Annet Malherbe over haar museumfobie

Annet Malherbe (61) speelt in de voorstelling InVrede. Als tv-actrice werd ze bekend door onder meer Jiskefet en Gooische Vrouwen. Wat leest, luistert en ziet zij zoal in haar vrije tijd?

Verschenen in het aprilnummer van HP/De Tijd. (2019)
Lees het gehele interview hier.

Boeken
“Ik heb al een jaar een reader’s block. Ik heb wel een aantal boeken op mijn nachttafel liggen, maar die worden altijd vrijwel meteen weer neergelegd. Laatst begon ik in Mijn zusje, de seriemoordenaar, het debuut van de Nigeriaanse schrijfster Oyinkan Braithwaite. Het schijnt een goed boek te zijn, alleen ben ik niet verder gekomen dan de eerste drie bladzijden, die ik ook alweer vergeten ben. Ik zeg het je: het is echt een aandoening. Ik word wel graag voorgelezen. Mijn man (kunstenaar en regisseur Alex van Warmerdam – red.) leest mij nu voor het slapengaan voor uit Een huis vol – een geschiedenis van het dagelijks leven van Bill Bryson. Hij las gisteren bijvoorbeeld voor dat het helemaal niet vanzelfsprekend was dat mensen zich vroeger wasten. Ook vooraanstaande mensen wasten zich niet. Hij vertelde iets over een of andere koning die zich elfenhalf jaar niet had gewassen, maar ook zijn onderhemd niet had verwisseld of verschoond. Toen het uit moest, omdat er waarschijnlijk niet veel meer van over was, bleek dat hemd helemaal in zijn huid gegroeid te zijn. Hele repen vel werden meegetrokken. Ik ben dus echt dol op dat soort verhalen. Het kan mij niet goor genoeg.”

Beeldende kunst
“Ik heb een soort museumfobie. Ik vind het heel moeilijk om in een museum te zijn, omdat er gewoon te veel is om te zien. Een poos geleden waren we in het Prado in Madrid. Alex stond erop dat ik Las Meninas (de hofdames) zag van Velázquez. Ik heb in de enorme museumhal op een bankje gewacht terwijl hij het schilderij ging zoeken. Als acteur is het fantastisch om daar te zitten. Je ziet allemaal kleine dingen – bijvoorbeeld hoe iemand loopt of hoe iemand zijn jas uittrekt – die je later weer kunt gebruiken voor een rol. Na een tijdje kwam hij me halen en heeft hij me linea recta naar dat schilderij geleid. Het is inderdaad een prachtig schilderij. Ik heb het goed op me in laten werken en daarna zijn we weer vertrokken. Het Guggenheim in New York vind ik wel een prettig museum, omdat je in een krul omhooggaat. Je loopt niet van zaal naar zaal; je ziet waar je naartoe gaat. Je hebt ook maar één wand met schilderijen. De andere wand is open. Heel overzichtelijk.”

Theater
“Je vraagt wat ik vind van de #Metoobeschuldigingen aan het adres van Job Gosschalk en Ruut Weissman. Natuurlijk vind ik iedere ongewenste seksuele avance verwerpelijk. Ik weet dat er uiteindelijk maar één aanklacht is geweest tegen Job Gosschalk. Ruut Weissman is een ander verhaal. Een docent kan geen seksuele relatie hebben met een leerling. Dan is er altijd sprake van een machtsverhouding. Natuurlijk kan een docent verliefd worden op een leerling, dat mag van mij best, maar dan moet je wel stoppen met lesgegeven. Ik vind het trouwens verbazingwekkend hoe weinig aanklachten er zijn geweest in Nederland. Ik ken acteurs van wie ik in die periode dacht: jij zult wel zenuwachtig worden, maar ze zijn ermee weggekomen. Er zijn trouwens nog steeds mannen die hun handjes niet thuis kunnen houden. Ook nu nog worden er ongevraagd tongen naar binnen gestoken. De predatoren staan zichzelf vrijheden toe die nog steeds worden gedoogd. Even de hand langs de borst of tussen de benen. Jonge actrices durven daar misschien niet zo snel iets van te zeggen, omdat ze denken: heb ik dat wel goed gemerkt? Zolang mensen hun mond dichthouden, blijft dit doorgaan. Als ik nu getuige zou zijn, dan zou ik er ogenblikkelijk werk van maken. I don’t give a fuck. Zolang we er niets van zeggen, blijft dit doorgaan.”

