Vjeze Fur schrijft nu ook smartlappen

Volkszanger Tino Martin bracht deze week zijn nieuwe album uit: Thuis komen pas de tranen. Freddy Tratlehner, beter bekend als Vjeze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig, is medeverantwoordelijk voor de titelsong van dit nieuwe album. Een wonderlijke combinatie. Tratlehner: “Het leek me leuk om eens een keer iets anders te doen.”

Toen hij werd gevraagd om mee te schrijven aan het nieuwe album van Tino Martin, wist Freddy Tratlehner (35) niet precies wie dat was, geeft hij eerlijk toe. Met zijn monotone stem en kenmerkende accent zegt hij: “Ik wist dat hij iets deed in het levensliedgenre, maar niet precies wat.” Hij zal niet de enige zijn. Dat neemt niet weg dat de volkszanger mateloos populair is onder de liefhebbers van het Nederlandstalige lied; Carré was binnen twee minuten uitverkocht en ook de Ziggo Dome wist hij meermaals moeiteloos te vullen.

Tratlehner beweegt zich in een heel ander muzikaal universum. Als onderdeel van de hiphopformatie De Jeugd van Tegenwoordig scoorde hij talloze hits en als muzikant en tekstschrijver hielp hij ook andere rappers aan muzikale successen. Nu vindt hij het tijd om zijn horizon wat te verbreden. “Het leek me leuk om eens iets anders te doen, om eens een uitstapje te maken naar een ander genre en daar mijn visie op te geven.” Dat resulteerde dus in Thuis komen pas de tranen – een nummer dat hij samen schreef met Kirsten Michel en The Compassions.

De tekst gaat onder de video verder

Wie ‘Vjezla’ een beetje kent en denkt dat dit een lollige pastiche is geworden op de oudhollandse smartlap heeft het mis. Het nummer gaat over iemand die zijn hoofd omhoog probeert te houden terwijl er veel verdriet is in zijn leven. De titel is een quote uit een interview met Tino Martin, die eerder dit jaar zijn zus verloor aan kanker. Heeft Tratlehner, die zich doorgaans van het lichtvoetige genre bedient, getwijfeld of hij wel zo’n emotioneel beladen nummer moest maken? “Nee, ik heb daar niet echt over nagedacht. Het nummer gaat over emoties die we allemaal hebben. Iedereen probeert zich weleens groot te houden terwijl je eigenlijk wel kunt janken. Dat hoeft niet alleen te zijn als iemand is overleden, dat kan in meerdere situaties voorkomen.”

Martin was uiteindelijk zo content met het nummer dat het de titelsong werd van zijn nieuwe album. Leidt dit uitstapje tot meer wonderlijke samenwerkingen? Tratlehner: “Ik vind het leuk om met andere genres te experimenteren, dus wat mij betreft wel. Ik ben bijvoorbeeld net de studio in geweest met Trijntje Oosterhuis, waar ik een heel tof nummer voor heb geschreven.” Speelt het klimmen der jaren een rol bij het maken van meer serieuze teksten? “Nee. Ik hoef ook niet per se een andere kant van mezelf te laten zien, of hoe je het ook wilt noemen. Ik vind het gewoon leuk om liedjes te schrijven. Ook liedjes die ik niet kwijt kan bij De Jeugd.”

Dutch Denim – Atelier Reservé uit Amsterdam

Nederland is een echt denimland, alleen geven we het liefst niet te veel geld uit aan een nieuwe spijkerbroek of spijkerjas. Japanners daarentegen kijken niet op een duizendje meer of minder.

Artikel uit het oktobernummer van Playboy – 2018.

Eind oktober kleurt onze hoofdstad weer indigoblauw. Op verschillende locaties in de stad komen denim lovers bij elkaar voor de jaarlijkse Amsterdam Denim Days. Dat ze uitgerekend voor deze stad kiezen is geen toeval. Amsterdam is namelijk de onbetwiste spijkerbroekenhoofdstad van de wereld. Nergens anders vind je per vierkante kilometer zoveel jeansmerken als in het hippe Mokum. Wereldmerken als G-Star, Gsus en Denham hebben hier hun wortels liggen en ook de jeanslijnen van Tommy Hilfiger en Pepe Jeans houden hier kantoor.

Nederland is daarnaast ook nog eens een echt spijkerbroekenland. Al sinds de jaren vijftig, toen de broek van gekeperd blauw katoen zijn intrede deed in ons land, is hij niet meer weg te denken uit ons straatbeeld. Spijkerbroeken zijn stoer en spijkerbroeken zijn sexy. Iedere man die zichzelf respecteert – jong of oud, rijk of arm – heeft er een in zijn kast liggen. Iedere vrouw die zichzelf respecteert trouwens ook. Nothing is more alluring to a man than a woman who looks good in her jeans. Uit onderzoek blijkt dat we per hoofd van de bevolking gemiddeld 1,82 spijkerbroeken per jaar kopen. Daarmee zijn we koploper in de wereld. Uit datzelfde onderzoek blijkt ook dat we gemiddeld iets meer dan veertig euro uitgeven aan zo’n broek. Denim dragen we graag, als het maar niet te veel kost.

