Jan Terlouw: ‘De verfilming van Koning van Katoren is tamelijk desastreus’

De culturele smaak van oud-politicus en schrijver Jan Terlouw (82) en zijn vrouw Alexandra. 

BEELDENDE KUNST

‘Onze smaak in kunst – ik zeg ‘onze’ omdat mijn vrouw Alexandra en ik vaak samen van cultuur genieten – is in de vele huwelijksjaren naar elkaar toegegroeid. Ik hield altijd al wel van de impressionisten, maar door haar nog meer. De Waterlelies van Monet vinden we allebei prachtig. En de werken van Van Gogh, ook die gaan nooit vervelen. In het Kröller-Müller Museum hangt een prachtige collectie van zijn werk. En hoewel ik in mijn leven als politicus en natuurkundige veel heb gereisd en veel musea heb bezocht, blijft het Kröller-Müller Museum in Otterlo voor mij een van de mooiste musea ter wereld. De natuur, het gebouw, de collectie: alles klopt. Dat geldt ook voor het Guggenheim Museum in New York: in-druk-wek-kend. Een mooier gebouw dan dat bestaat er niet. Sprekend over Van Gogh: ik vind dat er kunstwerken zijn waarvan je na verloop van tijd mag zeggen: dat is mooi. Niet: dat vind ik mooi, nee, dat is mooi. Daar hoeft niet meer over gediscussieerd te worden. Gezicht op Delft van Vermeer is mooi, De Nachtwacht van Rembrandt is mooi. Die werken hebben in de loop der tijd bewezen dat ze van enorme waarde zijn voor veel mensen, die moeten gekoesterd worden.  Er is ook veel kunst waar ik niets mee heb. Het werk van Willem de Kooning bijvoorbeeld, dat roze met geel. Een nageboorte vind ik het.  En van Victory Boogie Woogie van Mondriaan raak ik ook niet opgewonden. Als ik dan hoor dat zo’n werk veertig miljoen waard is… Tja. Ik vind het wel decoratief en evenwichtig hoor, maar daar is ook alles mee gezegd.
‘Sommige kunst kan me woedend maken. Ik kwam een keer in Canada in een museum en daar lag, in een prachtige zaal, een lantaarnpaal. Ondersteboven. Meer niet. Razend word ik dan! Ook protesteer ik tegen dat rode vlak dat in het Stedelijk hangt, dat doek van Barnett Newman. Dat heeft een hoog ‘nieuwe kleren van de keizer-gehalte.’ Het is natuurlijk wel eens even apart om een schilderij te maken dat niets meer is dan een rood vlak, maar dan prijzen kunstcritici het vervolgens de hemel in. Wat een flauwekul, denk ik dan.
‘De laatste tentoonstelling die we samen hebben bezocht was de tentoonstelling ‘De Dode Zeerollen’ in het Drents Museum in Assen. De rollen zijn mooi om te zien, maar ze zijn vooral opmerkelijk – er is natuurlijk een hele geschiedenis aan verbonden. Mijn vrouw had de rollen al eerder gezien in Israël waar ze tentoongesteld liggen in een grote, glazen tafel waar je helemaal om heen kunt lopen. In Assen waren ze, ik denk vanwege de vereiste temperatuur en vochtigheidsgraad,  tentoongesteld in grote zwarte kasten met gedempt licht.  Ze zei na afloop van ons bezoek: ‘Ze hebben in Assen echt hun best gedaan om de teksten zo goed mogelijk te tonen. Ze hebben het museum er zelfs bijna voor verbouwd. Maar het gaat ten koste van de esthetiek. En daarin had ze wel een beetje gelijk.

