Daarvoor verdiende ze haar sporen in het toneel. Waar luistert en kijkt Hadewych Minis zelf graag naar? En leest ze weleens een boek?

Boeken
A1“Op dit moment ben ik bezig in Kwartet van Anna Enquist. Mijn ouders zijn allebei muzikant, dus het boek is wel herkenbaar. Mijn ouders zijn allebei in barok gespecialiseerd: mijn vader speelt traverso, een soort houten dwarsfluit, en mijn moeder cello. Wat ik heel gaaf vind aan Enquist, is dat ze zich zo verdiept in alles waarover ze schrijft. Daar heb ik respect voor. Waar ik trouwens ontzettend moe van word, zijn recensenten. Recensenten, en dan met name literatuur- en theaterrecensenten, zijn toch vaak mensen die zelf het vak hebben willen uitoefenen, maar daarin niet zijn geslaagd. Daarom zijn ze zo zuur. Ik vind Nederlanders over het algemeen heel erg zuur. Van alle Europeanen zijn de Nederlanders het zuurst. Mijn god zeg. Het is voor Nederlanders blijkbaar zo moeilijk om ergens enthousiast over te zijn… In Frankrijk staat bijvoorbeeld op elke hoek van de straat een standbeeld van een kunstenaar of schrijver. Daar worden kunstenaars echt geprezen voor hun werk. In Nederland niet. Het leven zou zoveel aangenamer zijn als we eens wat enthousiaster waren!”

“Wat ik mensen echt aanraad om te lezen, is De nazi en de kapper van Edgar Hilsenrath. Dat is een vrij onbekend boek, over twee Duitse buurjongetjes: Max en Itzik. Die twee zijn dik bevriend. De vader van Itzik, die kapper is, leert Max zelfs de kneepjes van het vak, zodat hij later ook kapper kan worden. Maar dan komt de oorlog: Max sluit zich aan bij de SS en de joodse Itzik verdwijnt voorgoed in een kamp. Na de oorlog wordt Max bijna opgevreten door schuldgevoel, en begint onder de naam Itzik een eigen kapperszaak. Hij is dus van gedaante veranderd en doet alsof hij zijn joodse vriend is. Een waanzinnig boek. Mijn schoonvader, een gepensioneerd rechter, heeft het ons aangeraden. Die man heeft, zonder overdrijven, wel anderhalf miljoen boeken in zijn huis staan. Totaal leesgek. Het is nu zelfs zo erg dat hij ergens anders doucht, omdat zijn hele badkamer volgestouwd ligt met boeken. Dat is natuurlijk niet helemaal bien meer, maar goed, via hem is De nazi en de kapper dus tot ons gekomen.”

Muziek
“Ik ben eerlijk gezegd niet zo’n prediker van wat andere mensen moeten luisteren, dus ik let ook nooit zo goed op waar ik precies naar luister. Stom eigenlijk, hè? Ik weet wel dat ik de laatste tijd veel naar klezmer luister. Orchestra Baobab is een naam die me nu even te binnen schiet. Dat is Afrikaans, en ik luister ook veel naar Turkse, Marokkaanse en Tunesische muziek. Van die snijdende, treurige, melancholieke volksmuziek. Heerlijk. En,

A2
Frank Sinatra

maar dat is echt iets totaal anders, ik heb een groot zwak voor Frank Sinatra. Dat is iemand die van een lelijk nummer nog iets moois kan maken. Zijn timing en frasering zijn echt ongeëvenaard. Om een voorbeeld te geven: op alle cd’s die ik van hem heb, staat het nummer Moon River, en echt elke uitvoering is anders. Andere timing, andere feel, een ander soort sappigheid… En daarbij is het natuurlijk ook een heel interessante man. Hij had iets gevaarlijks en iets liefs tegelijk. Hij was bevriend met de maffia en met de president. Die beide kanten hoor je ook terug in zijn muziek: soms heeft hij iets gevaarlijks, dan valt-ie bijvoorbeeld bijna iets te laat in, en soms iets liefs. Ik ben van niemand fan, maar hem had ik graag eens live willen zien.”

