De smaak van… JayJay Boske

Dikke wagens, peperdure horloges en helemaal kapot gaan in sportschool. Presentator en oud-rugbyspeler JayJay Boske (33) laat het op zijn Youtube-kanaal DAY1 allemaal zien. Waar wordt hij zelf blij van?

Verschenen in het septembernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Stamppot, simpel! Daar hoef ik niet lang over na te denken. Wel een gehaktbal met jus erbij graag!

Rugbyen of presenteren?
Rugby volg ik voor de ontspanning. Ik kan er een week naar uitkijken om met mijn vader onder het genot van een kop koffie een goede wedstrijd te kijken. Toch kies ik nu voor presenteren. Het heeft lang geduurd, maar voor het eerst heb ik het gevoel dat ik het echt kan. Het is nog steeds wennen om bekend te zijn en herkend te worden, al wil ik daar ook niet al te moeilijk over doen. Een vuilnisman klaagt ook niet over de geur. It comes with the job.

Anna Nooshin of Arie Boomsma?
Beide zijn fantastische mensen. Arie was de eerste die ooit tijd vrijmaakte om een filmpje met me op te nemen voor mijn Youtube-kanaal. Anna Nooshin ken ik alleen net iets beter en kan ik echt een vriendin noemen. Daarom kies ik nu voor haar.

Wat is de dikste auto?
Ik tart vaak het lot door de auto’s met mijn minimale skills maximaal te testen. Als ik de dikte auto aan zou moeten wijzen, dan zou ik kiezen voor de Lamborghini Perfomante. Dat is alleen niet echt een auto voor dagelijks gebruik; dan zou ik kiezen voor de Porsche Macan.

Welk drankje drink je het liefst?
Lipton Ice Tea. Maar wel koud, anders is het een drama.

Welke horloges heb je?

Ik heb er drie, waarvan ik de Rolex Pepsi uit mijn geboortejaar (1986) het meest bijzonder vind. Het horloge waar ik het meest mee heb, is de Rolex Explorer, die ik kocht na mijn deelname aan Expeditie Robinson.

Waar kunnen we je ’s nachts voor wakker maken?
Mozzarella Pomodori! Ik hou van de Italiaanse keuken. Het land zelf is ook fantastisch. Ik heb de eer om de wereld over te reizen voor mijn werk, maar Italië voelt als thuis.

Geert Wilders of Thierry Baudet?
Ik heb met allebei niet zoveel, allemaal heel populistisch. Prima hoor, maar ik vertrouw geen van beide.

Met welke actrice zou je weleens een beschuitje willen eten?
Megan Fox! Die is bijna net zo knap als mijn eigen vriendin Carolina van Dorenmalen. 

Wie is de leukste beroemdheid die je ooit ontmoette?
Ik heb het geluk dat ik veel mensen waar ik vroeger op televisie naar keek, muziek van luisterde of sportwedstrijden van volgde nu tot mijn vrienden mag noemen. Kraantje Pappie, Kaj Gorgels, Bizzey, Tim Visser, Tim Krul en Niels Oosthoek beschouw ik als echte vrienden.

Wat is de beste film die je de afgelopen tijd hebt gezien?
Ik kijk veel films en series, daar kom ik van tot rust. Het is dus moeilijk om een keuze te maken. Als ik dan moet kiezen, dan kies is voor Snatch en Super Bad.

Wat staat er op je strafblad?
Op jonge leeftijd kon ik een lul van een ventje zijn en vond ik mezelf erg tof. Gelukkig heb ik alle rottigheid uitgehaald toen ik jong was, dus op mijn strafblad staat niets.

Welke bekende man bewonder je?
The Rock! Altijd fit, sterk en positief. Ik hoop dat hij in het echt ook zo is.

Ik ga nooit van huis zonder…
Een plan. Ik moet die dag echt iets te doen hebben, anders kan ik net zo goed op de bank blijven Netflixen. 

Wat is je grootste miskoop?
De planten in mijn tuin. Ik kan heel goed een tuincentrum binnenstappen en m’n kar volladen met allemaal mooie nieuwe planten. Die blijven dan een week goed – tot ik weer op reis ga. Dit gebeurt me elke keer weer.

Waar geef je veel geld aan uit?
Fikri, haha. Dat is een Arabische eettent in Hilversum waar je de beste broodjes kip kan eten en lekkere Marokkaanse thee kan drinken. Niet goed voor de lijn, maar wel erg lekker.

Wat is je duurste kledingstuk?
Als je mijn horloges als kledingstuk zou zien: dan die. Maar anders een paar veel te dure schoenen van zeshonderd euro.

In welke auto rijd je?
Ik rijd in een Mercedes CLA, fijne wagen! Ik maak veel kilometers dus dan is een echte sportwagen niet de beste investering.

Met hoeveel vrouwen heb je het bed gedeeld?
Veel en daar ben ik niet trots op. Maar daardoor weet ik wel hoe speciaal mijn vriendin is. Soms is het heel goed om te weten wat je niet wilt in plaats van te weten wat je wel wilt.

Welke muziek luister je tijdens het sporten?
Ik ben niet echt van het muziekluisteren tijdens het sporten. Ik hou van focus. Ik sport om helemaal kapot te gaan en mezelf tot over het randje te pushen. Soms is afleiding wel lekker. Dan zet ik een Joe Rogan-podcast op.

Wanneer heb je voor het laatst gehuild?
Toen de moeder van een van mijn beste vrienden overleed. Een prachtige open vrouw. Ik had die vriend door het vele werken en andere domme excuses de laatste tijd niet veel gezien. Het overlijden van zijn moeder trok me weer even terug in de realiteit en deed stiekem veel pijn.

Expeditie Robinson of Wie is de mol?
Ik zou heel graag meedoen aan Wie is de mol?, maar Expeditie Robinson is voor mij het mooiste programma waar ik ooit aan heb meegedaan.

Wat is de coolste gadget die je hebt?
Mijn elektrische fiets. Ik het een elektrische phatbike die mij heel Hilversum door crosst.

Eigen televisieprogramma of eigen sportschool?
Eigen televisieprogramma’s mag ik gelukkig al maken, dus dan kies ik voor een eigen sportschool. Wel eentje waarin ik de jeugd kan vertellen hoe ze echt met hun lichaam om moeten gaan.

Maarten Spanjer: ‘Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé?’

Maarten Spanjer (66) schreef een boek met tragikomische verhalen over zijn jeugd. Playboy ging een nacht op pad met deze meesterverteller. “Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me?”

Deel van het interview in het septembernummer van Playboy. (2019) Het gehele interview leest u hier.

Q1. Geluk is een herinnering is een bundeling tragikomische verhalen over je jeugd. Om welk verhaal moet je zelf het hardst lachen?
Dat zijn er meerdere, maar een van mijn favorieten is ‘Een zure appel’, een verhaal over de jongste broer van Karel Appel. Joop Appel was jeugdscheidsrechter bij de Amsterdamse Voetbalbond. De jongens met wie ik speelde waren altijd een beetje bang voor hem. Paul, een elftalgenoot, had op een dag al zijn moed bij elkaar geraapt en vroeg hem of hij zelf ook schilderde. Meneer Appel antwoordde toen nors: ‘Alleen plinten.’

Q3. Om welke cabaretiers moet je lachen?
Hans Teeuwen en Theo Maassen vind ik de grootste cabaretiers van dit moment. Daniël Arends en Peter Pannekoek vind ik ook erg goed. Youp van ’t Hek en Freek de Jonge zijn daarentegen een beetje in hun eigen val getrapt. Youp schopte altijd aan tegen mensen met dikke auto’s en grote huizen maar woont nu zelf in een gigantisch huis aan het Vondelpark. Dan verlies je je geloofwaardigheid. Freek maakte vroeger grappen over Wim Kan en zijn vrouw Corry Vonk, hij stak er de draak mee dat ze altijd samen waren, maar is nu zelf nog veel kleffer met zijn vrouw Hella. Dat is een Yoko Ono in het kwadraat. Verschrikkelijk. Freek denkt volkomen ten onrechte dat hij zijn succes aan haar te danken heeft. Zij maakte bijvoorbeeld die rare clownspakken waar hij vroeger in rond sprong. Ik kan je een ding vertellen: in die pakken lag het succes van zijn voorstellingen niet. Ik vind het heel apart dat zo’n intelligente man een groot deel van zijn succes ophangt aan zijn vrouw. Dat is een rare vorm van bescheidenheid die ik niet begrijp.

Q5. Je bent een ras-Amsterdammer. Wat vind je van het beleid van burgemeester Femke Halsema?
Ik volg de politiek niet echt, maar ik heb weleens de indruk dat ze de geschiedenis in wil gaan als de burgemeester die aan allerlei dingen een einde heeft gemaakt. Ze wil bijvoorbeeld een einde maken aan de raamprostitutie op de Wallen. Ze stelde voor om die vrouwen dan maar achter gesloten gordijnen te zetten. Hoe kom je erop? Volgens mij maak je het met die verboden alleen maar erger. Je kunt veel beter strenger handhaven.

Q6. Je bent naast schrijver ook acteur. Heb je alles uit je acteercarrière gehaald wat erin zat?
Dat denk ik niet, al denk ik ook niet dat er veel meer in zat. Ik zag acteren als een makkelijke manier om een boterham te verdienen, maar ik ben heel slecht in het vertolken van andermans teksten. Ik krijg ze maar niet in m’n kop. Nee, ik ben geen groot acteur. Regisseurs zagen mij ook niet een groot acteur en dan kom je dus in foute series terecht – daar heb ik er redelijk wat van gedaan. Als ik het script las dan zonk me de moed alweer in de schoenen. Wat een slechte tekst, dacht ik dan, en dan moest ik die onzin nog uit mijn hoofd leren ook!

Q7. In Spetters speelde je samen met de onlangs overleden Rutger Hauer. Hoe was het om met hem te werken?
Hij was een man van weinig woorden, een nuchtere Fries. Ik mocht hem wel. Het eerste wat ik dacht toen hij was overleden: Cruijff is dood, de koning van het voetbal, en nu is de koning van de film ook dood. Ik vind hem van dezelfde grootheid.

