Zelfportret: Maarten Heijmans

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd, 8 maart 2015.

Voor zijn vertolking van Ramses Shaffy in de televisieserie Ramses ontving acteur Maarten Heijmans (Amsterdam, 1983) vorig jaar een Gouden Kalf. Afgelopen maandag won de serie drie TV-beelden, waaronder een voor ‘beste hoofdrol.’

Naast zijn werk als acteur in het theater (Vaslav,Soldaat van Oranje en Maria Stuart) en op televisie (SpangaS, Het Klokhuis, de telefilm Het mooiste wat er is) is hij sinds vorige week ook officieel muzikant. In een uitverkocht TivoliVredenburg gaf hij met de première van Maarten Heijmans zingt Ramses Shaffy zijn allereerste concert ooit. Reden genoeg om hem eens te onderwerpen aan een ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Fijn vermoeid. De concerten die ik nu geef kosten veel energie, maar die energie wordt wel op een fijne manier besteed.

Wie zijn uw helden?
Jeff Buckley, Nina Simone, Rufus Wainwright, Pierre Bokma, Louis CK, Wim T. Schippers, Michael Jackson… Eigenlijk teveel om op te noemen.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die niet eerlijk zijn. De reden dat ik mij daaraan erger is omdat ik dat zelf ook niet altijd eerlijk ben. Bijvoorbeeld: als ik moe ben en geen zin heb om met een vriend of een collega af te spreken, dan ga ik allerlei excuusjes verzinnen om niet te hoeven gaan. Ik kan natuurlijk ook gewoon zeggen: ‘Sorry, ik ben moe, ik heb geen zin.’ Maar dat doe ik dan niet. Dat vind ik niet eerlijk tegenover de ander.

Lijkt u op uw vader?
Ja. Mijn vader en ik leven allebei in ons hoofd. We zijn allebei best wel naar binnen gekeerd. Ik kan bijvoorbeeld allerlei scenario’s bedenken hoe iets zal gaan verlopen, in plaats van eerst maar eens af te wachten hoe iets zal zijn. Daardoor kan ik op voorhand verkeerde conclusies trekken – puur uit onzekerheid. Ook wel eens omdat ik bepaalde sociale interacties verkeerd interpreteer. ‘Die zegt dit dus dan zal-ie me wel oninteressant vinden’, terwijl dat dan helemaal niet zo is. Maar altijd in gedachten zijn heeft ook wel voordelen: je kunt je fantasie de vrije loop laten gaan.

Lijkt u op uw moeder?
Ik denk het wel. Mijn moeder kan ontzettend van de hak op de tak springen, is heel erg onafhankelijk en heeft altijd mensen om zich heen nodig. Ik ook. Al vind ik het wel moeilijk om ‘sociaal’ te zijn. Ik ben niet echt een goede vriend denk ik, iemand die veel belangstelling naar anderen toont. Ik heb niet zo’n gevoelige sociale radar. Dat heeft mijn moeder ook niet, maar dat wordt haar altijd vergeven omdat ze een heel goede inborst heeft. Dat hoop ik dan ook maar te hebben.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom constant over de meest onbenullige dingen. Over hoe het is om op een hoog gebouw te staan en daar dan vanaf te springen. Niet dat ik suïcidaal ben hoor, maar ik denk altijd: wat zou er allemaal kúnnen gebeuren? En ik heb altijd wel zelfverzonnen liedjes of melodietjes in mijn hoofd.

Wat is uw grootste angst?
Niet geaccepteerd te worden. Dat kan zijn op het werk: dat je bang bent dat je collega’s je slecht vinden. Die angst is er bij mij altijd en zal er ook altijd zijn. En in de privésfeer: dat je met iemand met wie je een connectie wil voelen, geen connectie voelt. Dat is ook een soort afwijzing.

Bidt u weleens?
Nee. Ik ben wel christelijk opgevoed, maar ik had al snel door: dat bidden is van oorsprong totaal iets anders geweest dan het nu is. Bidden is van oudsher meer iets van dankbaarheid tonen, stilstaan bij de dingen die je hebt. Bidden voor het eten vind ik om die reden dan ook heel mooi: even stilstaan bij het feit dat je eten hebt. Maar bidden in religieuze zin is juist ontzettend areligieus: je haalt jezelf naar voren, en vraagt een of andere kosmische kracht iets voor jou te doen. ‘Maak me beter’, of: ‘Geef mij die baan.’ Heel arrogant eigenlijk.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik denk dat je de hele dag door mystieke ervaringen beleeft. Het is maar net hoe je naar de dingen kijkt. Als ik op straat een eend zie lopen kan dat een hele mystieke ervaring zijn. Dat van alle dieren die er ooit zijn geweest uitgerekend díe eend daar loopt, dat vind ik een wondertje.

Bent u aantrekkelijk?
Ik merk dat ik, nu ik af en toe op televisie kom en wat prijzen heb gewonnen, aantrekkelijker word gevonden dan toen dat nog niet het geval was. Heel vreemd vind ik dat: zet iets op een podium, schijn er een lichtje op en het wordt vanzelf interessant. Ik merkte dat al op de middelbare school. Ik was altijd een beetje in mezelf gekeerd, ik was niet zo’n populaire jongen. Toen deed ik in de aula een keer mee aan een talentenjacht, ik ging breakdancen, en ineens vonden mijn klasgenoten me cool. Ik dacht: wat stom eigenlijk. Moet ik op een podium staan om cool gevonden te worden? Ben ik zonder dat podium niet leuk genoeg?

