Gerard Joling: ‘De beste zanger van Nederland? Dat ben ik zelf’

Gerard Joling (57) is een van de meest geliefde zangers van Nederland. Eind mei staat hij met De Toppers weer drie keer in een bijna uitverkochte Johan Cruijff ArenA in Amsterdam. Playboy spreekt de goedlachse entertainer over zijn carrière, zijn vete met Gordon en zijn politieke engagement: ‘Het zou me niet verwonderen als hier binnen nu en drie jaar een burgeroorlog uitbreekt.’

Het gehele interview met Gerard Joling leest u in Playboy (mei 2018) of op Blendle.

Je staat nu bijna voor de vijftigste keer in de Arena. Voel je nog iets van spanning op de dag van het concert, of is het allemaal routine geworden?
Nou, je bent onrustig op een positieve manier. Je weet dat er die avond 67.000 mensen voor je neus staan en dat doet natuurlijk iets met je. De dagen voor de shows vind ik altijd het zwaarst. Dan doe je de show al een paar keer: eerst een generale repetitie, dan een camerarepetitie, dan een gewone repetitie… Dat is best pittig. Ik hoop dan altijd dat mijn stem het houdt. Op de dag van het concert ga ik meestal eerst een uurtje hardlopen in het sportzaaltje van het Amstel Hotel. In de kleedkamer houd ik het altijd heel rustig: een paar geurkaarsen, een beetje wierook en vooral niet te veel mensen om me heen. Die rust moet je ook hebben wanneer je opkomt. Je moet langzaam het trappetje op, langzaam uit de lucht naar beneden zakken, langzaam van de olifant af… Je krijgt zo’n adrenalinestoot dat je het liefst over dat podium wilt rennen, maar dat moet je niet doen. En dan is het even drie uurtjes heel hard werken, maar het blijft natuurlijk iets wonderbaarlijks, zo’n groot concert. Het is belangrijk dat je rustig blijft.

Ben je al helemaal in vorm of moet je er nog even tegenaan?

Ik moet eigenlijk nog acht kilo afvallen, maar dat gaat me niet meer lukken. Ik vind het veel te leuk om uit eten te gaan en een drankje te drinken, waardoor ik niet zo slank en afgetraind ben als ik eigenlijk zou willen zijn. En ik hoop dat ik geen last krijg van de pollen in de lucht, want daar ben ik altijd heel erg gevoelig voor. Er lopen natuurlijk artsen rond die daar allerlei middeltjes voor hebben, dus er is niets aan de hand, maar dat probeer je toch te voorkomen. Het belangrijkste is nu dat we volgende week beginnen met repeteren, met het instuderen van de liedjes, en dat vind ik ook altijd wel een ding.

Want?

Nou, je hebt heel veel liedjes die je leuk vindt, maar er zitten ook altijd nummers bij waarvan je denkt: jemig, wat vind ik dat verschrikkelijk. Van die lullige liedjes als Olleke bolleke remi solleke, bijvoorbeeld. Daar word ik helemaal niet goed van. Of Er staat een paard in de gang. Ik ben dol op André van Duin, hij is een fantastische artiest voor wie ik ongelooflijk veel respect heb, maar dat nummer hoeft voor mij niet. Maar dan zie je hoe de mensen uit hun pan gaan en dan denk je: ach, laat ook maar, en dan zing je het maar een beetje mee. We hebben alle vier wel liedjes waar we niet zoveel zin in hebben.


Wie vind jij op dit moment de beste zanger van Nederland? Zit hij in De Toppers?

Dat vind ik heel moeilijk, want dat heeft heel erg met smaak te maken. Maar als het gaat om veelzijdigheid, en als het gaat om volume, dan vind ik mezelf eigenlijk wel de beste. Dat klinkt ontzettend opschepperig, maar ik denk dat ik een heel goede zanger ben. Gisteravond zat ik met wat vriendinnen, onder wie Mary Borsato en Bonnie St. Claire, wat oude concerten terug te kijken, van Marco en Bonnie, maar ook van mezelf, en dan zie ik dat en dan denk ik: Geer, hier mankeert helemaal niets aan, dit is zó goed gedaan. Als het gaat om veelzijdigheid in muzieksoorten, dan vind ik Waylon een van de beste zangers van Nederland.

(——-)

Welke politicus vind je goed?
Thierry Baudet (Forum voor Democratie, red.) doet het heel goed, al moet hij niet van die rare legeroutfits gaan dragen zoals laatst in de Tweede Kamer, want dan knap ik af. Voor de rest is het slecht gesteld met de politiek. Nederland schreeuwt naar mijn mening om twee dingen: strengere regels en hogere straffen.’ Hij veert op van zijn stoel en begint vurig te spreken: ‘De politie moet allereerst meer bevoegdheden krijgen. Niet alleen met pepperspray, maar ook met het gebruik van knuppel en geweer. Je denkt toch niet dat je bij de Guardia Civil in Spanje iemand uit kan lachen of in zijn gezicht kan kwatten zonder dat er iets gebeurt? Dan slaan ze je met zes knuppels in elkaar. Hier mag dat weer niet. Wat is dat voor een beleid in Nederland? Zo wordt het alleen maar erger. We krijgen steeds meer inbraken, steeds meer overvallen, en het maakt dat tuig ook niet uit, want ze denken: als ik word opgepakt dan kom ik toch in een soort hotel terecht waar ik zelf mag kiezen wat ik eet en waar ik alleen op een kamer kom te zitten. Het is hier gewoon een El Dorado. Ik word er angstig van. Het kan toch niet waar zijn dat iedereen hier alles maar kan doen? Als jij negen jaar op een huis zit te wachten in Amsterdam maar je krijgt het niet omdat er krakers in zitten die er niet uit willen. Van Aartsen, die paardenlul, zegt tegen die mensen: dan moet je maar aangifte gaan doen. Wat is dat voor een waarnemend burgemeester? Die man moet gewoon heel snel met pensioen. Het kan toch niet waar zijn dat een vrouw van in de zeventig staat te douchen en dat er ineens buitenlanders in de woonkamer staan die dat huis gaan kraken? Het zou mij gebeuren zeg. Ik zou er zelf tegenaan gaan met een bijl en een hakmes. Ik vind het zo verschrikkelijk dat dit hier allemaal gewoon kan. Het land wordt overgenomen door de buitenlanders en we zijn gewoon te laat. We kunnen niet meer terug. En dat is allemaal de schuld van links.