Q8. Wie is nu de grootst nog levende acteur van het land? Je grote vriend Jeroen Krabbé?
Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me? Nou, heel even dan: naar aanleiding van de dood van Rutger Hauer mocht Krabbé aan tafel aanschuiven bij Jinek. Als een bekend persoon overlijdt is hij er altijd als de kippen bij. Hij vertelde bij die gelegenheid over de wel heel bijzondere  band die hij had met Rutger Hauer. Hou toch op. Ik durf te wedden dat hij hem in geen jaren heeft gesproken. Ik had in de jaren negentig een talkshow met Rijk de Gooyer en ik belde Rutger Hauer of hij die week bij ons te gast wilde zijn. Zonder nadenken stemde hij in. Na afloop vroeg ik hem waarom hij nooit in talkshows verschijnt, maar wel meteen bij ons aanschoof. Hij antwoordde lachend: ‘Nou, ik vind jullie wel grappige mannetjes en ik weet dat jullie een bloedhekel aan Jeroen Krabbé hebben, maar de publiciteit die jullie daarmee genereren laat ik graag aan jullie over.’ Hij kon die man ook niet uitstaan.

Q20. Waar leef jij van?

Nou, ik heb een periode goed verdiend, zowel met de commercials die ik samen met Rijk de Gooyer deed voor KPN als met Taxi. Rijk belde me eens toen het geld van de commercials weer was overgemaakt: ‘Heb je dat bombardement op je bankrekening al gezien?’ Eigenlijk leef ik daar nog steeds van. Ik heb ook nooit echt gek gedaan: ik heb niks met dure auto’s of dure kleding. Ik rijd wel rond op dure fietsen die ook regelmatig gestolen worden, maar dat is eigenlijk mijn enige uitspatting. Ik kan me bedruipen. Kijk, ik moet geen honderd worden, ook geen negentig, maar tachtig red ik misschien net. En ach, als je tachtig bent dan zit je ook maar met een lepel in je bordje pap te slaan, dan heb je toch niet zoveel meer nodig.

Ronald Giphart: ‘Series hebben een grotere toekomst dan romans’

Ronald Giphart (53) komt eind september met een nieuwe roman: Alle tijd. Door welke schrijvers laat hij zich inspireren, welke muziek luistert hij al sinds zijn studententijd en welke series ziet hij het liefst?

Fragmenten. Het gehele interview is te lezen in het septembernummer van HP/De Tijd (2019) of hier via Blendle.

BOEKEN
“Philip Roth is mijn favoriete schrijver. Ik heb net American Pastoral herlezen, dat blijft een majestueus meesterwerk, maar zijn beste boek is denk ik Sabbaths Theater. Het gaat over een poppenspeler die een onstuimige verhouding krijgt met een vrouw en plotseling overlijdt die vrouw. Dat is een van de maffe dingen aan dit boek: opeens is die vrouw dood, zomaar, je leest er makkelijk overheen als je niet goed oplet. Daarna begint het boek pas echt. Sabbath had zo’n obsessieve seksuele relatie met haar dat hij naar haar graf gaat om zich af te trekken, maar als hij daar aankomt ziet hij een andere man staan die zich ook aan het aftrekken is. Hij begrijpt het niet. Had ze naast hem ook nog een andere minnaar? Dan komt hij erachter dat ze een heel leger aan minnaars had en raakt nog meer geobsedeerd door haar dan hij al was bij leven. Het is een fascinerend boek. Iets heel anders is Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. Godverdomme, wat een boek is dat. Bert Natter zei tegen me: als we jong waren geweest en we zouden dit boek hebben gelezen dan zouden we meteen verkocht zijn voor de literatuur. Dit is een boek met dezelfde impact als Het verzonkene van Jeroen Brouwers of Nader tot U van Gerard Reve. Ik was er dagen kapot van. Vallen is als vliegen gaat over incest, al wordt dat woord niet echt gebruikt. De zus van de hoofdpersoon overlijdt en dat zet een soort maalstroom aan herinneringen in werking die lukraak door elkaar schieten. De stilistische brille van Manon is fenomenaal. Ik kan me niet voorstellen dat dit niet internationaal wordt opgepakt.”

BEELDENDE KUNST
“Ik mis het gen om me door kunst te laten raken. Ik ben ook dusdanig misantropisch dat ik me in een museum teveel aan andere bezoekers erger om van de kunst te genieten. Wim Kok zei eens dat hij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman niet begreep totdat hij er een halfuur voor had gestaan en het schilderij bij hem binnenkwam. Ik zou mezelf niet eens kunnen dwingen om een halfuur voor een schilderij te gaan staan. Een bezoek aan een museum voelt voor mij altijd een beetje als een verplicht nummertje. In de tijd dat ik een theatershow deed met Bart Chabot bezochten we weleens een museum, maar ik ging dan vooral mee om hem een plezier te doen. Het Van Abbemuseum in Eindhoven, Boijmans van Beuningen in Rotterdam – ik heb het allemaal gezien, maar ik zou het potsierlijk vinden om mezelf een museumbezoeker te noemen. Ben ik dan nooit verpletterd door kunst? Jawel. David Hockney vind ik fascinerend. Ik zou niet snel naar een tentoonstelling van hem gaan, maar zijn schilderijen vind ik fantastisch. Dat hele hoge doek met die bomen vind ik van een tranentrekkende schoonheid. Kunst zie ik eigenlijk het liefst in fotoboeken. Ik heb zelf inmiddels een hele verzameling. Het allereerste fotoboek dat ik zelf kocht was van Robert Mapplethorpe – een van de inspiratiebronnen van Erwin Olaf. Ik woonde in mijn studententijd in een huis met een meisje die op haar kamer een hele grote foto van hem had hangen. Het was een portret van een grote zwarte man in een polyester suit die een enorme lul uit zijn broek had hangen. Ik was meteen gefascineerd. Ik vroeg haar eens waarom die foto daar hing. ‘Om de jongens die hier komen te intimideren’, antwoordde ze. Dat werkte inderdaad.”

FILM
“Ik besteed veel meer tijd aan het kijken van series dan aan het lezen van boeken. Ik denk ook dat series een grotere toekomst hebben dan romans. Is dat erg? Nee. Ik denk het niet. Lezen bevordert je empathische vermogens. Dat is waar. Het is bewezen dat gevangen die gestimuleerd worden om boeken te lezen empathischer worden en dat de kans op recidive afneemt. Lezen is cognitieve arbeid. Je moet beelden maken. Als je het woord ‘schrijver’ ziet dan heb je onbewust in beeld van een schrijver in gedachten. Bij een serie hoef je dat beeld niet zelf te maken. Daar is dus minder cognitieve arbeid voor nodig. Toch denk ik dat het volgen van een wereld in beeld je empathische vermogens ook versterkt – misschien iets minder intensief dan wanneer je leest, maar misschien ook iets laagdrempeliger. Ik was laatst op een middelbare school in een klas met leerlingen die voor hun leeslijst verplicht mijn boeken hadden gelezen. Ik ook van jou gaat een beetje over seksualiteit dus dan gaat het daar natuurlijk al snel over. Ik vroeg: wie kijkt er weleens naar Sex Education op Netflix? Drie meisjes staken hun vinger op. Je merkt dat daar toch meer aandacht voor is dan voor een boek. Sex Education vind ik trouwens een erg goede serie. Het gaat over een zestienjarige jongen wiens moeder een nogal excentrieke sekstherapeute is. Ze vraagt bijvoorbeeld voortdurend aan haar zoon: masturbeer je al? Van die vragen die je niet van je moeder wilt krijgen. Die jongen is een enorme nerd en nog maagd, maar omdat zijn moeder dat beroep heeft, komen al zijn klasgenoten bij hem met hun seksproblemen. En dan blijkt dat hij een soort gave heeft om die seksproblemen op te lossen. Easy vind ik ook erg goed. Het is een serie over normale mensen in een buitenwijk van Chicago. In de eerste aflevering volgen we een uitgeblust stel die hun seksleven proberen te verbeteren. Je denkt dat het verhaal in de tweede aflevering verdergaat, maar dan volgen we opeens totaal iemand anders. Later blijkt dat die persoon een heel klein personage was in de eerste aflevering. In de derde aflevering volgen we iemand die zowel in de eerste als in de tweede aflevering kort de revue passeerde. En ga zo maar door. Het acteerwerk is ook zo goed. Laatst las ik pas dat deze serie voor een groot deel is geïmproviseerd. De acteurs krijgen à la De vloer op een paar aanwijzingen en de rest moeten ze zelf maar bedenken. Dat pakt in dit geval erg goed uit. Ik ben er een paar keer echt ontroerd door geraakt. Iets grappiger maar wel uit dezelfde bron is Love. Het gaat over een getroebleerd meisje dat erg knap is maar vatbaar voor verslavingen en foute mannen. Een nerdachtige jongen wordt verliefd op haar maar zij niet op hem, totdat ze ziet dat hij toch wel erg leuk is ondanks dat hij zo’n ongelooflijke nerd is. De nerd die hem speelt is ook de nerd die deze serie geschreven heeft. Het is een feel good drama in optima forma. Het is in alles liefdevol, warm en menselijk. Peter Heerschop zou z’n vingers erbij aflikken.”

 

Johnny de Mol: ‘Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat’

Het leven van Johnny de Mol (40) is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Hij verliet de stad, trouwde met zijn grote liefde en werd vader van een zoon. In de voorstelling Hier is De Mol vertelt hij over dit kantelpunt in zijn leven. Playboy spreekt hem onder meer over zijn rock-‘n’-roll-verleden, de band met zijn vader en zijn avontuur met een shemale in Thailand.