Schrijver Jan Cremer: ‘Het Boekenbal stelt niets meer voor’

Jan Cremer (78) is schrijver en kunstenaar. Vorige week verscheen Canaille – het derde deel uit zijn autobiografische Odyssee-cyclus.

Verschenen op de website van HP/De Tijd. 22 maart 2019.

Zeg, waar gaat het boek eigenlijk over?

“Het gaat over de opkomst en ondergang van een beroemde primaballerina en de onmogelijke taak om voor het eerst van je leven een gezin te vormen. Het vormen van een gezin is mislukt: de moeder beschouwde haar zeven jaar met mij als een one-night-stand en de dochter die daaruit voortkwam ziet mij als haar spermadonor. Ik heb met beiden geen contact meer.”

Canaille maakt onderdeel uit van uw Odyssee-reeks. Hoeveel boeken zitten er op dit moment nog in uw hoofd?

“Ik ben dagelijks actief: schilderen in de zomer en schrijven in de winter. Op dit moment schrijf ik dus vooral. In mijn huis in Italië. Tien jaar geleden ben ik begonnen aan Sauvage, dat wordt het vierde deel uit de reeks. Sauvagegaat over mijn tijd in Frankrijk. Ik heb ook nog twee andere boeken in mijn hoofd zitten, maar daar wil ik nog niet teveel over vertellen. Ik hou er niet van om de huid te verkopen voor de beer is geschoten. Ik wil in ieder geval nog een boek schrijven over mijn visie op de kunstwereld en dan met name over het stalinisme in de kunst. Je leest t.z.t. wel wat ik daarmee bedoel. Ik wil ook een boek schrijven over mijn tijd als grensbewoner, over de zeven jaar dat ik in een Saksische boerderij op de Duitse grens schreef aan mijn epos De Hunnen.”

Waar schrijft u mee?

“Met potlood en pen maak ik notities, maar mijn minnaressen zijn mijn typemachines, mijn Triumph Gabrieles. Daar wordt alles op geschreven. Waar ter wereld ik ook was, of het nu Parijs, de Tropen of de Noordpool was, ik had er altijd een bij me.”

Wat verdient u met dit boek?

“Net genoeg om het hoofd boven water te houden. Kijk, als je rekent dat ik een vol jaar aan een boek werk, minimaal acht uur per dag, dan houd ik niets over. Ik krijg geen beurzen of stipendia. Wat ik met een boek verdien gaat meteen op aan achterstallige schulden. Toen ik op de kunstacademie zat in Arnhem woonde ik in een souterrain. Ik schreef op de muur: ‘Kunst is hongeren’. Dat is het nog steeds.”

U gaat vanavond voor het eerst sinds lange tijd weer naar het Boekenbal. Waarom bent u al die jaren niet gegaan?

“Het Boekenbal was vroeger een hot item in Amsterdam. Er gebeurde weinig in de stad dus het was het hoogtepunt van het jaar. Het Boekenbal had allure. De koningin kwam, de ministers kwamen, vrouwen kwamen in avondkledij en mannen in smoking. Nu sta je tussen mensen in bloemetjesjurken en zelfgebreide truien. Soms zie je een praalhans in een duur pak, maar meestal is het net of de gasten zijn gekleed door het rampenfonds. Het Boekenbal stelt niets meer voor. Heel anders is dat in Amerika. Ik ben ook al tientallen jaren lid van de American Authors League, de Amerikaanse schrijversvakbondEen keer per jaar geven ze aan gala. Iedereen is daar in avondjurk of smoking. Er lopen honderden kelners rond met champagne en kreeft. Er zijn lezingen van wereldberoemde mensen, er treden fantastische sterren op. Hier sta je met een hand vol knopen in de rij voor een lauw biertje. En als je een knoop tekort hebt dan moet je terug. Dat is Holland.”

