De culturele agenda van… Adri Duivesteijn

Een voorproefje uit het interview met politicus Adri Duivesteijn in de nieuwe HP/De Tijd (nummer 5, 2015), die vanaf vandaag in de schappen ligt.

Literatuur
“(-) Kijken in de ziel: artsen en Kijken in de ziel: ondernemers van Coen Verbraak heb ik bijvoorbeeld met ontzettend veel genoegen gelezen. Het leuke van deze serie is dat je wordt meegenomen in de wereld en de denkpatronen van de ondervraagde beroepsgroep. Je ziet ook eens hoe zij de werkelijkheid zien. Schoonheid achter de schermen van Peter de Waard, over verzetsstrijdster Tiny Strobos, vond ik ook fascinerend omdat het de kracht van de eenling laat zien die in verzet komt. Een boek dat ik graag nog wil lezen is De Cirkel van Dave Eggers. Wat mij daar zo in aantrekt is dat het in de traditie van 1984 van George Orwell is geschreven. Eggers verklaart hoe je als het ware verstrikt raakt in het web van sociale media. Op een gegeven moment weten ze alles van je. Ik merk dat zelf ook. Om een heel cynisch voorbeeld te geven: sinds ik weet dat ik ongeneeslijk ziek ben zie ik op mijn webpagina’s advertenties voor uitvaartverzekeringen staan.”

Het land is moe van Tony Judt is een geweldige verhandeling over de ontevreden samenleving. Onze samenleving. Judt, die aan een spierziekte leed en dit boek vlak voor zijn dood heeft voltooid, geeft een verklaring voor het feit dat we alles hebben maar toch ontevreden zijn. Ook analyseert hij de positie van de sociaaldemocratie en brengt hij precies onder woorden wat ik voel. Hij schrijft hoe de sociaaldemocratie steeds verder verglijdt naar het neoliberalisme. Dat geldt ook voor de Partij van de Arbeid. De PvdA neemt haar partijbeginselen niet meer serieus. Judt zegt daarover: “Zonder idealisme wordt de politiek teruggebracht tot een soort boekhouden, resteert slechts het dagelijkse besturen van mensen en dingen. Een conservatief zal dat zo nodig overleven, maar voor links is het een catastrofe.” De PvdA, en in feite de hele progressieve beweging, raakt in toenemende mate zijn oorspronkelijke positie kwijt. Ik vind ook dat de voorhoede van de PvdA een geluid vertolkt dat te weinig het authentieke geluid van de PvdA is.”

Muziek
“Muziek is een belangrijk onderdeel van mijn leven. The Beatles vind ik fascinerend. (-) Als ik moet kiezen tussen Paul McCartney en John Lennon dan kies ik voor John Lennon. Paul McCartney is ook wel goed hoor, 7 juni ga ik samen met mijn dochters naar het concert dat hij geeft in het Ziggo Dome, maar John Lennon staat wat mij betreft meer in verbinding met mijn idealen. In zijn nummer GOD zingt hij bijvoorbeeld: ‘I don’t believe in Elvis / I don’t believe in Zimmerman / I don’t believe in Beatles / I just believe in me… and that reality.’ Kortom: ik geloof niet in een “concept by which we matter our pain” , zelfs niet in het door mij opgerichte instituut The Beatles, “the dream is over… but now I’m John. And so dear friends, You just have to carry on”.”

“Ik sla per definitie aan op muziek omdat iemand mij daarover tipt. De muziek van jazzpianist Keith Jarrett hoorde ik voor het eerst op een woonboot in Delft. Heel poëtische muziek vind ik het. Zoek The Köln Concert maar eens op: dat is hele romantische, dromerige improvisatie. Heerlijk om naar te luisteren. Het concert Live in Wien van tanguero Ástor Piazzolla werd mij ook getipt. De jazz van Brad Mehldau, dat is wel een bijzonder verhaal, werd mij getipt door collega-Kamerlid Willem Witteveen. In een gesprek over muziek vertelde hij mij dat de muziek van Brad Mehldau voor hem de allerbeste muziek was die er bestond. Een maand voordat hij overleed (Willem Witteveen zat in het neergestorte vliegtoestel MH17, red.) zijn we samen nog naar een concert van hem geweest in het Concertgebouw. Hoe Mehldau achter zijn piano de hele wereld laat zweven is ongelooflijk. Die muziek was zo mooi dat iedereen in een staat van geluk de zaal verliet.”

Duivesteijn in het kort
Adri Duivesteijn (Den Haag, 1950) is namens de Partij van de Arbeid lid van de Eerste Kamer. Duivesteijn begon zijn carrière als actievoerder in de Schilderswijk in Den Haag. Later was hij onder meer wethouder van ruimte ordening en stadsvernieuwing in Den Haag (1980 – 1989), directeur van het Architectuurinstituut (1989 – 1994) en lid van de Tweede Kamer (1994 – 2006). Na zeven jaar wethouder van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening te zijn geweest in Almere, ging hij in 2013 aan de slag als senator in de Eerste Kamer. In 2014 werd bekend dat Duivesteijn ongeneeslijk ziek is. De prostaatkanker waarvoor hij sinds 2006 werd behandeld bleek niet meer te opereren. Na de Eerste Kamer-verkiezingen, op 18 mei aanstaande, beëindigd Duivesteijn zijn politieke carrière om meer tijd voor zichzelf en zijn gezin vrij te maken.