Visual artist Alljan Moehamad van het denimlabel Atelier Reservé vindt het jammer dat er in ons land met zo weinig aandacht kleding wordt gekocht. ‘Nederlanders kopen liever tien goedkope broeken dan één dure,’ zegt hij. ‘Dan kunnen ze vaker shoppen. Aziaten gaan daar veel bewuster mee om. Die kopen het liefst een dure broek, waar veel zorg en aandacht aan is besteed, en zijn daar dan heel zuinig op.’ Moehamad richtte twee jaar geleden samen met zijn compagnon Deyrinio Fraenk het Amsterdamse label op. Hun missie is om van oude spijkerbroeken nieuwe en hoogwaardige kledingstukken maken. ‘Jeans worden mooier naarmate ze ouder worden. Dat is de belangrijkste reden waarom we zo graag met vintage denim werken. Niet omdat we, zoals sommige mensen denken, van die geitenwollensokkengasten zijn die dit beter vinden voor het milieu. Wij eten gewoon vlees en rijden ook gewoon benzine.’

Alljan en Deyrinio gaan voor hun ontwerpen op zoek naar hoogwaardige spijkerstof. Op markten en in winkels zoeken ze naar oude spijkerbroeken (‘Het liefst vintage Levi’s die al meermaals tweedehands zijn verkocht, met goedkope broeken kunnen we niets’) en nemen die mee naar hun atelier. Daar worden ze vervolgens verwerkt in een nieuwe broek, kimono of jas. Van elk nieuw kledingstuk dat het pand verlaat, bestaat maar een enkel exemplaar. Voor die exclusiviteit betaal je uiteindelijk ook: een jacket begint bij zevenhonderd euro, maar wie een echt masterpiece wil dragen, bijvoorbeeld een jas, telt zo drieduizend euro neer. Daar zitten dan ook ongeveer zes spijkerbroeken in verwerkt die elk makkelijk tien jaar zijn gedragen. ‘In landen als Japan en China betalen ze dat er graag voor,’ weet Alljan. ‘Onlangs hebben we nog een opdracht gekregen om 350 items te maken voor een bekend warenhuis in Japan.’

Lees hier het gehele artikel.

 

Tino Martin: ‘Om de zoveel maanden neem ik een andere auto’

Tino Martin (34) is een rijzende ster in muziekland. In juni stond hij nog in Ziggo Dome – de kaarten waren binnen een half uur uitverkocht. Deze zomer is de sympathieke volkszanger een van de artiesten in Beste Zangers. Een gesprek over zijn weigering bij De Toppers, zijn ervaringen met drugs en zijn succes: ‘Ik durf wel te zeggen dat ik een van de zes beste zangers ben van Nederland.’

Uit: Playboy 07, juli 2018.

Q1. Je bent een van de meest geboekte artiesten van Nederland, verkocht onlangs de Ziggo Dome binnen een half uur uit en toch gaat niet bij iedereen meteen een belletje rinkelen bij de naam Tino Martin. Hoe kan dat?
Het feit dat sommige mensen me nog niet kennen zie ik als iets positiefs, want dat betekent dat er nog veel te winnen valt. Toch durf ik te stellen dat iedereen die van Nederlandse volksmuziek houdt, mij wel kent: als ik een concert geef in Carré of Ziggo Dome dan is dat binnen een paar minuten uitverkocht. Dat lukt niet als niemand je kent. En als je niet van mijn muziek houdt, dan ken je me misschien niet. Dat is ook prima. Ik zal je eerlijk vertellen: toen ik laatst hoorde dat Avicii was overleden, wist ik ook niet wie dat was, gewoon omdat zijn muziek mij niet zo aanspreekt

Q10. Leg je weleens een lijntje om zo’n druk werkschema vol te kunnen houden?
Nee. Ik kan me niet voorstellen dat mensen beter gaan presteren als ze cocaïne gebruiken. Ik vind het ook gevaarlijk. Ik denk dat je er bang van wordt als je weet hoeveel mensen dat spul gebruiken. En echt in alle lagen van de bevolking: het zou me niet verbazen als ook mensen in het parlement tussen de debatten door af en toe een lijntje leggen. Ik weet waar ik het moet halen, ik krijg het zelfs de hele dag van links en rechts aangeboden, maar ik hoef dat witte poeder niet te hebben.

Q11. Geef je veel geld uit aan kleding
Ik ben helemaal niet materialistisch ingesteld. Echt niet. Als ik morgen alles kwijt ben en je geeft me 200 euro, dan kan ik bij de H&M een paar heel leuke setjes kleding kopen en dan loop ik er de komende vijf weken weer leuk bij. Ik geef geld wel vrij makkelijk uit. Ik betrap mezelf er weleens op dat ik een winkel binnenloop, drie jassen tegelijk koop en niet eens weet wat het kost. De rekening laat ik gewoon opsturen.

Q12. In welke auto rijd je?
Dat wisselt nog weleens. Ik heb op dit moment zelf een Audi Q7 en een Audi station en mijn vriendin heeft net een nieuwe Mercedes. Om de zoveel maanden neem ik een andere auto. Ik snap ook niet waarom mensen jarenlang in dezelfde auto rijden. Het is toch veel leuker om regelmatig van auto te wisselen? Ik wacht nu op de Audi A9. Hij bestaat nog niet, maar ik heb hem al wel besteld. Als hij over een paar maanden de fabriek uit rolt, ben ik de eerste die hem heeft.

Q16. Krijg je weleens slipjes naar je hoofd geslingerd tijdens een optreden?
Nee, dat niet echt, maar ik krijg weleens berichten binnen van vrouwen die me bij hen thuis uitnodigen – en niet voor een kopje koffie. Ze hebben dan gezien dat ik ergens bij hen in de buurt optreed en vragen of ik na het optreden langs wil komen. Onderaan de mail staat dan altijd hun adres. Soms vragen ze zelfs wat ik het liefst drink. Het verbaast me altijd dat er mensen zijn die denken dat het echt zo werkt. Dat ze een mail sturen naar mijn management en dat ik dan ’s avonds op de stoep sta voor een gezellige avond. Dat vind ik wel lachwekkend.