Wie hoopt u tegen te komen?

“Ik hoop vanavond tegen te komen mijn gewaardeerde collega’s, waarvoor ik veel bewondering heb en die ook veel bewondering voor mij hebben, en waar ik graag een gesprek op niveau mee wil voeren.”

En wie niet?

“De mensen die ik niet tegen hoop te komen zijn allemaal al dood.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?

“Daar vraag je me wat.” Er valt een lange stilte. “David van Reybrouck. Dat is mijn favoriete schrijver van dit moment. Congo is echt een meesterwerk. Wereldliteratuur. Ik bewonder zijn directheid, zijn scherpheid, de prachtige zinnen die hij schrijft. Belgen zijn beter met taal dan Hollanders. Hij neemt je mee in een wereld waar je niet in mee getrokken wilt worden, maar je bent veilig bij hem en je zit de rit wel helemaal uit.”

Zijn er schrijvers die u tot uw vrienden rekent?

“Dat is altijd een heikel punt, want als je iemand vergeet, heb je daar weer ruzie mee de komende tien jaar, begrijp je?”

Laat ik het anders stellen: kunt u drie schrijvers noemen die u tot uw vrienden rekent?

“Gerard Reve, Willem Frederik Hermans en de enige andere oorspronkelijke en overgebleven De Bezige Bij-auteur Remco Campert.”

Op het huis van welke schrijver zou u een precisiebombardement uit willen voeren?

“Laat ik daar nog even over nadenken, voordat ik in de voetsporen treed van Bomber Harris.”

 

Nick te gast bij Freek en Hella de Jonge

(Via de website van het Groninger Museum.)

Het echtpaar Hella en Freek de Jonge werkt al decennia samen. Deze tentoonstelling vertelt hun verhaal aan de hand van hun kunstcollectie en persoonlijke eigendommen als kostuums, keramieken, foto’s, filmbeelden en niet eerder vertoonde fragmenten over hun activiteiten in Groningen. Bijzonder aan deze expositie is dat Hella en Freek tijdelijk ‘wonen’ in het Groninger Museum. Zij zijn er elke dag tussen 10 en 17 uur en ontvangen bijna dagelijks bekende gasten. Hierdoor stap je voor heel even letterlijk in het leven van Freek en Hella de Jonge.

Ik was op dinsdag 18 september te gast en ging in het Groninger Museum met Freek en Hella in gesprek over hun tentoonstelling. Het interview is hier terug te bekijken.

Philippe Geubels is een wandelende medische encyclopedie

Uit: Playboy 02, 2019. Lees het artikel hier.

Op de persdag van de nieuwe medische quiz Is er een dokter in de zaal (vanaf donderdag 24 januari op RTL4) was presentator Philippe Geubels zelf ziek. ‘Ik heb tussen de interviews door staan overgeven.’ O, ironie. Een paar dagen later is de Vlaming, bekend van zijn lijzige stem en droge humor, weer in betere gezondheid. Al is dat bij hem ook maar relatief. Geubels bedacht het programma, omdat hij zelf een wandelende medische encyclopedie is. Hij leest voor zijn plezier bijsluiters van medicijnen en heeft altijd een doos met pillen op zak. ‘Noem maar iets en ik heb het bij me.’ Diarreeremmers? ‘Zit erin.’ Hoesttabletten? ‘Ook.’ Niets laat hij aan het toeval over. Een chronische man flu is het niet, zegt hij zelf, hij is écht ziek. Het afgelopen jaar had hij onder meer een zware buikgriep en een langdurige pijn in zijn hoofd. ‘Ik denk dan wel meteen dat er een tumor in m’n kop zit.’ Toen de dokter voor de zoveelste keer zei dat hij niets had, dat hij een hypochonder is, antwoordde Geubels: ‘Dan heb ik dat toch?’ Hij is overigens niet de enige die bang is om ziek te worden. Ook Jörgen Raymann, Dennis Quaid en Hugh Jackman worden bestempeld als hypochonder. Naast hypochondrie heeft de kale komiek ook last van agorafobie (pleinvrees) en heeft hij een angst voor oneven getallen. ‘Al is dat misschien meer een dwangneurose. Als ik het volume van de tv harder zet, zet ik hem altijd op een even getal. Ik woon ook op een even nummer. Als ik in een hotel een oneven kamernummer krijg dan zal ik niet vragen of ik van kamer mag veranderen, maar het zit me dan toch niet lekker.’ En is hij weleens bang geweest voor vrouwen? ‘Ik ben nu een paar jaar getrouwd, dus die angst wordt alleen maar erger.’

