De smaak van… Alain Clark

Verschenen in Playboy 01 2019.

Op 25 januari presenteert Alain Clark in Carré zijn nieuwe album
Closer. Er zijn nog kaarten.

Mijn grote muzikale held is:
Stevie Wonder.

Dit is de beste plaat ooit gemaakt:
Songs in the Key of Life van Stevie Wonder.

Prince of Michael Jackson?
Geef mij de moves van Mike en de songs van Prince.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?
Meer liefde, begrip en acceptatie in de samenleving heeft niet één naam.

Sushi of stamppot?
Sushi.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een borrel willen drinken:
Met mijn opa van moederskant. Ik heb hem helaas nooit ontmoet.

Mijn droomauto is:
Mijn oude vertrouwde BMW 633 CSI uit 1978.

Mijn droomhorloge is:
1959 Ingenieur IWC.

Dit staat er op mijn strafblad:
“Hij was het niet.”

Dit geheim ga ik nu aan Playboy verklappen:
I know Victoria’s secret.

De meest sexy bekende vrouw ter wereld is:
Natalie Portman.

Het duurste kledingstuk dat ik bezit is:
Een jas van Rick Owens. Bedragen noemen is niet sexy.

Grootste miskoop:
Zes kratten volvic water (my favorite) via Ebay Duitsland. Het bleken miniatuurmodellen te zijn.

’s Nachts kun je me wakker maken voor:
Een klap op je hoofd. Laat me slapen.

Mijn guilty pleasure is:
Herhalingen kijken van Dragons’ Den UK.

Drank of drugs?
Drank én drugs.

Mijn meest memorabele ervaring met drugs is:
4F met mijn mooie lieve vrouw. Het ontaardde in een zes uur durende liefdesverklaring.

Schaatsen of skiën?
Skiën in Oostenrijk. 

Dit drankje drink ik het liefst:
Yoichi Single Malt.

Met deze persoon zou ik nog weleens in duet willen:
Nikka Costa.

Het beste zanger van Nederland is:
Douwe Bob.

Meedoen aan het Songfestival of een optreden in Carré?
Optreden in Carré.

De twaalf best gelezen interviews van 2018

Deze twaalf stukken zijn dit jaar het meest gelezen op deze website.

12. Iris van Herpen over David Attenborough, August Rodin en Terry Gilliam
Wereldwijd gelauwerde modeontwerpster laat zich door vele personen inspireren. (HP/De Tijd, juni 2018)

11. Jan Wolkers: Cremers knapste leerling?
Schreef Jan Wolkers ‘pik’ dankzij Jan Cremer, of kon Cremer zo onverbloemd schrijven dankzij Wolkers? Biograaf Onno Blom gaat voorbij aan de band die de twee giganten hadden, aldus Cremer. ‘Een literair schandaal’, vindt hij. (HP/De Tijd, april 2018.)

10. Géza Weisz: ‘Ik wil zoveel mogelijk vrouwen veroveren’
Géza Weisz speelt een van de hoofdrollen in Het leven is vurrukkulluk, geregisseerd door zijn vader Frans Weisz. ‘Ik maak me geen illusies: ik had deze rol niet gekregen als hij niet de regisseur was geweest.’ (Playboy, februari 2018.)

9. Armando: “Misschien blijk ik wel onsterfelijk”
Oud zelfportret van Armando (1929 – 2018). Op de vraag of hij weleens bidt: “Nee. Ik denk ook niet dat God tijd heeft om mijn gebeden te verhoren. Hij heeft wel wat anders te doen. Ik denk dat-ie op dit moment nog bezig is met Auschwitz, omdat-ie destijds de andere kant opkeek toen de mensen hem nodig hadden.” (HP/De Tijd, september 2014)

8. Hella en Freek de Jonge: ‘Als het ons niet bevalt, zijn we weg’
Freek (74) en Hella de Jonge (69) woonden zes weken in het Groninger Museum voor de expositie Het Volle Leven. Aan de hand van hun kunstcollectie vertellen ze over hun decennialange samenwerking. Hella tegen Freek: “Jij hebt ooit eens gezegd dat Brief aan mijn moeder van Ischa Meijer je geleerd heeft hoe ik in elkaar steek. Het boek Leerschool van Tara Westover had datzelfde effect op mij.” (HP/De Tijd, september 2018.)