Daar zeg je nogal wat. Je hebt het over een bijl en een hakmes, wat me doet denken aan een uitspraak van Forum voor Democratie-Kamerlid Theo Hiddema, die eens zei dat de burger zelf een pistool moet kopen om zichzelf te verdedigen.

 Ik ben het wel met hem eens. Vijf jaar geleden stonden er ‘s nachts vijf mannen aan mijn deur die me wilden overvallen. Ze zijn niet binnengekomen, ik lag in diepe slaap en heb ook niets gehoord, maar ze hebben wel de deur ontzet. Ik heb de beelden van die poging tot roofoverval opgestuurd, en ook die van de buren, maar de politie heeft er niets mee gedaan. Zij noemden het een poging tot inbraak. Ammehoela. Je gaat niet inbreken bij iemand die gewoon thuis is, en dan ga je ook niet met vijf man met allemaal een mombakkes om bij de deur staan. Ik heb nu een nieuw huis en ben vergeven van de camera’s. Ik heb nu ook mijn eigen dingen in huis. En ik zal niet zeggen of dat nu een geweer is of iets anders, maar ik ben bang geworden en denk: hier heb ik geen zin meer in. Dus verdedig ik me ook met dingen die niet mogen. Prima. Ik werk mezelf drie slagen in de rondte en een ander trekt m’n troep leeg of zet me een mes op de keel voor een paar klokkies? Dacht het niet. Ik vind dat we onszelf moeten kunnen verdedigen. Die wet moet er dan misschien ook maar door.

Een wapenwet? In de Verenigde Staten staat die wet nu juist heel erg ter discussie.

Ja, en dat snap ik ook wel, want het is natuurlijk ook angstaanjagend, iemand die met een Kalasjnikov een school binnenkomt. Aan de andere kant kun je het ook niet controleren. De schutter in het winkelcentrum van Alphen aan den Rijn was ook iemand met psychische problemen, maar hij kreeg toch een wapenvergunning. Het is een heel lastige discussie. Dat vind ik ook. Ik weet niet of we daar ooit uit zullen komen in Nederland. Maar ik vind ook dat je jezelf moet kunnen verdedigen tegen dat soort gespuis.

Dan, weer wat bedaard: ‘Het is net of ik een politiek pleidooi aan het houden ben, maar ik wind me er gewoon erg over op. Mijn grootste angst voor de komende jaren is de islamisering van Nederland. Ik heb niets tegen buitenlanders, maar ze moeten wel onze taal spreken en onze normen en waarden respecteren. We hebben de afgelopen jaren gewoon te veel binnengelaten in een te klein land en vroeg of laat gaat dat botsen. Dan komt er een clash tussen de verschillende culturen. Het zou mij niet verwonderen als er binnen nu en drie jaar een burgeroorlog uitbreekt. De mensen pikken het niet meer. Het land gaat naar de klote op deze manier.’

De culturele agenda van… Frank Boeijen

Wat leest, ziet en luistert Frank Boeijen?

Boeken

download (4)
Frans Kellendonk – De brieven

“Een ander boek waar ik in bezig ben, is De onderwaterzwemmer van P.F. Thomèse. Ik had nog nooit iets van hem gelezen, ik wist ook niet dat het zo’n kundig schrijver was. De onderwaterzwemmer vertelt in het kort het verhaal van een jongen die in de oorlog samen met zijn vader van bezet naar onbezet gebied wil zwemmen. Bij het oversteken van de rivier verliest hij zijn vader. Een dramatisch verhaal natuurlijk, maar heel beeldend en mooi en bij vlagen humoristisch geschreven. Frans Kellendonk – De brieven heb ik met veel genoegen gelezen. Ik heb in de jaren tachtig het toen pas verschenen Mystiek lichaam proberen te lezen, omdat het boek zo’n schandaal was, maar ik kwam er niet doorheen. Ik vond het veel te gecompliceerd. Maar zijn brieven vind ik fantastisch. Deels interessant vind ik het omdat Frans Kellendonk oorspronkelijk uit Nijmegen komt en ik de straten ken waar hij in de brieven over schrijft, maar ook omdat hij zo geweldig schrijft. Een beetje reviaans is het.”

Muziek

download (5)
Joni Mitchell

“Joni Mitchell is fantastisch. Daar heb ik in mijn leven heel veel naar geluisterd. Court and spark, The hissing of summer lawns en Hejira zijn stuk voor stuk mooie platen. Ze is niet alleen een weergaloze zangeres, maar schrijft ook heel poëtische teksten – eigenlijk gedichten die op muziek zijn gezet. Haar meest ontroerende nummer vind ik Both sides now, maar dan in de laatste versie, waarin ze een octaaf lager zingt dan de versie die ze dertig jaar daarvoor had opgenomen. Een vriendin die dat nummer eens hoorde dacht dat het door een man werd gezongen, zo veel is haar stem met het klimmen der jaren gedaald.