Q17.Ben je nooit in de verleiding geweest om een keer bij zo’n groupie langs te gaan?
Nee. Ik ben over alles open en eerlijk, ik hou ook echt wel van vrouwen, maar zoiets zou ik nooit doen. De jongens met wie ik werk, zeggen weleens: jezus, zag je dat meisje naar je kijken? Ze stond bijna te kwijlen, joh. Ik zie dat niet. Die dingen ontgaan mij altijd. Dat meen ik echt. Ik ben daar ook helemaal niet mee bezig. Ik kan je met zekerheid zeggen, en mijn vriendin weet dat ook: ik ben niet die zanger over wie je in de roddelbladen leest dat hij na een optreden lag te krikken in zijn kleedkamer. Dat is helemaal niets voor mij.

Het hele interview is hier te lezen.

Presentatie ‘Zeven manieren om thuis te komen’

Op woensdag 4 juli aanstaande presenteert AFdH Uitgevers de nieuwe poëziebundel
van de Almelose dichteres Hanneke van Schooten in het Enschedese Vestzaktheater aan
de Walstraat. De naam van de bundel: Zeven manieren om thuis te komen. De avond wordt omlijst door muziek van André Kerver en Bert van der Veen. HP/De Tijd-journalist Nick Muller zal de dichteres interviewen.

Hanneke van Schooten is een zorgvuldige, ingetogen dichter. Haar poëzie maakt bij
eerste lezing een toegankelijke indruk. Schijn bedriegt echter. Haar observaties zijn
naaldscherp. Het rijzen en dalen van zinnen, de adempauzes en stiltes tussen de
woorden, de kleur van bepaalde woorden, de muziek ervan – alles weegt mee. Vastgesteld kan worden dat de toon en kleur in deze bundel, verdeeld in vijf min of meer zelfstandig te lezen segmenten, lichter is dan in de vorige. In het verhelderende interview met de dichter achterin het boek, leest de poëzieliefhebber daarover meer. Het werd geschreven door Nick Muller.

Het persbericht is hier te vinden. De bundel is onder meer hier te koop.

36694748_10204753425752908_8573440848136503296_n (1)
v.l.n.r. Bert van der Veen, André Kerver, Martien Frijns, Hanneke van Schooten en Nick Muller

 

Jan Sierhuis: ‘Wie niet geïnteresseerd is in politiek is een domoor’

Kunstenaar Jan Sierhuis (89) groeide van Amsterdams straatschoffie uit tot een van ’s lands toonaangevende expressionisten. Tot en met 12 augustus is in Museum Jan van der Togt in Amstelveen de tentoonstelling Het atelier van Jan Sierhuis te zien, waarin een weerslag van zijn meer dan zeventig jaar durende carrière wordt getoond. Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een Zelfportret: een vaste serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Rustig. Ik woon nu in een woonzorgcentrum en dat heb ik min of meer geaccepteerd.

Wie zijn uw helden?
Rembrandt vind ik op drie manieren een meester: als tekenaar, als etser en als schilder. George Hendrik Breitner vind ik ook erg goed. En verder bewonder ik Kees van Dongen, met wie ik later bevriend ben geraakt, Picasso, die ik in Parijs heb ontmoet en natuurlijk Appel, Corneille, Constant, Lucebert, Martineau en al die anderen, met wie ik goed bevriend raakte en bij wie ik aansluiting vond.

Lijkt u op uw vader?
Mijn vader overleed toen ik twee was, dus die heb ik nooit gekend, maar mijn moeder heeft wel altijd gezegd dat ik op hem leek. Hij kon heel mooi tekenen en had een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Mijn moeder vertelde me eens het verhaal dat onze buurman failliet was verklaard. Die man was al niet rijk en toen werd ook nog eens al zijn meubilair op straat gezet. Mijn vader is toen woedend naar de sociale dienst gegaan, trok daar de buurtagent door het loket en zei: ‘Wil jij die man op straat zetten? Dan gaat jouw kop eraf!’ Uiteindelijk is er toen een regeling voor die buurman getroffen.

Lijkt u op uw moeder?
Ik lijk qua uiterlijk wel op mijn moeder en ik heb dat bijdehante ook wel van haar. Wat wil je: ik kom van twee kanten uit de Jordaan. Als je je mondje niet wist te roeren sneeuwde je gewoon onder.

Wat is uw grootste angst?
Mijn grootste angst is dat ik ernstig ziek word. Mijn Tientje (Tine, zijn inmiddels overleden vrouw, red.) kreeg op een gegeven moment te horen: u heeft Alzheimer. Dat was een verpletterende klap voor ons allebei. Zoiets wens je niemand toe.

Bidt u weleens?
Niet meer. Vroeger kwam er weleens een bevriende franciscaan op bezoek bij mijn moeder. Een mooie man om te zien. Hij nam altijd een cadeautje voor haar mee: dan gaf hij haar wat geld of liet hij een mandje met boodschappen bezorgen. Hij zorgde ervoor dat ik aangenomen werd bij De Boomkerk op de Admiraal de Ruijterweg. Ik moest daar mijn heilige communie doen. Dan kreeg je zo’n ouweltje in je mond, een beetje water over je kop en dan hoorde je erbij.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nou, ik weet niet of je het een mystieke ervaring moet noemen, maar ik heb weleens zoiets meegemaakt in Spanje. Ik liep een gebouw binnen, het was volgens mij een kerk, nauwelijks in gebruik en daar hingen waanzinnige schilderijen. Er hing ook een heel groot schilderij van El Greco, zwartgeblakerd door de kaarsen die ervoor werden gebrand. Ik was verpletterd. Hoe is het mogelijk dat iemand zoiets kan maken. Later heb ik dat nog weleens gehad met Las Meninas van Velázquez, maar niet meer zo hevig als toen.