7. Taco Dibbits over ‘Het Joodse Bruidje’ van Rembrandt
De directeur van het Rijksmuseum geeft een klein college over Rembrandt. (HP/De Tijd, mei 2018.)

6. Maarten van Rossem: ‘Vincent van Gogh kon niet schilderen’
Historicus Maarten van Rossem werd 75 jaar en schreef een boek: Wat is geluk? Hij blijkt minder stoïcijns dan gedacht: “Ik ben vrij huilerig ingesteld. Ik hoef maar een film te zien waarin een padvinder een klein hondje uit een vijver redt en ik ben al weg.”(HP/De Tijd, november 2018.)

5. Don Diablo over muziek, vrouwen en een gebrek aan erkenning
Don Diablo heeft na tien jaar zijn tweede album uitgebracht: Future. Hij behoort tot de elf populairste deejays ter wereld, heeft overal uitverkochte zalen, maar erkenning voor zijn muziek krijgt hij nauwelijks in Nederland. ‘En dat is raar’, vindt hij zelf ook. (Playboy, april 2018.)

4. Mies Bouwman: ‘Het liefst wil ik helemaal niets meer’
Interview uit 2017 met de dit jaar overleden Mies Bouwman. Op de vraag aan wie ze zich ergerde: “Aan overdreven mensen. En dan met name: mensen die overdreven hun bewondering voor je uitspreken. Die moet ik niet.” (HP/De Tijd, mei 2017)

3. Olcay Gulsen: ‘Van types als Sylvana Simons gaan mij de haren rechtovereind staan’
Vlak voor het faillissement van haar modemerk Supertrash deed Olcay Gulsen uit de doeken hoe ze aan de top is gekomen. “Ik heb veel gebluft, ik heb een beetje gelogen, ik heb interessant gedaan, ik heb mezelf beter voorgedaan dan ik was – het hoort er allemaal bij. En ik zou het morgen weer doen.” (Playboy, februari 2018.)

2. Tino Martin: ‘Om de zoveel maanden neem ik aan andere auto’
Veelbesproken interview met volkszanger Tino Martin. Een gesprek over zijn weigering bij De Toppers, zijn ervaringen met drugs en zijn succes: ‘Ik durf wel te zeggen dat ik een van de zes beste zangers ben van Nederland.’ (Playboy, juli 2018)

1. Gerard Joling: ‘De beste zanger van Nederland? Dat ben ik zelf’
Veelbesproken interview met de meest sympathieke Topper. “Het zou mij niet verbazen als er binnen drie jaar een burgeroorlog uitbreekt in Nederland.” (Playboy, mei 2018)

Schermafbeelding-2018-06-22-om-23.22.52

Hedy d’Ancona: ‘Architectuur is de moeder aller kunsten’

Sociologe, feministe en voormalig politica Hedy d’Ancona (81) is gastcurator van de tentoonstelling Vrouwen van Museum Gouda. Wat leest, kijkt en luistert zij in haar vrije tijd?

Verschenen in het dubbeldikke winternummer van HP/De Tijd. (2018) Het interview was al gedrukt toen haar levensgezel, kunstenaar Aat Veldhoen, die bij het gesprek aanwezig was en er ook veelvuldig in voorkomt, onverwacht overleed op 9 december 2018. Het gehele interview is hier te lezen.

BOEKEN
“Ik ben net jarig geweest en heb een onthutsende hoeveelheid heel dikke boeken gekregen. Ik ben nu een beetje aan het snuffelen waar ik eens in zal gaan beginnen. Ik denk dat het De eeuw van Gisèle wordt van Annet Mooij – de biografie van Gisèle van Waterschoot van der Gracht. Ik ben vooral benieuwd naar het verhaal van die twee kunstenaars die in de oorlog bij haar ondergedoken zaten: Wolfgang Frommel en Percy Gothein. Die mannen blijken minder onschuldig dan gedacht. Ze gebruikten hun onderduikadres onder meer om jonge knapen te misbruiken die zich wilden aansluiten bij hun ‘mannengemeenschap’. Gisèle stond dat allemaal toe, hoewel ook zij door hen werd uitgebuit. Ik kan ook niet wachten om te beginnen in de biografie van Remco Campert. Dat is bijna voor de lekker. Mirjam van Hengel heeft eerder een prachtig boek geschreven over Leo en Tineke Vroman. Ik moest daarbij heel erg denken aan het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Van Eyck. Leo vlucht in de oorlog naar Indië om niet opgepakt, afgevoerd en weggerukt te worden, maar belandt dan dáár in verschillende kampen. Aan de dood valt niet te ontkomen. Des te mooier is het als ze elkaar na de oorlog weer vinden en uiteindelijk nog bijna zeventig jaar van elkaar mogen genieten.”