 

Kees van der Spek over tijgervlees, drugs en gele hesjes

Kees van der Spek (54) komt met een nieuw programma: Kees van der Spek ontmaskert. Playboy spreekt de avontuurlijke misdaadverslaggever over het eten van tijgervlees, het legaliseren van drugs en zijn afkeer van de gelehesjesbeweging: ‘Ze doen net of we in een derdewereldland wonen.’

Uit: Playboy 02, 2019. Lees het gehele interview hier.

Q1. Op 26 februari begint het eerste seizoen van Kees van der Spek ontmaskert op RTL5. Over welke ontmaskering ben je het meest tevreden?
Ik moet nog drie reizen maken, maar tot nu toe ben ik het meest tevreden over Hanoi. Ik was van plan om me daar in een te duur toertje te laten lokken, maar de tempel waar we naartoe wilden was dicht. Ik vroeg daarom aan de taxichauffeur of hij niet iets spannenders wist, ik had namelijk weleens gehoord van tijgervlees. Hij keek een beetje mysterieus en reed ons naar een hondenrestaurant. Daar hebben we hond besteld. Tijdens het eten begon hij toch over tijgervlees. Hij nam me mee naar een restaurant waar ze speciaal voor mij tijgervlees hebben gebakken. Dat is hartstikke illegaal natuurlijk, maar ik heb dit allemaal overlegd met het Wereld Natuur Fonds. Zij zijn er ook bij gebaat dat dit eens op film is vastgelegd. Het verhaal werd nog gekker toen ik in dat restaurant in contact kwam met een parlementslid dat me op het spoor zette van neushoornpoeder. Natuurlijk ook hartstikke illegaal. Vietnam is een van de grootste afzetmarkten van dat spul. De hoorn van een neushoorn wordt tot poeder gemalen. Rijke jongelui vermengen dat poeder met whisky omdat dat potentieverhogend zou zijn. Dat parlementslid had thuis in zijn koelkast een brok hoorn liggen, dus ik heb ook whisky met neushoornpoeder gedronken.

Q4. Is je vrouw altijd blij met het werk dat je doet?
Ik heb met haar de afspraak dat ik nooit zeg wat ik ga doen. Pas achteraf zeg ik wat ik heb gedaan.

Q5. Ga je volgens haar weleens te ver?
Ja. Ik ben een paar maanden geleden voor Oplichters op het internet naar Nigeria geweest en dat had ik niet moeten doen. Daar zijn we bijna gegijzeld. Er sprong opeens een kerel met een kalasjnikov voor onze auto, die toevallig naar de auto achter ons rende. Daar zijn we dus echt door het oog van de naald gekropen.