Wat is uw definitie van geluk?
Zonder enige vooroordelen en vooropgezette ideeën mezelf aan iets of iemand kunnen geven.

Waar schaamt u zich voor?
Onecht gedrag. Soms denk ik tijdens een optreden: is het eigenlijk wel echt wat ik doe? Speel ik wel goed, leef ik me wel goed genoeg in? Elke voorstelling schiet die gedachte wel een keer door mijn hoofd.

Bent u monogaam?
In principe wel.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Vorige week, toen ik de openingsscène van het computerspel The Last of Us weer eens keek, waarin een vader zijn dochtertje van tien verliest. Ik heb het spel al twee keer uitgespeeld op de Playstation, maar toch raakte ik weer door die scène ontroerd.

Wat is uw grootste ondeugd?
Enorm veel tijd verspillen aan wezenloos internetten. De veiligheid opzoeken door niet te handelen, eigenlijk.

Hoe moedig bent u?
Dat weet ik niet, omdat ik gelukkig nog nooit in een situatie ben beland waarin dat werd getest. Ik denk wel dat je uiteindelijk minder moedig bent dan je aanvankelijk denkt.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vrienden. Omdat ik vind dat zij mooie karaktertrekken hebben: speelsheid, aan niets gehecht zijn, bewust zijn van het hier en nu en daardoor kunnen genieten van de dingen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Openheid.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Niet dat ik mezelf perfect vind, maar ik denk dat je veel gelukkiger word als je jezelf kunt accepteren zoals je bent. Anders ben je maar een plant die de hele tijd baalt dat-ie een plant is, en niet een bloem. Dan heb je een heel vervelend leven als plant.

Hoe ontspant u zich?
Ik probeer alles ontspannen te doen. Dat lukt niet altijd, maar ik blijf het proberen. Alles ontspannen willen doen leidt paradoxaal genoeg ook wel eens tot spanning: het willen bereiken van iets zit je eigenlijk altijd in de weg óm iets te bereiken.

Van wie houdt u het meest?
Op dit moment van mijn neefje van zeven maanden. Altijd als ik naar hem kijk zie ik mijn opa, mijn ouders, mijn zus en haar man in hem terug: mijn hele familie komt in hem samen. Dat er in zo’n heel nieuw blanco iemand al zo’n geschiedenis zit verpakt, dat ontroert me zeer.

Gelooft u in God?
Ik geloof niet in een God, maar wel in de reden waarom God ooit is bedacht. Namelijk: gestalte geven aan dat wat ons allemaal bindt, het mens-zijn. ‘Je staat niet alleen.’
Mensen zijn altijd op zoek naar houvast. In de sportschool krijg je een schema om je spieren te ontwikkelen, in de kerk krijg je een schema om het ‘wij-gevoel’ te kweken. Het probleem met religie alleen is dat het schema zelf het doel is geworden. Met het idee: ‘Mijn schema is beter dan dat van jou’ zet je mensen juist tegen elkaar op, in plaats van ze samen te brengen. 

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan niets. Hooguit aan mezelf en aan het leven zoals ik dat leef. Ik vind ‘hechten’ eigenlijk ook een negatief woord. Gehecht zijn aan iets remt je. Ouders zeggen bijvoorbeeld weleens: ‘Ik ben zo gehecht aan mijn kinderen.’ Ik vind dat een nare bijklank hebben: alsof je je kinderen niet los kunt laten, dat je er letterlijk een ‘gehecht’ bent. Een kind moet zijn eigen leven hebben. Je kunt gehecht zijn aan je kind en een slechte ouder zijn, maar je kunt ook onthecht van je kind zijn en er juist heel goed voor zorgen. Een goede ouder is niet gehecht aan een kind.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Liefdesverdriet, een onbetrouwbare vriend of collega zijn… Genoeg leed in ieder geval. Fysiek leed heb ik iemand nooit bezorgd. Oja, wel: ik heb een keer per ongeluk iemand zijn enkel gebroken. Dat vond ik verschrikkelijk.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik geloof niet in mislukkingen. Je hebt mislukkingen juist nodig om als mens te groeien. Alles wat je hebt meegemaakt zorgt er voor dat je bent wie je nu bent.

Wanneer was u het gelukkigst?
Twee jaar geleden, toen ik in mijn eentje op een motor door Mongolië reed. Ik had net Ramses gedraaid, wat me heel gelukkig maakte, maar kwam ook net uit een lange en intensieve relatie, wat me weer heel verdrietig maakte. Tijdens die reis kwamen al die positieve en negatieve emoties samen. Ik kwam even heel dicht bij mezelf.

Wat is de beste plek om te wonen?
De plek waar je nu woont. Dat is altijd de beste plek om te wonen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Er is niemand die ik nooit meer terug wil zien.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Dat is een wezenlijk onderdeel van het leven. Je kunt het hooguit omzeilen, door trouw te blijven aan jezelf.

Wat is uw devies?
Niet teveel zorgen maken.

Maarten Heijmans zingt Ramses Shaffy-speellijst:

08 maart 2015: Oosterpoort, Groningen.
12 maart 2015: Metropool, Hengelo.
15 maart 2015: Paradiso, Amsterdam.