Film
“Films zien we ook graag. Wat ik een heel gave film vind, is Her. Dat gaat over een man die verliefd wordt op een computer. Zo ontzettend goed! Het is niet alleen het verhaal wat me aanspreekt, maar ook de mooie beelden, die door onder anderen de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema zijn geschoten. The Broken Circle Breakdown is ook echt zo’n film die iedereen gezien moet hebben. Die film gaat over twee ouders die hun kind verliezen. Er zit geen enkele scène in die op de emotie speelt of die verdrietig is, en toch ga je helemaal kapot als je het ziet. Mijn man kon er niet tegen en heeft hem niet afgekeken, zo erg vond-ie het.”

A3
La vie d’Adèle

“En… o! Ik heb laatst ook La vie d’Adèle gekeken, over twee vrouwen die verliefd op elkaar worden. Toen wij met Borgman van Alex van Warmerdam genomineerd waren voor een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes, gingen zij er met de prijs vandoor. Ik zag de film en had er niet zoveel mee. Er zaten van die verschrikkelijke hardcore seksscènes tussen. Maar echt acht minuten durende scènes, hè. Acht minuten kutje botsen, en dan ook nog echt diep in elkaars geslacht. De actrices hebben elkaar zelfs echt moeten likken. Ik voelde me zo’n bejaarde toen ik daar naar keek. Ik wil dit helemaal niet zien! Wat hebben dat soort expliciete scènes in godsnaam voor meerwaarde voor het verhaal? Dan kijk ik liever naar goede porno. Maar dit was echt heel onprettig om naar te kijken.”/

Foto-Hadewych-Minis_Nine-IJff-510-x-380
Hadewych Minis

 

 

Wouter le Duc – instrument van God

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: fotograaf Wouter le Duc uit Rotterdam.

Wouter le Duc (Amersfoort, 1989) behaalde dit jaar de Bachelor of Fine Arts aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, in de richting Fotografie. Thans wordt zijn werk nationaal en internationaal tentoongesteld. Van 23 tot en met 30 november 2014 is er werk van hem te zien op de kunstbeurs PAN Amsterdam in de Amsterdam RAI. Tevens is er werk van hem opgenomen in De Grote Rotterdamse Kunstkalender 2015, welke aanstaande vrijdag zal worden gepresenteerd.

Over zijn werk
“Zolang ik mij kan herinneren heb ik met fascinatie gekeken naar mensen welke op een bijzondere manier invulling geven aan hun leven. Toen ik zestien was ben ik met een oude 35mm camera door de parken van minder kansrijke buurten gaan lopen. Hier praatte en fotografeerde ik buitenstaanders, gebroken mensen en mensen zonder huis of thuis. Ik ontmoette mensen waar op het eerste gezicht geen bijzonder levensverhaal achter schuilde, maar die bleken te zijn gevlucht uit hun thuisland of die hun zelfbedachte spel speelden waarin ze een eigen fantasiewereld creëerden. Dit was de aanleiding voor mij om verhalen te gaan vertellen over mensen die zich op de rand van de samenleving bevinden, bij toeval of door een bewuste keuze. Deze fictieve en non-fictieve verhalen zijn geïnspireerd door een interesse voor mensen met een ongebruikelijk levensverhaal, actuele ontwikkelingen, persoonlijke ervaringen en historische figuren. Ik richt me op de kern van de personen; waar komen zij vandaan, hoe geven zij invulling aan het leven en wat gaat de toekomst hen brengen.”

“In mijn project The God Machine – waar alle onderstaande foto’s toe behoren – vertel ik het verhaal van John Murray Spear. Deze sekteleider is ervan overtuigd dat hij een instrument van God is. Van een groep prominente overledenen krijgt hij instructies om een machine te gaan bouwen. Deze machine zal bij voltooiing God op aarde representeren en zal een oneindige hoeveelheid energie verspreiden, welke alle ongelijkheid in de wereld zal wegnemen. Samen met zijn volgelingen bouwt hij deze fysieke Messiah.
Dit verhaal staat niet op zichzelf. Het is een blauwdruk voor het verhaal van andere sektes. Middels dit werk, wat zich bevindt op de scheidslijn van waarheid en fictie, wil ik de aandacht vestigen op de menselijke kant van sektes. Wat beweegt deze mensen om deel uit te maken van een sekte en wat voor houvast geeft dit hen in het leven?”