MUZIEK
‘Wij luisteren thuis bijna nooit naar cd’s. En dat heeft verschillende redenen. De eerste is dat mijn vrouw daar niet tegen kan.  Als er muziek te horen is moet alles stilvallen. Zelf wil ze er niet eens bij lezen. Dan moet alle aandacht naar de muziek. En de tweede reden, en dat is voor mij meteen de belangrijkste reden, is dat we in ons dagelijks leven heel veel  livemuziek om ons heen hebben. Mijn vrouw speelt cello, mijn dochter is violiste en mijn schoonzoon is pianist. Zelf speel ik af en toe ook piano, maar alleen als er niemand thuis is. Ik kan er weinig van, in ieder geval niet opwekkend genoeg om aan anderen te laten horen.
‘Zoals ik al zei: muziek is altijd dichtbij. Ik treed zo eens in de paar weken op met het Orion Ensemble, het ensemble van mijn dochter Pauline, haar partner Leonard Leutscher en celliste Carla Schrijner. Het leukst vind ik het wanneer ik op mag treden als Joseph Haydn. Dan kleed ik me aan als de oude Haydn – pruik, jas, strik op mijn schoenen – en dan vertel ik een uur over zijn veelbewogen leven. Over zijn vele liefdes. Over zijn slechte huwelijk. Over zijn verdriet over de dood van zijn jonge vriend Mozart. En het trio illustreert zijn levensverhaal dan met die zeer gevarieerde muziek van hem. Soms, als ik tijdens de voorstelling even zit terwijl zij spelen, voelt het heel sterk of ik Joseph Haydn echt bén. Dan denk ik: ‘Wat mooi, wat mooi! Gossie, wat spelen jullie mijn muziek mooi zeg!’
‘In mijn jeugd luisterde ik wel naar jazz en dixieland, dat was in die tijd populair. Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, Oscar Peterson – dat soort mensen. Dat is mooie, gevarieerde muziek. Opzwepende muziek ook. Nog steeds wordt het wat mij betreft op een feestje pas leuk als er dixieland wordt gedraaid. Ik vind dat de muziek van de afgelopen vijftig jaar een heel hoog trance-gehalte heeft. Eindeloze herhalingen en een eindeloze beat – heel veel hetzelfde. In alle muziek van na The Beatles hoor ik dat terug. Dan denk ik: oja, ik moet weer in slaap. Ik moet weer in trance. Of, ik kan het onvriendelijker zeggen: sáái. Ik vind het heel saaie muziek. Maar ik mag er niet over oordelen, ik weet er gewoon te weinig van af. En misschien heb ik ook wel een vooroordeel gekregen, want zodra ik een elektrische gitaar hoor denk ik al: saai. Dat zal dus aan mij liggen.’

FILM
‘Toen mijn vrouw en ik in Parijs woonden gingen we met enige regelmaat naar de film, maar in Nederland gaan we nog maar zelden. Life of Pi is denk ik de laatste film die ik in de bioscoop heb gezien. Verbluffend gemaakt, zo met die tijger in dat bootje. En mijn vrouw was helemaal weg van Il y a longtemps que je t’aime, een film over een vrouw die haar kind doodt omdat het anders een verschrikkelijk leven krijgt. Ik geloof dat het een verhaal van Philipe Claudel is. Mooi, vind ik ook.  Ik houd  ook van die lekkere grote-verhalen-films. The Guns of Navarone, een actiefilm, dat soort. Amadeus ook, de film over het leven van Mozart. De film Another year zagen we onlangs, een klein meesterwerk. Je kijkt bijna twee uur naar het wel en wee van een Engels gezin en er gebeurt zo ongeveer niets.  Maar het is zo geloofwaardig gespeeld en de teksten waren zo goed… Alles wat er werd gezegd was goed.
‘De kwaliteit van de Nederlandse film is lange tijd bedroevend geweest, vind ik. De enscenering en de beelden waren vaak wel goed hoor, daar niet van, maar het acteerwerk was niet best. Povere teksten ook.  Maar het wordt van lieverlee beter. Mijn boek Oorlogswinter is een paar jaar geleden verfilmd door Martin Koolhoven en dat heeft hij echt goed gedaan. Maar de verfilming van Koning van Katoren, uit 2012, is tamelijk desastreus. Ik herken niets van het boek in de film. De hele essentie is weg. Maar goed, daar moet je maar in berusten. Door die film gaan weer meer mensen je boek lezen – ik geloof dat er in het jaar dat de film uit kwam weer honderdduizend extra van zijn verkocht –  dus daar doe je het dan maar voor. Verder vind ik dat er erg slordig wordt gesproken in Nederlandse films. Duidelijk articuleren is niet onze kracht. Daarom bekijk ik een film ook het liefst op de televisie. Dan kan ik de ondertiteling in ieder geval aanzetten. Anders moet ik echt moeite doen om de film te volgen. Maar misschien is achteruitgang van mijn gehoor de oorzaak.’