Hero Brinkman over klassieke muziek

In het nieuwe nummer van HP/De Tijd, dat vanaf vandaag in de schappen ligt, geeft politicus Hero Brinkman (voorheen Tweede Kamerlid van de PVV, nu voorman van een in april te presenteren ‘ondernemerspartij’) zijn culturele smaak prijs. In ‘De culturele agenda van…’ vertelt hij onder meer waarom er volgens hem geen subsidie moet naar klassieke muziek:

“Klassieke muziek is niet voor een breed publiek toegankelijk, dat is voor een kleine elite. Kijk bijvoorbeeld naar Radio 4 – daar luistert toch geen hond naar? En als je naar het Concertgebouworkest wilt, ben je zo honderdtachtig euro kwijt voor een kaartje. Dan zeg ik: als zo’n kaartje toch al zo duur is, dan kun je er net zo goed vijftig euro bij op zetten en de subsidiekraan dichtdraaien. De elite die er komt, betaalt die paar tientjes extra dan ook wel.”

Geen linkse hobby
Brinkman breekt met het oude PVV-dogma dat cultuur een linkse hobby is, maar vindt wel dat eisen moeten worden gesteld aan de te verstrekken subsidies. Ook vindt hij dat het niveau van klassieke muziek (en het publiek dat er naar luistert) ondermaats is: “Kijk: klassieke muziek is ooit gecomponeerd door een componist. Die heeft daar een bedoeling mee gehad. Die wilde met zijn muziekstuk een bepaald verhaal vertellen, of een bepaalde emotie overbrengen. Het is aan een dirigent en zijn orkest om dat verhaal of die emotie over te brengen. Het valt mij op dat de meeste dirigenten en orkestleden in Nederland geen flauw benul hebben in welke tijd de componist heeft geleefd, welk gevoel hij met een compositie over wilde brengen en wat hij met het stuk wilde zeggen. Dirigenten zetten bijvoorbeeld bepaalde noten harder aan omdat ze dat mooi vinden, niet omdat een componist het zo heeft bedoeld. En dat hekel ik. Daarnaast vraag ik me af of de gemiddelde bezoeker van een klassiek concert snapt waar ze naar luisteren. Maak op een willekeurige avond eens een rondje langs het publiek van het Concertgebouw, en vraag eens waar ze naar hebben geluisterd. Wat de achtergrond van het stuk is. Ze weten het niet.” (-)

Nieuwe partij
De nieuwe partij van Hero Brinkman wordt een one-issue partij voor ondernemers. De naam wil hij nog niet verklappen, dat komt in april. “Ik kan wel zeggen dat het een democratische partij is.” Lacht: “Dat is nieuw voor mij.” Met zijn partij wil hij voor de belangen van ondernemers opkomen. Anders dan de VVD, dat volgens hem geen ondernemerspartij meer is. Hij zegt, iets uitgebreider dan in het blad staat vermeld: “Ik acht de kans heel groot dat het huidige kabinet nog dit jaar valt. Ik sluit dan ook niet uit dat wij voor het eind van het jaar al in de regering zitten met bijvoorbeeld D66, CDA en VVD.” Brinkman voegt daaraan toe dat zijn nieuwe partij breekpunten opstelt die ook echt breekpunten zijn, en waarover met andere partijen niet onderhandeld kan worden. Wat die breekpunten zijn laat hij nog even in het midden. Verder: “Het partijprogramma is gestoeld op vijf pijlers die wij belangrijk vinden. Twee A4’tjes tekst, meer is het niet. Lekker duidelijk, lekker makkelijk. Dat is wat ondernemers willen.”

Lees het gehele interview in HP/De Tijd 03, 2015.

De culturele agenda van… Emile Roemer

Wat lees, kijkt en luistert Emile Roemer?

Boeken
“Als ik lees, lees ik graag over geschiedenis. Het boek Onze vaders in verzet – waarin mijn eigen vader een rol speelt – heb ik van begin tot eind gelezen. Het vertelt het verhaal van de verzetsgroep die betrokken was bij verzetskrant De Wacht, en daaraan gerelateerd een reddingsbrigade die aan het Sint Franciscus Gasthuis – de brigade waarvan mijn vader commandant was. Natuurlijk heb ik mij vader weleens gevraagd naar zijn rol in het verzet, maar dan zei hij nooit zoveel. Hij sprak er liever niet over. Door het boek van historici Pierre Pijpers en Aad Koster heb ik nu een veel beter beeld van die periode in zijn leven. Ik wist bijvoorbeeld wel dat hij indertijd door de bezetters ter dood veroordeeld is, maar niet dat hij pas daags voor zijn executie is bevrijd. Dat was wel even heftig toen ik dat las. Een ander mooi boek over de Tweede Wereldoorlog is De lach en de dood van Pieter Weebeling, over gevangenen die met humor in een concentratiekamp proberen te overleven. Dat boek raad ik iedereen aan om te lezen. Weebeling heeft een prachtige stijl en het verhaal blijft echt hangen.”

MUZIEK
“Als ik echt een zware dag heb gehad zet ik muziek op. Volume op tien en even m’n kop leegmaken. Wat ik dan luister? Eigenlijk altijd heavy metal. Metallica, Rammstein en Y & T – dat werk. Van Metallica ben ik al het langst fan. Ik zag ze voor het eerst in de IJsselhallen in Zwolle, in 1985. Dat was ook meteen de eerste keer dat ze in Nederland optraden. Ze waren niet eens de hoofdact op de Aardschokdag – ik kan er ook niets aan doen, maar zo heet dat nu eenmaal – maar iedereen kwam voor Metallica, en iedereen kende de nummers ook uit hun hoofd. En ik ga nog steeds graag naar heavy metal-concerten. Ik ben dit jaar weer met een stel vrienden naar Fortarock geweest, in het Goffertpark in Nijmegen. Dat is altijd heel leuk. Het begint al met de reis ernaartoe. Met de heavy metal-bus. Voor een tientje de man kun je mee. Compleet met zonnebril en pet – want ik zit er natuurlijk niet op te wachten dat mensen mij herkennen en er filmpjes op Youtube verschijnen – sta ik daar dan te genieten van de muziek. Ik was vroeger ook al nooit zo van het headbangen, maar ik pas nu wel extra op. In hou het ingetogen. En dan, als het festival afgelopen is, weer met de bus naar huis.”