BEELDENDE KUNST
“Kijken vereist enige oefening. Kleine kinderen kunnen heel goed kijken. Die kunnen soms uren naar iets onbenulligs als een lege fles kijken. Een beeldend kunstenaar kan dat ook. Aatje zit soms uren te kijken naar de mensen en de machines die hier nu op straat aan het werk zijn en maakt daar dan tekeningen van in zijn schetsboekje. Hij heeft me dat echt geleerd. Je leert de schoonheid van die dingen zien. In de trein kijk ik veel vaker uit het raam dan vroeger. In de avond zijn er vaak prachtige zonsondergangen te zien, maar niemand die het ziet, iedereen kijkt op zijn telefoon of ligt te soezen. Dan roept de conducteur om welk station we binnenrijden en denk ik: waarom zegt die man ook niet even dat we naar buiten moeten kijken? Want de lucht is wonderschoon. “Architectuur is de moeder aller kunsten. Ik heb sociale geografie gestudeerd en heb me daarna gespecialiseerd in zowel stadsgeografie als de sociologie van het wonen. Daar is mijn belangstelling voor architectuur ontstaan. Als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur vond ik het een kunstuiting die we moesten stimuleren. Een gebouw is niet alleen voor degenen die het gebruiken, maar ook voor degenen die erlangs lopen, fietsen en rijden. Het is van ons allemaal. Na mijn ministerschap zat ik in het College Bouw Zorginstellingen. Daarin richtte men zich heel erg op de functionaliteit van die gebouwen. Dat is natuurlijk ook het belangrijkste, maar daardoor hoeft het nog geen saai en onaantrekkelijk gebouw te zijn. Streel de ogen en laat mensen zich er behaaglijk voelen. Ze zitten er al niet voor hun plezier. Een mooi gebouw kan troost bieden. Om dat te bevorderen hebben ze vier keer de Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur uitgereikt. De eerste winnaar was revalidatiecentrum Groot Klimmendaal in Arnhem. Dat gebouw is van een grote schoonheid. Het is functioneel, maar het is ook mooi en innemend, een gebouw dat je omarmt.”

FILM
“Ik vind het laf van mezelf dat ik liever geen oorlogsfilms wil zien, dus af en toe dwing ik mezelf om dat toch te doen. Ik wil geen wegkijker zijn. In de negen uur durende documentaire Shoah van Claude Lanzmann komen mensen aan het woord die rondom de concentratiekampen woonden en niets hebben gezegd. Ze wisten wat er gebeurde, maar hielden zich gedeisd. Ik kan me dat niet voorstellen. Als je vindt dat iets niet deugt, dan zég je er wat van. “Neem het niet!” Die lijfspreuk heb ik overgenomen van Stéphane Hessel, verzetsstrijder en Holocaustoverlevende, die een geweldig essay over verzet heeft geschreven. Alles begint volgens hem met verontwaardiging. Je kunt nooit zeggen: daar kan ik niets aan doen. Dat kun je namelijk wél. Hij roept de jongere generaties op om in opstand te komen tegen de toenemende ongelijkheid in de wereld. Indignez-vous! Hij eindigt het pamflet met zijn woede over wat de Israëlische regering doet met de Palestijnen. En dan te bedenken dat hij in de negentig was toen hij dit schreef. Ik ben iets jonger, maar ik ben ook nog steeds verontwaardigd over dingen. En zo hoort dat ook. Als dat ooit stopt, dan kunnen ze me net zo goed inkuilen.”

 

Kajsa Ollongren: ‘Als André Hazes door het stadion schalt, krijg ik kippenvel’

Kajsa Ollongren (51) is minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hiervoor was ze namens D66 wethouder en locoburgemeester in Amsterdam. Wat leest, kijkt en luistert ze in haar vrije tijd?

