Via de website van boekhandel Raadgeep & Berrevoets in Doetinchem:
Zaterdag 20 juni | Van 13.00 tot 15.30 |
Het leukste last-minute vaderdagkado!
Doetinchemmer Nick Muller interviewde zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen vertellen over het gedicht dat hen, elke keer als ze het lezen, ontroert. Mannen die misschien niet direct geassocieerd worden met poëzie, maar bij wie de dichtkunst wel een gevoelige snaar raakt. Elk gedicht wordt ingeleid met een persoonlijk verhaal waardoor het boek meer wordt dan een poëziebloemlezing – het is een toegankelijk boek vol hoogtepunten uit onze vaderlandse poëzie, gekozen door de personen die ons huidige tijdsbeeld bepalen.
Met bijdragen van onder meer: Arnon Grunberg, Maarten van Rossem, Typhoon, René Gude, Matthijs van Nieuwkerk, Huub Stapel, Emile Roemer, Peter R. de Vries, Aart Staartjes, André Kuipers, Ed van Thijn en vele anderen
Zaterdag 20 juni | Van 13.00 tot 15.30 | Boekhandel Raadgeep en Berrevoets
Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: rapper Typhoon (artiestennaam van Glenn de Randamie, 1984) over het gedicht De herberg van Jalal ad-Din Rumi.
“Al meteen de eerste keer dat ik het gedicht ‘De herberg’ van Jalal ad-Din Rumi las, kwamen er tranen. Het gedicht nodigt je namelijk om vriendelijker te zijn voor jezelf, jezelf te accepteren vanuit zelfliefde en geen vooropgezette ideeën te hebben over hoe iets is of hoe iets hoort te zijn. Ik leef in een wereld waarin er van alles van me wordt verwacht: dat ik leidinggeef, dat ik verantwoordelijkheden draag. Daardoor vind ik het doorgaans moeilijk om vriendelijk voor mezelf te zijn, mezelf te accepteren zoals ik ben en geen vooropgezette ideeën te hebben. ‘De herberg’ daagt me uit om erop te vertrouwen dat ik compleet ben, dat alles dat zich in mij manifesteert er met een reden is en dat ik alles moet benaderen met een open blik.”
De herberg Jalal ad-Din Rumi (1207 – 1273) (Vertaling: Romeck van Zeyl)
Dit mens-zijn is een soort herberg:
elke ochtend weer bezoek.
Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.
Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.
Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…
De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.
Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: wetenschapper Robbert Dijkgraaf over het gedicht Een psalm voor dit heelal van Leo Vroman.
“Leo Vroman weet als geen ander een brug te slaan tussen het onmetelijke heelal, met zijn perfecte atomen en kille systematiek, en het alledaagse bestaan, vol slordigheden en onbegrip. Zijn tovertruc is de liefde, voor zijn vrouw Tineke natuurlijk, maar ook voor de poëzie, het weten, de verwondering en de onvolmaaktheid van ons bestaan — alles gevangen in enkele regels. De natuur en de wetenschap vloeien als vanzelf in zijn gedichten, mengen zich met het menselijke tekort en komen tot leven. ‘Gewone wonderen’ noemde Vroman dat. ‘Scheppen gaat van AU,’ schreef hij ooit.”
Een psalm voor dit heelal Leo Vroman (1915 – 2014)
Systeem! hoe graag met U alleen
verklein ik in mijn droom Uw blote
heelal tot knuffelbare grootte
en koester U door mij heen!
Hoe dolgraag schurkt mijn oude huid
flink langs Uw Tijdeloos Begin,
zaait er mijn dood verleden in
en zuigt er mijn toekomst uit!
Maar ach, ik zit hier met mijn wit
vel vol beeld- en tegenspraak
en weet niet wat het scheelt:
eerst stond hier niets, en nu weer dit,
ik weet het niet en schrijf maar raak
en toch is dit Uw Beeld
Gij doet mij schrijven want ik maak
per ongeluk Uw beeld
Gij schrijft mij nooit, ik schrijf
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Tahné Kleijn (Helmond, 1990) studeert met het fotoproject Soo d’oude songe, soo pypen de jonge af als fotografe aan AKV Sint Joost in Breda.
Over haar afstudeerwerk “Als student documentaire fotografie ben je op zoek naar ongewone situaties, momenten die je vast kan leggen en de toeschouwer iets nieuws kan leren. Zoekend naar zo’n onderwerp wees mijn stageverlener mij, ruim een jaar geleden, op de ongewone situatie waarin ik ben opgegroeid. Mijn gezin, voor mij heel normaal, is verre van gemiddeld te noemen; je zou het zelfs als multiprobleemgezin kunnen omschrijven. Het is een gezin waarin begrippen als geldproblemen en verslavingen lijnrecht staan tegenover begrippen als trots, trouw en gezelligheid. Een gezin dat buitenstanders kan choqueren. Maar evengoed is het mijn gezin, en ik weet niet beter dan dat dit is zoals het hoort te zijn.”