LITERATUUR

‘Lezen is voor mij net zo gewoon als eten en drinken en ademhalen: het hoort gewoon bij het leven. Ik lees nooit niet. Er is altijd wel een boek waar ik in bezig ben. Op dit moment is dat Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen, een boek over de bedelaarskolonie Veenhuizen. Maar daar ben ik pas in begonnen, daar kan ik nog niets zinnigs over zeggen. Het boek 1914 van Dirk Verhofstadt heb ik net uit. Een schrijver met een rijke inhoud. Hij schrijft in dit boek 365 stukjes over 365 dagen in België in het jaar 1914– het verschrikkelijke jaar 1914. Indrukwekkend. Ik lees de boeken van Verhofstadt graag.  Hij schrijft waardevolle boeken over geschiedenis, over Thomas Paine en paus Pius XII bijvoorbeeld. Ik lees graag boeken die over politiek en geschiedenis gaan en laten zien hoe de gedachten van de mens zich in de loop der tijd ontwikkelen Waarom zijn we geworden wie we zijn? Neem nu Thomas Moore. Dat is een groot filosoof geweest, een humanist ook, en toch zette hij potverdorie mensen op de brandstapel om geen andere reden dan dat ze een ander geloof hadden dan hij. Hoe is het mogelijk? Dat is heel interessant om je in te verdiepen.’
‘Ik lees veelal Nederlandstalige literatuur. Maar wat is literatuur? Hollands Glorie van Jan de Hartog  is gewoon een lekker boek, wel drie keer gelezen. En dat is vaak voor mijn doen. Maarten ’t Hart is ook een prima schrijver. Hij schrijft erudiet, onderhoudend en zeer geestig. Neem het boek Wie God verlaat heeft niets te vrezen. Geestig tot en met! En hij schrijft ook nooit onzin over wetenschap. Harry Mulisch was daar minder secuur in, vind ik. In De ontdekking van de hemel, een veel geprezen boek, zit een vreemde inconsequentie. Daar erger ik me dan aan. En het boek gaat over heel veel, maar liefde komt er pover af. In veel van zijn boeken trouwens. Maar hij was natuurlijk een groot schrijver.
‘Erwin Mortier schrijft prachtig. Als ik zijn werk lees denk ik: oh man, wat schrijf je prachtig, wat schrijf je een mooie zinnen. En dan heb ik er na tien bladzijdes genoeg van en zet ik het terug in de kast. Te literair vind ik het. Hij zou zich iets meer van het verhaal kunnen aantrekken en iets minder van de prachtige manier waarop hij het zegt. Het Diner van Herman Koch vond ik een knap boek, maar het wordt niet dierbaar omdat alle personages uiteindelijk onsympathiek zijn, en je moet toch affectie krijgen met minstens… iemand. Maar ik heb het wel uitgelezen – ik was toch benieuwd of het verhaal nog een wending zou nemen. En dat gebeurde.’

THEATER
‘We gaan af en toe naar een toneelvoorstelling – mijn vrouw vaker dan ik. Vaak kiest ze met onze dochter Sanne, die zo ongeveer naast de schouwburg in Deventer woont, aan het begin van het theaterseizoen al uit naar welke voorstellingen ze gaat en dan vraagt ze of ik mee wil of niet. Een enkele keer ga ik dan mee. De laatste twee voorstelling die ik heb gezien zijn het toneelstuk De Storm van William Shakespeare, uitgevoerd door het Nationale Toneel, en een toneelbewerking van Het Proces van Franz Kafka, uitgevoerd door Toneelgroep Oostpool. Allebei prachtig. Naar cabaret ga en kijk ik zelden. Ik moet er gewoon niet om lachen. Misschien een gebrek aan gevoel voor humor? Wim Sonneveld en Wim Kan vond ik wel geweldig. En niet te vergeten mijn goede vriend Seth Gaaikema, die onlangs is gestopt. Nostalgie. Daar ging ik voor naar de schouwburg. Maar op de huidige one man– of one woman-shows ben ik niet zo dol.
‘Als Commissaris van de Koningin in Gelderland ben ik vaak naar dansvoorstellingen van Introdans gaan kijken. Onlangs heb ik weer een voorstelling van de groep gezien, in theater Orpheus in Apeldoorn. Heel mooi. Ik zie de waarde van dans wel hoor, maar het heeft geen prioriteit bij mij. Voor musicals geldt hetzelfde. Vorig jaar kregen we twee kaartjes cadeau voor Soldaat van Oranje – de musical. Prachtig om een keer gezien te hebben, heel bijzonder met het draaiende toneel, maar grote kunst vond ik het niet. En dat pretendeert het ook niet te zijn hoor. De teksten vond ik niet sterk. En daar let ik juist op: ik ben nu eenmaal een man van het woord.’