Verschenen in het decembernummer van HP/De Stijl. (2018)

(Selectie)

BOEKEN
“Ik heb de gewoonte om meerdere boeken tegelijk te lezen. Op mijn nachtkastje ligt op dit moment 1793 van de Zweedse schrijver Niklas Natt och Dag. Een prachtige achternaam trouwens, Natt och Dag. Het betekent letterlijk ‘nacht en dag’. Het boek is een kruising tussen een historische roman en een thriller. Het speelt zich af in 1793 in Stockholm. Er wordt een verminkt lijk opgevist, een romp en een hoofd zonder ogen, en een man krijgt de onmogelijke taak om uit te zoeken wie het slachtoffer en zijn moordenaar zijn. Verder zal ik niet te veel verklappen. Het is niet alleen een heel spannend en gruwelijk boek, het geeft ook een mooi tijdsbeeld, bijvoorbeeld van de extreme armoede die er toen heerste. En het is ook nog eens prachtig opgeschreven, in een rijke taal. Verder lees ik op dit moment in de onlangs verschenen biografie van Thorbecke, Thorbecke wil het van Remieg Aerts. Er staan veel dingen in die voor mij nieuw zijn. Over de relatie met zijn vader bijvoorbeeld. Zijn vader had grootse plannen met zijn zoon, maar mislukte zelf in alles. De jonge Thorbecke was uiteindelijk tot ver in zijn volwassenheid bezig om de problemen van zijn vader op te lossen.”

BEELDENDE KUNST
“Mijn ouders zijn enorme kunstliefhebbers. Hun hele huis hangt vol met kunst die ze in de loop der jaren verzameld hebben. Dat zijn niet per se werken van bekende kunstenaars die veel geld waard zijn, maar ze kopen iets omdat ze het mooi vinden. Ze hebben bijvoorbeeld een hele wand met prachtige etsen van José Calsina. Hij is niet beroemd, maar mijn ouders zijn bevriend met hem, we kwamen ook wel bij hem thuis, en hij maakte echt prachtig verfijnde werken. Zo hebben zij hun kunstcollectie opgebouwd en zo kijk ik ook naar kunst. Een kunstwerk hoeft niet per se van een grote kunstenaar te zijn om iets op te roepen. Een mooi voorbeeld: kort na het overlijden van Johan Cruijff liep ik over een van de grachten en zag in een etalage een prachtig waterverfportret van hem. Iedereen die langsliep bleef even kijken. Dat is toch hartstikke mooi? In mijn werkkamer hangt nu een schilderij uit de kunstcollectie van het Rijk – een schilderij van Steven Aalders uit Amsterdam. Het toeval wil dat in mijn vorige werkkamer ook een werk van hem hing, maar dat kwam uit het depot van het Stedelijk. Ik ben er dol op. Zijn werk lijkt wel een beetje op dat van Malevitsj en Mondriaan. Met een paar simpele lijnen en een beperkt aantal kleuren weten zijn schilderijen een enorme indruk te maken op de toeschouwer.”

FILM

“Ik ben muzikaal heel breed georiënteerd. Ik heb piano en saxofoon gespeeld. Ik speelde klassieke stukken, maar ik heb ook in bandjes gezeten en zelfs in een bigband. Als ik ooit weer meer tijd heb, lijkt het me leuk om zelf weer meer muziek te maken. Je verleert het namelijk niet. Als ik muziek luister, switch ik makkelijk van Bach naar Foo Fighters naar Anouk. Anouk vind ik geweldig. Ik heb net haar nieuwe album gehoord: Jij. Niet elk nummer spreekt me aan, maar het is wel echt een fantastische plaat. Het maakt niet uit wat ze maakt; als ze iets nieuws heeft, dan luister ik het.
Als ik hardloop, dan luister ik het liefst naar een beetje opzwepende muziek. Op een paar lekkere gitaarsolo’s schijn je beter te lopen. Spotify is wat dat betreft echt een uitkomst: je zet een hardrock-playlist aan en je gaat naar buiten. Soms hoor je een nummer waarvan je denkt: hé, dat ken ik, maar vaak hoor je het voor het eerst. Naar concerten ga ik heel weinig, moet ik eerlijk zeggen. Mijn vrouw is van oudsher Madonna-fan, dus ik ben weleens mee geweest naar een concert van haar, maar dan denk ik na een paar nummers toch: ik vind het leuker om dit thuis op te zetten. Daar hoef ik niet een hele avond voor naar Ziggo Dome. Ik ga wel iedere twee weken naar de thuiswedstrijden van Ajax. Ik krijg dan toch altijd kippenvel als Bloed, zweet en tranen van André Hazes door het stadion schalt. Het is ook mooi om te zien dat Dré junior nu bijna dezelfde status als zijn vader heeft bereikt.”