“Als het enigszins kan ga ik ook elk jaar naar North Sea Jazz in Rotterdam. Daar zet ik drie kruizen voor in mijn agenda. Het hoogtepunt van dit jaar was voor mij de show van Gregory Porter. Die man heeft echt een gouden stem. En een drie uur durende soulshow met meerdere zangers en zangeressen staat me ook nog bij, al weet ik niet meer wie dat precies waren. Een van de zangeressen vertelde middenin de show dat ze net hersteld was van kanker, en bedankte haar fans voor alle steun ze tijdens haar ziekte had gekregen. Kippenvelmoment. En wat kon ze zingen ook… Tina Turner verbleekt daarbij op dat moment. Stevie Wonder was natuurlijk ook een van de hoogtepunten van dit jaar. En het Nationaal Jeugd Jazz Orkest, het orkest dat elk jaar op zo’n buitenpodium speelt, vind ik ook erg mooi. Je ziet die jonge gastjes zich de ogen uitkijken: ‘Komen die mensen allemaal voor ons?’”

“Nederlandstalige muziek vind ik ook heel prettig om naar te luisteren. The Scene bijvoorbeeld. Jammer dat ze er door de ziekte van frontman Thé Lau mee moesten stoppen. Tim Knol vind ik ook heel bijzonder. Die heeft zich binnen no time op de kaart weten te zetten met een heel eigen geluid. En ik heb ontzettend veel respect voor Frans Bauer. Dat is echt iemand die naar mijn idee ondergewaardeerd wordt in Nederland. Hij is een van de best verkopende zangers van Nederland en wordt zo ongeveer het minst op de radio gedraaid. Maar waar hij ook optreedt: het zit stampvol. Als het volk het leuk vindt wordt er gelijk denigrerend gedaan. Zeer onterecht.”

Gehele interview verschenen in het kerstnummer van HP/De Tijd, 2014. 

De culturele voorkeuren van minister Jet Bussemaker

Onze minister van Cultuur (en Onderwijs en Wetenschap) houdt van alle musea evenveel, zegt ze. Eerlijk waar. Bovendien is ze dol op muziek en zit ze nooit zonder boek. Wat leest, kijkt en luistert Jet Bussemaker zoal, en wat laat ze liever links liggen? HP/De Tijd ondervroeg de minister over haar culturele voorkeuren.

Uit het novembernummer van HP/De Tijd. (2014)

THEATER
“Als ik aan cultuur denk, denk ik aan schoonheid. Aan mooie dingen. Zoals die voorstelling van het Nederlands Dans Theater en het Kronos Quartet die ik laatst zag in de Markthal in Amsterdam. Daar viel alles samen: de plek – een oud fabrieksgebouw bij mij om de hoek waar ik nog nooit was geweest – de dans, de muziek… Vooral die oude loods zorgde voor heel veel sfeer. Het dak lekte, al was het die avond redelijk droog, en het liet veel daglicht door. Omdat het donker moest worden voordat de voorstelling kon beginnen, begon deze pas toen het begon te schemeren, zodat je gedurende het stuk het zonlicht langzaam zag uitfaden. Dat is het bijzondere aan het Holland Festival, dat er nieuwe combinaties op nieuwe plekken ontdekt worden. Ik zou er zelf niet aan gedacht hebben naar toe te gaan, maar het was een hele mooie voorstelling, dus ben ik blij dat ik de uitnodiging hiervoor kreeg.”
“Ik ga graag naar het Nationaal Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Mooie voorstellingen maken die altijd. Maar ik ben laatst ook bij Anne geweest, de toneelbewerking van het beroemde dagboek van Anne Frank. Ik was verbaasd dat het NRC Handelsblad de volgende dag een ontzettend negatieve recensie over het stuk op de voorpagina plaatste. Ja, ook ik vond de voorstelling een lange zit. Met name het eerste deel duurde ontzettend lang. Maar ik had mijn dochter en haar vriendinnetje meegenomen, allebei dertien jaar oud en dus van dezelfde leeftijd als Anne toen ze aan haar dagboek begon, en die vonden het juist een waanzinnige voorstelling. Het verbaasde me dat deze twee meiden, die toch in een cultuur leven waarin alles snel moet, het helemáál niet te lang vonden duren. Ze zeiden: ‘Ja, maar het geeft daardoor juist goed aan hoe die mensen zich verveelden in dat Achterhuis.’ Dus je kunt er artistiek wel van alles van vinden, maar op die meiden heeft het een enorme impact gehad. En daar is het om te doen.”
“Met cabaret heb ik niet zoveel. Dat vind ik vaak te oppervlakkig. Ik zie op televisie wel eens wat voorbijkomen van Sanne Wallis de Vries of Brigitte Kaandorp, en dat vind ik dan wel leuk, maar ik zou er niet zo snel voor naar het theater gaan. Van Theo Maassen zag ik laatst een film waarin hij een hele foute man speelt die in het bos woont. Daarin vond ik hem meesterlijk. Als acteur maakt hij meer indruk op me dan als cabaretier.”