Film

download (6)
The Night Porter

“De laatste film die ik heb gezien is 45 Years, met Charlotte Rampling en Tom Courtenay. De film vertelt een ongelooflijk verhaal: vijf dagen voordat een echtpaar vijfenveertig jaar is getrouwd, krijgt de man een brief. Het gaat over zijn eerste geliefde die, ik weet niet hoeveel jaar voordat hij en zijn huidige vrouw een relatie kregen, tijdens het bergbeklimmen verongelukte en nu is gevonden in het ijs. En dan ontstaat er een hele rare verwikkeling, want hoe had hun leven er nu uitgezien als zijn eerste geliefde was blijven leven? Ik vond het een heel indrukwekkende film, en die Charlotte Rampling is een heel prettige actrice om naar te kijken. Ze speelde ook zo goed in The Night Porter, een film over een meisje dat een concentratiekamp overleeft en een SM-relatie aan gaat met een voormalig SS-officier. Ik heb daardoor geïnspireerd ooit nog eens een nummer geschreven dat De Nachtportier heet.”

De culturele agenda van… Frank Boeijen leest u hier op Blendle.

 

Zelfportret Eefje de Visser: ‘Paddo’s brengen me terug naar mijn kindertijd’

Na haar succesvolle debuutalbum De Koek (2011) en het eveneens lyrisch ontvangen Het is (2013) presenteert singer-songwriter Eefje de Visser (1986) op vrijdag 8 januari haar derde album: Nachtlicht.

De Volkskrant noemt het een ‘wonderschoon, modern popalbum’ en roemt haar dromerige muziek en poëtische mijmeringen. 3voor12 noemt het een van de tien meest veelbelovende platen van 2016. Vanaf aanstaande zondag trekt ze met de gelijknamige clubtour door het land om haar nieuwe repetoire de wereld in te sturen. Reden voor HP/De Tijd om haar te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Tevreden, omdat de plaat af is en ik een leuke tijd tegemoet ga denk ik. En omdat ik koffie voor m’n neus heb staan.

Wie zijn uw helden?
Lastig, maar als ik er drie moet noemen: Fiona Apple, Frank Ocean en Christine and The Queens.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die heel dwingend zijn in hun mening. Mensen die geen begrip hebben voor mensen die een andere mening hebben, die willen dat jij denkt wat zij ook denken.

Lijkt u op uw vader?
Als mensen mijn vader zien, dan zien ze meteen dat ik zijn dochter ben. Ik, en al mijn broers en zussen eigenlijk, hebben hetzelfde donkere haar, dezelfde donkere wenkbrauwen, dezelfde ogen en – ook hele leuk – dezelfde neus.

Lijkt u op uw moeder?
Qua gezicht lijk ik dus op mijn vader, maar qua figuur op mijn moeder. En ik heb ook wel haar introverte kant denk ik.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom veel over mijn nieuwe tournee, wat ik ga doen, hoe het decor er uit gaat zien, hoe het licht er uit gaat zien, wat de volgorde van mijn liedjes gaat zijn en hoe dat dan allemaal samen gaat komen. Ik stel me dan altijd voor dat ik in het publiek sta en mezelf zie spelen.

Wat is uw grootste angst?
Eenzaamheid. Ik kan op zich goed alleen zijn, maar ik heb ook graag mensen om me heen.

Bidt u weleens?
Ik geloof dat het wel goed is om af en toe stil te staan bij wat je hebt, maar ik ben daar een beetje te ongeduldig voor, ik kan daar de rust niet voor vinden. Maar ik neem me wel voor om dat meer te gaan doen. Ik vind het belangrijk dat wanneer je ouder wordt, je ook wijzer wordt. En bezinning – je kunt dat bidden noemen – helpt daarbij.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik vind het gebruik van paddo’s altijd wel een soort van iets mystieks hebben. Het is dan net alsof je alles weer voor het eerst ziet, als een kind die de wereld ontdekt. Toen ik na gebruik naar mijn gitaar keek, zag ik de houtnerfjes, de vorm, de kleur. Alsof ik hem nog nooit eerder had gezien. Alles was opeens heel intens. Het is jammer dat er zo’n taboe rust op bepaalde drugs, en dat er zoveel vooroordelen zijn over het gebruik van drugs, omdat het gebruik van bepaalde drugs ook iets spiritueels kan hebben. Alcohol – een drug dat algemeen getolereerd wordt – heeft daarentegen vaak alleen maar een nare uitwerking op mensen.

Bent u aantrekkelijk?
Ik denk dat ik als ik goed in mijn vel zit wel aantrekkelijk kan zijn. Maar dat geldt voor iedereen. Ik val dan ook niet per se op knappe mannen, maar mannen die chill zijn met zichzelf en hun omgeving.

Wat is uw definitie van geluk?
Jezelf en de mensen om je heen accepteren.

Waar schaamt u zich voor?
Voor uitspraken die ik doe in interviews. Je moet tijdens een interview altijd denken: ga ik eerlijk antwoord geven op deze vraag of lul ik er een beetje omheen? Toen het een tijdje niet zo goed met me ging heb ik daar veel teveel over gezegd, terwijl ik achteraf dacht: dit wilde ik helemaal niet vertellen. Ik zou liever alleen maar muziek willen maken zonder daarover (of over mezelf) te apraten.

Bent u monogaam?
Jaaa. Behoorlijk.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Deze week ergens denk ik. Waarom dat was? Goh. Ik denk dat ik ruzie had gehad. Met m’n vriendje.

Hoe moedig bent u?
Als ik zie dat iemand in mijn omgeving onrecht wordt aangedaan dan bemoei ik me daar wel mee. Ik moet zeggen dat ik verder vrij ongedisciplineerd ben en soms weinig ruggengraat heb – in die zin ben ik helemaal niet moedig.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Muzikaal gezien van mijn ome Ruud. Hij heeft me veel verteld over arrangementen en sound en is streng geweest op mijn gitaarspel. Ome Ruud zat samen met mijn vader en moeder in een band en heeft heel veel supermooie liedjes geschreven die zo de wereld over hadden gekund, liedjes in de stijl van Neil Yong en Crosby, Still & Nash, maar ze zijn nooit uitgebracht. Daar is hij te eigenwijs voor.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Gezelligheid. Een beetje een kakelkontje, daar hou ik wel van.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Authenticiteit. Dat ze zichzelf zijn, zonder zich aan te passen.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou wel wat meer discipline willen hebben, wat minder willen lanterfanten. Ik heb mijn school niet afgemaakt, heb allerlei plannen gehad waar ik nooit iets mee heb gedaan. Als ik iets strenger voor mezelf ben kan ik meer muziek gaan maken en meer uit het leven halen.