Het gehele interview leest u hier.

 

Freek van Noortwijk: ‘Ik vond Katja vroeger niet zo boeiend’

Met het nieuwste restaurant Maris Piper erbij runt Freek van Noortwijk (30) nu vier horecazaken in de hoofdstad. Maar de prestatie die hem doorgaans de meeste bewondering oplevert, is toch het aan de haak slaan van Katja Schuurman. ‘Ik ben gewoon het vriendje van. Daar schaam ik me helemaal niet voor.’

Verschenen in het decembernummer van Playboy. (2018)

Q1. Vind je het vervelend om altijd als ‘de vriend van’ bestempeld te worden?

Ik lach erom. Ik ben ook gewoon het vriendje van en daar schaam ik me helemaal niet voor. Het scheelt wel dat wij al succesvol waren voordat ik iets met Katja kreeg, anders gaan mensen weer zeggen dat je je succes aan haar te danken hebt. In het begin kwamen er weleens mensen in het restaurant die zeiden: waar is Katja? Het is niet zo dat zij hier elke avond op de bar staat te dansen. Helaas, want dat zou ik geweldig vinden, maar mensen komen hier hopelijk toch voor onze filosofie, onze gastvrijheid en natuurlijk ons eten.

Q10. Jij was een puber toen Katja in Playboy stond. Heb je die foto’s destijds gezien?

Ik heb die foto’s pas gezien nadat we voor het eerst sex hadden gehad. Ik moet eerlijk zeggen dat ik haar vroeger ook helemaal niet zo boeiend vond. Ik vind haar nu veel aantrekkelijker. Ze droeg in die tijd veel make-up, had van die grote oorbellen in en droeg van die belachelijke extensions… Daar hou ik helemaal niet van. Ik hou wel heel erg van borsten en ­billen, maar die heeft ze gelukkig nog steeds.

Q11. Die eerste keer sex was toch op het toilet van Guts & Glory, een kwartier nadat je haar voor het eerst had ontmoet?

Je hebt je goed ingelezen. Later die avond, toen ik het er met wat vrienden over had, heb ik die foto’s dus gegoogeld en natuurlijk ook wel even laten zien. Ik kon het ook niet laten om dat avontuurtje om vijf uur ’s nachts nog even op de familie-app te delen. Mijn moeder zei de volgende dag: ‘Wil je me nooit meer om vijf uur ’s nachts appen? Ik maakte me helemaal ongerust.’ Aan de inhoud van het bericht ging ze volledig voorbij.

Q12. Wat is het meest bizarre wat je op seksueel gebied hebt gedaan?
Ik kan niets bedenken wat ik nog zou willen doen. Alle fantasieën heb ik wel uitgevoerd. Dingen als over elkaar heen kakken hoeven van mij niet. Daar krijg je zo’n bende van en het gaat zo stinken.

Q13. Heb je het weleens met een man gedaan?
Ik vind het wel gezellig met mannen erbij, maar dan alleen om mee te highfiven. Het is weleens per ongeluk gebeurd dat we bezig waren en een man iets bij me deed, maar ik heb toen gewoon eerlijk gezegd dat ik er niet opgewonden van werd.

De smaak van… Jeroen van der Boom

Verschenen in Playboy 12 2018.

Topper Jeroen van der Boom duikt de theaters in met zijn onemanshow Dit ben ik 2.0.

Met de Toppers in de Johan Cruijff ArenA of solo in het theater?
Zonder mijn solocarrière zou ik niet bij de Toppers in de Johan Cruijff ArenA kunnen staan.

Driving Home For Christmas of All I Want For Christmas Is You?
Dan kies ik toch voor Chris Rea. Het herkenbare intro van Driving Home blijft heerlijk om te spelen.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?

Jesse Klaver. Een sympathieke man die ook de jongeren aanspreekt.

Met de hele familie gourmetten of met z’n allen uit eten in een chique restaurant?
Gourmetten met mijn hele familie en schoonfamilie.