Bent u aantrekkelijk?
Ik heb toen ik jong was wel veel vriendinnetjes gehad, maar of ik aantrekkelijk ben: ik heb me daar nooit mee beziggehouden.

De tekst loopt hieronder door.

Wat is uw definitie van geluk?
Een goede gezondheid.

Waar schaamt u zich voor?
Ik schaam me nergens voor.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteravond, toen ik in de lift stond en er een man met een karretje over mijn linkervoet reed. Die voet is nu stevig gekneusd. Verder ben ik niet zo huilerig.

Wat is uw grootste ondeugd?
Ik was vroeger als kind ondeugend, telt dat ook als antwoord? Ik haalde weleens kattenkwaad uit en dan moest ik naar het politiebureau om strafwerk te schrijven. Op een dag had ik er zo de pest in dat ik een doosje punaises heb gekocht en alle fietsbanden van de smerissen lek heb gestoken. Ik heb ook weleens een fietsband gevuld met zand. We hadden een buurman en die ging altijd dronken naar zijn werk. Op een dag heb ik toen zijn voorband leeg laten lopen en daarna met zo’n eau de cologne-trechtertje gevuld met heel fijn zand. Dus die vent dacht de volgende dag: godverdomme, wat fietst die fiets zwaar! Het duurde trouwens wel een paar uur voor die band helemaal vol was.

Hoe moedig bent u?
Ik woonde tijdens de bezetting in de Valkenburgerstraat, middenin de joodse buurt. Tijdens de razzia heb ik een leugentje opgehangen. Zo’n mof vroeg of er ook nog ergens joodse kinderen ondergedoken zaten. Die zaten er wel, maar ik heb toen gezegd dat dat niet zo was. Dat vind ik achteraf best moedig voor een kind.

Aan wie ergert u zich?
Aan Donald Trump. Ik vind dat hij heel verkeerde ideeën heeft en daardoor een ramp is voor Amerika. Ik snap ook niet dat hij erin is geslaagd om president te worden. Zijn voorouders komen trouwens uit Duitsland, hè. Dat verklaart wat mij betreft een hoop. Ik erger me ook aan mensen die zogenaamd niets met politiek hebben. Je kunt wel zeggen: ik ben niet geïnteresseerd in de politiek, maar de politiek is wel geïnteresseerd in jou. Daarom heb je de plicht om te kijken of er goede beslissingen genomen worden en zo niet, om je daar dan tegen te verzetten. Als je dat niet kunt omdat je er niets vanaf weet dan ben je een grote domoor.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Ik heb het meest geleerd van het kijken naar andere kunstenaars. In de oorlog had je veel kunstenaars die op straat stonden te schilderen. Dan schilderde iemand bijvoorbeeld het water in de Oudezijds Achterburgwal en dan dacht ik: aha, zo doet hij dat, en dan probeerde ik dat na te doen bij mijn eigen schilderijtjes. Zo ben ik begonnen met schilderen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Mijn Tine was de perfecte vrouw: ze hield van me, ze nam het altijd voor me op, geloofde in me en had een goed verstand. Ze deed ook een hoop voor me. Als mensen me niet betaalden, ging ze erachteraan. Soms vroegen ze weleens aan haar: wat zie je toch in die bietser? En dan zei ze: ‘In de eerste plaats hou ik van hem en in de tweede plaats vind ik het een goede kunstenaar.’ Dat vond ik prachtig.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Dat hij betrouwbaar is. Ik had eens een vriend, ook een kunstenaar, die uit zijn huis was gezet. Ik stond net op het punt om naar Corsica te vertrekken, dus ik zei tegen hem: je kunt wel een paar weken in mijn hokkie zitten. Die boef heeft toen gedacht: ik zit hier lekker, ik ga niet meer weg, dus die heeft al mijn foto’s en mijn tekeningen en mijn spullen bij het vuilnis gezet. Daar ben ik nog steeds heel boos over.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Daar ben ik onderhand ook te oud voor.

Hoe ontspant u zich?
Door het rustig aan te doen en een beetje m’n gemak te houden.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn zoons Sandro en Cesar. De een is bouwingenieur en de ander is industrieel ingenieur en daar ben ik erg trots op.

De tekst loopt hieronder door. 

Gelooft u in God?
Nee. Ik geloof in de wetenschap. Ik heb een grote bewondering voor Albert Einstein. Zijn ideeën, zoals bijvoorbeeld de relativiteitstheorie, vind ik ongelooflijk. Die moffen begonnen daar in de jaren dertig natuurlijk meteen tegenaan te hakken: die hadden het over ‘de quasi-theorie van de jood Einstein.’ Moet je je voorstellen! Einstein kwam af en toe in de plantagebuurt in Amsterdam, als hij op bezoek ging bij zijn vriend Jan-Hendrik Oort, en toen heb ik hem een keer ontmoet. Heel bijzonder was dat.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan mijn kinderen en mijn kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik heb weleens wat gejat. Bij ons in de buurt was een sigarenwinkel en daar heb ik als kind weleens een hand sigaren gejat. Die ruilde ik dan met de groenteboer voor aardappels en die ging ik dan piepen op het landje.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb weleens vrij snel een paar schilderijen geschilderd omdat ik dringend geld nodig had, maar die waren niet zo best. Op een gegeven moment zag ik dat ze op de veiling kwamen. Ik dacht: godverdomme, die dingen wil ik niet verkocht hebben. Ik kon maar een ding bedenken: een leugentje om bestwil. Dus ik heb die veilingmeester opgebeld en gezegd: ‘Ik zie dat jullie vier doekies van me veilen, maar die zijn vals.’ ‘Weet u dat honderd procent zeker?’, vroeg hij aan de telefoon. ‘Honderd procent’, zei ik. En toen zijn ze vernietigd. Daar was ik dus mooi vanaf.