Interview Maarten Heijmans Ramses Shaffy

Expo: de menselijke dieren van illustrator Ferdy Remijn

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Ferdy Remijn uit Rotterdam.

Ferdy Remijn (Kattendijke, 1986) studeerde in 2014 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, afstudeerrichting: Illustratie. Sindsdien werkt hij als freelance-illustrator.

Over zijn werk
“Ik teken en schilder hyperrealistische dieren die soms menselijke karakteristieken vertonen. Alles wat ik doe is met de hand getekend, ik hou van het tastbare en het priegelen met zwarte fineliners om de juiste texturen neer te zetten. Omdat mijn illustraties ontzettend gedetailleerd zijn maak ik gebruik van collages die bestaan uit verschillende foto’s. Vaak biedt het beeldmateriaal inspiratie voor een nieuw werk, soms zijn het ideeën die ineens te binnen schieten. Ik vind het belangrijk dat mijn dieren een bepaalde levendigheid bewaken, alsof ze ieder moment met hun ogen kunnen knipperen. Het moet lijken alsof ze elk moment uit het papier kunnen springen.”

Meer werk van Ferdy Remijn vindt u hier.

Animal_typeface_-_Ferdy_Remijn_2013

 

Asian_elephant_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Gloom_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Hyperrealism_ant_-_Ferdy_Remijn_2013

 

I_like_your_beard_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Kubism_polar_bears_-_Ferdy_Remijn_2013

 

Lagune_nautilus_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Night_meeting_-_Ferdy_Remijn_2014

 

The_arrival_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Young_wolf_-_Ferdy_Remijn_2013

Hero Brinkman

Het artikel: ‘Hero Brinkman over klassieke muziek’, dat ik woensdagavond 04 maart 2015 op deze website postte, was bedoeld als ankeiler voor het interview dat die dag in het maartnummer van HP/De Tijd was verschenen. Een paar quotes uit het interview om potentiële lezers nieuwsgierig te maken naar mijn artikel – meer niet. Maar al snel bleek dat velen zich aangesproken voelden door de uitspraken van de oud-PVV-politicus. Brinkman stelde onder meer dat klassieke muziek slechts voor een kleine elite is weggelegd, Radio 4 door ‘geen hond’ wordt beluisterd en dirigenten en orkestleden geen flauw benul hebben wat ze spelen. Een kleine samenvatting van de uitspraken vindt u hier. 

Binnen 24 uur was het stuk op mijn website al meer dan 15.000 keer bekeken. Ook op de website van HP/De Tijd, waar we het de volgende ochtend ook meteen maar gebracht hebben, kreeg het stuk nog eens enkele tienduizenden views. Via twitter en facebook kwamen duizenden reacties op de uitlatingen van Brinkman. Maar de mooiste reactie kwam van mezzosopraan Tania Kross en pianist Alexander Buskermolen. Het interview bewoog hen ertoe om een opera te schrijven: Hero Brinkman, de opera. Waar een interview al niet toe kan leiden.

Een kleine greep uit de reacties op de gewraakte uitspraken van Hero Brinkman vindt u hieronder.

Links:
Hero Brinkman: ‘Klassieke muziek is voor een kleine elite. Radio 4 – daar luistert toch geen hond naar?’ (HP/De Tijd, 05 maart 2015.)
Zien: Tania Kross zingt ‘Hero Brinkman, de opera’ (HP/De Tijd, 06 maart 2015.)
GeenStijl Klassiek: Hero Brinkman – De Opera (Pritt op GeenStijl, 06 maart 2015.)
En dat hekel ik (€) (Column van Theo Hakkert in Tubantia, 06 maart 2015.)
Hero Brinkman: Feiten zijn voor de elite, het gaat om de toon (Henri Drost op Cultureel Persbureau, 06 maart 2015.)
Hero Brinkman: klassieke muziek te toegankelijk (Satire van Linda Stoel en Lineke Brink op Collegium Musicum,  07 maart 2015.)
Bij mijn schoonouders luistert er wél een hond naar Radio 4 (€) (Merlijn Kerkhof in NRC Handelsblad,  10 maart 2015.)
Hero Brinkman vloog weer eens uit de bocht  (Column van Özcan Akyol in Nieuwe Revu, 18 maart 2015.)

Hero Brinkman over klassieke muziek

In het nieuwe nummer van HP/De Tijd, dat vanaf vandaag in de schappen ligt, geeft politicus Hero Brinkman (voorheen Tweede Kamerlid van de PVV, nu voorman van een in april te presenteren ‘ondernemerspartij’) zijn culturele smaak prijs. In ‘De culturele agenda van…’ vertelt hij onder meer waarom er volgens hem geen subsidie moet naar klassieke muziek:

“Klassieke muziek is niet voor een breed publiek toegankelijk, dat is voor een kleine elite. Kijk bijvoorbeeld naar Radio 4 – daar luistert toch geen hond naar? En als je naar het Concertgebouworkest wilt, ben je zo honderdtachtig euro kwijt voor een kaartje. Dan zeg ik: als zo’n kaartje toch al zo duur is, dan kun je er net zo goed vijftig euro bij op zetten en de subsidiekraan dichtdraaien. De elite die er komt, betaalt die paar tientjes extra dan ook wel.”