Dit is slechts een deel van het interview. Lees het gehele stuk hier of in het augustusnummer van Playboy. (2019)

Q1. Je gaat vanaf september de theaters in met Hier is De Mol. Waarom wil je op een podium over je leven te vertellen?
Het is veel breder dan dat. Ik vertel inderdaad over mijn eigen leven, maar ook over mijn werkzaamheden voor Het Vergeten Kind en Stichting Movement on the Ground op Lesbos. Ik deed daar al best veel lezingen over en deze voorstelling is daar een uitvergroting van. De voorstelling is eigenlijk een pleidooi voor wat meer medemenselijkheid, zonder daarbij een belerende toon aan te slaan, want daar heb ik zelf ook een hekel aan. Alles gebeurt met een gezonde dosis humor en zelfspot. Na afloop van zo’n lezing hoorde ik vaak dat ik mensen aan het denken had gezet over de onverschilligheid waarmee ze bijvoorbeeld naar de vluchtelingenproblematiek keken. Daardoor kreeg ik het idee om een voorstelling te maken waarin ik nog meer tijd heb om bepaalde dingen uit te leggen, aangekleed met een waanzinnig vette band onder leiding van mijn neefje Julian Vahle en wat verhalen uit mijn rock-‘n’-roll-verleden, waarvan ik me trouwens nog steeds afvraag of ik ze wel moet vertellen.

Q2. Wat is het meest beschamende verhaal dat je in de voorstelling vertelt?
Het verhaal over mijn trip naar Thailand met Ben Saunders voor Waar is De Mol?  Voor de eerste draaidag gingen we nog even op stap met z’n tweeën en het enige wat ik me daarvan herinner is dat ik de volgende ochtend wakker werd en er iets in mijn rug prikte. Ik dacht dat het Ben’s ochtendlul was, maar het was Ben niet. Het was een dame. Bij dat verhaal hoort ook een tattoo en een verkeerd gezette tepelpiercing en nog wel meer dan dat. The Hangover is niets vergeleken bij wat wij hebben meegemaakt.

Q4. Je leven is de afgelopen jaren drastisch veranderd: je bent getrouwd, vader geworden en hebt Amsterdam verruild voor ‘t Gooi. Wat is voor jou persoonlijk de grootste verandering?
Lacht: Het is inderdaad wel een beetje game over met mijn vorige leven, dat is ook de jammerlijke conclusie van de voorstelling. Nee, als je het zo opsomt klinkt het heel drastisch, maar het is heel geleidelijk gegaan. De grootste verandering is natuurlijk dat ik voorheen uit mijn grachtenpand uit het raam liep te turen welk café nog open was, terwijl ik nu met mijn bonusdochter Kiki en haar vogelboek uit het raam zit te turen welk vogeltje er voorbij fladdert. Dat zijn wel twee uitersten. Ik ben ook wel klaar met dat vorige leven. Ik heb toen alles uit het leven gehaald wat erin zat, misschien nog wel meer, ik heb alles gedaan wat god verboden heeft, misschien zelfs nog wel wat dingetjes bij verzonnen… Nee, dat is helemaal goed. Daar kan ik tot in de lengte van dagen met een glimlach op mijn lippen aan terugdenken.

Q7. Ben je een betere vader dan je eigen vader?
Nou, mijn ouders (Willeke Alberti en John de Mol, red.) zijn uit elkaar gegaan toen ik één was. Het ergste wat een vader dan kan overkomen is dat je ex verliefd wordt op een ander (Søren Lerby, red.) en dan naar het buitenland verhuisd. Dat is gebeurd. Dus die vergelijking gaat niet helemaal op, maar hij is in ieder geval een fantastische opa. Ik ben pas op mijn zestiende bij mijn vader gaan wonen, iets wat ik ook uitvoerig behandel in het stuk. Hij is nu in ieder geval de allerbeste vader die ik me kan wensen en dan heb ik het puur over de relationele band.

Q19. Presenteer je over tien jaar nog programma’s op televisie?
Dat denk ik niet, maar dat komt ook omdat het telvisielandschap heel snel aan het veranderen is. Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat. Ik zou wel verder willen gaan in het coachen van jongen mensen. Mensen in hun kracht zetten is een van de mooiste dingen die er zijn. Daar kunnen geen kijkcijfers tegenop. Een programma als Down met Johnny kan ik ook niet eeuwig blijven maken. Als iemand dat een keer van me over zou willen nemen, zou ik het heel leuk vinden om die persoon daarbij te helpen.

Q20. Zou je te zijner tijd je vader op willen volgen binnen Talpa?
Nee. Ik ben daar zakelijk niet sterk genoeg voor en ik zou daar ook geen zin in hebben. Elke dag naar kantoor en elke dag vergaderen… Dat lijkt me niet echt iets voor mij.

De smaak van… Nicky Romero

DJ Nicky Romero (30) is een van de hoofdacts op Mysteryland, het grootste dancefestival van Nederland.

Verschenen in het augustusnummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Stamppot. Er zijn er veel die ik lekker vind, maar voor de wortelstamppot van mijn moeder kom ik graag naar huis.

Dikste auto?
Een McLaren 720S Spider. Ik heb zelf onder andere een McLaren 570S, het kleine broertje daarvan, maar ben er over aan het denken om de 720S te kopen. Hij is niet goedkoop, ik geloof dat je er 440.000 euro voor betaald, maar ik heb voor mezelf een potje waar ik leuke dingen van mag doen, zoals horloges en auto’s kopen.

Mooiste horloge?
Dat is de Audemars Piguet Concept Tourbillion. Daar vragen ze crazy money voor, ik geloof dat-ie bijna twee ton kost, maar als later dit jaar de markt een beetje stabiel blijft dan denk ik eraan om hem te kopen.

Hoeveel horloges heb je?
Toevallig heb ik ze net allemaal in een app gezet: Chrono24. Daarin kun je op elk moment van de dag zien hoeveel je horloges waard zijn. Ik heb er op dit moment 22 – voornamelijk Rolex, Audemars Piguet en IWC. Het duurste horloge dat ik op dit moment heb is volgens de app de Audemars Piguet Royal Oak Offshore Safari, de gelimiteerde uitgave.

Beste game van afgelopen jaar?
FIFA, dat is altijd mijn favoriete game geweest, al moet ik zeggen dat ik de nieuwe Mortal Combat ook goed vind.

Laatste film waar je om hebt gehuild?
Ik was behoorlijk onder de indruk van A Star Is Born. Aan het eind van de film, als Ally (Lady Gaga) alleen op het podium het nummer I’ll Never Love Again zingt, heb ik een paar tranen weggeslikt.

De meest sexy actrice?
Ik heb wel wat met Emilia Clarke van Game of Thrones. En het klinkt een beetje gek, omdat ze nu een royal is, maar ik kijk ook graag naar Meghan Markle uit Suits.

Je kunt me ’s nachts wakker maken voor…
Een family bucket van de KFC. Het is natuurlijk mega ongezond, maar ik vind de kip van KFC altijd next level.

Ultieme zomerdrankje?
Desperados.

Ultieme vakantiebestemming?
Ik heb de afgelopen twee jaar vakantie gevierd op Mykonos, maar ik hou ook heel erg van Kaapstad.

Mijn guilty pleasure is…
De double-double burger van In-N-Out Burger. Dat is de beste burger ter wereld. Ik heb weleens het idee gehad om hier zo’n burgertent te openen, maar In-N-Out Burger doet niet aan franchise. Het geheim van deze burger is volgens mij dat ze het broodje mee grillen. Laatst zette ik een foto van deze burger op Instagram. Die foto kreeg meer likes dan een foto van mezelf of van een optreden.

Dit is de vreemdste roddel die ik over mezelf heb gehoord…
Dat zijn er verschillende, maar de meest verschrikkelijke was dat ik aan de heroïne zou zitten. Ik kampte een paar jaar geleden met high anxiety en een depressie en voelde me mega slecht. Ik zag er ook niet goed uit. Glamorama plaatste een niet zo’n mooie foto van me waarbij ze suggereerden dat ik aan de heroïne zou zitten. Dat vond ik niet zo leuk.

Mijn grootste miskoop was…
Een boot voor mijn vader. Mijn vader betekent veel voor me. Hij heeft me geholpen in de tijd waarin het niet zo goed met me ging. Hij stopte bij de politie om binnen mijn bedrijf orde op zaken te stellen, waardoor ik mijn leven weer op de rit kreeg. Ik wilde hem daarvoor bedanken met boot, omdat hij net als ik erg van varen houdt. Ik ben alleen zo dom geweest om geen proefvaart te maken. Er bleken allemaal verborgen gebreken aan die boot te zitten: er moest een nieuwe motor in, nieuwe stuurkabels, er moest een nieuwe antifouling aangebracht worden… Dat was een harde en vooral ook dure les.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een borrel willen drinken…
Dat zijn er heel veel, maar de eerste aan wie ik denk, is Avicii. Ik sprak hem in de periode voor zijn dood heel erg vaak, omdat we bezig waren met zijn nieuwe album, maar ik had het echt niet zien aankomen. Niemand in zijn omgeving. Ik had echt het idee dat het beter ging. Dat zei hij zelf ook: hij was weer muziek aan het maken, hij zag er gezond uit, hij was op vakantie in Oman… Helaas was er toch meer aan de hand dan ik dacht. Hadden we het kunnen voorkomen? Het is heel lastig om iemand die in zulk zwaar weer verkeerd er even uit te trekken – dat weet ik uit eigen ervaring. Toch vraag ik het me nog steeds af.

Mijn vreemdste ervaring met drugs is…

Ik zou het niet weten want ik heb nog nooit drugs gebruikt. Ik heb angst om controle te verliezen.

Wat is het vreemdste verzoek dat je hebt gehad van een fan?
Dat zijn er best wel wat, maar laatst vroeg een fan hoe je mijn achternaam spelt. Ze heeft namelijk mijn voor- en achternaam op haar zij laten tatoeëren. Dus niet mijn artiestennaam, maar mijn echte naam, Nick Rotteveel. Dat vind ik wel bijzonder.