Wanneer was u het gelukkigst?
In de bijna zestig jaar dat ik met Tine samen ben geweest.

Wat is de beste plek om te wonen?
Amsterdam.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Die Duitser met dat snorretje. Maar nee, alle mensen die ik niet meer terug wil zien zijn er al lang niet meer.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk kun je niet vermijden.

Wat is uw devies?
Wees optimistisch. Met een mopperende kankeraar schiet niemand wat op, maar als je niet naar de problemen kijkt maar naar de oplossingen dan kun je mensen raad geven of hulp bieden.

De tentoonstelling Het atelier van Jan Sierhuis is tot en met 12 augustus te zien in Museum Jan van der Togt in Amstelveen. Aanstaande zondag 1 juli is Jan Sierhuis vanaf 13:00 uur aanwezig in het museum om over zijn werk te vertellen.

Taco Dibbits over ‘Het Joodse Bruidje’ van Rembrandt

Kunsthistoricus Taco Dibbits (49) is directeur van het Rijksmuseum. Nu is daar de portrettententoonstelling High Society te zien. Wat leest, kijkt en luistert hij in zijn vrije tijd?

Uit: HP/De Tijd, 05, 2018. Het gehele interview leest u hier op Blendle.

BEELDENDE KUNST
“Het Rijksmuseum heeft meer dan een miljoen objecten in zijn collectie. Het grootste gedeelte daarvan hebben we inmiddels gedigitaliseerd, maar er komen nog steeds verrassingen tevoorschijn. Laatst zag ik een ongelooflijk mooie slaapmat, bestaande uit allemaal heel fijn gewoven ivoorstripjes, waarvan ik was vergeten dat we hem hadden. Zo’n ontdekking maakt je dag. Wat mijn favoriete werk is uit onze collectie? Dat wisselt met je leeftijd en je humeur. Op dit moment is dat Het Joodse Bruidje van Rembrandt. Dat heeft met het verhaal van het schilderij te maken. Op het doek zie je twee mensen die elkaar met vertwijfeling in de ogen omhelzen, maar je weet niet wie het zijn. Door de titel van het schilderij denk je dat het twee geliefden zijn, maar waarom kijken ze dan zo droevig? Eigenlijk weten we pas sinds het begin van de jaren twintig, toen er een schets van het schilderij werd gevonden, wie erop staan afgebeeld. Het zijn Isaak en Rebekka. Als ze zich op de vlucht voor een hongersnood vestigen in een ander land, doet Isaak zich voor als haar broer, om te voorkomen dat hij wordt vermoord en zij wordt verkracht. Op het moment dat ze zich onbespied wanen en elkaar omhelzen, kijkt de koning uit het raam. In het uiteindelijke schilderij heeft Rembrandt de koning weggelaten en is het de toeschouwer die hen betrapt. Met alle mensen die nu op de vlucht zijn naar een ander land is dit schilderij natuurlijk bijzonder actueel.
“Ik kom veel in andere musea, ook omdat ik vind dat je moet weten wat er speelt. Meest recentelijk bezocht ik de overzichtstentoonstelling van Rineke Dijkstra in Museum De Pont. Je voelt je heel ongemakkelijk als je naar haar foto’s kijkt. Door het gestileerde en het geposeerde krijgt het werk een enorme diepgang. Je hebt het idee dat je iemand recht in de ziel kijkt, maar daarmee kijk je ook bij jezelf rechtstreeks naar binnen. Dat vind ik het interessante aan haar werk. Wat mij wel opviel bij deze tentoonstelling is dat om al haar foto’s een standaard passe-partout en een standaardlijst zaten. Dat kan heel sterk zijn, die eenheid, maar in dit geval kregen de foto’s daardoor iets vlaks. Ik werd er bijna door afgeleid. Dat vond ik interessant om te constateren.
“Wat het beste museum is naast het Rijksmuseum? Ik kijk dan altijd heel erg naar de collectie. Galleria Borghese in Rome vind ik ongelooflijk. Als ik daar rondloop, denk ik continu: dit zou ik anders hebben gedaan. Dat kan soms irritant zijn, want daardoor ben je afgeleid van de kunst, maar als ik de beelden van Bernini en de schilderijen van Caravaggio zie, vergeet ik alles en word ik naar die kunst toe getrokken. Het Metropolitan in New York is buitengewoon. Als je daar binnenkomt, heb je het gevoel dat je erbij hoort. Dat komt door de proporties van de entree. Het verheft je, maar het is niet arrogant, je voelt je er niet door gekleineerd. Bij ons is dat atrium een geniale ingeving geweest van de architecten. Het is een plein voor iedereen geworden. En het grappige is: ik heb het tijdens de verbouwing opgemeten en het is precies even groot als de hal van het Metropolitan.”

 

Paul de Munnik: ‘Ik moet het publiek bijna vanaf nul heroveren’

Paul de Munnik (47), voorheen de helft van Acda en De Munnik, staat vanaf 21 maart in het theater. Wat kijkt en luistert hij in zijn vrije tijd?