Meer werk van Wouter le Duc vindt u hier.

Wouter_le_Duc_The_God_Machine_3Wouter_le_Duc_The_God_Machine_4Wouter_le_Duc_The_God_Machine_5Wouter_le_Duc_The_God_Machine_7Wouter_le_Duc_The_God_Machine_8Wouter_le_Duc_The_God_Machine_11Wouter_le_Duc_The_God_Machine_13Wouter_le_Duc_The_God_Machine_15Wouter_le_Duc_The_God_Machine_18Wouter_le_Duc_The_God_Machine_21

Duurzaam ganzenoverlast bestrijden: ‘Alleen de snavel heeft nog geen bestemming’

Jaarlijks worden honderdduizenden ganzen gedood in Nederland. Het overgrote deel daarvan wordt vernietigd in een destructiefabriek. Dat is zonde, want bijna elk lichaamsdeel van de gans is te gebruiken voor consumptiedoeleinden.

Kunstenares Vera Knoot (21) uit Utrecht heeft zich ten doel gesteld om de duizenden ganzen die jaarlijks worden afgemaakt van de verbrandingsoven te redden en ze bereikbaar te maken voor de consument. Met haar afstudeerwerk Geese.project hoopt ze dat te bewerkstelligen. Zo is het haar als eerste ter wereld gelukt om ganzenleder te maken. “Mijn doel is om uiteindelijk grote schoenen- en tassenfabrikanten zover te krijgen dat ze ganzenleder gaan gebruiken voor hun producten. Dan is hun dood in ieder geval niet voor niets.”

Hoe ben je op het idee voor dit project gekomen?
“Ik liep vorig jaar op een biologische voedselmarkt, en daar zag ik een poelier een gans fileren. Eigenlijk vond ik dat best choquerend om te zien, maar tegelijkertijd vond ik mezelf ook hypocriet, want ik eet wel kip. Ik dacht: als ik er maar lang genoeg naar blijf kijken, gaat die walging misschien wel over. De poelier zag me kijken en vroeg of ik hem even wilde helpen met fileren. Dus dat deed ik. Hij vertelde me ondertussen dat er in Nederland jaarlijks zo’n 250.000 ganzen worden gedood en dat het overgrote deel simpelweg wordt vernietigd. Dat zette me aan het denken. Ik wilde iets bedenken om die ganzen een betere bestemming te geven dan de destructiefabriek.”

En toen dacht je: ik ga tassen maken van ganzenleder.
“Nee, dat niet. Ik wilde in eerste instantie kijken of ik leder kon maken van ganzenhuid. Het leer dat wij kennen is meestal afkomstig van koeien. Ganzenleer kennen wij eigenlijk helemaal niet. Terwijl: je kunt elke huid bewerken. Er zijn zelfs voorbeelden van boeken die een omslag hebben van mensenhuid, bijvoorbeeld in de bibliotheek van Harvard. Ik ging dus op onderzoek uit en toen bleek dat er nog geen recept was voor het looien van ganzenhuid, dus dat heb ik eerst gemaakt.”

geese leather dyed

 

geeseleather on a necklace

 

tanning tools - picture by laura cnossen

 

Leg eens uit?
“Om leder te maken moet je de huid conserveren. Dat doe je door de eiwitcellen van de huid als het ware aan elkaar te plakken: door de huid in verschillende baden te leggen verander je de consistentie van die eicellen en kan de huid niet meer gaan rotten. Met een looier uit Oosteind heb ik een recept gemaakt, dat wil zeggen de verschillende baden om een huid te conserveren samengesteld, om de huid tot leder te verwerken. Dat ging door middel van trial and error, maar het is gelukt. Inmiddels hebben we vijf lappen ganzenleder.”