De schilder geschilderd – Jantien de Boer

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Jantien de Boer uit Groningen.

Jantien de Boer (Groningen, 1984) studeerde in 2013 af als beeldend kunstenaar aan de Klassieke Academie voor Schilderkunst in Groningen. Sindsdien is ze fulltime werkzaam als kunstenaar en exposeert ze in diverse galeries in Nederland en België.

Over haar werk
‘Over het algemeen bestaat mijn werk uit beelden die moeilijk gedefinieerd kunnen worden. Ze roepen vragen op, denk ik, maar geven geen antwoorden. Mijn schilderijen zijn realistisch geschilderd maar zijn misschien wel het tegenovergestelde van realisme: ze zijn romantisch, theatraal, bijna fictief. Het zijn krachtige en soms confronterende beelden die tegelijk kwetsbaar zijn.’

‘Hoewel ik klassiek geschoold ben en mijn werk sterk aan de traditionele schilderkunst schatplichtig is, is het wat thematiek betreft onmiskenbaar hedendaags. Ik probeer techniek en concept te integreren: de uitvoering is voor mij minstens zo belangrijk als de inhoud van het werk. Ik werk graag in series, zodat hetzelfde onderwerp vanuit meerdere standpunten wordt benaderd.’

‘De serie The Painter, waarvan hieronder een selectie is getoond, is een serie semi-autobiografische schilderijen die de worsteling van de kunstenaar weergeeft. Het verbeeldt het moment waarop een goed idee moet sneuvelen voor iets beters. Kill your darlings. Een soms wanhopige strijd tegen jezelf, gestreden met verf.’

Meer werk van Jantien de Boer vindt u hier.

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

‘Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent’

Altijd als ik voor het eerst bij iemand thuis ben kijk ik even in zijn of haar boekenkast.

Een boekenkast zegt namelijk veel over een persoon. Op het eerste oog: is iemand geordend of onachtzaam? Staan de boeken netjes op rij (misschien zelfs wel in een bepaalde volgorde – dat zijn vaak de ergste mensen) of zijn de boeken ogenschijnlijk achteloos in de kast gesmeten? Dan glijden je ogen langs de titels. Heleen van Royen of Margaret Atwood? James Worthy of Philip Roth? Een willekeurige boekenplank vertelt je meer over iemands ontwikkeling, smaak en interesses dan wat dan ook. Meer lezen over ‘Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent’

Sophie de Vos – schone schijn

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Sophie de Vos uit Amsterdam.

Sophie de Vos (Harlingen, 1992) is derdejaars student Fine Art aan ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Ondanks haar jonge leeftijd is haar werk al op diverse plaatsen in Nederland tentoongesteld. Vanaf oktober zal haar werk te zien zijn in galerie De Witte Slagerij in Rotterdam Crooswijk.

Over haar werk
“In mijn werk speelt het lichaam een belangrijke rol, net als mijn fascinatie voor menselijke interactie. De serie I’M FINE is daar een voorbeeld van. Deze foto’s maakte ik naar aanleiding van de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ en het niet altijd oprechte antwoord ‘Goed’. De serie 15 MINUTES OF FAKING bevat dezelfde thematiek, namelijk de collectieve verwachting van het ophouden van schijn. Ik heb een aantal mensen in de fotostudio op een kruk gezet en gaf ze de opdracht een kwartier lang zo overtuigend mogelijk te glimlachen. Het tweeluik dat ik uiteindelijk gemaakt heb, is de ‘before and after’. De glimlach op de eerste foto is vaak nog behoorlijk oprecht, terwijl je in de tweede kunt zien dat de aandacht en het enthousiasme er niet meer zijn.”