Geen linkse hobby
Brinkman breekt met het oude PVV-dogma dat cultuur een linkse hobby is, maar vindt wel dat eisen moeten worden gesteld aan de te verstrekken subsidies. Ook vindt hij dat het niveau van klassieke muziek (en het publiek dat er naar luistert) ondermaats is: “Kijk: klassieke muziek is ooit gecomponeerd door een componist. Die heeft daar een bedoeling mee gehad. Die wilde met zijn muziekstuk een bepaald verhaal vertellen, of een bepaalde emotie overbrengen. Het is aan een dirigent en zijn orkest om dat verhaal of die emotie over te brengen. Het valt mij op dat de meeste dirigenten en orkestleden in Nederland geen flauw benul hebben in welke tijd de componist heeft geleefd, welk gevoel hij met een compositie over wilde brengen en wat hij met het stuk wilde zeggen. Dirigenten zetten bijvoorbeeld bepaalde noten harder aan omdat ze dat mooi vinden, niet omdat een componist het zo heeft bedoeld. En dat hekel ik. Daarnaast vraag ik me af of de gemiddelde bezoeker van een klassiek concert snapt waar ze naar luisteren. Maak op een willekeurige avond eens een rondje langs het publiek van het Concertgebouw, en vraag eens waar ze naar hebben geluisterd. Wat de achtergrond van het stuk is. Ze weten het niet.” (-)

Nieuwe partij
De nieuwe partij van Hero Brinkman wordt een one-issue partij voor ondernemers. De naam wil hij nog niet verklappen, dat komt in april. “Ik kan wel zeggen dat het een democratische partij is.” Lacht: “Dat is nieuw voor mij.” Met zijn partij wil hij voor de belangen van ondernemers opkomen. Anders dan de VVD, dat volgens hem geen ondernemerspartij meer is. Hij zegt, iets uitgebreider dan in het blad staat vermeld: “Ik acht de kans heel groot dat het huidige kabinet nog dit jaar valt. Ik sluit dan ook niet uit dat wij voor het eind van het jaar al in de regering zitten met bijvoorbeeld D66, CDA en VVD.” Brinkman voegt daaraan toe dat zijn nieuwe partij breekpunten opstelt die ook echt breekpunten zijn, en waarover met andere partijen niet onderhandeld kan worden. Wat die breekpunten zijn laat hij nog even in het midden. Verder: “Het partijprogramma is gestoeld op vijf pijlers die wij belangrijk vinden. Twee A4’tjes tekst, meer is het niet. Lekker duidelijk, lekker makkelijk. Dat is wat ondernemers willen.”

Lees het gehele interview in HP/De Tijd 03, 2015.

Nieuwste namen

Eindelijk hebben we een datum: op vrijdag 15 mei 2015 verschijnt bij uitgeverij Prometheus de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken. Ruim zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen geven daarin prijs welk gedicht hen ontroert, en waarom.

Eerder schreef ik al dat onder meer Arnon Grunberg, Jeroen Krabbé, Matthijs van Nieuwkerk, Emile Roemer en Typhoon een bijdrage aan het boek hebben geleverd. Later werden daar onder meer Rutger Hauer, Herman Brusselmans en Paul de Leeuw aan toegevoegd. Op dit moment kan ik melden dat ook oud-premier Dries van Agt, D66-voorman Alexander Pechtold en Arjen Lubach (fijn dat Zondag met Lubach weer is begonnen trouwens) een gedicht aan het boek hebben toegevoegd. Hoe tof is dat!

Gedichten die mannen aan het huilen maken is al via internet te bestellen, bijvoorbeeld via bol.com. Je kunt mij ook persoonlijk even een mailtje sturen, dan hou ik een exemplaar voor je gereserveerd.

A sense of home – Doris Jongerius fotografeert uitgeprocedeerde asielzoekers

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Doris Jongerius uit Utrecht.

Doris Jongerius (Utrecht, 1991) studeerde vorig jaar af aan de Koninklijk Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, in de richting fotografie. Tot en met 8 maart 2015 is in het Fotomuseum in Den Haag nog werk van haar te zien op de tentoonstelling Zilveren Camera 2014.

Over haar werk
“Als documentairefotograaf werk ik met het begrip empathie. Ik beschouw het begrip als een confrontatie met mijzelf: hoe zie ik ‘de ander’ en hoe ga ik om met mijn vooringenomen standpunten? Ik kies ervoor om controversiële onderwerpen aan te pakken. Somalische asielzoekers bijvoorbeeld, in mijn fotoserie A sense of home. Want hoewel Somalië al zes jaar bovenaan de lijst van failed states staat, krijgen Somalische vluchtelingen zelden asiel in Nederland. Een aantal van hen verblijft daarom illegaal in een gekraakte parkeergarage in de Bijlmer.
“De mensen die ik heb gesproken voor dit project, zijn allemaal uitgeprocedeerde asielzoekers. Ze hopen ooit te kunnen terugkeren naar hun vaderland Somalië, maar daar is het nu nog niet veilig genoeg voor. Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk te begrijpen wat hun situatie is en waarom ze hier zijn. Daardoor hoop ik met mijn werk enige nuance aan te kunnen brengen, en het abstracte begrip ‘uitgeprocedeerde asielzoeker’ een menselijk gezicht te geven.”

Het boek A sense of home is hier te koop.

Meer werk van Doris Jongerius vindt u hier.