BEELDENDE KUNST
“Alle musea in Nederland zijn me even lief. Dat klinkt als een politiek antwoord, maar het is echt zo. En wat hebben we een mooie musea in Nederland. Het pas heropende Rijksmuseum en het pas heropende Mauritshuis bijvoorbeeld – daar ben ik als minister echt trots op. Maar we hebben ook zoveel kleine musea die de moeite van een bezoek waard zijn. Museum Belvédère in Heerenveen bijvoorbeeld. Niet alleen het gebouw is adembenemend mooi, ook de collectie van hedendaagse Friese kunst is heel bijzonder. Dat museum verdient wel wat meer waardering. Museum Boerhaave in Leiden is ook zo’n fijn museum. Wat ik zo leuk vind aan dat museum is dat ze heel veel doen om kinderen te interesseren voor natuur, techniek en wetenschap. En op de binnenplaats van het gebouw is een speelplaats gerealiseerd. Mooi vind ik dat. Vroeger was een museum een plek waar het stil moest zijn, waar gezag gold, maar gelukkig is dat tegenwoordig veel minder. En als ik nog een tip mag geven: vanaf begin september is er in Huis Doorn in Doorn een tentoonstelling te zien over Nederland in de Eerste Wereldoorlog. Toen ik aantrad als minister stond dit museum, met daarin de collectie van keizer Wilhelm II die in 1917 naar Nederland vluchtte, door de bezuinigingen in de culturele sector op het punt om haar deuren te sluiten. Ik heb toen tegen ze gezegd: zorg dat jullie een project maken over de Eerste Wereldoorlog, dan kan ik jullie daar wat geld voor geven. En dat hebben ze gedaan, in samenwerking met Paleis het Loo.”
“Zelf kom ik ook graag in het Rijksmuseum. Laatst liep ik in het Rijksmuseum door een zaal waar werken van de jonge Piet Mondriaan hingen. Zo ontzettend mooi, hè. Iedereen loopt altijd gelijk door naar die eregalerij, maar er is zoveel meer te zien. Daarom vind ik kleine musea ook zo prettig: die zijn zo lekker overzichtelijk. Daar zie je iets, en dat neem je dan de hele dag met je mee. Het Rijksmuseum is daar veel te kolossaal voor: daar zou je eigenlijk maar één zaal moeten bekijken, alles op je in laten werken, en dan weer vertrekken. Het dierbaarste kunstwerk wat ik zelf heb? Dat zijn de twee portretjes van mijn ouders die Joanna Quispel recentelijk voor me heeft geschilderd. Ze hangen op dit moment naast elkaar in de gang. Op het ene portret is mijn vader te zien, achter de vleugel waar hij altijd zit, en op het andere portret mijn moeder die de krant leest. Wat wel grappig is, is dat op dat portret een schilderij te zien is wat mijn overgrootmoeder ooit van mijn grootmoeder maakte. En op de voorpagina van de krant die mijn moeder leest sta ik – dus vier generaties in één schilderij. Maar meer nog dan kunst heeft architectuur mijn belangstelling. Ik ben altijd een liefhebber geweest van mooie gebouwen. Ik heb zelfs een tijdje overwogen om bouwkunde te gaan studeren. Maar op een gegeven moment verloor ik de architectuur een beetje uit het oog, zoals dat wel met meer dingen gebeurt, maar de interesse voor gebouwen en waar ze vandaan komen is wel altijd gebleven. Onlangs zag ik wat ontwerpen van Francine Houben, de Woman Architect of the Year. Sinds die tijd heb ik de architectuur weer een beetje herontdekt en ben ik er weer meer mee bezig.”

MUZIEK
“Ik ben dol op klassieke muziek. Er is niets fijner dan op zondagochtend langzaam wakker worden, ontbijten met verse broodjes, een gekookt ei en een koffie verkeerd, en dan op de achtergrond het Piano Quartet van Brahms. Of iets van Sjostakovitsj, ook mooi. En waar ik ook heel trots op ben: mijn dochter kan nu Chopin spelen op de piano, net als ik deed toen ik haar leeftijd had. Het vioolconcert van Mendelssohn heb ik recentelijk herontdekt. Dat komt omdat ik vorig jaar met het Concertgebouworkest in Sao Paolo was. Een van de violisten van het orkest, Tjeerd Top, gaf daar een masterclass aan een jongen die daar in één van de sloppenwijken woont. Die jongen speelde daar, in zijn gerafelde kleding, het vioolconcert van Mendelssohn. Ik had dat stuk vroeger wel vaak gehoord, maar nu hoorde ik het weer en dacht: ‘Jeetje, wat is dit mooi.’ En wat leuk is: deze jongen is dus onlangs toegelaten tot het conservatorium in Amsterdam. Dus daar gaan we vast nog meer van horen.”
“In je tienertijd ontstaan veel liefdes die later weer overgaan, maar mijn liefde voor Sting is nooit overgegaan. Sting is gewoon fantastisch. Ik vind zijn muziek mooi, zijn stem is mooi, de teksten slaan ergens op… Neem bijvoorbeeld een nummer als Russians, waarin hij zingt: ‘The Russians love their children too’. Dat gaat natuurlijk ook heel erg over politiek. Englishman in New York is ook zo’n mooi nummer, over cultuurverschillen. Dat je, ook al spreek je dezelfde taal, toch een vreemde blijft in een ander land. Fleetwood Mac blijf ik ook fantastisch vinden, en Joan Armatrading ook – echt lekker voor als je gaat sporten. En The Sound of Music kan ik ook blijven kijken zonder dat het gaat vervelen. Maar Nederland heeft ook veel talent hoor. Ilse Delange vond ik al voor haar deelname aan het songfestival heel erg goed. En Rick Stotijn, de contrabassist, die ik vorig jaar de Nederlandse Muziekprijs heb mogen overhandigen. Ik heb met tranen in mijn ogen gekeken hoe hij speelt – hij trad op met een harpiste Lavinia Meijer en cellist Pepijn Meeuws – het was zo harmonisch, zo perfect… Dat ontroerde me.”