Meer werk van Sophie de Vos vindt u hier.

1. SOPHIE DE VOS - I'M FINE 1

 

2. SOPHIE DE VOS - I'M FINE 2

 

3. SOPHIE DE VOS - I'M FINE 3

 

9. SOPHIE DE VOS - PRESSURE OF A DAY

 

10. SOPHIE DE VOS - PRESSURE OF A DAY 2

 

7. SOPHIE DE VOS - LOST AND FOUND 1

 

8. SOPHIE DE VOS - LOST AND FOUND 2

 

6. SOPHIE DE VOS - LOST AND FOUND

 

5. SOPHIE DE VOS - 15 MINUTES OF FAKING

 

4. SOPHIE DE VOS - 15 MINUTES OF FAKING

Literair recensent Arie Storm per direct weg bij TROS Nieuwsshow

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Zie ook:
‘Recensent Arie Storm per direct weg bij TROS Nieuwsshow’
NRC Handelsblad
Nieuws: Arie Storm weg bij TROS Nieuwsshow’
Tzum Meer lezen over Literair recensent Arie Storm per direct weg bij TROS Nieuwsshow

Kitschenaar

Uit zijn broekzak haalt monsieur Roche een haak tevoorschijn.

haakHet is een dikke vishaak, gemaakt om marlijn en heilbot mee te vangen. Hij houdt de haak in zijn hand, kijkt ernaar, vouwt zijn broze, bijna doorzichtige hand om de haak en wrijft met zijn duim zachtjes over het bledje.

Monsieur Roche en de galeriehouder zitten al een poos zwijgzaam tegenover elkaar. De galeriehouder kijkt naar Roche, Roche kijkt naar buiten. Dromerig en melancholisch, zijn ogen zo dof als een beslagen badkamerspiegel. De betonnen gebouwen waar hij op uitkijkt zijn grauw, veel grauwer nog dan in de winter – zwarte zomermist is de oorzaak.

Voorzichtig: ‘Die haak die u daar heeft, is die van Pierre Fauré geweest?’

Na een korte stilte beaamt hij dat, zonder op te kijken, zacht en hees: ‘Ouais.’
Het is weer even stil.

Dan komt Emmanuelle binnen met de koffie. ‘Papa is een beetje moe’, zegt ze, terwijl ze met een okergele koffiekan de porseleinen koffiekopjes vult. ‘Helemaal op, versleten.’ De galeriehouder knikt begrijpend. ‘Ik zal mijn bezoek kort houden. Ik wil het alleen even over zijn vriend Pierre Fauré hebben.’

De blik van Roche blijft onveranderd – het bezoek lijkt hem weinig te interesseren – en hij blijft zwijgen.

Emmanuelle pakt een handgeschreven papiertje uit de lade van de tafel en schuift deze naar de galeriehouder toe. ‘Hier. Dit is de laatste brief die papa van Pierre heeft gehad. Leest u ‘m maar voor – misschien leeft hij er van op.’
De galeriehouder legt de brief voor zich neer en begint enigszins beschroomd het kladje te lezen.

‘Lieve Lou,

Mijn beste vriend. Mijn broeder. Mijn zielsverwant.
Ik kan het niet meer. Ik kan me er niet meer toe zetten om die lelijke, verroeste meccanodriehoek te schilderen. Als ik op zee ben wil ik schilderen wat ik zie, niet wat de mensen (die verdomde toeristen!) willen zien. Ik ben een kunstenaar, geen kitschenaar, godverdomme. Tot snel, P.’

‘Twee maanden later was-ie dood’, zegt Emmanuelle er meteen achteraan, en schuift het briefje weer naar haar toe. ‘Hij schoot zichzelf door zijn hoofd. Op zijn boot, zo’n oude zalmschouw. Na vier dagen werd hij gevonden door een visser – zijn hoofd was al half aangevreten door de vogels.’