Uit HP/De Tijd, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

BOEKEN
“Mijn all-time favorite boek is A Prayer for Owen Meany van John Irving. Ik hou van zijn manier van vertellen. Hij gebruikt altijd verschillende verhaallijnen die uiteindelijk, zonder dat je het van tevoren ziet aankomen, heel ingenieus bij elkaar komen. Wat ik interessant vind aan dit boek is dat de ik-persoon (John Wheelwright) niet de hoofdpersoon is. Dat is Owen Meany, een Jezus-achtige figuur, die ervan overtuigd is dat hij een van Gods gezondenen is en een heldendaad zal verrichten. Zo eens in de twee jaar herlees ik het boek en nog altijd vraag ik me af: wat is dat voor een figuur? Alleen al de manier waarop hij praat: hij heeft zo’n gekke stem dat de schrijver alles wat hij zegt in kapitalen heeft opgeschreven. Daardoor hóór je hem krassen. Jonathan Safran Foer is een andere favoriet. Here I Am heeft diepe indruk gemaakt. Het gaat over een Joods gezin in de Verenigde Staten dat door allerlei omstandigheden in moeilijkheden geraakt – veel bondiger kan ik het niet samenvatten. Het gaat heel erg over identiteit: wie ben ik en waar kom ik vandaan? Het Jodendom speelt daarbij een grote rol. Dat vond ik ook verfrissend aan dit boek, dat je eens vanuit een Joodse beleving naar de wereld van nu kijkt.”

MUZIEK
“Ik luister altijd veel naar Tom Waits. Swordfishtrombones is mijn favoriete plaat. Nighthawks at the Diner is ook zo goed. Dat is bijna een muzikale cabaretvoorstelling. Hij vertelt te gekke verhalen, is poëtisch en geestig en het geheel is ook nog eens fucking muzikaal. Je hebt echt het idee dat je in zo’n oude jazzclub aan een tafel zit, met je neus erbovenop. Zijn latere werk vind ik wat ingewikkelder. Daarbij duurt het wat langer voor je doorhebt wat hij nu eigenlijk wil zeggen. Daniël Lohues luister ik ook geregeld. Dat is een van de grootste liedjesschrijvers van ons land. Begin maart komt zijn nieuwe album uit: Vlier. Zijn liedjes zijn heel minimalistisch. Zonder opsmuk. Hij kan heel goed tot de kern van een lied komen. Heeft een tekst alleen pianobegeleiding nodig? Dan neemt hij alleen een piano. Het schrijven is voor hem ook echt een ambacht. Zoals het hoort. Ik heb de neiging om te wachten op inspiratie, maar dat bestaat niet, inspiratie. Je moet gewoon gaan zitten en gaan schrijven. Hij werkt ook veel harder dan ik. Ik heb toevallig deze week een liedje geschreven en dan ben ik de rest van de week wel weer tevreden, en volgende week ook nog wel, maar Daniël schrijft de volgende dag gewoon weer een liedje, en de dag daarop ook. Daar heb ik heel veel bewondering voor.”

THEATER
“De laatste voorstelling die ik zag was die van de jongens van Rundfunk: Wachstumsschmerzen. Het zat theatraal heel goed in elkaar: ze spelen weleens een scène met de vierde wand, zoals ze ook op televisie doen, maar het is wel altijd gerelateerd aan de publieksreactie. Hoe zou je kunnen omschrijven wat ze doen? Ze maken absurd toneelcabaret. Het is niet absurd in zijn scènes, maar wel absurd in zijn humor. Je ziet iets wat je herkent, maar wat er vervolgens gebeurt, is absurdistisch en ontregelend. Ze zijn ook niet bang om met grove grappen het publiek te choqueren, maar bij hen pakt dat goed uit. Ze schrikken het publiek daar niet mee af. Hans Teeuwen en Theo Maassen kunnen zich dat ook permitteren. Voor mij zijn dat de twee groten van onze generatie. Hans is iemand die heel duidelijk verlangt naar wat liefde en genegenheid. En dat zie je. Zijn eerste optredens waren echt overdonderend. Niet omdat hij zo grof was, maar omdat je een klein jongetje zag staan dat heel graag aardig gevonden wilde worden. Dat ontroert. Theo Maassen heeft dat ook. Hij is een jongen die zich oprecht afvraagt hoe de wereld in elkaar steekt. Natuurlijk mept hij af en toe flink om zich heen, maar ook bij hem ontdek je die diepere laag.
“Vroeger zaten de theaters altijd vol. Ook de mindere goden hadden altijd volle zalen. Nu staan er nog maar een paar boven aan de berg met volle zalen en de rest moet vechten om het publiek naar binnen te krijgen. Mensen geven hun geld namelijk maar één keer uit. En dat is ook logisch, maar dan gaan ze toch liever naar Jochem Myjer of Theo Maassen, omdat ze weten: daar krijg ik sowieso waar voor mijn geld. Sinds ik na Acda en De Munnik voor mezelf ben begonnen, merk ik dat ik het publiek weer bijna vanaf nul moet veroveren. Dat had ik ook wel verwacht, maar het is moeilijker dan ik had gedacht. Ik zal niet meer voor de echte topzalen spelen, in ieder geval de komende jaren niet. Carré zit er voor mij niet meer in. Dat hoort ook bij waar ik nu sta als maker en – heel eerlijk – ook aan het publiek dat ik op dit moment aan mij kan binden. En dat is ook niet erg. Dat komt wel weer. Ik speel nu liever voor wat minder mensen die speciaal voor de muziek komen dan voor wat meer mensen die alleen maar komen omdat ik het ben. Het is net als met een tuin: soms moet je eerst snoeien voor je iets weer kunt laten groeien. Dan is het eerst even kaal, maar uiteindelijk knapt de boom ervan op.”