FILM

“Ik kijk graag naar films, maar ook veel naar series. Nederlandse dramaseries ook. Eentje die ik echt heel mooi vond was die serie die bij de hoogovens speelde. Vuurzee. Dat ging over een huisarts aan de ene kant en een Marokkaanse familie aan de andere kant, maar ze werkten allemaal bij de hoogovens. Ik hoop dat daar nog een vervolg op komt. Een deel van de acteurs van Vuurzee speelde later in de andere mooie serie, Bloedverwanten. Dat gaat over de intriges van een familie in de Bollenstreek. Daar keek ik graag naar, alleen al omdat ze zo mooi gebruik hadden gemaakt van ons landschap en onze cultuur. Van de buitenlandse series vind ik House of Cards echt heel leuk – over de op macht beluste politicus Frank Underwood. Het lijkt in niets op Den Haag, maar het is wel leuk om te volgen. De Deense serie Borgen lijkt dan wel weer op het leven op het Binnenhof. De manier waarop de hoofdpersoon haar gezin combineert met haar werk vind ik wel herkenbaar. Maar met collega’s napraten over beide series doe ik bijna nooit: tegenwoordig kijk je wanneer het je uitkomt. En dat is eigenlijk wel jammer.”
“De laatste film die ik heb gezien is 12 Years a Slave. Dat is een ontzettend heftige film, ik kon er bijna niet naar kijken, zo gruwelijk. Kijk, mijn man is van Surinaamse origine, dus ik weet wel het een en ander af van deze voorgeschiedenis. En daar zou wat mij betreft best wat meer aandacht voor mogen zijn. Ik denk dat het van belang is om je goed te beseffen waar je vandaan komt, omdat je anders niet goed over hedendaagse thema’s als integratie en verdraagzaamheid kunt spreken. Ik ga natuurlijk niet voorschrijven dat er op scholen meer aandacht moet komen voor onze koloniale geschiedenis, maar ik vind het wel van belang dat we daar aandacht voor blijven houden. En dat is niet alleen een taak van het onderwijs, maar ook van auteurs, filmmakers en musea.”

BOEKEN
“Ik ben een enorme lezer. Gemiddeld lees ik wel een boek per maand, en in de vakanties natuurlijk een heleboel boeken meer – papieren boeken uiteraard, want lezen van een scherm is vooralsnog niets voor mij. Deze zomer ben ik met mijn man en dochter naar Spanje geweest, naar hele goede vrienden die een prachtig huis hebben in de buurt van Gerona. Daar kon je aan het zwembad liggen met een boek, je kon in een schommelstoel zitten met een boek, je kon naar het strand lopen met een boek onder je arm – kortom: er waren mogelijkheden te over om te lezen. En dat heb ik dan ook gedaan. De nieuwe detective van René Appel, De Advocaat, heb ik als eerste gelezen. René is een bekende van ons, dus dat is dan prettig om mee te beginnen. En daarna het nieuwe boek van Margalith Kleijwegt dat ik van haar kreeg: Familie is alles. Zij is de auteur van een eerder verschenen boek over jongeren op het Calvijn met Junior College in Amsterdam, en laat in haar werk zien hoe de jongeren hun leven leiden. Ze leven veelal in gesloten gemeenschappen, worden door het thuisfront niet gestimuleerd om naar school te gaan, en belanden daardoor vaak in de criminaliteit. En de docenten staan machteloos. Dit boek is een vervolg op dat eerste deel dat tien jaar geleden verscheen. Heel interessant.”:
“In de dienstwagen kom ik helaas niet verder dan de stukken die ik moet lezen, maar ik heb altijd wel wat boeken naast me liggen. Natuurlijk weet ik dat ik qua tijd aan maximaal één boek toe kom, maar ik heb er steevast drie of vier bij me. Een van die boeken was Made in Europe van Pieter Steinz, dat ik onlangs heb gelezen. Een heel fijn boek over cultuur in Europa. Wat ik ook pas heb gelezen: dat onafgemaakte boek van Rascha Peper. Wat kon zij goed schrijven. En Oorlog en terpentijn van de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans moet hier ook zeker even genoemd worden. Hertmans vertelt in dat boek het verhaal van zijn overgrootvader, die schilder was, maar ook over de tijd dat zijn overgrootvader als soldaat diende in de Eerste Wereldoorlog – en daarmee over alle gruwelijkheden die in die tijd plaats hebben gevonden. In België zijn hele dorpen bijna letterlijk uitgeroeid, dat kunnen we ons eigenlijk nauwelijks voorstellen. Ik vond het een heel aangrijpend boek en bovendien ook stilistisch heel mooi geschreven. Een aanrader.”
“Wat mij betreft mogen er wel wat meer gedichten op straat te lezen zijn. In plaats van die Loesje-spreuken wat meer posters met gedichten, dat lijkt me wel leuk. En er mogen wel wat meer boeken over het onderwijs geschreven worden. Toevallig herlas ik laatst Bint van F. Bordewijk. Mooi om te lezen wat het met een leraar doet om voor een klas te staan en hoe daarmee om te gaan. Onder Professoren van W.F. Hermans is ook zo’n klassieker. Heel herkenbaar ook voor de mensen die de academische gemeenschap een beetje kennen. Het wordt onderhand wel eens tijd voor een opvolger van dit boek. Ja, Geachte heer M. van Herman Koch gaat ook gedeeltelijk over het onderwijs – over een geschiedenisleraar als ik me niet vergis – maar dat boek heb ik nog niet gelezen. Want ik ben eerlijk gezegd niet zo’n fan van Herman Koch.”