Naar welke muziek luister je zelf op dit moment?
Ik luister heel veel naar Ludivico Einaudi. Wat ik zo goed aan hem vind, is dat hij relatief makkelijke akkoordenschema’s pakt waarin hij telkens iets verandert. Zijn composities krijgen daardoor een zekere dynamiek. Ze inspireren me ook. Ik speel zijn stukken weleens na en kijk dan hoe het in elkaar zit.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?
Ik heb me er te weinig in verdiept om er iets inhoudelijks over te zeggen, maar ik kies dan toch voor Thierry Baudet. Ik sta niet achter alles wat hij zegt, maar ik hou wel van zijn persoonlijkheid. Hij zorgt voor een frisse wind in de politiek. Hij zegt dingen die niemand anders durft te zeggen.

Met welke muzikant wil je nog weleens samenwerken?
Chris Martin van Coldplay. Toen ik mijn eerste brommer kocht, luisterde ik al naar Speed of Sound van hun album X & Y. Ze hebben zichzelf bij elk album opnieuw uitgevonden. Dat vind ik zo knap. Er zijn weinig bands die hen dat na kunnen zeggen.

Rutger Hauer (1944 – 2019) over het gedicht dat hem ontroerde

Thuiskomst van de kinderen

M. VASALIS (1909 – 1998)

RUTGER HAUER

Gepubliceerd in bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken. (2015)

Veel van de poëzie die ik lees, lees ik omdat mijn moeder het ook las. Vasalis was een van haar geliefde dichteressen. Ik bewonder haar en haar gedicht ‘Thuiskomst van de kinderen’ omdat het een onbeschrijfelijke warmte – die tussen een moeder en kind – zo prachtig omhelst in taal.

Thuiskomst van de kinderen

Als grote bloemen komen zij uit ‘t blauwe duister.
Onder de frisheid van de avondlucht
waarmee hun haren en hun wangen
licht zijn omhangen,
zijn zij zo warm. Gevangen
door ‘t sterke klemmen van hun zachte armen,
zie ik de volle schaduwloze liefde,
die op de bodem van hun diep-doorzichtige ogen leeft.
Nog onvermengd met menselijk erbarmen,
dat later komt – en redenen en grenzen heeft.

Hauer in het kort
Rutger Hauer (1944) is een van de bekendste acteurs van ons land. In 1969 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn hoofdrol in de televisieserie Floris. In de jaren zeventig volgden hoofdrollen in Turks Fruit, Keetje Tippel en Soldaat van Oranje. In 1981 brak Hauer (‘Blond, blue eyes’) in de Verenigde Staten door met zijn rol in Nighthawks. Later volgden belangrijke rollen in filmklassiekers als Blade Runner, The Hitcher en Buffy The Vampire Slayer. Voor zijn rol in Escape from Sobibor won hij in 1988 – vooralsnog als enige Nederlander – een Golden Globe. Zijn carrière in Hollywood kreeg in 2003 opnieuw een impuls toen hij een rol kreeg aangeboden in Confessions of a Dangerous Mind, het regiedebuut van George Clooney. Rollen in kaskrakers als Batman Begins en Sin City werden aan zijn toch al imposante oeuvre toegevoegd. Voor het eerst sinds de jaren tachtig maakte Hauer ook weer zijn opwachting in Nederlandse filmproducties, waaronder Black Butterflies, De Heineken Ontvoering en Michiel de Ruyter. In 2013 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Kaj Gorgels: ‘Zelfoverschatting is een groot probleem in medialand’

Kaj Gorgels (28) presenteert samen met Yolanthe een nieuw seizoen van Temptation Island VIPS op Videoland. Playboy spreekt de populaire vlogger en presentator onder meer over zijn haat-liefdeverhouding met de wereld van influencers en presentatoren: ‘Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in de mediawereld hebben.’

Selectie. Het gehele interview staat in het julinummer van Playboy, 2019.

1. Temptation Island was dit jaar oersaai. Er gebeurde werkelijk niets. Kun je ons misschien verlekkeren met wat juicy details uit het nieuwe seizoen van Temptation Island Vips?
Het afgelopen seizoen van Temptation Island was inderdaad een beetje saai, omdat de koppels die meededen al om negen uur op hun nest gingen liggen. Eigenlijk doe je dan een beetje voor spek en bonen mee. Je gaat de temptation aan of niet denk ik dan. De vier koppels die dit seizoen meedoen aan Temptation Island Vips gaan wel echt de temptation aan. Ik kan er natuurlijk niet teveel over verklappen, maar ik vind deze serie spannender dan die van vorig jaar. Er gaat heel veel gebeuren. Wat ik ook leuk vind om te zien, is dat de koppels dit seizoen allemaal een eigen verhaallijntje hebben. Pommeline en Fabrizio doen bijvoorbeeld mee. Die hebben al eens eerder meegedaan aan Temptation Island, maar toen als verleiders. Nu doen ze mee als koppel. Volgens mij zijn ze ook het eerste verloofde koppel dat meedoet aan dit programma. Dat maakt het natuurlijk ook wel pikant.

2. Zou je zelf meedoen aan Temptation Island Vips?
Nee. Misschien als ik jong was geweest, een jaar of negentien of twintig, en dan als verleider. Dat had ik misschien wel grappig gevonden. Ik heb nu een relatie (met voormalig Miss Nederland Jessie Jazz Vuijk, red.) en ik zou zelf nooit aan een programma meedoen om te kijken of het terecht is dat ik haar wel vertrouw.

4. Wat is de grootste valkuil waar je in kunt trappen als je bekend wordt?
Dat je teveel in jezelf gaat geloven. Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in medialand hebben. Je moet alles kapot relativeren. Want wat doe je nu eigenlijk? Ik heb gewoon vanaf een zolderkamertje een keer een filmpje op internet gezet en dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat mensen mij nu herkennen. Ik ben niet de wereld aan het verbeteren, ik heb geen uitvinding gedaan die de wereld heeft veranderd, ik maak internetfilmpjes en dat is het. Je moet het dus nooit groter maken dan het is. Ik word weleens simpel van collega’s die de hele dag over volgers en likes praten. Alsof er geen wereld bestaat buiten YouTube en Instagram. Mijn beste vriend is hoefsmid, een andere vriend is accountant en weer een andere vriend is slager – ik heb echt een heel gevarieerde vriendengroep. Als wij in de kroeg staan dan gaat het bijna nooit over werk. Dat vind ik heerlijk.

5. Wat is de grootste verandering in vergelijking met tien jaar geleden?
Ik leef in zekere zin hetzelfde leven. Ik woon nog steeds in Rotterdam. Ik ben voor werk veel in Amsterdam, maar als je dus weer een paar dagen tussen de social influencers en de televisiemensen hebt gezeten dan is het altijd lekker om in de auto te stappen en met mijn vrienden hier een kroeg in te duiken. Ik heb ook nog steeds dezelfde vrienden als tien jaar geleden – ook dat is niet veranderd. De weekenden zien er eigenlijk ook nog steeds hetzelfde uit, alleen word ik nu wel herkend en heb je tijdens het uitgaan ineens dertig mensen om je heen staan die je niet kent. Ik vind het dan heel lastig om te zeggen: laat me even met rust. Ik probeer altijd een praatje te maken en ik heb nog nooit een foto geweigerd. Je gaat alleen wel op een andere manier uit. Ik ga vaker in een hoekje staan, omdat je altijd merkt dat mensen naar je kijken.

15. Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik zal je eerlijk zeggen: ik ben niet zo van de vreemde plekken. Ik vind een gewoon bed het lekkerst. Het toilet van een kroeg was wel een vreemde plek, een beetje een ranzige plek ook. Ik heb het ook weleens gedaan in een vliegtuig. Het was op een vlucht van Amsterdam naar Londen. Het was niet all the way, maar ik werd gepijpt toen we in een nagenoeg leeg vliegtuig zaten. Ik geloof dat er alleen vooraan wat mensen zaten; wij zaten achteraan. Niemand heeft ons gezien.

17. Mark Rutte of Thierry Baudet?
Ik ben van allebei niet heel erg fan, maar dan kies ik toch voor Thierry Baudet. Ik ben blij dat hij is opgestaan. Hij maakt de politiek wel weer interessant. Je hoeft het niet altijd met hem eens te zijn, maar hij zet alles wel weer op scherp. Weet je wat ik zo raar vind: dat je in de politiek maar heel weinig mensen ziet met charisma. In het bedrijfsleven zie je die wel. In het bedrijfsleven zitten veel slimme mensen die het ook goed zouden doen als politicus, maar die daar niet voor kiezen omdat ze in hun eigen sector meer dan het dubbele verdienen. Moeten politici niet gewoon meer betaald krijgen? Ik zou dat niet zo erg vinden. Ik denk dat veel mensen die nu voor een baan in het bedrijfsleven kiezen dan de politiek in zouden gaan en we dus betere politici krijgen. Als je kijkt wat er nu zit, denk je vaak: jeetjemina, dat is het net niet, hè.

De smaak van… Ray Slijngaard

Ray Slijngaard (48) is de mannelijke helft van het danceduo 2Unlimited. In de nineties verkochten ze wereldwijd meer dan twintig miljoen platen. Deze zomer toert hij door Europa.

(Verschenen in het julinummer van Playboy, 2019.)

Sushi of stamppot?
Ik eet zeker wel twee keer in de week sushi, dus dat is niet zo moeilijk. Waar je de beste sushi kunt eten? We zitten elk weekend wel ergens anders in de wereld, maar afgelopen weekend waren we in Londen, en daar at ik bij SUSHISAMBA de beste sushi die ik tot nu toe in die stad heb gegeten.

Dikste auto?
Dat is de Mercedes-AMG GLC 63. Ik heb nu zelf een Mercedes-AMG GLE, maar volgend jaar ga ik voor de GLC. Die is wel een stukje duurder, maar hij staat al heel lang op mijn verlanglijstje.

Mooiste horloge?
Ik hou van Rolex, ik heb er zelf ook een paar, maar ik ben jaloers op de iced out white gold Patek Philippe Nautulus van Mark Wahlberg. Dat is het mooiste horloge dat ik ken. Ik zou hem alleen niet kunnen kopen, want hij kost een half miljoen. Dan heb je gewoon een huis om je pols.