Q11. Je twittert soms over politieke zaken. ‘Zwarte Piet wordt net zoiets als roken’, schreef je onlangs en ook over de gele hesjes had je geen goed woord over.
Die mensen van de gele hesjes snappen het niet. Laat ik vooropstellen dat ik heel erg begaan ben met arme mensen, ik geef veel geld weg, ik vind ook dat je dat moet doen als je veel geld hebt. Mijn punt is alleen dat mensen in Bangladesh, die niets hebben en echt knetterhard moeten werken voor hun centen, nooit zeiken over hun situatie. Terwijl zij alle recht hebben om te zeiken. En hier wonen we in het zesde rijkste land ter wereld en doen we alsof we in een derdewereldland wonen. What the fuck? Ga eens reizen. En zeg dan niet dat je het niet kan betalen, want iedereen kan reizen. Dat kost tegenwoordig niets meer. Iedereen gáát ook op vakantie. Als je veel reist dan zie hoe goed we het hier hebben. Die mensen zoeken alleen maar naar bevestiging van de doemscenario’s die door Baudet en Wilders worden geschetst. Hoe vaak zijn ze aangerand door een moslim? Nooit. Moeten ze tijgeren naar hun werk? Nee. Ik vind het heel ergerlijk. Er is een contingent boze witte mannen die altijd rabiaat zijn in hun stellingen. Ze schelden me uit voor links gutmensch, terwijl ik helemaal niet zo links ben. Ik ben realistisch. Ze denken ook dat ik zo lul omdat ik rijk ben. Bullshit. Ik woon gewoon in een twee-onder-een-kap, rijd in een gewone auto en dacht er dertig jaar geleden al precies hetzelfde over.

Q18. Peter R. de Vries of Alberto Stegeman?
Daar kan ik echt niet tussen kiezen. Peter is natuurlijk mijn leermeester. Ik ben heel gek op hem, maar ik ben ook erg goed met Alberto. Dat vind ik echt een fijne kerel. Ik zou met allebei wel een avondje kunnen doorzakken. Een samenwerking zie ik niet zitten. Ik heb natuurlijk jarenlang gewerkt voor Peter, maar ik ben hem als maker een beetje ontgroeid, ik bepaal nu zelf wat ik maak en dat bevalt me wel. Alberto doet iets heel anders, die heeft een heel andere stijl dan ik, dus dat zie ik ook niet gebeuren. Bovendien zit hij bij een andere zender.

De smaak van… Steven Brunswijk

Verschenen in Playboy 02 2019.

Steven Brunswijk (35) toert met de theatervoorstelling Van Slaaf tot Meester door het land.

Sushi of stamppot?
Stamppot.

Een week zonder seks of een week zonder Instagram?
Een week zonder Insta, uiteraard.

Expeditie Robinson of Wie is de Mol?
Expeditie Robinson. Dat is een stuk zwaarder dan Wie is de Mol, zowel geestelijk als lichamelijk.

Dikste wagen?
Een Rolls Royce Ghost.

Dikste horloge?
Ik verzamel horloges (Armani, Diesel, Hugo Boss) maar ik heb geen favoriet. Ik vind ze allemaal wel gaaf.

Wie zou je weleens naakt in Playboy willen zien?
Eva Mendes. Ik zag haar voor het eerst in Out of Time en vond het meteen een hele mooie vrouw.

Favoriete artiest:
Dave Chappelle. Dat is eigenlijk ook een artiest, toch? Ik snijd in mijn theatershow onderwerpen aan die je niet grappig mag vinden. Slavernij bijvoorbeeld. Chappelle doet dat ook. Hij is daar echt een meester in.

Mijn guilty pleasure is:
Geen idee, ik geniet intens van alles wat ik doe.

Ik geef veel geld uit aan:
Mijn vrouw en kinderen.

Mijn duurste kledingstuk is:
Ik heb een paar Lammy Coats.

Geert Wilders of Thierry Baudet?
Ik ben van allebei geen fan, maar dan kies ik toch voor Geert Wilders. Hij gaat soms ver, hij is soms ook wel racistisch, maar je weet tenminste wat hij wil. Baudet speelt het slimmer en sluwer. Ik weet niet zo goed wat hij precies wil.

Dit is mijn meest bijzondere ervaring met drugs:
Drugs is voor losers.