Jan Terlouw: ‘De verfilming van Koning van Katoren is tamelijk desastreus’

De culturele smaak van oud-politicus en schrijver Jan Terlouw (82) en zijn vrouw Alexandra. 

BEELDENDE KUNST

‘Onze smaak in kunst – ik zeg ‘onze’ omdat mijn vrouw Alexandra en ik vaak samen van cultuur genieten – is in de vele huwelijksjaren naar elkaar toegegroeid. Ik hield altijd al wel van de impressionisten, maar door haar nog meer. De Waterlelies van Monet vinden we allebei prachtig. En de werken van Van Gogh, ook die gaan nooit vervelen. In het Kröller-Müller Museum hangt een prachtige collectie van zijn werk. En hoewel ik in mijn leven als politicus en natuurkundige veel heb gereisd en veel musea heb bezocht, blijft het Kröller-Müller Museum in Otterlo voor mij een van de mooiste musea ter wereld. De natuur, het gebouw, de collectie: alles klopt. Dat geldt ook voor het Guggenheim Museum in New York: in-druk-wek-kend. Een mooier gebouw dan dat bestaat er niet. Sprekend over Van Gogh: ik vind dat er kunstwerken zijn waarvan je na verloop van tijd mag zeggen: dat is mooi. Niet: dat vind ik mooi, nee, dat is mooi. Daar hoeft niet meer over gediscussieerd te worden. Gezicht op Delft van Vermeer is mooi, De Nachtwacht van Rembrandt is mooi. Die werken hebben in de loop der tijd bewezen dat ze van enorme waarde zijn voor veel mensen, die moeten gekoesterd worden.  Er is ook veel kunst waar ik niets mee heb. Het werk van Willem de Kooning bijvoorbeeld, dat roze met geel. Een nageboorte vind ik het.  En van Victory Boogie Woogie van Mondriaan raak ik ook niet opgewonden. Als ik dan hoor dat zo’n werk veertig miljoen waard is… Tja. Ik vind het wel decoratief en evenwichtig hoor, maar daar is ook alles mee gezegd.
‘Sommige kunst kan me woedend maken. Ik kwam een keer in Canada in een museum en daar lag, in een prachtige zaal, een lantaarnpaal. Ondersteboven. Meer niet. Razend word ik dan! Ook protesteer ik tegen dat rode vlak dat in het Stedelijk hangt, dat doek van Barnett Newman. Dat heeft een hoog ‘nieuwe kleren van de keizer-gehalte.’ Het is natuurlijk wel eens even apart om een schilderij te maken dat niets meer is dan een rood vlak, maar dan prijzen kunstcritici het vervolgens de hemel in. Wat een flauwekul, denk ik dan.
‘De laatste tentoonstelling die we samen hebben bezocht was de tentoonstelling ‘De Dode Zeerollen’ in het Drents Museum in Assen. De rollen zijn mooi om te zien, maar ze zijn vooral opmerkelijk – er is natuurlijk een hele geschiedenis aan verbonden. Mijn vrouw had de rollen al eerder gezien in Israël waar ze tentoongesteld liggen in een grote, glazen tafel waar je helemaal om heen kunt lopen. In Assen waren ze, ik denk vanwege de vereiste temperatuur en vochtigheidsgraad,  tentoongesteld in grote zwarte kasten met gedempt licht.  Ze zei na afloop van ons bezoek: ‘Ze hebben in Assen echt hun best gedaan om de teksten zo goed mogelijk te tonen. Ze hebben het museum er zelfs bijna voor verbouwd. Maar het gaat ten koste van de esthetiek. En daarin had ze wel een beetje gelijk.

MUZIEK
‘Wij luisteren thuis bijna nooit naar cd’s. En dat heeft verschillende redenen. De eerste is dat mijn vrouw daar niet tegen kan.  Als er muziek te horen is moet alles stilvallen. Zelf wil ze er niet eens bij lezen. Dan moet alle aandacht naar de muziek. En de tweede reden, en dat is voor mij meteen de belangrijkste reden, is dat we in ons dagelijks leven heel veel  livemuziek om ons heen hebben. Mijn vrouw speelt cello, mijn dochter is violiste en mijn schoonzoon is pianist. Zelf speel ik af en toe ook piano, maar alleen als er niemand thuis is. Ik kan er weinig van, in ieder geval niet opwekkend genoeg om aan anderen te laten horen.
‘Zoals ik al zei: muziek is altijd dichtbij. Ik treed zo eens in de paar weken op met het Orion Ensemble, het ensemble van mijn dochter Pauline, haar partner Leonard Leutscher en celliste Carla Schrijner. Het leukst vind ik het wanneer ik op mag treden als Joseph Haydn. Dan kleed ik me aan als de oude Haydn – pruik, jas, strik op mijn schoenen – en dan vertel ik een uur over zijn veelbewogen leven. Over zijn vele liefdes. Over zijn slechte huwelijk. Over zijn verdriet over de dood van zijn jonge vriend Mozart. En het trio illustreert zijn levensverhaal dan met die zeer gevarieerde muziek van hem. Soms, als ik tijdens de voorstelling even zit terwijl zij spelen, voelt het heel sterk of ik Joseph Haydn echt bén. Dan denk ik: ‘Wat mooi, wat mooi! Gossie, wat spelen jullie mijn muziek mooi zeg!’
‘In mijn jeugd luisterde ik wel naar jazz en dixieland, dat was in die tijd populair. Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, Oscar Peterson – dat soort mensen. Dat is mooie, gevarieerde muziek. Opzwepende muziek ook. Nog steeds wordt het wat mij betreft op een feestje pas leuk als er dixieland wordt gedraaid. Ik vind dat de muziek van de afgelopen vijftig jaar een heel hoog trance-gehalte heeft. Eindeloze herhalingen en een eindeloze beat – heel veel hetzelfde. In alle muziek van na The Beatles hoor ik dat terug. Dan denk ik: oja, ik moet weer in slaap. Ik moet weer in trance. Of, ik kan het onvriendelijker zeggen: sáái. Ik vind het heel saaie muziek. Maar ik mag er niet over oordelen, ik weet er gewoon te weinig van af. En misschien heb ik ook wel een vooroordeel gekregen, want zodra ik een elektrische gitaar hoor denk ik al: saai. Dat zal dus aan mij liggen.’