A sense of home 1A sense of home 2A sense of home 3A sense of home 4A sense of home 5A sense of home 6A sense of home 7A sense of home 8A sense of home 9

De Rode Winkel van Princehaege – Claudia Broekhoff

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Claudia Broekhoff uit Breda.

Claudia Broekhoff (Breda, 1969) studeerde Grafische Vormgeving aan St. Joost in Breda, en was als grafisch ontwerper actief voor verschillende reclame- en ontwerpbureaus. Fotografie speelde in haar ontwerpen altijd al een belangrijke rol. Later besloot ze om een opleiding aan de School voor Fotografie in Breda te volgen, welke ze in 2013 met goede resultaten heeft afgerond. Op dit moment is ze bijna full-time als fotograaf werkzaam.

Over haar werk
“Iedereen in het voormalige dorpje Princenhage, nu een wijk in Breda, kent hem: de Rode Winkel. Het was een echte buurtwinkel, met een rode deur en rode schappen. Je kon er voor allerhande levensmiddelen terecht. En op woensdagmiddag, vaste prik, kwamen de kinderen na schooltijd van hun zakcentjes snoep kopen. Zo’n tien jaar geleden sluit eigenaar Frans van Nunen de rode deur van zijn winkel definitief. Het is mooi geweest. Aan het interieur verandert hij daarna vrijwel niets. De rode koffiemolen, de witte weegschaal, de sierlijke kassa, het houten ladekastje, het toonbankje – alles staat nog op zijn vaste plek. De snoepvitrine, nu leeg, op de toonbank. De sinterklaascadeautjes die vroeger in de etalage prijkten, staan op de bovenste plank. Daarnaast staat de pop met om de hals het bordje ‘Ben even weg’.
De winkel is nog gewoon in gebruik, door Frans zelf. Tussen het winkelassortiment hebben Frans z’n eigen spullen een plaatsje gekregen. De dagelijkse levensmiddelen en de post. Op een lage rode plank staan Frans z’n toiletspullen, de brylcreem en de scheerzeep. Hij gebruikt de brylcreem van zijn voorraad haarpommade, die op een hoger gelegen plank staat. Daarnaast, bij de trapopgang, hangen aan de kapstok twee schone lichtblauwe overhemden, een stofjas en een beige regenjas. In de winkelruimte wacht soms een ‘duifke in een kooike’, want Frans houdt postduiven. En hij stalt er het duivenvoer. Ook droogt hij er wasgoed aan een rekje. De winkel is het verlengde van de naastgelegen woonkamer. In de achterkamer aan de eettafel, genietend van zijn duiven, drinkt hij zijn koffie. Frans heeft veel verhalen. Over de winkel en hoe het vroeger ging. Over zijn familie, met foto’s erbij. Over zijn prijswinnende duiven en het duivenkrantje. Over zijn ziekenhuisbezoek en operaties. En over het ‘meiske’ dat hem altijd zo goed hielp in de winkel en nog vaak bij hem op bezoek komt.”

Meer werk van Claudia Broekhoff vindt u hier.

De Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar gesloten

 

De Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar geslotenDe Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar geslotenDe Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar geslotenDe Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar geslotenDe Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar geslotenDe Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar geslotenDe Rode Winkel Prinsenhage Breda in 2013, 10 jaar gesloten

Één keer jong – een ongepubliceerd gedichtje van Leo Vroman


Uit de doos ‘ongesorteerde correspondentie’: een klein gedichtje van Leo Vroman. Uit 2011. Omdat het de week van de poëzie is. En omdat het bijna een jaar geleden is dat hij is overleden, en dat het bijna honderd jaar geleden is dat hij is geboren. En omdat het nog nooit eerder gepubliceerd is.

Eén keer jong

Beste Nick

Terwijl je dit leest
ben je minder dan 5x jonger dan ik
en toch ben ik maar 1 x jong geweest.
Ach, zo zal alles wel moeten.
Dus warme groeten,

Leo 

Leo Vroman (1915 – 2014).

Leo Vroman handgeschreven gedicht

Nieuwe namen

De bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken begint steeds meer vorm te krijgen. Even voor de duidelijkheid: in dit boek, dat dit voorjaar verschijnt bij uitgeverij Prometheus, geven ruim zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen prijs welk gedicht hen ontroert. De laatste bijdragen druppelen deze en volgende week binnen. Enkele nieuwe bijdragers die we met trots aan de bundel toe mogen voegen zijn Rutger Hauer, Herman Brusselmans, Willem Aantjes, Paul de Leeuw en Herman van Veen. Andere namen die al prijs gegeven zijn vindt u hier.

De culturele agenda van… Art Rooijakkers

Wat leest, ziet en luistert Wie is de mol?-presentator Art Rooijakkers?