Dit staat er op mijn strafblad:
Een voorwaardelijke taakstraf in mijn tijd als horecaportier. Eén jongen wilde niet naar buiten, dus ik hielp hem een handje. Daarna kwam hij op me afrennen. Hij wilde op me spugen, dus ik steek mijn hand naar voren, want ik heb liever dat hij op mijn hand spuugt dan in mijn gezicht. Hij zei later dat ik hem heb geslagen, wat natuurlijk echt onzin is. De rechter oordeelde dat ik hem wél had geslagen, maar alleen op grond van die hand die ze op de camerabeelden had gezien. Die straf was dus totaal onterecht.

Dit geheim weet niemand van me, maar ga ik nu verklappen aan Playboy:
Ik ben gek van tekenfilms. Met name van anime uit Japan. Death Note, Dragon Ball, Shingeki… Mensen onderschatten tekenfilms. Denken al snel dat het alleen iets voor kinderen is. Ik keek laatst dus naar Death Note en dat is by far de spannendste serie die ik ooit heb gezien. Daar kan geen Netflix of HBO tegenop.

Hier kun je me ’s nachts voor wakker maken:
Heineken 0.0.

Brabander of Nederlander?
Brabander.

Deze persoon mag wat mij betreft direct van televisie verdwijnen:
Özcan Aklul. Die mafjoekel zei een keer dat hij niet snapt waarom ik een podium krijg op de publieke zender, dat ik geen talent heb. Als ik echt niets zou kunnen dan had ik nu geen volle theaterzalen. Die gek kan trouwens door zijn geschreeuw zijn eigen land niet meer in. Ik kan nog wel gewoon naar Suriname.

Veronica Inside of Studio Sport?
Veronica Inside.

Deze game speel ik het liefst:
Pro Evolution Soccer.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een drankje willen doen:
Michael Jackson. The King of Pop. Ik zou wel een avond met hem willen doorzakken en het dan niet over de showbusiness hebben of over al die aanklachten, maar gewoon eens vragen: hoe gaat het nu met je? En gewoon een avond slap met hem ouwehoeren.

Dit is mijn grootste angst:
Dat er iets met mijn kinderen gebeurt.

Pierre Bokma: ‘Het toneel is aan het verdwijnen’

Pierre Bokma (63) staat in de theaters met De Verleiders – #niksteverbergen. Wat leest, luistert en ziet ’s lands meest gevierde acteur zoal?

(Uit: HP/De Tijd, februari 2019. Lees het gehele interview hier.)

THEATER
“Ik heb op mijn zestiende een aantal voorstellingen gezien waarvan ik dacht: dat kan ik beter. Ik zag in die tijd een stuk van Luigi Pirandello met Bob de Lange, Glazen speelgoed met Josée Ruiter en Cyrano de Bergerac met Ko van Dijk, Jeroen Krabbé en Guus Hermus. Ko van Dijk was een en al schmieren – daar geloofde je gewoon niets van. Dat vond ik een aanfluiting. Hermus was een openbaring. Bij bijna alle acteurs, en niet zelden ook bij mij, zie je de inspanning om het echt te laten lijken. Dan is het eigenlijk al niet goed. Hermus was anders. Als hij een emotie toonde, dan was het waar. Er zijn nu ook jonge talenten aan het werk die de hemel willen bestormen, maar omdat ik zo weinig heb gezien, kan ik alleen maar gissen wie dat zijn. En dat vind ik een beetje suf. Dan begeef ik me op minder dan één nacht ijs. Ik vind het wel jammer dat de toneelscholen de handen niet wat meer ineenslaan, zodat ze bij elkaar kunnen gaan kijken en elkaar scherp kunnen houden. Ik denk weleens dat dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou komen.
“Iedereen met een leuke babbel gaat tegenwoordig voor een zaal staan. Je wordt er helemaal gek van. Lubach mag van mij best de theaters in, maar ik vind hem vermoedelijk op televisie honderd keer beter. Die mensen nemen ook de zuurstof weg voor de toneelcultuur. Het nieuwe theater gaat altijd over de waan van de dag, terwijl er in het verleden toch wel mensen zijn geweest die zich bekwaamd hadden in het schrijven van toneelstukken waar je het een en ander van kunt opsteken. Het toneel is aan het verdwijnen. Natuurlijk, de Stadsschouwburg in Amsterdam zit vaak vol, maar dat is slechts één gezelschap en die spelen dan ook nog eens in huis. Maar als je het land in gaat, zie je dat de zalen nauwelijks vol zitten. Toneel zal op een gegeven moment een niche worden. Toneelacteurs worden mensen die zich ook nog in een heleboel andere dingen hebben bekwaamd. Ze willen voor de gelegenheid heus nog weleens opdraven voor iets geks als een toneelstukje, maar het zal met een zekere bijsmaak worden gedaan. Wat ik zonde vind, maar het is niet anders.”