De mondhoeken van de oude Roche hangen verder naar beneden. Hij wendt zijn blik naar de haak in zijn hand. ‘Die haak is het enige wat hij nog van Pierre heeft’, legt Emmanuelle uit. ‘Het was zijn gelukshaak. Zijn talisman. Hij had ‘m altijd bij zich, ook toen hij stierf.’ Ze roert door de koffie. ‘Met dat ding heeft-ie dus zijn oog uit zijn kop getrokken’, voegt ze er nog aan toe. De galeriehouder kijkt haar enigszins geschokt aan. ‘Opdat hij maar arbeidsongeschikt verklaard zou worden, hè. En dat gebeurde ook. Vanaf toen hoefde hij niet meer naar de fabriek en kon hij elke dag naar zee om te schilderen, dat wat hij het liefst deed.’

De oude man, nog steeds onbeweeglijk, fluistert zacht dat hij naar bed wil. De galeriehouder drinkt zijn nog hete koffie in enkele slokken op en staat op van zijn stoel. ‘Dan ga ik er maar weer eens vandoor’, zegt hij, en kucht. ‘Ik wil u alleen even zeggen dat de zeeportretten van uw vriend mateloos populair zijn. Maar ik hoorde dat u jarenlang bevriend met hem bent geweest, en ook werken voor hem hebt verkocht, dus ik wilde u dat even mededelen. Vandaar mijn bezoek.’

Voor het eerst kijkt de oude Roche op. Pierre Fauré, de man die bij leven geen zeeportret had verkocht, blijkt ineens populair te zijn. Pierre Fauré, de man die in het laatste halfjaar van zijn leven de Eiffeltoren, de Pont des Arts en wat al niet schilderde – op zee nota bene, om maar een beetje geld te vangen – blijkt gelijk te hebben gehad toen hij zei dat hij een miskend talent was. Pierre Fauré, de vriend voor wie hij in dat halfjaar elke zondagmiddag op de Champs-Élysées diens aquarellen verkocht, was zijn tijd, en dus ook zijn dood, vooruit. Roche brengt de haak naar mijn mond en kust het. ‘Pierre Fauré: artiste’ piept hij.

(Een poging tot proza voor Het Schrijversgenootschap.)

Yvonne Kroonenberg

Uit het interview met Yvonne Kroonenberg voor HP/De Tijd, 16 april 2014.

“Niet zo lang geleden heb ik een cursus Mahler gevolgd bij Leo Samama. In het Concertgebouw. Ik leerde daar echt naar de muziek te luisteren en die te ontleden. Ik was op een middag, een paar uur voordat ik naar die cursus ging, uitgenodigd door een politieman om eens in Amsterdam-Noord te komen kijken. Ik wist niet wat ik zag: mensen die zó primitief zijn dat ze niet eens een gewone zin kunnen uitspreken. Ze slaken kreten, vaak op harde toon, omdat ze toch wel heel graag begrepen willen worden.”

(-)

“Deze week was ik in Assen en daar zag ik ze weer, die primitieve mensen. In de Action. Simpele mensen met van die klassieke Drentse koppen, maar met uitdrukkingsloze ogen. Ik liep daar rond en probeerde die mensen te begrijpen, op dezelfde manier als dat ik me probeer te verdiepen in het geestelijk leven van dieren. Want als taal niet je eerste vervoermiddel is om je te uiten, omdat het je gewoon niet gegeven is om een zinnetje te zeggen, dan beweeg je je op een heel andere manier door de wereld dan wij. En dan zit ik even later bij dat clubje in het Concertgebouw moeilijke dingen over Mahler te leren en dan denk ik, denkend aan wat ik een paar uur daarvoor had gezien: iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig.”

Niet eerder deed een interview zoveel stof opwaaien als het vraaggesprek met schrijfster Yvonne Kroonenberg, waarin ze uitspraken doet over Drenthe en ‘primitieve mensen.’ Tientallen mails en telefoontjes, duizenden reacties op de sociale media en tal van berichten in lokale, regionale en landelijke media. Een greep uit de reacties op het interview vindt u hieronder.