Beste artiest van dit moment?
Ik hou van rapmuziek, maar de rapmuziek van tegenwoordig gaat alleen maar over blingbling, het is allemaal niet meer zo inhoudelijk. Daarom luister ik liever naar wat oudere artiesten. Usher blijft heel goed. De laatste jaren lukt het niet echt meer met nieuwe muziek, maar live blijft hij de beste.

The sexiest woman alive?
Mijn verloofde natuurlijk, maar Vanessa Williams ziet er ook nog steeds heel goed uit. Een halfbloed met groene ogen.

Je kunt me ’s nachts wakker maken voor…
Sushi en sex.

Dit is het duurste wat ik ooit voor mezelf heb gekocht…
Ik heb eens een keer een hele vette BMW M3 gekocht, dat was toentertijd best een dure auto.

Ultieme zomerdrankje?
Ik heb een tweede huis in Marbella, dus als ik tijd heb ga ik daarnaartoe. Niets is lekker dan een koude Dom Perignon Rosé op Nikki Beach.

Mijn guilty pleasure is…
Ik hou van een jointje op zijn tijd. En lekker eten is ook een guilty pleasure – al moet ik daardoor wel elke week naar de sportschool.

Get ready for this
of No limits?
Get ready fot this. Dat is de eerste plaat die we ooit hebben gemaakt, dus die heeft een speciaal plekje in mijn hart. Overal waar we komen spelen we hem en elke week gaan mensen nog teeds uit hun dak op dit nummer. No limits is natuurlijk onze grootste hit, maar de grootste hit is voor artiesten vaak niet de favoriete hit.

Katja Schuurman of Dannii Minogue?
Katja. Daar ben ik lang mee gegaan, een hele leuke meid. Ik bewonder haar nog steeds om wie ze is en ze ziet er nog steeds heel goed uit.

Armin van Buuren of Martin Garrix?
Armin van Buuren. We zijn allebei van dezelfde tijd. We zaten een keer samen bij DWDD en toen zei hij: ‘Als 2Unlimited er niet was geweest, was ik nooit met muziek begonnen.’ Dat vond ik een groot compliment.

Anita Doth weet niet van mij dat ik…
… ben vreemdgegaan in de tijd dat we een relatie met elkaar hadden. Misschien dat ze dat nu weet, maar toen in ieder geval niet. We waren negentien toen we bekend werden en opeens kwamen de groupies op me afgestormd. Ik had geen zin meer in een relatie en wilde gewoon van alle aandacht gaan genieten.

Dit is de vreemdste roddel die ik over mezelf heb gehoord…
Dat ik coke gebruik. Ik heb nog nooit coke gebruikt, ik ben niet verder gekomen dan een paar keer een xtc-pilletje. Ik heb heel veel vrienden kapot zien gaan aan drugs. Daarom was ik altijd bang om het te gebruiken. Ik kon kilo’s kopen, maar dat heb ik nooit gedaan.

Wat is het vreemdste dat je op seksueel gebied hebt gedaan?
Ik ben best wel ouderwets, ik doe geen rare dingen als wurgsex of SM. Het gekste dat ik heb meegemaakt is met drie vrouwen tegelijk in bed.

Mijn grootste miskoop was…
Ik was in de ninties eens in New York, en daar liep ik in een Gucci Store opeens P. Diddy tegen het lijf. Die was ook aan het shoppen. Hij liep in een lange jas van lamswol of zoiets – zo’m pimp jacket. Ik heb hem toen ook gekocht. De jas was zevenduizend dollar, ik heb hem misschien twee keer gedragen en ik zou niet weten waar hij nu is.

Dit is de meest overschatte artiest van Nederland…
Poeh, dat vind ik een moeilijke. De eerste die me te binnen schiet is Maan. Ik zie haar af en toe voorbijkomen en dan wordt ze helemaal opgehemeld, maar ik denk dan: is dit een van de paradepaardjes van de Nederlandse muziek? Ik heb betere zangeressen in de studio gehad. Ik wil niemand afkraken, ze doet leuke dingen met Ronnie Flex en Bizzey, maar ik vind haar wel overrated.

Dit is mijn favoriete app op mijn telefoon…
M’n Gmail, m’n agenda en Instagram.

Een complete speellijst staat op http://www.2unlimitedlive.com.

Sylvana Simons: ‘Ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk’

Sylvana Simons (48) is de oprichter van de politieke partij BIJ1 en gemeenteraadslid in Amsterdam. Wat leest, luistert en ziet ze in haar vrije tijd?

Vier pagina tellend interview uit het dubbeldikke zomernummer van HP/De Tijd, juli 2019. Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Een van de boeken die de laatste tijd veel indruk op me heeft gemaakt, is The Hate U Give van Angie Thomas. Het is een waargebeurd verhaal over een zestienjarig meisje dat in een zwarte wijk woont maar naar een witte school gaat. In haar buurt wil ze niet te wit overkomen, op haar school juist niet te zwart. Die spagaat, waarin veel jonge zwarte meisjes verkeren, wordt heel inzichtelijk gemaakt. Het boek maakte zoveel indruk omdat het perspectief waaruit het is geschreven voor mij zo herkenbaar is; er zijn namelijk weinig boeken die geschreven zijn vanuit het perspectief van een zwarte vrouw. Het boek heeft ook een universeel thema, waarmee ik niet wil zeggen dat wij hier dezelfde problematiek hebben als in Amerika, maar etnisch profileren staat ook hier op de agenda. Vorig jaar heb ik de film ook gezien. Ik begon na twee minuten te huilen en dat is niet meer gestopt. De reacties die ik achteraf hoorde, van zowel zwarte mensen als niet-zwarte mensen, is dat het verhaal een perspectief biedt dat ze totaal niet kennen en duidelijk maakt waar je tegenaan loopt growing up black. Ik denk dat literatuur, en kunst in het algemeen, een onmisbaar middel is om de wereld om ons heen te begrijpen. Kunst is in die zin van onschatbare waarde voor een gezonde samenleving.”

THEATER
“Ik hou van dans, ik hou van stand-up comedy en ik hou van toneel. Als het om dans gaat vind ik alles geweldig. Ik ben zelf natuurlijk danseres geweest en ga daarom zo vaak als het uitkomt naar het Nationaal Ballet. Niet zo lang geleden was ik met een vriendin naar een uitvoering van Cinderella. Wat ik heel mooi vond, is dat ze heel innovatief waren geweest met het decor en de effecten. Het stuk kwam daardoor echt tot leven. Aan het eind van het jaar ga ik naar Alvin Ailey American Dance Theater in Rotterdam. Dat is echt een jeugddroom die uitkomt om hen een keer te zien. Alvin Ailey is zo ongeveer de standaard voor elke zwarte danser. Ze brengen klassiek, modern en jazz en hebben een kwaliteitslevel dat echt ongekend is. Daarbij is het een all black gezelschap wat een hele bijzondere dimensie toevoegt aan de voorstellingen die ze maken. We zijn het niet gewend om all black klassieke dans te zien, we zijn het niet gewend om die – ik ga het toch maar zeggen – fysieke zwartheid te zien. Ik kijk hier dus echt al een jaar naar uit. Ik hou ook erg van black stand up comedy: ik ben een enorme fan van Chris Rock en ik moet altijd lachen om Trevor Noah. Amy Schumer vind ik soms leuk, maar ik kan me niet altijd met haar identificeren. Wat ik niet leuk vind daar kijk ik ook niet naar. Het is voor mij sowieso lastig om iets negatiefs te zeggen, want alles wat ik zeg is uitlokking, dus als ik nu ga zeggen wie ik niet leuk vind dan weet ik zeker dat er een backlash komt. Dat gezegd hebbende: ik heb nog nooit moeten lachen om de oudejaarsconferences van Guido Weijers. Ik zou het heel gaaf vinden als een keer een zwarte cabaretier de oudejaars doet. Mo Hirsi, een vriend van me, heeft het afgelopen jaar in de theaters als eerste allochtoon een oudejaarsconference gedaan. Ik hoop dat hij landelijk ook een kans krijgt. Ik ga ten slotte ook graag naar toneel. Vanavond ga ik naar de voorstelling Black Memories van Danstheater AYA, een voorstelling over ons koloniaal verleden. Ik merk wel dat ik vaak stukken op zoek waar ik mezelf in kan herkennen. Dat betekent in de praktijk dat ik naar kleinere theaters moet en stukken zie die korter lopen dan bijvoorbeeld de stukken van Internationaal Theater Amsterdam, waar ik me als zwarte vrouw niet zo vaak in kan herkennen. Dat had ik met kunst ook lange tijd, totdat ik de tentoonstelling Black is Beautiful zag in de Nieuwe Kerk. Voor het eerst werd de focus gelegd op de zwarte mens in de Nederlandse schilderkunst. Ik ga graag naar musea, maar ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk. Bij deze tentoonstelling was het voor het eerst dat ik dat wel kon.”

MUZIEK
“Er zijn misschien wel twintig artiesten waar ik al meer dan dertig jaar naar luister, maar er is niemand in het bijzonder waar ik fan van ben. Prince is wel een favoriet. Die heb ik leren kennen toen ik twaalf was en die luister ik nog steeds. Hij was niet alleen muzikaal innovatief, maar ook iemand die het belang van vrije geesten propageerde. Michael Jackson was ook een favoriet, maar daar luister ik niet meer actief naar sinds ik die documentaire heb gezien waarin hij wordt beschuldigd van kindermisbruik. Laatst liep ik in de supermarkt en toen hoorde ik op de achtergrond zijn nummer Pretty Young Thing. Daar luister je dan toch met andere oren naar. Aan de andere kant hoorde ik laatst ook een nummer van hem van toen hij een jaar of acht was, maar daar had ik minder moeite mee. Ik dacht: hier mag ik nog van genieten, want hier was hij nog onschuldig. R. Kelly is een heel ander verhaal. Dat was ook een favoriet van mij, maar daar ben ik helemaal klaar mee. Ook hij raakte in opspraak omdat hij seks zou hebben gehad met minderjarigen. In beide gevallen ben ik ervan overtuigd dat er grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden. Dat doet in zekere zin niets af aan de kwaliteit van hun muziek, maar ik vind het moeilijk om met die kennis van die muziek te genieten.”