FILM
“Don’t Look Now van Nicolas Roeg heeft een enorme invloed op mij gehad. Door beeldvorming, door verhaalvertelling, door de verweving van het mystieke en het werkelijke. De openingsscène zal ik nooit vergeten. De film gaat over een mediamiek echtpaar, gespeeld door Donald Sutherland en Julie Christie. De man is restaurateur en werkt veel in Venetië. Hij woont met zijn gezin op een landgoed in Engeland. Op een dag zit hij thuis dia’s te bekijken. Zijn dochter, die vanwege het druilerige weer een rood jasje aan heeft, speelt in de tuin. Op een van die dia’s ziet hij opeens een rood figuurtje in een kerkbank zitten. Hij weet niet wat het is. Dan stoot hij een glas rode wijn om, waardoor de wijn over de dia stroomt en het rode figuurtje langzaam uitloopt. Als hij dat ziet, rent hij zonder na te denken naar buiten en springt in de vijver, waar hij zijn dochtertje levenloos uit het water haalt. Ik kan er wel meer over vertellen, maar je moet hem gewoon zien, ook omdat er de mooiste vrijscène ooit gefilmd in voorkomt. De films van Stanley Kubrick zijn ook bijna allemaal goed. Barry Lyndon is niet alleen goed door de brutaliteit van het verhaal en het prachtige spel, maar ook vanwege het onwaarschijnlijke licht in de eerste scène. Alleen maar kaarslicht. Kubrick heeft daar een aparte cameralens voor moeten laten maken. A Clockwork Orange is ook zo’n onwaarschijnlijk mooie film van hem. Van 2001: A Space Odyssey vind ik het begin vooral heel goed. Daarna vallen mij te veel inconsequenties op.
“Hoe het staat met Siegfried? (Bokma gaat de hoofdrol spelen in Frans Weisz’ verfilming van deze roman van Harry Mulisch – red.) Daar zijn we mee bezig, maar het hangt nog op financiering en beschikbaarheid. Beschikbaarheid kan ik begrijpen, maar de financiering vind ik altijd een probleem. Ik zou weleens willen weten wie de mensen zijn die bij die fondsen over de subsidies gaan. Ik zou weleens een gesprek met hen willen hebben om erachter te komen hoe ze daar terechtgekomen zijn en wat hun expertise is. Dat geldt ook voor de mensen die bij omroepen over dit soort zaken gaan. Dat zijn, heb ik de sterke indruk, veelal mensen die via allerlei onduidelijke wegen en niet gehinderd door specifieke kennis op dit gebied zijn doorgestroomd en van wie er maar erg weinig weten wat ze daar doen. Ik vind het onbestaanbaar dat die mensen, ondemocratisch gekozen, zo veel macht hebben. Vroeger was er een zekere mate van coulance. Er waren een aantal hoofdproducenten die de dienst uitmaakten, maar dat waren mensen uit het metier zelf, die hadden min of meer de goedkeuring van hun vakgenoten. Maar die zijn allemaal weggesaneerd door het achterlijke Halbe Zijlstra-beleid. Ik was helemaal niet tegen een herziening en een opschoning van dat beleid, maar wat hij heeft gedaan, ligt in het verlengde van zijn leugens.”