Hoe ontspant u zich?
Ik ga superveel zwemmen en naar de sauna, dat vind ik fantastisch. Ook omdat je daar geen telefoon mee naar toe kunt nemen.

Van wie houdt u het meest?
Ik denk van mijn vriendje, Pieterjan.

Gelooft u in God?
Niet echt, maar ik ben er soms wel mee bezig. Ik ben niet gelovig opgevoed, heb het geloof ook een tijdje totale onzin gevonden, maar nu merk ik dat het spirituele me wel trekt. Het idee dat alles en iedereen met elkaar in verbinding staat vind ik een aantrekkelijke gedachte. Het is zonde om het spirituele gedeelte uit je leven te bannen door alleen maar rationeel naar alles te kijken.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Ik heb een heel goede vriend waar ik ook wel mee samen ben geweest, Marcel. Dat is iemand die veel voor me heeft betekent of nog steeds veel voor me betekent, ook al zijn we niet meer samen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik ben soms wel egoïstisch geweest. Dat ik teveel met mijn eigen carrière bezig ben geweest en teveel in mijn eigen wereldje leef. In de liefde heeft me dat wel eens in de weg gestaan.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb wel dingen gedaan die ik anders zou doen, maar die zie ik niet echt als mislukkingen. Ik heb ooit muziek gemaakt die ik nu niet meer zou maken en waar ik toen misschien ook niet achterstond, maar dat zie ik niet als een mislukking. Niemand kan nooit ergens spijt van hebben.

Wanneer was u het gelukkigst?
De afgelopen twee jaar. Niet alleen omdat ik van m’n muziek kon gaan leven en veel met muziek bezig ben geweest, maar ook omdat ik emotioneler ben geworden. Ik huil veel sneller, maar leuke dingen komen ook meer binnen.

Wat is de beste plek om te wonen?
Gent. Mijn vriend woont daar, ik ben daar dus veel, en het is een heel leuke stad om te wonen. De mensen zijn daar heel erg trots op hun tolerante, linkse mentaliteit, en dat vind ik wel leuk. De Bourgondische cultuur – veel eten, drinken en feesten – spreekt me ook aan en het is ook nog eens een heel mooie oude stad.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
De trainer van onze hond Tobias. Toen onze hond weer eens niet wilde luisteren op hondencursus trok ze hem via zijn riem omhoog en liet hem heel lang spartelen in de lucht.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ik denk dat ongeluk niet te vermijden is, maar om toch een antwoord te geven: door niet te doen wat andere mensen willen dat je doet.

Wat is uw devies?
Wees tolerant naar elkaar.

Het album Nachtlicht van Eefje de Visser is hier te bestellen. Een complete speellijst van de gelijknamige clubtour vindt u hier.

Eefje de Visser

Juliette Gréco (88) neemt afscheid: ‘Geen adieu, maar merci’

Deze week neemt ‘la grande dame’ van het Franse chanson, Juliette Gréco, afscheid van het publiek. Ze vindt dat ze, uit beleefdheid naar haar fans, afscheid moeten nemen van het optreden. ‘Ik wil niet aftakelen op het podium.’ Dit weekeinde treedt Gréco nog tweemaal op in Nederland: zaterdag op De Nacht van de Poëzie in Utrecht, zondag in theater Carré in Amsterdam.

Juliette Gréco (1927) is een icoon van het Franse chanson. In 1949 werd ze ontdekt door Jean-Paul Sartre, die de toen 21-jarige Gréco ontmoette in een van de vele etablissementen in de Parijse wijk Saint-Germain-des-Prés. Hij zei: “Gréco heeft miljoenen in haar keel zitten: miljoenen gedichten die nog niet geschreven zijn, en waar men er enkele van zal schrijven.”
Op uitnodiging van Sartre toog Gréco, zonder ooit een noot gezongen te hebben, naar het huis van de wereldberoemde filosoof. Daar werd ze overladen met poëzie. Ze grasduinde wat door de bundels, koos wat gedichten uit die haar raakten, en liet ze door componist Joseph Kosma op muziek zetten. Enkele dagen na deze toevallige ontmoeting beleefde Gréco haar premère als chansonnière. Sartre zei: “Het Franse lied heeft een muze nodig.” En die muze had hij gevonden.

Bijna zeventig jaar staat ze op het podium – nog altijd uitgedost met zwart haar, zwart oogpotlood en zwarte jurk. Gréco heeft in die jaren een glansrijke carrière opgebouwd. Ze scoorde hits met Les Feuilles Mortes, Sous Le Ciel De Paris en Déshabillez-moi, deelde als actrice het witte doek met Ava Gardner, Peter O’Toole en Orson Welles en gaf de toen nog onbekende zangers Leo Ferré, Serge Gainsbourg en Jacques Brel een flinke duw in de rug door hun chansons te vertolken – en overleefde ze allemaal.

HP/De Tijd sprak de vedette aan de vooravond van haar afscheidsconcerten in Nederland.

U zegt: ‘Ik vind het vreselijk om afscheid te nemen van mijn publiek.’ Waarom gaat zo’n vitale vrouw als u dan niet nog even door?
“Ik stop met optreden voor het geval ik binnenkort naar boven vertrek. Ik ben achtentachtig jaar oud en weet niet hoe lang ik nog heb. Met deze tournee wil ik mijn fans nog een laatste keer bedanken, voordat het misschien te laat is. Ik zeg dan ook geen ‘adieu’ maar ‘merci’.”