Mijn ultieme kerstmaal is:
Op Eerste Kerstdag gourmetten en op Tweede Kerstdag naar Aziatisch restaurant The Red Sun in Blaricum

Dit was de beste film van 2018:
Bohemian Rhapsody. Een prachtige ode aan Queen. Heel boeiend.

Dit was het beste album van 2018:
The search for everything van John Mayer.

Deze persoon of trend nemen we niet mee naar het nieuwe jaar:
De trend dat alles maar perfect moet zijn. Imperfectie is vaak veel spannender.

Mijn droomauto is:
Een zwarte Porsche 964 cabriolet uit 1990.

Mijn droomhorloge is:
Audemars Piguet Royal Oak Offshore met leren band.

Met deze bekende vrouw zou ik weleens een beschuitje willen eten:
Ayda Field, de vrouw van Robbie Williams. Ze is bloedmooi en heel grappig.

Dit cadeau vind ik dit jaar graag onder de kerstboom:
Een nieuwe bladblazer.

Het duurste kledingstuk dat ik bezit is:

Een leren jasje van Dolce & Gabbana.

’s Nachts kun je me wakker maken voor:
Shoarma van Toetanchamon in Amsterdam.

Mijn guilty pleasure is:
Snoeken vissen in de polder met een thermoskan koffie mee. Het leven kan zo simpel zijn.

Drank of drugs?
Drank, ik gebruik geen drugs.

Oliebollen of appelbeignets?
Appelbeignets

Dit drankje drink ik het liefst:
Een lekker koud biertje.

Het kerstalbum van Gerard Joling of het kerstalbum van René Froger?
Dan kies is toch voor het album van René Froger, Sorry, Geer.

Mijn goede voornemen voor het nieuwe jaar is:
Mij nog minder druk maken om wat andere mensen van mijn vinden.

Zie pdf.

Maarten van Rossem: ‘Vincent van Gogh kon niet schilderen’

Op 22 november viert historicus en schrijver Maarten van Rossem zijn 75ste verjaardag groots in Tivolivredenburg, Utrecht. Wat leest, kijkt en luistert hij zoal in zijn vrije tijd?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Ik werd aan het begin van deze eeuw door de universiteit gevraagd om een leesclub te beginnen en dat heb ik toen gedaan. Sindsdien lezen we met een man of tien elke maand een klassieker uit de wereldliteratuur. Fictie geeft vaak zo’n schitterend beeld van het verleden, veel beter dan historici kunnen beschrijven, want in fictie kun je de waarheid liegen. Het laatste boek dat we hebben gelezen is Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec. Een fantastisch boek. Het gaat over een groot appartementengebouw in Parijs en alle mensen die daar gewoond hebben sinds het werd gebouwd. Soms bestaat het uit spannende miniromans binnen de roman, maar het bestaat ook voor een groot gedeelte uit opsommingen. Dan beschrijft hij zes bladzijden lang allerhande huis-, tuin- en keukenapparatuur zonder dat het vervelend wordt. Over het boek dat we de maand daarvoor lazen, was ik minder te spreken. Ik vond De schoonheid van de nacht van Gabriele d’Annunzio een enorm kloteboek van een onbeschrijfelijke ijdeltuit – al was de rest wel wat milder over het boek en de schrijver. Deze maand lezen we Stilte van Shusaku Endo, maar daar ben ik net in begonnen, dus daar kan ik nog niets over zeggen.”

(…)

“Ik heb thuis een plankje met kinderlectuur. Als de r in de maand is, dan begin ik die boeken uit mijn jeugd weer te herlezen. Jules Verne, Nils Holgersson, Winnie-the- Pooh – allemaal boeken die ik praktisch uit mijn hoofd ken, maar dat is ook het fijne. Ik kan het op een willekeurige bladzijde openslaan en beginnen met lezen. Ik ben ook dol op The Lord of the Rings. Een fascistoide kaboutersprookje. Het is altijd fijn om tegen literatuurliefhebbers te zeggen dat je dat prachtboeken vindt. Ik heb destijds getwijfeld of ik de films moest gaan bekijken, omdat je altijd een beetje teleurgesteld bent als je beeld ziet van een boek waar je zelf al beeld bij hebt gemaakt. Ik heb uiteindelijk alleen de eerste film gezien en ben toen afgehaakt. Ik was teleurgesteld. Neem alleen al die molentjes in The Shire. Dan heb je een budget van driehonderd miljoen en dan zet je zulke prutmolentjes neer.”