Jan Cremer: ‘Het feminisme is aan mij voorbijgegaan’

Jan Cremer (79) is schrijver en schilder. Playboy spreekt hem naar aanleiding van zijn nieuwe boek Canaille over de verfilmingspogingen van zijn bestseller Ik Jan Cremer, zijn weerzin tegen fatsoensrakkers en zijn literaire aspiraties: ‘Ik schrijf begrijpbare porno voor het volk.’

Jan Cremer is bij leven een legende. Hij maakte zichzelf onsterfelijk met de onverbiddelijke bestseller Ik Jan Cremer uit 1964. Zijn reisavonturen vol drank, geweld en seks zorgden voor een schok in Nederland. De vrije jaren zestig waren na het verschijnen van dit boek pas echt begonnen. Na het succes van zijn debuut – er zouden wereldwijd zo’n twaalf miljoen exemplaren van zijn verkocht – vertrok Cremer naar Amerika. Hij nam zijn intrek in het vermaarde Chelsea Hotel in New York, waar hij vriendschap sloot met Bob Dylan en verloofd was met sekssymbool Jayne Mansfield. Tegenwoordig verdeelt hij zijn tijd over Parijs, Berlijn, Amsterdam en Umbrië. Playboy spreekt de nog immer schrijvende en schilderende kunstenaar in de galerie van zijn vrouw in Amsterdam.

Onlangs verscheen je nieuwe boek Canaille. Zit het publiek nog wel te wachten op nieuw werk van Jan Cremer?
“Dat denk ik wel, ja. Ik ben de meest gelezen schrijver van Nederland, al vanaf 1964 bestsellerauteur, en ik heb een hele schare lezers, nationaal en internationaal, die honger hebben naar mijn werk. Ik kan er nog steeds op rekenen dat ik in Holland ongeveer zestigduizend lezers heb die het nieuwe boek graag willen lezen. Dat is voor mijn doen weinig, vroeger had ik er zeshonderdduizend, maar voor tegenwoordig is dat veel.”

Kun je kort uitleggen waar het boek over gaat?
“Het gaat over de opkomst en ondergang van een beroemde primaballerina en de onmogelijke taak om voor het eerst van je leven een gezin te vormen. Ik trouwde in de jaren zestig met mijn grote liefde met wie ik een leven probeerde op te bouwen in New York. We kregen een dochter. Voor het eerst in mijn leven had ik een gezin. Ik had tot die tijd geen familie-ervaring. Ik was enig kind, mijn vader was al vroeg overleden, ik heb tot mijn veertiende altijd in tehuizen gezeten, ik was onopvoedbaar. In Amerika zag de toekomst er rooskleurig uit. Ik had alles wat ik wilde: een mooie vrouw, een lief kind, een prachtige ranch met paarden, honden, noem maar op. Dat ging natuurlijk mis. Onze relatie liep stuk. Op geld. Ik geef helemaal niets om geld, als ik geld heb dan geef ik het uit, maar dat was voor haar een probleem. Ze beschouwde haar zeven jaar met mij uiteindelijk als een one-night-stand en de dochter die daaruit voortkwam ziet mij als haar spermadonor. Ik heb met allebei geen contact meer.”

Ik kan me voorstellen dat dat lastig is.
“Je krijgt oorlog met je vrouw, die zet haar dochter tegen je op. Je dochter wordt je vijand, en vijanden, zo is mij geleerd, moet je op afstand houden. Dus dat is voorbij. Ik ben wat dat betreft een vrij harde figuur, misschien nog wel harder dan vroeger. Als iemand om wat voor reden dan ook mijn vertrouwen heeft geschaad, komt het nooit meer goed.”

Je hebt kisten vol met aantekeningen, waardoor je ook deze liefdesgeschiedenis tot in de kleinste details reconstrueert. Waarom heb je alles altijd bijgehouden?
“Ik heb mezelf op mijn veertiende de taak gesteld om mijn leven te beschrijven. Ik dacht: of mijn leven wordt helemaal niks, of ik schrijf gewoon op wat ik allemaal meemaak. Dat laatste heb ik dus gedaan. Ik beschrijf mijn leven als een soort vaart op zee, als een odyssee, als een zwerftocht, waarbij ik langs allerlei rotsen vaar. Als ik zo’n rots heb beschreven dan ben ik er voorbij, dan is het klaar, dan slaan de golven erover. Elk boek beschrijft zo’n rots. Ik heb er nog minimaal drie in mijn hoofd zitten.”

Hoe schrijf je precies?
“Op mijn Triumph Gabriele. Voltaire schreef al: schrijven is oorlog. Voor mij zijn de hamertjes van een schrijfmachine klauwen. Ik heb weleens een elektrische schrijfmachine geprobeerd, maar dat is veel te zacht. Computers zijn al helemaal niet aan mij besteed. Het moet kletteren. Ik schrijf zoals ik schilder: heel ruw. Met kwasten en troffels sla ik de verf op het doek, met mijn schrijfmachine hamer ik de letters in het papier. De inkt spat eromheen. Dat zie je met het blote oog niet, maar als je met een loep kijkt zie je dat geen enkele letter hetzelfde is.”

Krijg je genoeg erkenning voor je schrijverschap?
“In Amerika en Duitsland sta ik in allerlei encyclopedieën als zijnde een van de grote namen van de literatuur in Holland. Hier hebben de meeste collega-schrijvers nog nooit van mij gehoord. Het is misschien een beetje hetzelfde als met De Telegraaf: het is de grootste krant van het land, maar niemand heeft het ooit gelezen, begrijp je wel.”

Je hebt ook nooit een literaire prijs ontvangen.
“En dat moeten ze ook niet wagen. Dan berg je je maar, als je dat durft. Daar zijn ze nu te laat mee. Ik weet dat ik absoluut mijn best doe om goed te schrijven en mooi te schilderen. Ik sta nog steeds achter elk woord dat ik heb geschreven en elk schilderij dat ik heb geschilderd. En of nu een persoon mijn werk mooi vindt of een miljoen personen en of ze me daar nu een prijs voor geven  – het interesseert me in feite ook niet. Ik ben koninklijk onderscheiden, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, en dat vind ik waardevol genoeg.”

Volg je de nieuwe lichting schrijvers?
“Nee. In Holland wordt de bestsellerlijst momenteel aangevoerd door literaire kwakzalvers. Daar ga ik mijn tijd niet aan besteden. Ik heb niets aan iemand die mooi kan schrijven, dat kan ik zelf ook wel, en dan nog beter ook. De schrijvers van tegenwoordig schrijven allemaal prachtige zinnen, maar ze hebben geen seconde in hun leven honger geleden, ze weten niet wat armoede is. Dan kun je ook niet goed schrijven. Ik moest altijd mijn eigen brood verdienen. Ik heb in de haven moeten werken, ik heb moeten varen, ik heb in een slachterij gewerkt. Dat is het doornige pad van de kunst. Ik schrijf alles op met hart en ziel, over wat ik heb meegemaakt en gevoeld, zo simpel is dat.”

Ik Jan Cremer is een iconisch boek. Wereldwijd zouden er twaalf miljoen exemplaren van zijn verkocht. Waarom is het eigenlijk nooit verfilmd?
“Ha, dat is een boek op zich, de talloze pogingen die zijn ondernomen om het boek te verfilmen, vaak niet door de minsten. Oliver Stone, nog steeds een vriend van me, wilde er zijn afstudeerfilm van maken. Dat was al in 1967. Francis Ford Coppola heb ik ook mee te maken gehad, maar die werd afgewezen, want die had een script ingeleverd dat helemaal niet liep. Een jaar later maakte hij The Godfather. Vorig jaar kregen we nog een verzoek van Johnny Depp. Die wil het ook gaan regisseren, maar daar hebben we nu al een tijd niets meer van gehoord. Ik moet je zeggen, ik heb altijd wel goed kunnen leven van de optierechten. Die worden dan voor een of twee jaar betaald en dan heb je toch een flink kapitaal in handen. En dan ben ik dus altijd blij als het weer niet doorgaat, want dan kunnen we de optie nog een keer opnieuw verkopen.”

Waar loopt het dan op stuk?
“Op het script. Het boek bestaat uit meerdere verhalen, speelt op verschillende locaties op de wereld, ik geloof wel twaalf. In woorden kun je makkelijk van Ibiza naar New York springen, maar in een film kan dat niet.”

In een serie wel.
“Nu we het erover hebben… We werden niet zo lang geleden benaderd door Netflix. Die willen er een serie van maken van twaalf afleveringen. Dat is natuurlijk wel een mogelijkheid, want dan hoef je niet telkens te springen tussen al die tijden en locaties, dan kun je dat per aflevering doen. Maar je weet hoe dat gaat: eerst is er enorm veel contact, dan hoor je een tijd niets meer en dan hoor je opeens weer wat. We zullen zien.”

Ik Jan Cremer werd van meet af aan omarmd door het volk. Eindelijk was er iemand die onverbloemd schreef waar het op stond. Je noemde jezelf ook ‘schrijver van het volk’. Zie je jezelf nog steeds zo?
“Ja. Letterlijk en figuurlijk. Ik schrijf begrijpbare porno voor het volk. Ik spreek ook als een van de weinige schrijvers de taal van het volk, omdat ik uit het volk voortkom. Ik leefde vanaf mijn vijfde jaar op straat en alles wat je daar leert… Er is geen betere universiteit dan de straat. De allerhoogste academische graad haal je op straat. Als je naar mijn vriendenkring kijkt, zijn dat ook nog steeds militairen, mariniers en politiemensen. Daar heb ik geen diepe gesprekken mee, maar ik voel me er wel bij thuis. Ik heb heel weinig kunstvrienden. Ik vind de kunstwereld een schijnheilige wereld, een hypocriete wereld. Een wereld van likken en buigen. Dat past niet bij mij.”