Waarom werd dat nog niet eerder gedaan?
“Ik weet dat er wel leder wordt gemaakt van struisvogelhuid, maar van ganzen hoor je het niet zo vaak. Ik denk dat de dieren te klein zijn, en dat het dus te arbeidsintensief is om die huid te verwerken. Een deel van het leder dat ik heb gemaakt voor mijn afstudeerproject heb ik verwerkt in sieraden, maar je kunt er ook tassen en schoenen van maken. Daar is het materiaal heel goed geschikt voor.”

Voor de duidelijkheid: jij wilt alles van de afgemaakte ganzen gaan hergebruiken?
“Ja. Zoals ik al zei worden er jaarlijks ongeveer en kwart miljoen ganzen afgemaakt. Zo’n tien procent belandt, mede door inzet van Hollands Wild, al bij de consument. Maar met het overgrote deel wordt niets gedaan. En dat is gek: we verbouwen maïs voor de kippen die we uiteindelijk consumeren, maar knallen de vogels die de maïs opeten af en gooien ze – cru gezegd – gewoon weg. Dat klopt niet helemaal.”

Maar ik heb nog nooit gans in de supermarkt zien liggen.
“Nee, dat klopt. Daar is Hollands Wild dan ook heel hard mee bezig, om dat vlees bereikbaar te maken voor de consument. Nu is het vaak alleen nog bij de polier of in een restaurant te verkrijgen.”

butchering gear

 

skelet

 

Wat kan er met de rest van de gans gedaan worden?
“De veren worden al gebruikt als vulling voor kussens en dekens. De huid kan dus gebruikt worden voor het maken van duurzame tassen en schoenen, het vlees kan dus gegeten worden door de consument, de poten kunnen worden gevriesdroogd en dienen  als hondenknabbels, het karkas kan worden vermalen en verwerkt worden in porselein… Bone China heet dat. Dan maak je een soort gelatine van de botten en voeg je dat toe aan het porselein, zodat dat heel sterk wordt. Ik ben van plan daar ook iets mee te gaan doen, maar dat is nog toekomstmuziek. Dus alles van de gans kan worden gebruikt, behalve de snavel. Daar heb ik nog geen bestemming voor bedacht.”

Is het niet gewoon een idee om minder ganzen af te schieten?
“Er zijn te veel ganzen, dat is nu eenmaal zo. Ze kwamen naar Nederland om hier te overwinteren, en nu zitten ze er het hele jaar. Ze richten veel schade aan in de agrarische sector en verstoren de biodiversiteit in ons land. Bij een luchthaven als Schiphol zijn grote groepen ganzen heel gevaarlijk. Daarbij vind ik: jagen is prima, dat doet de mens al duizenden jaren, maar dan moet er wel iets met de dieren worden gedaan. Dat is mijn moraal. Het maken van ganzenleer is mijn manier om aandacht te vragen voor dit probleem.”

Meer informatie over het Geese.project vindt u hier.

Dichter Lévi Weemoedt: “Deze bundel had eigenlijk postuum moeten verschijnen”

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Van dichter Lévi Weemoedt (pseudoniem van Izaäk van Wijk, 1948) verschijnt volgende week, na een adempauze van meer dan vijftien jaar, een nieuwe dichtbundel. Het had niet veel gescheeld of hij had de publicatie van Met enige vertraging, zoals de bundel met enige ironie is genoemd, niet mee kunnen maken. Meer lezen over Dichter Lévi Weemoedt: “Deze bundel had eigenlijk postuum moeten verschijnen”

Julie Vielvoije – muzische modefotografie vanuit Parijs

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Julie Vielvoije uit Bergschenhoek.

Julie Vielvoije (Rotterdam, 1994) zit in het vierde jaar van de opleiding Fotografie aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Momenteel is ze op uitwisseling naar Parijs en studeert ze tot het eind van dit jaar aan het Paris College of Art. Op dit blog verhaalt ze dagelijks over haar ervaringen in de Franse hoofdstad.