FILM
‘Toen mijn vrouw en ik in Parijs woonden gingen we met enige regelmaat naar de film, maar in Nederland gaan we nog maar zelden. Life of Pi is denk ik de laatste film die ik in de bioscoop heb gezien. Verbluffend gemaakt, zo met die tijger in dat bootje. En mijn vrouw was helemaal weg van Il y a longtemps que je t’aime, een film over een vrouw die haar kind doodt omdat het anders een verschrikkelijk leven krijgt. Ik geloof dat het een verhaal van Philipe Claudel is. Mooi, vind ik ook.  Ik houd  ook van die lekkere grote-verhalen-films. The Guns of Navarone, een actiefilm, dat soort. Amadeus ook, de film over het leven van Mozart. De film Another year zagen we onlangs, een klein meesterwerk. Je kijkt bijna twee uur naar het wel en wee van een Engels gezin en er gebeurt zo ongeveer niets.  Maar het is zo geloofwaardig gespeeld en de teksten waren zo goed… Alles wat er werd gezegd was goed.
‘De kwaliteit van de Nederlandse film is lange tijd bedroevend geweest, vind ik. De enscenering en de beelden waren vaak wel goed hoor, daar niet van, maar het acteerwerk was niet best. Povere teksten ook.  Maar het wordt van lieverlee beter. Mijn boek Oorlogswinter is een paar jaar geleden verfilmd door Martin Koolhoven en dat heeft hij echt goed gedaan. Maar de verfilming van Koning van Katoren, uit 2012, is tamelijk desastreus. Ik herken niets van het boek in de film. De hele essentie is weg. Maar goed, daar moet je maar in berusten. Door die film gaan weer meer mensen je boek lezen – ik geloof dat er in het jaar dat de film uit kwam weer honderdduizend extra van zijn verkocht –  dus daar doe je het dan maar voor. Verder vind ik dat er erg slordig wordt gesproken in Nederlandse films. Duidelijk articuleren is niet onze kracht. Daarom bekijk ik een film ook het liefst op de televisie. Dan kan ik de ondertiteling in ieder geval aanzetten. Anders moet ik echt moeite doen om de film te volgen. Maar misschien is achteruitgang van mijn gehoor de oorzaak.’

LITERATUUR

‘Lezen is voor mij net zo gewoon als eten en drinken en ademhalen: het hoort gewoon bij het leven. Ik lees nooit niet. Er is altijd wel een boek waar ik in bezig ben. Op dit moment is dat Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen, een boek over de bedelaarskolonie Veenhuizen. Maar daar ben ik pas in begonnen, daar kan ik nog niets zinnigs over zeggen. Het boek 1914 van Dirk Verhofstadt heb ik net uit. Een schrijver met een rijke inhoud. Hij schrijft in dit boek 365 stukjes over 365 dagen in België in het jaar 1914– het verschrikkelijke jaar 1914. Indrukwekkend. Ik lees de boeken van Verhofstadt graag.  Hij schrijft waardevolle boeken over geschiedenis, over Thomas Paine en paus Pius XII bijvoorbeeld. Ik lees graag boeken die over politiek en geschiedenis gaan en laten zien hoe de gedachten van de mens zich in de loop der tijd ontwikkelen Waarom zijn we geworden wie we zijn? Neem nu Thomas Moore. Dat is een groot filosoof geweest, een humanist ook, en toch zette hij potverdorie mensen op de brandstapel om geen andere reden dan dat ze een ander geloof hadden dan hij. Hoe is het mogelijk? Dat is heel interessant om je in te verdiepen.’
‘Ik lees veelal Nederlandstalige literatuur. Maar wat is literatuur? Hollands Glorie van Jan de Hartog  is gewoon een lekker boek, wel drie keer gelezen. En dat is vaak voor mijn doen. Maarten ’t Hart is ook een prima schrijver. Hij schrijft erudiet, onderhoudend en zeer geestig. Neem het boek Wie God verlaat heeft niets te vrezen. Geestig tot en met! En hij schrijft ook nooit onzin over wetenschap. Harry Mulisch was daar minder secuur in, vind ik. In De ontdekking van de hemel, een veel geprezen boek, zit een vreemde inconsequentie. Daar erger ik me dan aan. En het boek gaat over heel veel, maar liefde komt er pover af. In veel van zijn boeken trouwens. Maar hij was natuurlijk een groot schrijver.
‘Erwin Mortier schrijft prachtig. Als ik zijn werk lees denk ik: oh man, wat schrijf je prachtig, wat schrijf je een mooie zinnen. En dan heb ik er na tien bladzijdes genoeg van en zet ik het terug in de kast. Te literair vind ik het. Hij zou zich iets meer van het verhaal kunnen aantrekken en iets minder van de prachtige manier waarop hij het zegt. Het Diner van Herman Koch vond ik een knap boek, maar het wordt niet dierbaar omdat alle personages uiteindelijk onsympathiek zijn, en je moet toch affectie krijgen met minstens… iemand. Maar ik heb het wel uitgelezen – ik was toch benieuwd of het verhaal nog een wending zou nemen. En dat gebeurde.’