Zie je jezelf eigenlijk als een schrijvende schilder of een schilderende schrijver?
“Die vraagt wordt me altijd gesteld. Ik denk zo niet. Het is een doem als je geboren wordt als kunstenaar met meerdere talenten. Dat klinkt misschien dramatisch, maar het is zo. Want van kleins af aan heb je onrust in je, ik in elk geval. Elk kind is tot zijn vijfde een kunstenaar in de dop. Op school wordt dat eruit geslagen. Mensen die dat niet uit zich laten slaan, moeten een pad kiezen die enorme kronkels heeft en hobbelig is. Dat is een pad vol doornen. Er zijn er maar weinig die dat pad kunnen volhouden. Ik moet mijn hele leven al schrijven en schilderen. Ik hoop altijd dat ik op een dag geen zin meer heb om te schilderen of om te schrijven, maar ik krijg juist steeds meer zin om te schilderen en te schrijven. Mijn werk is mij heilig. Ik ben zeer gedisciplineerd, alhoewel mijn imago is dat ik dat niet ben. Ik kan nog steeds weleens flink doorzakken, de hort op gaan, dat hoort bij het leven, maar mijn werk is altijd nummer een geweest in mijn leven. Van jongs af aan. Eerst verf kopen, dan eten. Eerst schrijfpapier kopen, dan eten. Ik kan alleen niet tegelijk schilderen en schrijven. Daarom schilder ik in de zomer en schrijf ik in de winter. Voor de mensheid is het goed dat ik allebei doe, maar voor mijzelf niet. Het geeft heel veel onrust.”

Volgend jaar word je tachtig. Zie je daar tegenop?
“Waarom? Voor mij zijn het gewoon twee cijfers. Een acht en een nul. Ik heb altijd het idee, en dat klinkt misschien een beetje belachelijk langzamerhand, dat ik nog moet beginnen. Ik vind het ook heerlijk om dat gevoel te hebben. Als je dat gevoel niet meer hebt kun je beter meteen stoppen.”

Je denkt dus niet na over het onvermijdelijke einde?
Fel: “Nee man, ben je gek, helemaal geen sprake van. Natuurlijk niet. Ik ga door tot m’n honderdveertigste en daarna zien we wel verder. Leeftijd zegt mij niks. En tachtig… In mijn jeugd was ik altijd ondervoed. Veel kinderen waren ondervoed in die tijd. Ik was graatmager en oorlogswees en zat in een tehuis op de Veluwe. Daar mochten we altijd spelen voor het slapengaan. Op een gegeven moment kwamen er nieuwe pleegzusters. Ik was aan het stoeien met een jongen maar dat ging volgens een van die nieuwe zusters een beetje te ruw. Een andere zuster zei toen, en dat hoorde ik: ‘Laat hem maar, die haalt de zestien niet.’ Ik dacht: moet jij eens opletten, kreng, ik haal de zestien wel. En nu ben ik bijna tachtig. Nietzsche zei al: ‘Was mich nicht umbringt, macht mich stärker.’ Dat is mijn stelregel in het leven. Ik zie het leven als een eenmansguerilla. Je moet jezelf er doorheen tijgeren. Met het einde ben ik helemaal niet bezig, daar denk ik nooit aan. Ik heb daar ook helemaal geen tijd voor; ik moet aan het werk!”

Hij staat op en loopt naar de keuken. “Wil je ook een glas water? Of wil je liever een kop koffie?” Ik aarzel. “Of zullen we een biertje doen?” Dat klinkt beter. Hij komt terug met twee flesjes Pilsner Urquell.

Je bent een vrouwenkenner. Waar moet een goede vrouw volgens jou aan voldoen?
“Meestal zijn de vrouwen waar ik op val blond, hebben blauwe ogen, moeten tegen een stootje kunnen, goed in de keuken zijn en een goede kameraad zijn. Het belangrijkste is om een goede kameraad te hebben in je leven. Mijn Babette is mijn muze, mijn grote liefde. Ik ontkom er natuurlijk niet aan dat ik in mijn verleden andere grote liefdes ben tegengekomen, daar schrijf ik natuurlijk ook over, maar dat vindt ze niet erg. Je kunt je verleden niet uit de weg gaan.”

Zijn de vrouwen veranderd in vergelijking met vroeger?
“Nee.”

Niet? Ook niet door de feministische golven?
Spottend: “Die zijn aan mij voorbijgegaan. In mijn kring komen geen feministen voor. Een leuke vrouw is voor mij nog steeds gewoon een lekker wijf waar je een borrel mee kan drinken en waar je goed mee kan lachen en waar je de liefde mee kan bedrijven” Lachend: “Waar zijn ze anders voor zou ik haast zeggen.”

Is dat niet heel seksistisch? Je schrijft in een van je boeken bijvoorbeeld ook: ‘Een goede vrouw is onderworpen aan haar man, haar Heer en Meester’.
“Dat schrijf ik ook een beetje om te stangen, natuurlijk. Ik schreef ook dat een goede vrouw ’s ochtends als eerste opstaat en zingend in de keuken een lekker ontbijt klaarmaakt dat ze manlief op bed komt brengen met de krant opengevouwen op de sportpagina en ’s avonds in een korte rok en op hoge hakken de dampende piepers serveert. Dat vind ik nog steeds een mooi beeld. Dat is humor.”

Onlangs was er een nieuwe toneelbewerking van Turks fruit van Jan Wolkers. De makers vonden het boek achterhaald en hebben er een vrouwvriendelijker versie van gemaakt. Hoe kijk jij daarnaar?
“Dat kan toch helemaal niet? Ik doe niet mee aan die hysterie. Ik schrijf wat ik schrijven wil. Ik vind dat ik in de maat blijf, maar ik schrijf wel waar het op staat. Een lekker wijf is een lekker wijf. Ik schrijf gewoon wat het is en dat blijf ik doen. Turks fruit vond ik bij verschijning trouwens al achterhaald. Alles wat erin staat, staat al in Ik Jan Cremer.”

Herken je in deze tijd iets van de preutsheid van de jaren zestig?
“Er was helemaal geen preutsheid in de jaren zestig. Ik emigreerde in 1964 naar Amerika. Hier kwamen in die tijd de eerste pornoblaadjes op de markt en werd de vrije seks gepropageerd, maar daar was het moeilijk om een meid te vinden die niet meteen haar benen spreidde. Ik beschrijf in Ik Jan Cremer 3 hoe wild het daar toen was, vooral op seksgebied. Van hoog tot laag – iedereen was ermee bezig. Er waren meiden uit de beste families die in die tijd in pornofilms optraden. In de jaren zeventig is dat weer teruggedrongen. Mensen van die generatie gingen zichzelf profileren in de zakenwereld en wilden niet meer herinnerd worden aan hun verleden. Die nieuwe preutsheid zal tijdelijk zijn. Die hele #MeToo-beweging is te gek voor woorden. Kijk, uitwassen moet je bestrijden, met harde hand, voor de rest moet je niet te kleinzerig doen. Je moet schrijvers ook geen taboes opleggen, want dan maak je juist de taboedoorbrekers wakker. Als ik iets niet mag dan ga ik het juist doen. Dat zit in onze volksaard. Holland is ontstaan uit anarchisten. In 9 n. Chr. had je de Slag bij het Teutoburgerwoud. De mensen die we nu deserteurs noemen, degenen op vaandelvlucht, vluchtten westwaarts de moerassen in. Holland bestaat uit hels land. Daar komt de naam ook vandaan. De Germanen zeiden: laat die deserteurs maar creperen, die verdrinken toch wel in het moeras. Dat zijn de Hollanders. Wij zijn dus eigenlijk een volk van deserteurs. Die anarchie lijkt nu helemaal verdoofd.”

Je zei net dat je het verleden niet uit de weg kunt gaan. Betekent dat ook dat we het verleden van ons eigen land niet mogen verloochenen? Ik denk bijvoorbeeld aan de mensen die de naam van Jan Pieterszoon Coen uit het straatbeeld willen laten verdwijnen.
“Dat vind ik ook te gek voor woorden. Coen heeft ons land helpen opbouwen, of hij dat nu op een goede manier heeft gedaan of niet. Je kunt de historie niet gaan herschrijven of fatsoeneren. Dat kan gewoon niet. We moeten oppassen voor de fatsoensrakkers, voor de extremisten van het fatsoen. Je kunt daar eigenlijk maar een ding tegen doen: negeren. Als je ze geen aandacht geeft dan sterven ze uit. Maar kranten denken: goed nieuws is geen nieuws, dus de kranten teren erop. Als de kranten het zouden stilzwijgen dan bestaat die sfeer niet meer. Ik doe er in ieder geval niet aan mee. Wat ik al zei: een lekker wijf is bij mij nog steeds een lekker wijf. En als ze mooie tieten heeft dan schrijf ik dat ze mooie tieten heeft. De op fatsoen gedresseerde apen die dat niet willen lezen die doen hun ogen maar dicht.”

Je woonde twaalf jaar in het vermaarde Chelsea Hotel in New York. In Ik Jan Cremer 3 schrijf je daar uitgebreid over, onder meer over je vriendschap met Bob Dylan. Hoe is die ontstaan?
“Die leerde ik kennen via mijn boek. In New York heb je weinig boekhandels. Je hebt niet van die kleine winkeltjes zoals hier, er zijn maar een paar grote boekhandels, zoals die op Times Square. Daar stond mijn boek prominent in de etalage. Ik ging daar weleens naar binnen, ik woonde daar vlakbij, en leerde de jongen die die boeken verkocht kennen. Hij zei: ‘Weet je wie hier net de deur uit gaat? Tennessee Williams, met een doos boeken van je.’ Ik kende hem vaag als de schrijver van Cat on a Hot Tin Roof, dus dat klonk wel goed. Een paar dagen later kwam ik er weer. ‘Weet je wie hier net wegloopt met je boek?’, zei hij. ‘Bob Dylan. Dat is een folkzanger die heel beroemd aan het worden is. Hij heeft twee dozen van I Jan Cremer besteld.’ Een paar dagen later komt de manager van het hotel naar me toe en zei dat hij me aan iemand voor wilde stellen. Dat was Bob Dylan. We zijn bevriend geraakt, dat heeft ongeveer een jaar geduurd, toen was het over. De muziekwereld is mijn wereld niet. Ik ben met hem meegevlogen naar concerten, maar hij wilde teveel grip op mij krijgen, hij wilde dat ik overal mee naar toe ging. Maar ik moest schrijven en schilderen, natuurlijk. Ik had geen tijd om overal mee naar toe te gaan.”