U gaat niet, net als uw collega Charles Aznavour, de komende jaren een hele reeks van afscheidstournees geven?
Lachend: “Nee, dat ben ik niet van plan. Dit is echt mijn laatste tournee. Al is het einde van dit tournee nog niet in zicht: ik weet nog niet precies wanneer ik mijn laatste optreden ga geven. Dus het zou zomaar kunnen dat dit tournee nog heel lang gaat duren…”

Wat gaat u doen zodra u officieel bent gepensioneerd?
“Ik heb nog niets gepland. Ik hoop dat ik de tijd krijg om nog een album op te nemen. Stoppen met zingen doe ik in ieder geval niet – ik ga alleen niet meer op een podium staan.”

Uw meest bekende chanson is het erotisch getinte ‘Déshabillez-moi’, vrij vertaald: ‘Kleed me uit’. Voelt het niet raar om dat op uw leeftijd te zingen?
“Gelukkig heb ik een groot gevoel voor humor, anders had ik dat lied nu niet meer durven zingen. Maar het is zo’n mooi lied dat ik zo vaak heb gezongen, dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om het niet meer te zingen.”

Welke van uw chansons is u eigenlijk het meest dierbaar?
“Dat is altijd het laatste lied. Elke nieuwe chanson is als een kind voor me: ik zet het op de wereld en geef het een duw in de goede richting zodat het, als ik er niet meer ben, voor zichzelf kan zorgen. Toevallig heb ik deze week een nieuw nummer opgenomen: Merci, met een tekst van Miossec en muziek van mijn man en vaste begeleider Gérard Jouannest. Dus dat is momenteel mijn meest dierbare chanson.”

Aanstaande zondag treedt u voor het laatst op in Amsterdam. Weemoedig?
“Natuurlijk. Als ik aan Amsterdam denk, denk ik natuurlijk aan dat prachtige nummer van Jacques Brel. En aan de aardige mensen die er wonen, en al die fietsen… Als ik mensen door Amsterdam zie fietsen lijkt het wel of ze vleugels hebben.”

Wat vindt u van de nieuwe generatie francofone muzikanten, van Stromae bijvoorbeeld?
“Stromae vind ik formidable! Alles aan hem is goed. Zijn muziek en videoclips zijn zeer verrassend en tot in detail uitgewerkt. Daarnaast vind ik hem een heel interessante persoonlijkheid.”

Heeft het chanson eigenlijk nog wel toekomst?
“Jawel. We leven alleen in een andere tijd, met een andere generatie die een andere taal spreekt dan wij, pak ‘m beet zestig jaar geleden spraken. Maar neem mensen als Abd Al Malik of Miossec. Zij staan in de traditie van de dichters die de bekende chansons hebben geschreven.”

Tot slot: hoe wilt u herinnerd worden?
“Dat kan me eigenlijk geen donder schelen. Als ik dood ben kan ik het beeld dat mensen van mij hebben toch niet veranderen. Dus iedereen moet mij zich maar herinneren zoals hij of zij wil.”

Juliette Gréco treedt op zaterdag 19 september op tijdens De Nacht van de Poëzie in Utrecht. Op zondag 20 september geeft ze een allerlaatste concert in theater Carré in Amsterdam. Er zijn nog kaarten.

Typhoon: ‘De westerse samenleving ondersteunt het idee van witte superioriteit’

In het zomernummer van HP/De Tijd geeft rapper Typhoon (pseudoniem van Glenn de Randamie, 1984) zijn culturele smaak prijs. Hij vertelt daarin onder meer over het schilderij dat hem inspireerde voor het nieuwe nummer Zolen boven m’n kruin, waarom hij verslingerd is aan het boek Verslaafd aan liefde van Jan Geurtz en waarom Kendrick Lamar ‘de Messi onder de rappers’ is.

Typhoon laat zich in het interview ook uit over onder andere onze geschiedschrijving, en maakt een paar statements: “Laten we als land eens eerlijk zijn over onze zwarte bladzijdes. Steek die hand eens in eigen boezem. Herschrijf die geschiedenisboeken eens. Waar ik me bijvoorbeeld dood aan erger, zijn de geschiedenisboeken op school. Want hoe komt het bijvoorbeeld dat er een Tweede Wereldoorlog is gekomen? Don’t come with that bullshit van een Adolf Hitler die het kwaad personifieert. Zo zwart-wit is het niet. Nee, er is een hele westerse samenleving die het idee van witte superioriteit ondersteunde en ondersteunt. Daar komt dat vandaan. En we hebben er blijkbaar geen moer van geleerd. Een van de eerste daden na de Tweede Wereldoorlog, toen we vijf jaar lang zelf hadden ondervonden was het was om vernederd te worden, om onderdrukt te worden, was het ondersteunen van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Dat is als een moeder die een klap geeft aan haar oudste zoon, die vervolgens weer een klap geeft aan zijn jongere broertje, die weer aan de jongste en die weer aan de kat. Wil je daadwerkelijk iets veranderen, dan moet je ons handelen inzichtelijk gaan maken.”

Power to the people
Ook pleit Typhoon voor een totaal andere invulling van overheidstaken: “Er komt een punt dat we doorkrijgen dat we niet meer afhankelijk moeten zijn van de overheid, maar dat we het allemaal zelf moeten gaan doen. Power to the people. En dat punt gaat komen, ook in Nederland, en daar kijk ik heel erg naar uit. De eerste stappen naar zijn al gezet. Kijk naar zo’n love-movement, waar Lobi da Basi misschien ook wel een van de aanjagers van is, maar ook in de bezetting van het Maagdenhuis en de Occupy-beweging. We voelen met z’n allen dat de manier waarop de wereld geregeerd wordt niet meer bij ons past, dat we de macht zelf naar ons toe moeten trekken. We voelen met z’n allen dat ons lichaam ziek is, en dat we daar iets aan moeten doen. Misschien weten we nog niet precies hoe we beter kunnen worden, want we zijn geen doktoren, maar we proberen al eens wat. I might not see the day, maar beetje bij beetje gaan we naar een wereld waarin we niet meer afhankelijk zijn van een systeem, zelfvoorzienend zijn en zelf richting gaan geven. Daar kijk ik echt naar uit.”