“In een poging hier een fotoserie van te maken ben ik begonnen mijn familie te documenteren. Dat bleek echter moeilijker dan verwacht. Ik zat er zelf te diep in om op de belangrijke momenten mijn camera te pakken. Daarnaast voelt alleen documenteren voor mij niet als genoeg; ik wil een verhaal vertellen en zelf mijn beelden regisseren. Op dat moment zag ik een schilderij van Jan Steen in een van mijn kunstgeschiedenisboeken. Ik moest denken aan het huishouden van Jan Steen en begon een onderzoek naar het spreekwoord en de kunstenaar. Ik leerde veel interessante dingen over de schilder en de Nederlandse kunstgeschiedenis. Zo gebruikte Jan Steen vaak zijn eigen kinderen en vrouw als figurant en is hij zelf ook meerdere malen op de doeken afgebeeld. Hij maakt gebruik van humor, metaforen en overdrijvingen om zijn verhaal te vertellen. En hij schilderde zijn gezinstaferelen alsof het doodnormale mensen zijn. Dat was wat ik wilde doen.”
“Met deze elementen in mijn achterhoofd begon ik een uitbundig project waarbij de schilderijen van Jan Steen (en later ook Johannes Vermeer) de basis voor mijn foto’s zouden vormen. Mijn gezin bleef de aanleiding, mijn gezinsleden de figuranten, maar mijn foto’s zijn mijn verhaal, precies zoals het hoort te zijn.”
Soo d’oude songe, soo pypen de jonge Tahné Kleijn AKV Sint Joost, Breda 2015
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: rapper Typhoon (artiestennaam van Glenn de Randamie, 1984) over het gedicht De herberg van Jalal ad-Din Rumi.
“Al meteen de eerste keer dat ik het gedicht ‘De herberg’ van Jalal ad-Din Rumi las, kwamen er tranen. Het gedicht nodigt je namelijk om vriendelijker te zijn voor jezelf, jezelf te accepteren vanuit zelfliefde en geen vooropgezette ideeën te hebben over hoe iets is of hoe iets hoort te zijn. Ik leef in een wereld waarin er van alles van me wordt verwacht: dat ik leidinggeef, dat ik verantwoordelijkheden draag. Daardoor vind ik het doorgaans moeilijk om vriendelijk voor mezelf te zijn, mezelf te accepteren zoals ik ben en geen vooropgezette ideeën te hebben. ‘De herberg’ daagt me uit om erop te vertrouwen dat ik compleet ben, dat alles dat zich in mij manifesteert er met een reden is en dat ik alles moet benaderen met een open blik.”
De herberg Jalal ad-Din Rumi (1207 – 1273) (Vertaling: Romeck van Zeyl)
Dit mens-zijn is een soort herberg:
elke ochtend weer bezoek.
Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.
Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.
Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…
De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.
Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Esmee Sherlock (Nijmegen, 1993) studeert met de fotoserie ‘Are you okay, little girl?’ af aan AKV Sint Joost in Breda.
Over haar afstudeerwerk “Het is de eerste keer dat ik uitga ik het Engelse Harrogate, een stad die vroeger een oase was voor rijke mensen, waar ik samen met mijn neef en zijn vrienden ben. Om toegelaten te worden in een club moeten de vrouwen een rokje of een jurk en hakken dragen. Het is winter en het is veel te fucking koud om een jurk te dragen met blote benen en open schoenen, maar gelukkig is er alcohol om me op te warmen. Eenmaal in de club bieden mannen me drankjes aan en word ik gevraagd of ik wil dansen. Ze zien me als een soort exotisch prooi die ze makkelijk naar binnen kunnen halen. Mooi niet. Als een jongen te dichtbij mij komt en me probeert te kussen, ren ik naar het meisjestoilet waar ik even bij zinnen moet komen. Aangezien ik alleen maar met jongens uit ben heb ik geen ‘vriendin’ die mij kan redden. ‘‘Are you okay, little girl?’’, hoor ik ineens naast me. Ik kijk op en zie een dikke mooie dame op de wastafel zitten die me uitnodigend aankijkt. Opgelucht was ik dat ik iemand heb om tegen te praten over wat er zojuist is gebeurd.
‘‘De vrouw heet Mercy, de toiletjuffrouw van de nachtclub in Yorkshire. Ze is een alleenstaande moeder van twee kinderen en woont in een achterstandswijk in Leeds. Niet alleen is ze moeder voor haar twee kinderen, ook in de nachtclub komt die rol van pas. De meiden die het toilet bezoeken vinden steun en advies bij haar. Mercy heeft inmiddels ‘vaste klanten’ die, voordat ze de dansvloer op gaan, eerst haar om de nek vliegen. Later op de avond zijn de meiden zo dronken dat ze zelfs verzorging nodig hebben: ze balanceren op hun hakken, hun kleren worden door Mercy rechtgetrokken en als ze zich niet lekker voelen staat zij voor hen klaar. Zo’n nacht is hectisch, wanneer zij thuiskomt van haar werk kan ze niet rusten, aangezien haar kinderen wakker worden en er een nieuwe dag voor hen start.
‘‘Ik was van meet af aan zo gefascineerd door Mercy, dat ik besloot haar leven vast te gaan leggen. Binnen één jaar tijd ben ik vier keer naar Engeland gevlogen om Mercy te portretteren. Deze fotoserie is daar het resultaat van.”
Quote: “Gedichten die mannen aan het huilen maken is een bundel die je haast niet neer kunt leggen om meer dan één reden. Het is intrigerend als mensen via zoiets intiems als een gedicht een kijkje in hun ziel geven. Ook zet het boek aan om bijna vergeten dichters te (her)ontdekken en hun bundels erbij te pakken.”
Op vrijdag 5 juni was Nick Muller te gast bij Zwarte Cross Radio, om te praten over het boek Gedichten die mannen aan het huilen maken en het optreden dat hij gaat verzorgen op de Zwarte Cross. Het fragment is hieronder terug te luisteren.