MUZIEK
“Ik ben vrij huilerig ingesteld. Ik hoef maar een film te zien waarin een padvinder een klein hondje uit een vijver redt en ik ben al weg. Er zijn ook films die ik geweldig vind zonder dat ik er een traan bij laat. Dr. Strangelove bijvoorbeeld, alhoewel die afsluit met We’ll Meet Again van Vera Lynn. Dat nummer moet ik nu ook niet opzetten, want dan gaat het ook fout. Dat is een altijd werkende tearjerker. Het lijkt me wel geinig om dit nummer op mijn begrafenis te draaien. Iedereen verwacht dan natuurlijk een sentimenteel klassiek stuk, maar dan zet ik de boel op het verkeerde been door heel ordinair We’ll Meet Again te draaien. Een prima laatste grap. Bij muziek is het echt verschrikkelijk: er zijn veel dingen die ik niet ga beluisteren waar andere mensen bij zijn. Het middenstuk van het Eerste pianoconcert van Chopin, om maar eens wat te noemen. Ik zat laatst in de auto toen het werd gedraaid op Radio 4. Ik was nog net op tijd, ik kon hem nog net op een andere zender zetten, anders was ik behuild op mijn lezing aangekomen. Niet zo lang geleden schreef een meneer in The New York Times, en dat is gevaarlijk om te vertellen want ik raak altijd licht ontroerd als ik het vertel, dat hij altijd moet huilen als hij Help Me, Rhonda van The Beach Boys luistert. Ik vond het typisch, want het is niet hun beste nummer, maar ik wilde het toch ook eens proberen. En verdomd – binnen een paar tellen was ik weg.”

BEELDENDE KUNST
“Het modernisme is even erg als een orthodoxe kerk. Barnett Newman, de vervaardiger van het fameuze kloteschilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue, zei eens: als je mijn kunst mooi vindt, dan kun je nooit fascist worden. Waardoor ik al denk: die man is er zelf misschien wel een. Of neem bijvoorbeeld die pisbak van Marcel Duchamp. Ik geloof dat er nu zes pisbakken zijn waarvan ze beweren dat het de echte is, maar het is juist de bedoeling van de kunstenaar dat dat er niets toe doet! De mensen die daarover discussiëren hebben er werkelijk niets van begrepen. Daarbij is abstracte kunst een vergissing. Een onvermijdelijke vergissing, maar wel een vergissing. Joseph Beuys met zijn brokken vet en vilt. Allemaal pretentieuze lulkoek. Je moet er even doorheen als je het Hamburger Bahnhof in Berlijn bezoekt, wat overigens een ontzettend amusant museum is, maar de eindzaal maakt alles goed. Daar staat het loden vliegtuig van Anselm Kiefer. En dat is, hoe gek het ook klinkt, een ontroerend ding. Het kan dus wel!

(…)

“Ik was laatst alleen in het Van Gogh Museum, omdat ik voor RTV Utrecht een kleine documentaire maakte over de vriendschap tussen Vincent van Gogh en Anthon van Rappard. Ik was daar in het bijzonder voor het schilderij De aardappeleters. Iedereen die er enig verstand van heeft kan zien dat dit een ontzettend klunzig schilderij is. Het valt in het niet bij de meesterwerken die hij een paar jaar later maakte, zoals Het nachtcafé en De sterrennacht. Van Gogh was apetrots op De aardappeleters, maar toen hij het aan Van Rappard liet zien, een academisch geschoolde schilder, werd het door hem vernietigend besproken. Werkelijk niets deugde. Van Gogh werd razend en het betekende het einde van hun vriendschap. Van Gogh was natuurlijk een amateur, iemand die niet kon schilderen. Het wonderlijke is alleen dat hij wel het ene meesterwerk na het andere maakte. Misschien is hij enigszins te vergelijken met Edward Hopper. Die kon ook niet schilderen, anatomisch klopt er vaak geen reet van, maar hij schilderde wel wonderlijke iconische voorstellingen. Neem alleen al Nighthawks en Room in New York. Als je die schilderijen een keer hebt gezien, dan vergeet je ze nooit meer.”

Het gehele interview is hier te lezen op Blendle.