Over haar werk
“Mijn werk bevindt zich in de twilight zone tussen modefotografie en autonome concepten. Eerst bedenk ik de concepten vanuit dromen die ik droom en verhalen die ik hoor. Dat hoeven geen heldere dromen of verhalen te zijn, als ze maar een ander inzicht opleveren. Dan probeer ik mijn belevingswereld toonbaar te maken, door het in een foto vast te leggen. Inspiratie daarvoor kan overal vandaan komen. Mijn fotoserie Showgirls is bijvoorbeeld geïnspireerd op de film ‘The Great Gatsby’. Mijn collage Belladonna is ontstaan vanuit een verhuizing. De betreffende krantenfoto’s die ik in de collage heb verwerkt dienden als bescherming voor de glazen. Verder vind ik het werk van Gilbert & George erg interessant. Ze hebben een unieke stijl waarbij hun leven eigenlijk één grote performance is. Vooral hun collagewerk vind ik heel inspirerend. Ook het werk van Ariko Inaoka vind ik prachtig. Zij volgt al geruime tijd de tweeling Erna en Hrefna uit IJsland. De symmetrie en zachte kleuren houden mijn aandacht vast.”

Meer werk van Julie Vielvoije vindt u hier.

julie_vielvoije1_living-behind-glasses

 

julie_vielvoije2_living-behind-glasses

 

julie_vielvoije3_belladonna

 

julie_vielvoije4_showgirls

 

julie_vielvoije5_showgirls

 

julie_vielvoije6_showgirls (1)

 

julie_vielvoije7_tinch

 

julie_vielvoije8_tinch

 

julie_vielvoije9_tinch

 

julie_vielvoije10_living-behind-glasses

Kunstenaar herman de vries: ‘Ik heb mijn leven te danken aan lsd’

Hij schrijft zijn naam zelf altijd zonder hoofdletters, om ‘hiërarchieën te vermijden’. herman de vries (Alkmaar, 1931) is al meer dan zestig jaar actief als kunstenaar. In 1953 begint hij zich, als plantkundige van de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen, bezig te houden met het maken van collages van gevonden materiaal. Blaadjes, steentjes, flarden van posters. Meer lezen over Kunstenaar herman de vries: ‘Ik heb mijn leven te danken aan lsd’

Djojko & Versteeg en de mens als weerspiegeling van het universum

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: kunstenaarsduo Danny Djojosoedarmo en Rik Versteeg uit Rotterdam.

Danny Djojosoedarmo (Dordrecht, 1993) is make-up artist en stylist. Rik Versteeg (Drunen, 1990) studeerde in 2013 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, in de richting Fotografie. In de zomer van 2012 kregen ze een relatie. Sinds vorig jaar werken ze samen: “Door samen te werken kunnen we onze individuele skills versterken en zo een eigen wereld scheppen die zowel realiteit als fictie toont.”

Over hun werk
“De basis voor de fotoserie The Appearance of the Subconcious Mind, waarvan u hieronder een selectie ziet, is gebaseerd op de aardse elementen. In de oudheid werd er aanzienlijk veel aandacht besteed aan het begrijpen van de elementen, omdat deze werden beschouwd als de bouwstenen van het universum. Velen geloofden dat deze bouwstenen ook deel uitmaakten van hun eigen innerlijke zelf. Wijze mannen zagen zichzelf in die tijd dan ook als een weerspiegeling van het universum. Ze bestudeerden de sterren en de natuur, en gebruikten de verkregen informatie als een methode om hun schepper en zichzelf beter te begrijpen.
Ieder van ons leeft nu midden in de natuur, zelfs zij die in steden en dorpen wonen, en velen van ons vinden rust als zij wandelen door de natuur of langs de kust. Echter nemen maar weinig mensen de moeite om de natuur daadwerkelijk te bestuderen. Als wij de zorg nemen om eerdergenoemde oude overtuigingen te volgen, zouden wij kunnen zien dat de natuur zélf de sleutel zou kunnen zijn tot innerlijke kennis en onze eigen natuur, en de rol die wij (individuen) spelen in het grote Kosmische Plan.”

Meer werk van Djojo en Versteeg vindt u hier.

DV The Ethereal Bride

 

DV The Ferocious Sovereign

 

DV The Forsaken

 

DV The lovebirds-Selfportrait

 

DV The Luminous Maiden

 

DV The Malicious

 

DV The Ominous Siren

 

DV The Preserver of the Obscurity

 

DV The Terrestrial Palladin