Links:

Yvonne Kroonenberg over La Motte, Mahler en primitieve mensen in de Action (HP/De Tijd, 16 april 2014.)
Ivoren Toorenberg vindt u primitief en dierlijk (Johnny Quid op GeenStijl, 16 april 2014.)
Schokkend artikel Yvonne Kroonenberg (De Telegraaf, 16 april 2014.)
Boosheid na schokkend interview met Yvonne Kroonenberg (AD, 16 april 2014.)
Schrijfster Kroonenberg beledigt Assenaren (RTV Drenthe, 16 april 2014.)
Schrijfster: Mensen in Noord zijn zó primitief (AT5, 16 april 2014.)
Ivoren Toorenberg twittert over laaggeletterden (Johnny Quid op GeenStijl, 16 april 2014.)
Felle reacties op uitaltingen Yvonne Kroonenberg over Drenten (video) (RTV Drenthe, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg: ‘Iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig’ (Jeanette Kras op Welingelichte Kringen, 17 april 2014.)
Drenten beledigt door uitspraken Yvonne Kroonenberg (Edwin van Sas in HP/De Tijd, 17 april 2014.)
Aangifte tegen schrijfster Yvonne Kroonenberg (RTV Drenthe, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg bedoelde het héél anders (Dagblad van het Noorden, 17 april 2014.)
Commissaris van de Koning Tichelaar woedend op Yvonne Kroonenberg (Asser Journaal, 17 april 2014.)
9 redenen waarom je in Assen meer lol hebt dan met Yvonne Kroonenberg (Mark Koster op The Post Online, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg heeft zeer primitieve PR (Johnny Quid op Geenstijl, 17 april 2014.)
Commotie in Drenthe na ‘belediging’ schrijfster (Trouw, 18 april 2014.)
Pharrell & Yvonne (€) (Gidi Heesakkers in de Volkskrant, 18 april 2014.)
Correct geciteerd in interview Yvonne Kroonenberg (Hoofdredacteuren Tom Kellerhuis en Edwin van Sas in HP/De Tijd, 19 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg is de schuld van GeenStijl (Johnny Quid op GeenStijl, 19 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg: ‘HP/De Tijd heeft mij lomp geciteerd’ (Ton Lankreijer op The Post Online, 19 april 2014.)
Is Yvonne Kroonenberg juist of niet juist geciteerd? (Coen Peppelenbos op Tzum, 20 april 2014.)
Dé tape: het spraakmakende interview met Yvonne Kroonenberg in HP/De Tijd (Youtube, 20 april 2014)
Yvonne Kroonenberg biedt excuses aan voor uitspraken in HP/De Tijd (Koffietijd, 25 april 2014.)

Uljana Orlova: zielzoeker

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Uljana Orlova.

Uljana Orlova (Vilnius, 1985) studeerde in september 2013 af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, afstudeerrichting fotografie. Momenteel maakt ze werk voor De Belofte, een tentoonstelling waarin negen pas afgestudeerde kunstenaars mogen laten zien wat ze kunnen.

Over de fotoserie 1993-2013
‘1993-2013 is een serie publicaties (vijf boekjes) die het verhaal van mijn emigratie vertellen. Toen ik acht jaar oud was nam mijn moeder mij vanuit Litouwen mee naar Nederland – ze dacht dat we het hier beter zouden krijgen. Wat de precieze reden voor de emigratie is geweest laat ik liever in het midden, maar neem van mij aan dat er een goede reden is om met je kind onder de arm je vaderland te verlaten.’

‘Mijn moeder en ik kwamen uiteindelijk terecht in Egmond aan Zee, in 1993, en daar start dit verhaal. Het verhaal eindigt in 2013, als ik terug ben geweest naar mijn geboortegrond en heb onderzocht wat het voor mezelf betekent om asielzoeker te zijn. Deze zoektocht heb ik samengebracht in vijf boekjes, tezamen het project 1993-2013. Mijn afstudeeropdracht. De boekjes werden gepresenteerd in een afgesloten ruimte waar een camera de bezoekers in de gaten hield, verwijzend naar het gebrek aan privacy in het asielzoekerscentrum.’

Meer werk van Uljana Orlova vindt u hier.

De negende editie van De Belofte is vanaf 24 mei 2014 te bezichtigen in Kunstliefde, Nobelstraat 12a in Utrecht.

1_2600.655.3_1993-2013

2_2600.655.3_1993-2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

6_De terugkeer _1993-2013

7_De terugkeer _1993-2013

8_De terugkeer_1993-2013

9_De grote terugkeer_1993-2013

10_De grote terugkeer_1993-2013