BOEKEN
“Drie boeken die ik de afgelopen weken heb gelezen zijn Efter van Hanna Bervoets, Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans en Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst. Efter las ik omdat ik nieuwsgierig was naar het werk van Hanna Bervoets, maar ook omdat ik het een interessant thema vind waar ze over schrijft. Het boek gaat uit van de hypothese dat verliefdheid in de toekomst als een kwaal wordt gezien, en dat het met een medicijn verholpen kan worden. Dat is een interessante gedachtegang vind ik, maar ook hopeloos kaal en klinisch als het werkelijkheid zou worden. Oorlog en terpentijn kijkt niet vooruit, maar kijkt juist nadrukkelijk achterom. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het boek niet erg aanlokkelijk vond klinken om te lezen. Het begint al met die titel: OorlogTerpentijnOorlog en terpentijn. Dat klinkt toch een beetje als de titel van een goedkope bouquetroman. En daarbij vind ik het interessanter om te lezen waar de wereld naar toe gaat dan waar de wereld vandaan komt, totdat ik van mensen in mijn omgeving hoorde hoe prachtig en aangrijpend het was geschreven. Dan moet ik het natuurlijk ook lezen. Wat mij vooral is bijgebleven zijn de scènes over de loopgraven. Je ruikt de modder, je proeft het bloed. Hertmans heeft met dit boek een prachtig monument voor zijn grootvader opgericht. Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst is een gedeeltelijk autobiografische roman over het opgroeien in een kinderopvanghuis ergens in Vlaanderen. Heel rauw. Heel somber ook. Net als Godverdomse dagen op een godverdomse bol zou je dit boek alleen al voor de titel moeten lezen.”
“Een schrijver die ik ontzettend bewonder, is Bill Bryson. Samen met Paul Theroux behoort hij tot de beste reisboekenschrijvers ter wereld. Hij combineert heel veel kennis met een lichte toon en een voorliefde voor anekdotes. Toen ik voor de eerste keer naar Australië vloog las ik zijn boek over dat land: Down Under. De tranen rolden over mijn wangen van het lachen. Door hem kreeg ik nóg meer zin om het land te ontdekken. Hij schrijft bijvoorbeeld dat er in Australië eens een aardbeving werd waargenomen zonder voor- en naschokken, een soort freakaardbeving, waarvan het epicentrum ergens in de outback lag. Jaren later vond de Sarin-gasaanval plaats in de metro van Tokio. De aanslag werd geclaimd door een of andere Japanse sekte die, zo later bleek, een tijdje in Australië had vertoefd. Een wetenschapper las dat en ontdekte dat de sekte op precies dezelfde locatie was gehuisvest als waar een paar jaar eerder het epicentrum van die aardbeving lag. Het vermoeden is nu dat daar de vuile bom is afgegaan die ze wilden gebruiken voor de aanslag in Tokio. Bryson schrijft die anekdote op en concludeert droog: ‘Een land dat zo groot is dat er ongemerkt een kernbom kan ontploffen, dat moet wel een indrukwekkend land zijn.’ En dat klopt ook.”

Bedreigde_zwaan_Jan_Asselijn
De bedreigde zwaan, Jan Asselijn

BEELDENDE KUNST
“Of ik vaak naar een museum ga? Ik weet niet zo goed wat daar onder wordt verstaan. Ik denk dat ik gemiddeld wel eens in de drie à vier weken een museum bezoek – maar als ik op reis ben natuurlijk vaker. Is dat vaak? De laatst tentoonstelling die ik heb bezocht is de overzichtstentoonstelling van Marlène Dumas in het Stedelijk. Bijzonder om al dat werk bij elkaar te zien. Ik vind dat haar schilderijen op de een of andere manier iets beklemmends hebben, iets beangstigends zelfs ook. Het voelt alsof de portretten die ze maakt je heel indringend aankijken, je nakijken zelfs ook, terwijl je zelf in een soort leegte staart als je naar ze kijkt. In het Rijksmuseum kom ik ook graag. Ik word altijd weer geraakt door het schilderij De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. De kracht van dat dier, dat uit het schilderij lijkt te vliegen… Je kunt niet door de eregalerij lopen zonder je door dat schilderij aangesproken te voelen. Een ander museum waar ik graag kom, is het CoBrA-museum in Amstelveen. Karel Appel en de zijnen zijn voor mijn gevoel een beetje de gabbers van de beeldende kunst. ‘Beuken! Knallen! Gaan!’ Die wil, om er in het benauwde Nederland van de jaren veertig en vijftig letterlijk en figuurlijk uit te spatten, spreekt me aan.”
“De beeldentuin van het Musée Rodin in Parijs is ontroerend mooi. De macht en de kracht van die beelden is zo groots dat het ons mensen overstijgt. Dat gevoel had ik ook toen ik eind vorig jaar de tentoonstelling  Zero: Countdown to Tomorrow, 1950s-60s in het Guggenheim in New York zag. Ergens in een zaal lag, heel geborgen, een groot vierkant van rood pigment. Dat riep op de een of andere manier een heel warm gevoel bij me op, een gevoel dat ik niet verklaren. Zoals je eigenlijk nooit kunt verklaren waarom kunst, in welke vorm dan ook, je raakt. Een museum dat wat mij betreft wel wat meer aandacht zou mogen krijgen, is Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het museum dankt zijn naam aan de familie Van Loon, de laatste bewoners van het grachtenhuis en de oprichters van het museum. Willem van Loon was een van de oprichters van de VOC. Als je daar naar binnen loopt, loop je echt de geschiedenis in. Heel bijzonder om te zien hoe de gegoede burgerij van zeventiende eeuw aan de grachten van Amsterdam woonde, in een prachtig huis vol met spullen uit De Oost. Daar vlakbij ligt trouwens fotomuseum FOAM, dus een bezoek is ideaal te combineren. Beide musea heb je in een uurtje wel gezien.”

