Expo: Daniëlle Frenken

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: de 22-jarige Daniëlle Frenken uit Utrecht.

Daniëlle Frenken (Goes, 1990) studeerde in 2012 af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht als docent beeldende vorming en kunstenaar. Thans werkt zij op freelance basis als beeldredacteur en gastdocent en is zij geregeld in haar atelier te vinden waar ze bezig is met het maken van collages, sculpturen en aquarellen.

Over haar werk: “Ik gebruik verschillende kunstvormen om een raadselachtige, dromerige wereld te creëren. De dieren die ik maak zijn levend noch dood, maar bevinden zich in de wereld daartussen. Zoals de wetenschap zich laat lenen voor demystificatie, zo zet ik mijn werk in voor mystificatie. Voor mijn collages en sculpturen ben ik altijd op zoek naar oude (natuur)boeken, dierenbeeldjes, doosjes, bakjes, kaarsenhouders, stolpen, lijsten, plastic dieren, kitscherige beeldjes en ga zo maar door. Met de voorwerpen die ik tegen kom ga ik op zoek naar nieuwe combinaties – altijd een combinatie van cultuur en natuur, dier en industrie.”

Meer werk van Daniëlle Frenken vindt u hier.

Het slaapkamergesprek met Hella Haasse

Dit artikel is eerder gepubliceerd door HP/De Tijd.

De grande dame van de Nederlandse literatuur, Hella Haasse, is deze week om verschillende redenen weer in het nieuws. Ik moest denken aan de dag dat ik als zestienjarige jongen met haar op bed belandde. Lees verder Het slaapkamergesprek met Hella Haasse

Tegen de muur: Barbara Visser

Verschenen in het februarinummer van HP/De Tijd. (2013)

Als wethouder van de gemeente Zaanstad had Barbara Visser (35) zich één doel gesteld: haar liefde voor de Zaanstreek overbrengen op andere mensen. Die missie zet ze in Den Haag onverminderd voort. “Eigenlijk heeft alles in deze kamer wel een link met de Zaan,” zegt ze, enigszins verbaasd over haar eigen constatering. En inderdaad: zelfs de pennen en koffiemokken op haar bureau zijn bedrukt met een wervende tekst voor deze streek. De politica is druk doende om haar nieuwe werkkamer in te richten. Nog niet elk schilderijtje hangt waar het moet hangen – daar heeft de timmerman in de paar weken dat ze in deze kamer werkt nog geen tijd voor gehad. Het doek waar ze de meeste waarde aan hecht heeft ze daarom zelf maar opgehangen, schuin boven haar bureau. Het is een foto van het Rijksmonument nummer acht, een oud wapendepot op het Hembrugterrein in Zaandam. Een monumentaal pand dat door bomen en struiken is overwoekerd, maar wie beter kijkt ziet dat het pand in de steigers staat. Het wordt gerenoveerd. De foto kreeg ze vorig jaar bij haar afscheid als wethouder. Op de valreep van haar wethouderschap ondertekende ze namelijk een contract voor een twintig jaar durende sanering en renovatie van het terrein. “Mijn ouders vertelden me vroeger als kind al: als je iets wilt veranderen, moet je daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Bij dit project realiseerde ik me voor het eerst dat ik daadwerkelijk iets had veranderd.”

Het opknappen van een oud militair terrein is een opvallend project voor iemand in wier leven oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld. Haar moeder is geboren en getogen in Kroatië, maar ontvluchtte destijds haar communistische vaderland om, ironisch genoeg, in het van oudsher communistische Zaandam te gaan wonen. Bij haar vakantiegeliefde, de vader van Barbara, een liberaal. In haar tienerjaren zag de jonge Barbara beelden van bombardementen op haar geboortestad. Ze hoorde verhalen van haar grootouders die voor het oorlogsgeweld op de vlucht waren geslagen en hoorde later van hen dat haar ouderlijk huis in vlammen op is gegaan. “Ik weet dus ook wat de andere kant van de politiek is. Letterlijk en figuurlijk.” De oorlog is inmiddels achter de rug. De symboliek van de foto, een verpauperd wapendepot dat tot hotel wordt omgebouwd, is dan ook treffend. Terug naar het heden. Is haar liefde voor de Zaanstreek misschien niet iets té groot voor een rol in de landelijke politiek? Had ze niet liever wethouder willen blijven in dat o-zo-mooie Zaandam? Nee, zegt ze beslist. Ze heeft geen minuut na hoeven denken toen haar werd gevraagd naar Den Haag te komen. “Volksvertegenwoordiger zijn in Den Haag is echt het meest eervolle beroep dat je kunt uitoefenen. Als je dit kan, kun je alles.” En, ook niet geheel onbelangrijk, ze heeft nu een groot podium om haar liefde voor de Zaanstreek op ons over te brengen.