Cécile Narinx: ‘Hemingway is een male chauvinist pig’

Journalist en modedeskundige Cécile Narinx (47) sprak een audiotour in voor High Society, een portrettententoonstelling in het Rijksmuseum. Wat leest, kijkt en luistert zij in haar vrije tijd?

Uit HP/De Stijl, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

BOEKEN
“Ik lees heel veel en wat ik lees gaat alle kanten op. Personal History van Katharine Graham vind ik een heel tof boek. Het is de veelbekroonde autobiografie van de eerste vrouwelijke krantenuitgever van de Verenigde Staten. Graham was ten tijde van het Watergateschandaal de uitgeefster van The Washington Post. Over die tijd gaat dat boek dan ook. Het is een heel persoonlijk verhaal dat tegelijkertijd ook heel journalistiek en politiek is ingestoken. Steven Spielberg verfilmde het onlangs als The Post, met Meryl Streep in de rol van Graham. Ik houd ook heel erg van de boeken van Ernest Hemingway. Hij is natuurlijk een enorme male chauvinist pig, hij gaat niet heel vriendelijk met vrouwen om, maar zijn vermogen om zich overal volledig in te gooien om alles tot in het diepst van zijn ziel te ervaren – oorlog, stierenvechten, liefde – vind ik fantastisch. A Moveable Feast, zijn memoires van zijn verblijf in Parijs, kan ik blijven lezen. Als ik daar ben, ga ik graag oesters eten bij La Closerie des Lilas met het idee: hier zat hij ook. De Napolitaanse romans van Elena Ferrante heb ik ook echt verslonden. Er wordt beweerd dat Domenico Starnone schuilgaat achter dit pseudoniem, maar ik geloof dat niet. Ik wil het ook niet geloven. De boeken van Ferrante zijn door een vrouw geschreven – dat kan niet anders. Ik heb laatst bijvoorbeeld Sweet Caress van William Boyd gelezen, dat ook vanuit een vrouwelijk perspectief wordt verteld, maar dat is niet zo overtuigend. Als mannen zich proberen te verplaatsen in een vrouw, dan lees je dat er altijd aan af.”

BEELDENDE KUNST
“In het Metropolitan in New York heb ik mij de benen uit het lijf gelopen voor Portrait of Madame X van John Singer Sargent, een portret van Virginie Amélie Avegno Gautreau, de Amerikaanse vrouw van de rijke Parijse bankier Pierre Gautreau. Ze had een vrij discutabele reputatie omdat ze er meerdere mannen op na zou houden en die mannen ook gebruikte om hogerop te komen. Op de tentoonstelling in het Rijksmuseum is trouwens een portret te zien van een van die vermeende minnaars, ook van Sargent: Dr. Pozzi at Home. De reden dat ik Madame X zo graag wilde zien is dat er ook een beetje modegeschiedenis aan vastzit. De jurk die ze op het schilderij draagt, is namelijk wereldberoemd. Het is een van de meest iconische zwarte jurken uit de geschiedenis, net als de little black dress van Chanel, de Givenchy van Audrey Hepburn uit Breakfast at Tiffany’s en die van Rita Hayworth uit Gilda. Saillant detail: de bandjes zijn er pas later bij geschilderd, omdat men de jurk zonder bandjes iets te wuft vond.”

MUZIEK
“Ik koop eigenlijk nooit albums, maar deze week heb ik er toevallig een gekregen. Het is het album van Hans Jürgen, een geitenbreier met een witte snor die een fietsenstalling runt op het station van Utrecht. We raakten ooit eens in gesprek toen ik hem complimenteerde met de muziek die hij daar ’s avonds altijd op heeft staan, meestal Engelbert Humperdinck. Hij vroeg verrast: ‘Ach, kennen Sie ihn?’ Hij vertelde me dat hij droomt van een eigen zangcarrière. Hij zingt ook graag in de fietsenstalling, want daar is zo’n fantastische galm. Laatst heeft hij al zijn spaargeld bij elkaar gelegd, wat nummers opgenomen in een studio en in eigen beheer een cd uitgebracht. Het heet ook My favorite songs. Alle banden die hij voor weinig geld kon krijgen heeft hij daarvoor gebruikt. Quando, quando, quando – dat soort repertoire. Het is zo schattig. Zijn vriendin Marina, die hij heeft leren kennen op de platenbeurs in de Jaarbeurs in Utrecht, voor de platenbak van Engelbert Humperdinck, heeft voor de covertjes portretfoto’s geprint en in de hoesjes gestoken. Als ik hem in de fietsenstalling hoor zingen, moet ik altijd denken aan een les die mijn vader me eens heeft geleerd: ‘Wo man singt, da laß’ dich ruhig nieder: böse Menschen haben keine Lieder.’”

Don Diablo over muziek, vrouwen en een gebrek aan erkenning

Don Diablo (38) heeft na tien jaar zijn tweede album uitgebracht: Future. Hij behoort tot de elf populairste deejays ter wereld, heeft overal uitverkochte zalen, maar erkenning voor zijn muziek krijgt hij nauwelijks in Nederland. ‘En dat is raar’, vindt hij zelf ook.

Verschenen in Playboy 04, 2018. Lees het gehele interview hier.