Je zet hem neer als iemand die andere mensen misbruikt om de top te bereiken.
“Ik vond hem een rücksichtslose streber. Hij is een hele goede zanger en musicus, maar als persoon is het een rotzak. Ik ben eens met hem mee geweest naar een concert in Philadelphia waar zijn ouders ook waren. Hij begroette ze niet eens. Wat hij schreef kwam letterlijk uit de kranten en uit zijn rijmwoordenboek. Prima, maar dat hij daarvoor de Nobelprijs voor de Literatuur heeft ontvangen, is natuurlijk te gek voor woorden.”

Je schrijft ook dat je hebt meegewerkt aan een van zijn beroemdste liedjes, Visions of Joanna. Hoe zit dat precies?
“Ik heb die naam bedacht: Joanna. Dylan zocht een naam die Europees klonk en dat werd dus deze naam. Sad lady of the Low Lands gaat over mijn toenmalige vriendin Nico, de zangeres van The Velvet Underground. Later zijn daar andere dingen over geschreven, dat het over andere vrouwen gaat, maar het gaat over Nico. Zij schreef op haar beurt weer I’ll be your mirror van The Velvet Underground. Ik zat destijds in Californië voor filmrechten en zij zat in mijn atelier in het Chelsea Hotel en als we elkaar dan belden dan zei ze: ‘Don’t worry, I’ll be your mirror.’ Ik heb gezien dat ze dat nummer schreef. Dat wordt nu toegeschreven aan Lou Reed, maar dat is onterecht, dat heeft natuurlijk allemaal met rechten te maken.”

Het hoogtepunt van Ik Jan Cremer 3 is je vier maanden durende reis door Zuid-Amerika met je toenmalige verloofde Jayne Mansfield. Hoe ging dat?
“We leerden elkaar kennen door een publiciteitsfoto. Ik had Ik Jan Cremer aan haar opgedragen, dus toen er een Amerikaanse editie verscheen, gingen we samen op de foto. Ze hield me meteen vast en kon me niet meer vergeten. Daarom vroeg ze me mee op die publiciteitsreis door Zuid-Amerika. Lees het allemaal maar na. Ik kwam van het gekkenhuis New York in het krankzinnigengesticht Zuid-Amerika, begrijp je wel. Alles is gebaseerd op mijn aantekeningen uit die tijd. Alles klopt wat er staat.”

Toch klinken de verhalen je vertelt bijna te mooi om waar te zijn. Ze zeggen weleens dat je een fantast bent. Trek je je dat aan?
“Daar moet ik hartelijk om lachen. Ik heb altijd medelijden met hen die zo vol domheid zijn. Diezelfde mensen zeggen ook dat ik een fascist ben. Het is heel simpel: ik hoef niets te bewijzen, de historie zal het uitmaken. Alles wat ik schrijf is te verifiëren. Zoek het maar na.”

Onlangs verscheen je nieuwe boek Canaille. Zit het publiek nog wel te wachten op nieuw werk van Jan Cremer?
“Dat denk ik wel, ja. Ik ben de meest gelezen schrijver van Nederland, al vanaf 1964 bestsellerauteur, en ik heb een hele schare lezers, nationaal en internationaal, die honger hebben naar mijn werk. Ik kan er nog steeds op rekenen dat ik in Holland ongeveer 60.000 lezers heb die het nieuwe boek graag willen lezen. Dat is voor mijn doen weinig, vroeger had ik er 600.000, maar voor tegenwoordig is dat veel.”

Kun je kort uitleggen waar het boek over gaat?
“Het gaat over de opkomst en ondergang van een beroemde primaballerina en de onmogelijke taak om voor het eerst van je leven een gezin te vormen. Ik trouwde in de jaren zestig met mijn grote liefde, met wie ik een leven probeerde op te bouwen in New York. We kregen een dochter. Voor het eerst in mijn leven had ik een gezin. Tot die tijd had ik geen familie-ervaring. Ik was enig kind, mijn vader was al vroeg overleden, ik heb tot mijn veertiende altijd in tehuizen gezeten, ik was onopvoedbaar. In Amerika zag de toekomst er rooskleurig uit. Ik had alles wat ik wilde: een mooie vrouw, een lief kind, een prachtige ranch met paarden, honden, noem maar op. Dat ging natuurlijk mis. Onze relatie liep stuk. Op geld. Ik geef helemaal niets om geld, als ik geld heb dan geef ik het uit. Dat was voor haar een probleem. Ze beschouwde haar zeven jaar met mij uiteindelijk als een onenightstand en de dochter die daaruit voortkwam ziet mij als haar moeders spermadonor. Ik heb met allebei geen contact meer.”

Ik kan me voorstellen dat dat lastig is.
“Je krijgt oorlog met je vrouw, die zet haar dochter tegen je op. Je dochter wordt je vijand, en vijanden, zo is mij geleerd, moet je op afstand houden. Dus dat is voorbij. Ik ben wat dat betreft een vrij harde figuur, misschien nog wel harder dan vroeger. Als iemand om wat voor reden dan ook mijn vertrouwen heeft geschaad, komt het nooit meer goed.”

***

Krijg je genoeg erkenning voor je schrijverschap?
“In Amerika en Duitsland sta ik in allerlei encyclopedieën als zijnde een van de grote namen van de literatuur in Holland. Hier hebben de meeste collega-schrijvers nog nooit van mij gehoord. Het is misschien een beetje hetzelfde als met De Telegraaf: het is de grootste krant van het land, maar niemand heeft het ooit gelezen, begrijp je wel.”

Je hebt ook nooit een literaire prijs ontvangen.
“En dat moeten ze ook niet wagen. Dan berg je je maar, als je dat durft. Daar zijn ze nu te laat mee. Ik weet dat ik absoluut mijn best doe om goed te schrijven en mooi te schilderen. Ik sta nog steeds achter elk woord dat ik heb geschreven en elk schilderij dat ik heb geschilderd. Of nu één persoon mijn werk mooi vindt of een miljoen personen en of ze me daar nu een prijs voor geven – het interesseert me in feite ook niet. Ik ben koninklijk onderscheiden, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Dat vind ik waardevol genoeg.”

Volg je de nieuwe lichting schrijvers?
“Nee. In Holland wordt de bestsellerlijst momenteel aangevoerd door literaire kwakzalvers. Daar ga ik mijn tijd niet aan besteden. Ik heb niets aan iemand die mooi kan schrijven, dat kan ik zelf ook wel, en dan nog beter ook. De schrijvers van tegenwoordig schrijven allemaal prachtige zinnen, maar ze hebben geen seconde in hun leven honger geleden, ze weten niet wat armoede is. Dan kun je ook niet goed schrijven. Ik moest altijd mijn eigen brood verdienen. Ik heb in de haven moeten werken, ik heb moeten varen, ik heb in een slachterij gewerkt. Dat is het doornige pad van de kunst. Ik schrijf alles op met hart en ziel, over wat ik heb meegemaakt en gevoeld. Zo simpel is dat.”

***

Je bent een vrouwenkenner. Waar moet een goede vrouw volgens jou aan voldoen?
Meestal zijn de vrouwen op wie ik val blond en hebben blauwe ogen. Ze moeten tegen een stootje kunnen, goed in de keuken zijn en een goede kameraad zijn. Het belangrijkste is om een goede kameraad te hebben in je leven. Mijn Babette is mijn muze, mijn grote liefde. Ik ontkom er natuurlijk niet aan dat ik in mijn verleden andere grote liefdes ben tegengekomen, daar schrijf ik natuurlijk ook over, maar dat vindt ze niet erg. Je kunt je verleden niet uit de weg gaan.”

Zijn de vrouwen veranderd in vergelijking met vroeger?
“Nee.”

Niet? Ook niet door de feministische golven?
Spottend: ‘Die zijn aan mij voorbijgegaan. In mijn kring komen geen feministen voor. Een leuke vrouw is voor mij nog steeds gewoon een lekker wijf met wie je een borrel kan drinken en met wie je goed kan lachen en de liefde mee kan bedrijven’ Lachend: ‘Waar zijn ze anders voor, zou ik haast zeggen.’

Is dat niet heel seksistisch? Je schrijft in een van je boeken bijvoorbeeld ook: ‘Een goede vrouw is onderworpen aan haar man, haar Heer en Meester’.
“Dat schrijf ik ook een beetje om te stangen, natuurlijk. Ik schreef ook dat een goede vrouw ’s ochtends als eerste opstaat en zingend in de keuken een lekker ontbijt klaarmaakt dat ze manlief op bed komt brengen met de krant opengevouwen op de sportpagina en ’s avonds in een korte rok en op hoge hakken de dampende piepers serveert. Dat vind ik nog steeds een mooi beeld. Dat is humor.”

Onlangs was er een nieuwe toneelbewerking van Turks fruit van Jan Wolkers. De makers vonden het boek achterhaald en hebben er een vrouwvriendelijker versie van gemaakt. Hoe kijk jij daarnaar?
“Dat kan toch helemaal niet? Ik doe niet mee aan die hysterie. Ik schrijf wat ik schrijven wil. Ik vind dat ik in de maat blijf, maar ik schrijf wel waar het op staat. Een lekker wijf is een lekker wijf. Ik schrijf gewoon wat het is en dat blijf ik doen. Turks fruit vond ik bij verschijning trouwens al achterhaald. Alles wat erin staat, staat al in Ik Jan Cremer.”