Drs. P: ‘Taal is een geschenk’

Taalvirtuoos Drs. P (92) is sceptisch over het taalgebruik van tegenwoordig. Zijn wens voor 2012: dat de Nederlandse taal de aandacht krijgt waar ze recht op heeft. Want: “Men vindt verzorgd taalgebruik elitair, en dat is natuurlijk onvergééflijk.”

Voor de ingang van Hotel Pulitzer in Amsterdam zit een oude man een sigaar te roken. ‘Oud Kampen – Wilde Natura’ staat er op het houten doosje te lezen. Het is de 92-jarige Heinz Polzer, in Nederland beter bekend onder zijn artiestennaam Drs. P, die met zijn spottende oogopslag en ironische glimlach de voorbijgangers gadeslaat. Hij is gekleed in een keurig grijs pak met stropdas, een kledingcombinatie die hij naar eigen zeggen al sinds zijn kleuterjaren draagt.

We nemen plaats in de binnentuin van het hotel. Op de vraag wat hij wil drinken, antwoordt hij: “Een thé citron graag. Ik mag geen alcohol meer drinken van mijn vrouw, daar krijg ik ’s nachts krampen van in mijn buik.” Even later knijpt hij drie schijfjes citroen uit in een kop heet water. “Oh, Jesus!” galmt er opeens door de tuin, en de doctorandus veegt wat citroensap uit zijn oog.

Ik zou het graag met u hebben over de Nederlandse taal. Wat vindt u van de taal van tegenwoordig?
“Ik heb de indruk dat het Nederlands al een tijd aan het degenereren is. En dat is waarschijnlijk door die strekking van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Men vindt verzorgd taalgebruik elitair, en dat is natuurlijk onvergééflijk.”

Ironisch: “Elitair in deze democratische tijd, dat is natuurlijk smakeloos. Maar ik vind: als je een bepaald vak lief hebt, dan móet je elitair zijn. Niet jezelf doelbewust gaan verheffen boven anderen, neen, ik bedoel daarmee te zeggen dat je de taal de aandacht moet geven waar ze recht op heeft.”

Wanneer is de verloedering van de door u zo geliefde taal begonnen, is daar een beginpunt voor aan te wijzen?
“Dan moet ik even nadenken. Ik denk dat het bij Willem Kloos en consorten is begonnen, eind negentiende eeuw al, de generatie van de Tachtigers. Die rommelden maar wat aan met de taal. Dat waren van die nieuwlichters, die zeiden dat er een frisse wind moest gaan waaien. Dat keurige, intelligente Nederlands van onze voorgangers heeft afgedaan, vonden ze. Persoonlijk vind ik dat een taal die volwassen is, die een hele geschiedenis achter zich heeft, altijd respect verdient. Helaas kan ik niet voorkomen dat de taal in Nederland nog verder degenereert; het gebeurt, en dat is jammer. Een oplossing voor dit probleem bestaat niet.”

“Ik zal een voorbeeld geven van de verloedering. Kloos schreef ooit in een gedicht:

(…) Zeg eens, lust je ‘em
Dees donderende vuist? Doe maar of j’ kust hem!

Lust je ‘m en kust ‘m. Dat is zó armzalig, hè.”

Is alle poëzie van de afgelopen jaren dan zo verschrikkelijk?
“Ik heb poëzie eigenlijk altijd gemeden, en dan met name de Vijftigers, de generatie van Lucebert en Campert. Dat waren zulke revolutionairen, daar had ik intense argwaan tegen. Ze wierpen zich op als ‘de nieuwe stijl’, ‘de nieuwe generatie’, kortom: de totale omwenteling van de literatuur. Dat is nogal ambitieus.”

U zegt dat u poëzie altijd hebt gemeden, maar bent u zelf geen dichter?
“Wel, technisch gesproken schrijf ik natuurlijk gedichten, maar als me gevraagd wordt naar mijn beroep zeg ik: schrijver, en ik breng nummers ten gehore. Cabaretier of dichter klinkt zo artistiek.”