THEATER
‘We gaan af en toe naar een toneelvoorstelling – mijn vrouw vaker dan ik. Vaak kiest ze met onze dochter Sanne, die zo ongeveer naast de schouwburg in Deventer woont, aan het begin van het theaterseizoen al uit naar welke voorstellingen ze gaat en dan vraagt ze of ik mee wil of niet. Een enkele keer ga ik dan mee. De laatste twee voorstelling die ik heb gezien zijn het toneelstuk De Storm van William Shakespeare, uitgevoerd door het Nationale Toneel, en een toneelbewerking van Het Proces van Franz Kafka, uitgevoerd door Toneelgroep Oostpool. Allebei prachtig. Naar cabaret ga en kijk ik zelden. Ik moet er gewoon niet om lachen. Misschien een gebrek aan gevoel voor humor? Wim Sonneveld en Wim Kan vond ik wel geweldig. En niet te vergeten mijn goede vriend Seth Gaaikema, die onlangs is gestopt. Nostalgie. Daar ging ik voor naar de schouwburg. Maar op de huidige one man– of one woman-shows ben ik niet zo dol.
‘Als Commissaris van de Koningin in Gelderland ben ik vaak naar dansvoorstellingen van Introdans gaan kijken. Onlangs heb ik weer een voorstelling van de groep gezien, in theater Orpheus in Apeldoorn. Heel mooi. Ik zie de waarde van dans wel hoor, maar het heeft geen prioriteit bij mij. Voor musicals geldt hetzelfde. Vorig jaar kregen we twee kaartjes cadeau voor Soldaat van Oranje – de musical. Prachtig om een keer gezien te hebben, heel bijzonder met het draaiende toneel, maar grote kunst vond ik het niet. En dat pretendeert het ook niet te zijn hoor. De teksten vond ik niet sterk. En daar let ik juist op: ik ben nu eenmaal een man van het woord.’

Tegen de muur: Barbara Visser

Verschenen in het februarinummer van HP/De Tijd. (2013)

Als wethouder van de gemeente Zaanstad had Barbara Visser (35) zich één doel gesteld: haar liefde voor de Zaanstreek overbrengen op andere mensen. Die missie zet ze in Den Haag onverminderd voort. “Eigenlijk heeft alles in deze kamer wel een link met de Zaan,” zegt ze, enigszins verbaasd over haar eigen constatering. En inderdaad: zelfs de pennen en koffiemokken op haar bureau zijn bedrukt met een wervende tekst voor deze streek. De politica is druk doende om haar nieuwe werkkamer in te richten. Nog niet elk schilderijtje hangt waar het moet hangen – daar heeft de timmerman in de paar weken dat ze in deze kamer werkt nog geen tijd voor gehad. Het doek waar ze de meeste waarde aan hecht heeft ze daarom zelf maar opgehangen, schuin boven haar bureau. Het is een foto van het Rijksmonument nummer acht, een oud wapendepot op het Hembrugterrein in Zaandam. Een monumentaal pand dat door bomen en struiken is overwoekerd, maar wie beter kijkt ziet dat het pand in de steigers staat. Het wordt gerenoveerd. De foto kreeg ze vorig jaar bij haar afscheid als wethouder. Op de valreep van haar wethouderschap ondertekende ze namelijk een contract voor een twintig jaar durende sanering en renovatie van het terrein. “Mijn ouders vertelden me vroeger als kind al: als je iets wilt veranderen, moet je daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Bij dit project realiseerde ik me voor het eerst dat ik daadwerkelijk iets had veranderd.”

Het opknappen van een oud militair terrein is een opvallend project voor iemand in wier leven oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld. Haar moeder is geboren en getogen in Kroatië, maar ontvluchtte destijds haar communistische vaderland om, ironisch genoeg, in het van oudsher communistische Zaandam te gaan wonen. Bij haar vakantiegeliefde, de vader van Barbara, een liberaal. In haar tienerjaren zag de jonge Barbara beelden van bombardementen op haar geboortestad. Ze hoorde verhalen van haar grootouders die voor het oorlogsgeweld op de vlucht waren geslagen en hoorde later van hen dat haar ouderlijk huis in vlammen op is gegaan. “Ik weet dus ook wat de andere kant van de politiek is. Letterlijk en figuurlijk.” De oorlog is inmiddels achter de rug. De symboliek van de foto, een verpauperd wapendepot dat tot hotel wordt omgebouwd, is dan ook treffend. Terug naar het heden. Is haar liefde voor de Zaanstreek misschien niet iets té groot voor een rol in de landelijke politiek? Had ze niet liever wethouder willen blijven in dat o-zo-mooie Zaandam? Nee, zegt ze beslist. Ze heeft geen minuut na hoeven denken toen haar werd gevraagd naar Den Haag te komen. “Volksvertegenwoordiger zijn in Den Haag is echt het meest eervolle beroep dat je kunt uitoefenen. Als je dit kan, kun je alles.” En, ook niet geheel onbelangrijk, ze heeft nu een groot podium om haar liefde voor de Zaanstreek op ons over te brengen.