FILM
“De beste film die ik recent heb gezien is zonder twijfel Boyhood. Man, wat is dat een ontroerende film. Nooit eerder zag ik het verstrijken van de tijd zo mooi in beeld gebracht. De film vertelt het verhaal van een jongen die van zijn zesde tot zijn achttiende levensjaar wordt gevolgd – en dat gebeurt ook echt, want ze film is over een periode van twaalf jaar opgenomen. Je ziet de tijd dus echt vat krijgen op de hoofdpersonen. Sommige mensen vinden de film saai, omdat ze vinden dat er niets gebeurt. Dat klopt ook, want in het echte leven gebeurt er op dagelijkse schaal toch ook niets? Maar als je vandaag eens neemt, en deze datum volgend jaar weer, en dat jaar daarop weer, dan zie je dat je leven wel degelijk is veranderd. Dat heeft Linklater briljant in beeld gebracht.”
“Een andere film die iedereen moet zien, is Aanmodderfakker. Anders dan bijvoorbeeld het wat voorspelbare Pak van mijn hart of Alles is liefde is dit nu eens een film die met een soort niet-Hollandse branie is gemaakt. Het verhaal gaat over een ambitieloze dertiger die, als hij in contact komt met een ambitieus jongvolwassen meisje, in onvrede raakt over zijn levenshouding. Ik kan er verder niet veel over zeggen, je moet het gewoon zien. Dat de film drie Gouden Kalveren heeft gewonnen zegt denk ik wel genoeg. Een film waar ik veel van had verwacht maar die ik vond tegenvallen, was A most wanted man van Anton Corbijn. Ik weet niet of ik dit mag zeggen, maar ik vond het een saaie film. Het is wel goed gefilmd hoor, en ook Philip Seymour Hofman speelt een glansrol in wat zijn laatste film blijkt te zijn, maar ik had er meer van verwacht.”

Whiplash
Whiplash

Whiplash is een film die ik iedereen kan aanbevelen. Die film gaat over een jongen die op het conservatorium van New York zit en er echt alles voor over heeft om de beste jazzdrummer van de wereld te worden. Ik kan daar met lichte jaloezie en met de grootste bewondering naar kijken. Ik zou dat nooit kunnen: ik heb die toewijding en zelfdiscipline niet. De jongen in de film maakt het op een gegeven moment zelfs uit met zijn vriendin, alleen maar om meer tijd aan zijn instrument te kunnen besteden. The Wolf of Wall Street: zien. Dallas Buyers Club met in de hoofdrol een uitgemergelde Matthew McConaughey: zien. Zijn meest recente film, Interstellar, is ook zeer de moeite waard. Ik zag ‘m in iMax, ik zat te trillen in mijn stoel. Maar ik vond het af en toe ook wel edelkitsch hoor. Die vader die dan bij dat sterfbed even een gedicht citeert… Dat hoeft voor mij niet. Wat ik zo goed vind aan de films van regisseur Christopher Nolan is dat hij het altijd weet te presteren om een blockbuster te maken waar ook nog eens een gedachte achter zit. Dat vind ik tof. Dat is heel anders dan die eindeloze mind numbing The Hobbit die door regisseur Peter Jackson tot de laatste druppel wordt uitgewrongen. Er zit een eetscène in die film die wel drie kwartier duurt! Ik eet thuis nog sneller. Zijn Lord of the Rings-films heb ik wel gezien, maar The Hobbit trek ik echt niet. Veel te langdradig.”

THEATER

“Theater zit, van al deze subrubrieken, het minst op mijn radar. Toneelvoorstellingen bezoek ik naar mijn smaak te weinig. De laatste voorstelling die ik heb gezien is The Fountainhead van Toneelgroep Amsterdam. Dat was heel goed, zoals eigenlijk alle voorstellingen die ze maken goed zijn. Dans en ballet zijn not my cup of tea. Ik vind het ontzettend knap wat de dansers doen en ik ben ontzettend jaloers op hun ranke lijven, maar het is niet iets voor mij. Waar ik wel graag naar toe ga, is cabaret. Van alles. Ik ga net zo lief naar een comedyclub, naar de Amerikaanse stand upper Todd Barry in Boom Chicago bijvoorbeeld, als naar Stephen Merchant – die lange slungel die vaak samenwerkt met Ricky Gervais – in een uitverkochte grote zaal van TivoliVredenburg.”

Ronald Goedemondt
Ronald Goedemondt

“De beste cabaretier van Nederland? Ronald Goedemondt. Met afstand. Hij is heel scherp en ongelooflijk grappig. Martijn Koning vind ik ook heel tof. Omdat ik in Amsterdam geen kaartje kon krijgen, ben ik laatst naar het theater van Abcoude – of eigenlijk: de gymzaal van Abcoude – gereden om de nieuwste show van Martijn te zien. Wat mij toen echt opviel is dat een voorstelling bezoeken in een dorp heel anders dan een voorstelling bezoeken in de stad: iedereen in het publiek kent elkaar. Wat ik ontzettend grappig vond: Martijn begon op een gegeven moment een zin met: ‘Ik zat laatst naar xhamster te kijken…’ Eén man begon, in een voor de rest muisstille zaal, daar ontzettend hard om te lachen. Martijn zei toen heel ad rem: ‘Jij bent zó ontzettend de lul. Iedereen in het dorp weet nu: hij kijkt porno.’ Dit voorjaar ga ik zeker nog kijken bij de nieuwe shows van Henri van Loon en André Manuel, daar ben ik benieuwd naar. Naar een show van iemand als Youp van ’t Hek hoef ik dan weer niet zo nodig. Dat is meer iemand van de generatie van mijn ouders. Ik heb het gevoel dat hij niet per se mijn taal spreekt.”