Q1. Waarom duurde het bijna tien jaar voor je met een tweede album kwam?
Dat had meerdere redenen. Een daarvan was dat ik op zoek was naar een nieuwe sound, die ik met future house uiteindelijk ook heb gevonden. Een andere was dat ik meer draagvlak wilde creëren voor mijn muziek. Mijn muziek wordt namelijk niet heel veel gedraaid op de radio. Ik moest dus voor een grotere fanbase zorgen. De remixes die ik heb gemaakt voor onder andere Madonna, Rihanna en Ed Sheeran zorgden voor mijn internationale doorbraak. Vijf jaar geleden had ik nog 20.000 fans op Facebook, nu heb ik er drie miljoen. Dat maakt het een stuk makkelijker om een album met zestien nummers aan de man te brengen.

Q2. Jij staat aan de basis van de future house. Kun je uitleggen wat dat precies is?

Eigenlijk is dat vijf jaar geleden begonnen, op het moment dat ik mijn vader verloor. Vlak daarvoor had ik een gesprek met hem. Het werd me opeens duidelijk hoe kostbaar tijd is, hoe bijzonder het is dat je überhaupt een toekomst hebt. Ik dacht: vanaf nu ga ik in de toekomst leven. Mocht ik het niet redden, dan heb ik de toekomst in ieder geval al gezien. Je ziet het terug in m’n socials, in m’n kledinglijn, in m’n radioshow die wordt gecohost door een robot – alles speelt zich af in de toekomst. Maar ik had natuurlijk nooit verwacht dat het een golfbeweging zou worden die de wereld over is gegaan.


Q3. Je hebt jezelf al vaker opnieuw uitgevonden. Je was als puber een nerd, compleet met paardenstaart, maffe kleren en licht autistische trekjes, om met je eigen woorden te spreken. Hoe erg was het?

Ik was altijd die jongen die geen vrienden had, die nooit een vriendinnetje kon krijgen, die altijd als laatste werd gekozen tijdens gym. Op mijn vijftiende dacht ik: fuck it, ik hoef die persoon niet te zijn. Ik ging mezelf Don Diablo noemen, waardoor Don Pepijn Schipper uit Coevorden eigenlijk een soort Clark Kent werd, die overdag naar school ging en ’s nachts in zijn laboratorium zat te brouwen op allerlei ideeën om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Dat voel ik nog steeds zo: voordat ik het podium op stap doe ik mijn superhero-outfit aan en word Don Diablo.

Q4. Bestaat Don Pepijn Schipper dan eigenlijk nog wel?

Op een gegeven moment werden Don Pepijn Schipper en Don Diablo een en dezelfde persoon. Ik kan je niet vertellen waar het verschil zit. Ik ben nog steeds dat onzekere jongetje dat zich afvraagt wat zijn rol is op deze aardbol. Het enige wat ik kan doen om die innerlijke stemmen te onderdrukken is zeventien uur per dag, zeven dagen per week te werken. En om te proberen om iets te creëren dat verder gaat dan mijzelf. Een soort movement. Ik wil met alles wat ik doe iets creëren waar de outcast zich thuis bij voelt. Because there is no such thing as an outsider.

Q8. Heb je op dit moment een relatie?
Nee. Natuurlijk zou ik wel een leuke vriendin willen hebben, maar het komt me nu ook wel goed uit dat ik vrijgezel ben. Sinds het is uitgegaan met mijn vriendin merk ik dat er iets van me is afgevallen. Ik kan nu full blazing iedere dag tot vier uur ’s nachts mijn eigen ding doen zonder dat ik daar verantwoording voor hoef af te leggen.

Q9. Heeft je werk een relatie weleens in de weg gestaan?
Ik ben natuurlijk heel vaak van huis. Mijn ex-vriendin zei dan ook: je bent nooit thuis, en als je thuis bent zie ik alleen maar je rug, want dan zat ik in de studio. Ze heeft dat heel lang geaccepteerd en mij daarin heel lang gesteund, totdat ze zich realiseerde dat dit nooit zou veranderen.

Q17. Vind je dat je genoeg erkenning krijgt in Nederland?
Ik word niet elke week overladen met prijzen in Nederland. En dat is raar, want ik sta toch in de top 300 van meest beluisterde artiesten wereldwijd op Spotify, wat niet veel Nederlandse artiesten me na kunnen zeggen. Ik weet niet hoe het komt dat ik hier blijkbaar niet zo opval. Volgens mij moet je zes miljoen streams hebben wil je een platina plaat krijgen. Ik heb op sommige platen vijftig miljoen streams, alleen hebben die streams niet allemaal plaatsgevonden in Nederland, waardoor ik hier geen gouden of platina plaat haal. Daardoor krijg je ook net niet die Popprijs, net niet die Edison, net niet de erkenning die andere artiesten hier wel krijgen. Maar ik ben voorbij het punt dat ik me daar druk om kan maken. Erkenning komt natuurlijk in vele vormen. Ik heb dan misschien geen volle prijzenkast, maar ik kan wel naar wereldsteden als Los Angeles en New York en daar grote concerten uitverkopen op mijn eigen naam.

 

Te gast bij RTL 5 Uur Live

Presentatrice Daphne Bunskoek ontvangt op dinsdag 9 januari onder meer misdaadjournalist Kees van der Spek over een nieuw seizoen ‘Moord of Zeldmoord’. Nick Muller en Aisha Scheuer verzamelden grappige tweets in het boek Dit is Waarom Mensen Op Twitter Zitten. Ook zij schuiven aan.

De uitzending kunt u hier terugkijken.

DTHr-2lXUAAsqy-
v.l.n.r. Daphne Bunskoek, Kees van der Spek, Aisha Scheuer en Nick Muller