Het gehele interview van Nick Muller met Typhoon leest u in het zomernummer van HP/De Tijd, dat nu in de schappen ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Lees ook:
Kwoot du jour. Maar wie zei het? (Van Rossem op GeenStijl, 10 juli 2015.)
Wat rapper Typhoon zegt ist einfach nicht wahr (Willem Jan Hilderink op The Post Online, 10 juli 2015.)

Mannen die huilen om poëzie: Typhoon

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: rapper Typhoon (artiestennaam van Glenn de Randamie, 1984) over het gedicht De herberg van Jalal ad-Din Rumi.

“Al meteen de eerste keer dat ik het gedicht ‘De herberg’ van Jalal ad-Din Rumi las, kwamen er tranen. Het gedicht nodigt je namelijk om vriendelijker te zijn voor jezelf, jezelf te accepteren vanuit zelfliefde en geen vooropgezette ideeën te hebben over hoe iets is of hoe iets hoort te zijn. Ik leef in een wereld waarin er van alles van me wordt verwacht: dat ik leidinggeef, dat ik verantwoordelijkheden draag. Daardoor vind ik het doorgaans moeilijk om vriendelijk voor mezelf te zijn, mezelf te accepteren zoals ik ben en geen vooropgezette ideeën te hebben. ‘De herberg’ daagt me uit om erop te vertrouwen dat ik compleet ben, dat alles dat zich in mij manifesteert er met een reden is en dat ik alles moet benaderen met een open blik.”

De herberg
Jalal ad-Din Rumi (1207 – 1273)
(Vertaling: Romeck van Zeyl)

Dit mens-zijn is een soort herberg:
elke ochtend weer bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

Zelfportret Bennie Jolink: ‘Bekende Nederlanders, dat zijn publiciteitsgeile narcisten’

Exact veertig jaar geleden, op Hemelvaartsdag 1975, gaf hij zijn allereerste optreden ooit. Bennie Jolink, voorman van de Achterhoekse band Normaal, legde die dag de basis voor wat later de dialectpop zou worden genoemd. Nu, veertig jaar en talloze hits later, vindt hij het welletjes geweest. Zijn gezondheid laat het niet langer toe om nog veel op het podium te staan. Met onder meer een jubileumconcert, de 4CD-box 40 Joar Høken, een documentaire en een laatste ‘veldtocht’ nemen hij en zijn band afscheid van hun ‘anhangers’.

Voor HP/De Tijd reden om Bennie Jolink (1946) te onderwerpen aan een zelfportret: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Lees verder Zelfportret Bennie Jolink: ‘Bekende Nederlanders, dat zijn publiciteitsgeile narcisten’

Wende Snijders over Nick Cave, Jacques Henri Lartigue en Antjie Krog

Zangeres Wende Snijders (35) over haar culturele smaak.

Verschenen in het zomernummer van HP/De Tijd 2014.

MUZIEK
“Wat ik op dit moment in mijn speellijst heb staan, vraag je? Even kijken. Nick Cave. Zijn album Push the sky away kan ik heel vaak achter elkaar luisteren. Dan komt Frank Ocean, dat is wat meer R&B-achtig, en Ray Lamontagne, dat neigt dan weer meer naar folk. Dat geldt trouwens ook voor de volgende in de lijst, de muzikale zusjes van CocoRosie. Oh, en dan komt Vampire Weekend, van die heerlijk vage Indie-rock, gevolgd door Tom Waits, dan dat nieuwe album van Blur-frontman Damon Albarn, Lykke Li, DJ Harvey, dingetjes van de gasten waarmee ik mijn album Last Resistance heb geproduceerd… En dan moderne klassieke muziek. Satie. Prokovjev. Andriessen. Mijn muzieksmaak gaat echt alle kanten op, maar toch: alle muziek is me even lief. Bij elke gemoedstoestand past weer een andere artiest. Dat cumulatieve, die constante afwisseling van muziekstijlen, vind ik dan ook fijn.”
“Stromae vind ik als artiest ontzettend interessant. Wat ik zo bijzonder aan hem vind, is hoe hij het visuele aspect van zijn show ten volste benut. Daar zit zijn kracht. Volgens mij snapt hij exact hoe de tijd zich beweegt en hoe de mensen tegenwoordig muziek willen beleven. Hij kan zijn boodschap als geen ander naar een mainstream publiek communiceren. Ik ben heel benieuwd hoe hij zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Nick Cave vind ik ook zo goed. Zijn songteksten zijn pure literatuur. Natuurlijk is het leuk dat zo’n jongen als DJ Martin Garrix door het hebben van één hitje ineens ontzettend beroemd is, maar met muzikanten is het volgens mij zo dat ze, net als rode wijn, wat tijd moeten hebben om op smaak te komen. Nick Cave draait al ruim dertig jaar mee en blijft zichzelf constant uitdagen – en dat proef je in zijn muziek.”
“Atoms for Peace is ook supergaaf. Ze maken hele experimentele rock met echt een superformatie: onder andere Thom Yorke, de frontman van Radiohead, en Flea van The Red Hot Chili Peppers. En naast waanzinnig mooie muziek maken ze ook waanzinnig mooie clips. In Nederland vind ik De Staat helemaal te gek. Wat ik waardeer is, en dat is wat ik bij alle kunstenaars heb,  dat ze een eigen signatuur hebben. Ze hebben iets eigenzinnigs. Dat geldt ook voor Colin Benders, Kyteman. Ik ben heel benieuwd wat hij teweeg wil brengen met zijn artistieke broedplaats Kytopia. En waar ik ook wel heel nieuwsgierig naar ben, is de nieuwe lichting muzikanten. Wie zijn toch al die jongens en meisjes die de komende jaren op zullen gaan staan en de kar gaan trekken?”