De Nederlandse taal is volgens u al meer dan honderd jaar aan het verloederen. Dat keurige en intelligente Nederlands, waar u zojuist over heeft verteld, wordt dat –uzelf niet meegerekend– nog gesproken?
“Gelukkig wel. Ik vind het werkelijk verheugend dat in Vlaanderen een woord als ‘verwittigen’ nog zeer achteloos wordt gebruikt. Het is een mooi, begrijpelijk woord. Een woord dat er mag zijn! Om nog een voorbeeld te geven: kijk eens naar een woord als ‘nochtans.’ Het is een woord met een functie, maar je hoort het in Nederland nergens meer. Niemand zal het ooit zeggen, en daar is helaas weinig aan te doen. Dat is wat mij dan ook zo behaagt aan Vlaanderen, dat zulke voorvaderlijke woorden daar nog altijd leven en hun werk verrichten. Dat doet mij een intens plezier.”

Kunt u zich nog herinneren wanneer u voor het eerst bewust in aanraking kwam met de Nederlandse taal?
“Ik herinner me dat ik in mijn prille jeugd, begin jaren twintig moet dat zijn geweest, de Nederlandse vertalingen van Jules Verne herhaaldelijk heb gelezen. Ik verlustigde mij aan het verzorgde, rijke en levende taalgebruik. Mijn lievelingsboek uit de serie van Jules Verne, Twintigduizend mijlen onder zee, was uit het Frans in het Nederlands vertaald door een zeer begenadigd schrijver die met zijn moedertaal ware wonderen kon verrichten. Ik vond het prachtig.”

“Er stonden naast tekst ook meesterlijke gravures in, die onderschriften hadden. Een onderschrift is me vanaf mijn jeugd bijgebleven, namelijk: ‘Een ontredderd vaartuig dat rechtstandig is gezonken.’ Het woord ‘ontredderd’ kende ik nog niet, maar ik kon de betekenis makkelijk aanvoelen. ‘Rechtstandig’ daarentegen was makkelijker te begrijpen. Deze plechtige taal inspireerde mij. Niet dat ik op deze manier ging schrijven, maar ik werd er wel door gevoed, door aangemoedigd. Taal is een geschenk dat je krijgt; als je goede taal leest of hoort word je verrijkt.”

Kortom: Taal is zuurstof.
“Ja, mooi! Heeft u dat zelf verzonnen?”

Nee.
“Nee?”

Dat heeft u zelf ooit eens geschreven.
“Ik? Goh, ik kijk ervan op! Maar om eerlijk te zijn: ik vind het práchtig! Taal ís zuurstof.”

Dit interview is eerder verschenen op de officieuze website van Drs. P.

Zie ook: Drs. P zingt Quartier Putain.

Bultrug Johannes is een prachtig voorbeeld van dierendiscriminatie

Dit artikel is al eerder gepubliceerd door HP/De Tijd.

Waarom worden dierenartsen die de bultrug uit zijn lijden verlossen ‘moordenaars’ genoemd, terwijl de slager in een slachthuis op geen enkele weerstand vanuit de samenleving hoeft te rekenen? Lees verder Bultrug Johannes is een prachtig voorbeeld van dierendiscriminatie

Leo Vroman: ‘Als Mitt Romney wint, emigreer ik’

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Leo Vroman (1915) woont al meer dan zestig jaar in de Verenigde Staten. Speciaal voor HP/De Site schreef de dichter over het presidentiële debat van maandagnacht. “De tijd voor spelletjes is voorbij.” Lees verder Leo Vroman: ‘Als Mitt Romney wint, emigreer ik’

Willem Holleeder in College Tour: dit heeft hij gezegd

Dit artikel is al eerder gepubliceerd door HP/De Tijd. Het interview dat SBS Shownieuws op de redactie met me hield over College Tour is hier te vinden.

Microfoons, telefoons en andere opnameapparatuur waren donderdag niet toegestaan bij de opnames van College Tour met topcrimineel Willem Holleeder. Een ouderwets kladblok was gelukkig niet verboden, en dus schreven wij netjes met Holleeder mee in het enige grote interview dat hij heeft gegeven. Lees verder Willem Holleeder in College Tour: dit heeft hij gezegd