MUZIEK
“Mijn muzieksmaak is heel breed. Van pop tot klassiek – er is eigenlijk niets wat ik niet leuk vind. Wat ik zoals luister? Even kijken. The Deaf, dat bandje van gitarist Spike, vind ik bijvoorbeeld heel erg tof. Beter dan Di-rect. De Jeugd van Tegenwoordig maakt heel lekkere hiphop. Toen ik vorig jaar in New York mijn eerste marathon liep en ik er na dertig kilometer bijna doorheen zat, zette ik De Formule op. Dat is zo’n lomp nummer, maar het heeft me die laatste kilometers echt voortgestuwd. Maar ook Beyoncé vind ik tof. Ik ben wel eens bij een concert van haar geweest, en dan zie je wat een goede performer ze eigenlijk is. Klassieke muziek luister ik ook graag. Neem het einde van ouverture 1812 van Tsjaikovksi: dat voel je, omdat ik kanonschoten in zijn verwerkt, in je buik. Dat vind je bij moderne muziek niet. En wat ik ook onweerstaanbare muziek vind, maar dan in de goede zin van het woord, zijn de liedjes die op het Spaanse radiostation Los Cuarenta Principales – de Top 40 – worden gedraaid. Spaanse zomermuzak. Een naam die me te binnen schiet is die van zangeres Paulina Rubio. Een bloedordinaire zangeres die zingt op de meest simpele deuntjes maar het werkt heel aanstekelijk.”

Paulina Rubio
Paulina Rubio

“Bijna alle muziek die ik luister, luister ik via Spotify. Vroeger, hoor de oude man, kocht ik nog wel eens een album maar dat is tegenwoordig niet meer nodig. Ik vind het dan ook helemaal niet erg om iets meer voor een concertkaartje te betalen, omdat ik weet dat dat de prijs is die tegenover het gratis downloaden staat. Ik snap de mensen dan ook niet die zeuren dat de concertkaartjes tegenwoordig zo duur zijn. Dat zijn namelijk dezelfde mensen die jaarlijks tientallen euro’s beparen omdat ze geen muziek meer hoeven kopen, maar het gratis downloaden. En vind je een ticket te duur: ga dan gewoon niet, en hou eens op met jammeren. Wat ik ook een pluspunt vind aan muziek luisteren via Spotify is dat je gebruik kunt maken van de ontdekkerfunctie waarmee je nieuwe muziek kunt ontdekken. Toen ik vroeger in een platenzaak werkte werd je door een collega of een klant wel eens geattendeerd op nieuwe muziek, maar nu heb je daar niemand meer voor nodig. De muziek van soullegende Bobby Hebb, die van de megahit Sunny, heb ik bijvoorbeeld via deze functie ontdekt. En de muziek van singer-songwriter Gregory Alan Isakov. Heel fijne muziek voor de koude wintermaanden.”
“Bruce Springsteen is, samen met Morrissey en Elvis Presley, mijn grote held. Niet alleen zijn muziek waardeer ik enorm, ook zijn hele levenshouding inspireert me. Hij draagt bij elk concert uit dat hij de leukste baan op aarde heeft, is totaal niet afgestompt en ook cynisme komt in zijn universum niet voor. ‘It ain’t no sin to be glad you’re alive’, zingt hij in Badlands. Wat het beste album van Springsteen is? Poe. Als purist dien je te zeggen Darkness on the Edge of Town, maar ik ben geen purist. Ik kies toch voor Born in the USA. Waarom? Omdat daar Bobby Jean op staat, het allermooiste nummer dat ooit is geschreven. En omdat het voor mij vertegenwoordigt waar Springsteen voor staat: positiviteit, passie, het vuur brandend houden. Ik was eens bij een concert van hem in Ierland waar hij dit album integraal speelde. Pal voor mij stond een man, type kantoorklerk. Je kent ze wel: kalend, met alleen de zijkanten van het hoofd nog een beetje haar, zijn geruite blouse in zijn spijkerbroek gestopt. Naast hem stond zijn vrouw met wie hij, vermoed ik, eens in de twee maanden seks heeft op een handdoek, omdat anders het beddengoed vies wordt. Zo’n stel. Daarnaast stond hun puberzoon, zo’n slungel met een doodongelukkige blik in zijn ogen en met ledematen die veel te lang zijn voor zijn lichaam. Het was duidelijk dat de man zijn vrouw en kind had meegenomen naar ‘papa’s muziek.’ De eerste paar nummer stonden ze voorzichtig enthousiast mee te doen met de muziek. Totdat Springsteen Dancing in the dark inzette, en die man letterlijk een halve meter in de lucht sprong, zijn vuist balde en heel hard ‘YEAH’ schreeuwde. Heel even werd hij weer die achttienjarige jongen die die vrouw had versierd. Heel even werd hij weer die jongen die op de achterbank van de auto voor het eerst aan d’r borsten mocht voelen. En zelfs die puberzoon, die daar een beetje ongelukkig stond te wezen, begon ook in beweging te komen. Hij voelde wat wij allemaal voelden: een soort collectief orgasme. Dat doet Bruce Springsteen.”

Art_Rooijakkers