THEATER
“Theater is mijn leven. Er is dan zoveel wat ik wil zien de komende maanden… Ik ben bijvoorbeeld heel benieuwd naar de opera Homebody.  Of ja, opera, het is een mix van allerlei disciplines. Ten eerste is er de opera. Het verhaal is gebaseerd op het toneelstuk van Tony Kushner, die ook Angels in America en de film Lincoln schreef. Regisseur Malcolm Rock schreef het libretto. Kyteman heeft de compositie gemaakt. En Monic Hendrix is gastactrice. En Het Nationale Ballet danst er in mee… Homebody wordt gemaakt door een team dat artistiek zo goed is, dat ik denk: daar moet iedereen naar toe. Vanaf september staan ze in de theaters. Gaat dat zien. Verder wil ik Hamlet vs. Hamlet van Toneelgroep Amsterdam snel eens gaan zien. Deze voorstelling is nog tot en met begin oktober te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Ik ben vooral heel benieuwd hoe Tom Lanoye dat oeroude toneelstuk heeft hertaald naar iets van deze tijd.”
“Onlangs ging ik kijken naar de opera Laika. Een geweldige theatervorm trouwens, opera. De muziek die door Martijn Padding is gecomponeerd, het libretto dat door P.F. Thomése is geschreven, de vormgeving en natuurlijk het geweldige spel van de acteurs – al die disciplines kwamen samen en vielen in elkaar. Gesamtkunst. Soms heb ik er wel moeite mee dat alles gezongen wordt, maar goed, dat is nu eenmaal zo bij opera.  Dans vind ik ook heel mooi. Ergens in oktober van dit jaar wordt de door de meesterlijke choreograaf Mats Ek hertaalde versie van Sleeping Beauty door het Nederlands Dans Theater opgevoerd. Dat moet ik zien.”
“Weet je wat ik jammer vind? Dat Jeroen Willems er niet meer is. En dat Maarten van Roozendaal er niet meer is. Ik had graag gezien wat die nog in de theaters zouden hebben gedaan. Gelukkig staat er ook veel nieuw jong talent op. Neem iemand als Benjamin Moen. Een heel getalenteerde acteur. Zo grappig en zo geraffineerd in zijn spel en humor… Reinout Scholten van Aschat vind ik ook een groot talent. Hoe hij Willem Holleeder speelt in De Heineken Ontvoering en hoe hij Johan Cruijff speelt in de televisieserie over diens leven – ik geloof gewoon dat hij die personages is. En theatermaakster Marjolijn van Heemstra wil ik ook nog even noemen. Ze is intelligent, ze heeft een eigen signatuur en geeft het publiek inzicht over hoe zij over de wereld denkt.”

FILM
“Een poosje geleden was iedereen lyrisch over Breaking Bad, dus ging ik dat ook maar eens kijken. Vijf afleveringen heb ik gezien, toen was ik er klaar mee. Toen wist ik het wel. Mensen zeggen dan dat ik door moet blijven kijken omdat ik series anders nooit leuk ga vinden. Vijf seizoen door blijven kijken? Dude, daar heb ik helemaal geen zin in. Ik kijk liever naar een film, daar kan ik wel geduld voor opbrengen. Van Michael Häneke heb ik echt alles wel gezien. En van Lars von Trier ook. Ik merk dat ik Italiaanse films wel kan waarderen. Federico Fellini heeft echt prachtige films gemaakt: Amarcord was vroeger mijn lievelingsfilm. La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino heb ik ook gezien. Maar Il Divo, een film van dezelfde regisseur en met dezelfde hoofdrolspeler als La Grande Bellezza, is ook echt heel gaaf hoor. Dat gaat een beetje over de Italiaanse politiek. Over Berlusconi ook. De kracht van Italiaanse films is, denk ik, dat fantasie en realiteit zo in elkaar overlopen. En de katholieke dramatiek. De mensen zijn allemaal zo dramatisch. Dat geeft zo’n film wel sjeu.”
“Wat echt de aller- allermooiste film is die ik de laatste maanden heb gezien is La Vie d’Adèle. Daar heb ik echt een week over nagedacht, zo’n impact had die film op mij. La Vie d’Adèle vertelt het verhaal van de jonge Adèle die denkt dat ze op jongens valt, maar opeens verliefd wordt op de blauwharige Emma. Het acteerwerk, het verhaal, en hoe dat verhaal vertelt wordt – dat komt zo hard binnen. Wat ik ook een toffe film vind is The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson. Alles aan deze film is gestileerd, en juist dat maakt het zo goed. En Her, die film waarin een man verliefd wordt op een computer, vind ik ook heel bijzonder. Alleen die gedachte al, dat je als mens in de toekomst misschien verliefd kunt worden op een stukje techniek, vind ik heel interessant. De Dallas Buyers Club is ook wel heel cool gedaan. En die film van die hele jonge filmmaker, J’ai tué ma mère van Xavier Dolan. Een prachtige film over de relatie tussen een homoseksuele tienerjongen en zijn moeder.”

BEELDENDE KUNST
“Ik hou heel erg van fotografie. Fotograaf Jimmy Nelson vind ik heel goed, Sebastião Salgado en Joost Vandebrug ook. En wie ik ook heel tof vind is de Japanse fotograaf Daido Moriyama. Hij loopt dagelijks door de stad en maakt dan random snapshots, maar wel superwonderschoon. Wat deze fotografen met elkaar gemeen hebben? Ik denk dat ze allemaal een soort esthetische rauwheid in hun werk hebben. En dat bevalt me. De portretten van Richard Avedon vind ik bijvoorbeeld veel te gestileerd, die zijn mij niet rauw genoeg of zo. Ik kan het niet goed uitleggen. Er moet gewoon een soort randje aan zitten, snap je?”
“Misschien wel de mooiste tentoonstelling die ik ooit heb gezien was de overzichtstentoonstelling van fotograaf Jacques Henri Lartigue, in het Centre Pompidou in Parijs – ik denk dat ik die inmiddels een jaar of tien geleden heb gezien. Toen ik dat had gezien begreep ik ineens het belang van een goede curator. Alles klopte namelijk aan die expositie. De opbouw, de keuze van de foto’s, de informatie die werd gegeven… Lartigue was een Franse fotograaf die zijn hele leven consequent gefotografeerd heeft. Vanaf 1910 ongeveer, toen hij een jaar of veertien was, tot aan zijn dood in 1986. Die tentoonstelling in Parijs was onderverdeeld in telkens tien jaar van zijn leven. Je zag daardoor niet alleen zijn ontwikkeling als fotograaf, maar ook de ontwikkeling van de tijd. Toen ik eenmaal weer buiten stond was ik echt ontroerd: nooit eerder had ik ‘de tijd’ zo sterk gevoeld.  En nooit eerder had ik zo duidelijk gezien wat je allemaal in een leven kan doen.”
“Ik hou van kunstenaars die een eigen signatuur hebben. Francis Bacon, Michaël Borremans, Marlene Dumas. Van laatstgenoemde ga ik zeker naar de overzichtstentoonstelling kijken die vanaf september in het Stedelijk in Amsterdam te zien is, daar verheug ik me nu al een beetje op. En ik wil binnenkort ook naar het Martin-Gropius-Bau in Berlijn waar de internationale tentoonstelling over David Bowie te zien is. Natuurlijk kan ik ook wachten tot-ie december volgend jaar in het Groninger Museum te zien is, maar dan bekijk ik ‘m toch liever daar. Het Museum for Modern Art in New York: heerlijk. Maar aan de andere kant vind ik het veel kleinere Whitney Museum of Modern Art, allebei gelegen rond Central Park, ook heel lekker. Lekker overzichtelijk vooral. Daar heb je niet het idee dat je er een week rond moet lopen om alles te hebben gezien.”

BOEKEN
“Ik was een tijd geleden in Thailand en sprak daar met een kunsthistoricus. Ik vroeg hem: ‘Als ik iets van kunst wil begrijpen, welk boek moet ik dan lezen?’ Hij antwoordde: ‘Lees Gun, Germs and Steel van Jared Diamond.’ En daar lees ik nu dus in. Het is een prachtig, historisch boek dat vertelt hoe de mens zich in ruim 13.000 jaar tijd over de wereld heeft verspreid. Hoe de mens vanuit Afrika naar Europa en Azië is getrokken bijvoorbeeld, en hoe de cultuur van de verschillende volkeren zich in de periode daarna, beïnvloed door de plaats waar ze zich vestigden, heeft ontwikkeld. De hedendaagse politiek, kunst en economie: alles heeft zijn wortels liggen in de cultuur en de rituelen uit dat verre verleden. Ook de kunst die ik maak. En daarom vind ik dat antwoord van de kunsthistoricus in Thailand ook zo mooi. Hij had ook kunnen zeggen: lees The Story of Art van E.H. Gombrich. Maar dat deed hij niet. In plaats van mij een wegwijzer te geven in de kunst, gaf hij mij een wegwijzer in de mens.”
“Naast Gun, Germs and Steel lees ik momenteel La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer. Ik las het van de week op een overvol terras en moest hardop lachen om die passage dat de hoofdpersoon seks heeft met een geamputeerd vrouwenbeen. Hij beschrijft dat echt heel hilarisch. En ook zijn geestige en scherpe observaties over Italië, over de toeristen en over zichzelf – want hij ontziet ook zichzelf niet –  vind ik heel mooi opgeschreven. Ja, wat slingert er hier nog meer rond? Een boek over mindfulness van een of andere Tibetaanse monnik waar ik al even in heb gebladerd en… o ja! De Gewichtslozen van Valeria Luiselli. Daar ben ik net in begonnen en gaat geloof ik over een vrouw die vertelt over haar leven zoals het nu is, met een gezin en zo, maar dat wordt doorvlochten met verhalen over haar leven toen ze student was. Het is een beetje een Pinteriaanse manier van vertellen: het is geen chronologisch verhaal, maar het verhaal ontvouwt zich bijna achterstevoren. Er gebeurt iets, en gaandeweg het boek kom je te weten waarom dat is gebeurd.”
“Als ik van iemand fan ben, dan is dat van de Afrikaanse dichteres Antjie Krog. Kleur komt nooit alleen is mijn lievelingsdichtbundel. Haar gedichten zijn een combinatie van heel aards, heel intelligent, maar tegelijkertijd ook heel vrouwelijk en heel emotioneel. Zoals Marlène Dumas schildert, zo dicht Antjie Krog. Ze heeft trouwens ook gedichten gemaakt op de schilderijen van Dumas, dus ik durf deze vergelijking te maken. P.F. Thomése vind ik een goede schrijver. Nicole Krauss ook: The History of Love is echt prachtig. En dat boek over Berlijn van Cees Nooteboom. Oh, die is echt heel goed! Zijn stijl van schrijven, zijn manier van denken, zijn observaties…  Sommige mensen zijn echt schrijvers. Cees Nooteboom is echt een schrijver. Hij kan me echt alles wijsmaken. Alles wat hij opschrijft geloof ik. En dat is bloedlink, eigenlijk. Ik heb ooit eens een boek gelezen over hoe Rusland aan geschiedvervalsing heeft gedaan. Grenzen anders tekenen terwijl ze dat land nog helemaal niet veroverd hadden, dat soort dingen. Stel dat Cees Nooteboom een kwaadaardig persoon zou zijn, dan zou hij me allerlei leugens wijs kunnen maken!”