Expo: sinistere portretten van Jenny Boot

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Jenny Boot uit Sneek.

Jenny Boot (Sneek, 1969) studeerde in 2012 af aan de Fotoacademie in Amsterdam.

Over haar werk
“Mijn werk kenmerkt zich door een gladde buitenkant met rauwe inhoud. Je ziet prachtige modellen, veelal vrouwen die je lijken uit te nodigen. ‘Kom hier.’ Maar in de sfeer zit altijd iets onheilspellends. Het donker, de erotische zweem en de soms beklemmende poses geven je het gevoel dat de buitenkant wel eens misleidend kan zijn. Zelfs een paard kan ineens eng lijken of een kat lijkt ineens een menselijke blik te hebben.

“Bijna al mijn werk gaat over mijzelf. Ik heb de innerlijke noodzaak mijzelf en mijn diepe gevoelens in kunst tot expressie te brengen. Mijn modellen zijn een instrument, een object. Ik probeer tijdens het werken tot een eenwording te komen. Ik weet niet in hoeverre zij zich daarvan bewust zijn. Als het is gelukt dan is de foto ook gelukt.

“De foto’s die hieronder staat getoond zijn afkomstig uit verschillende series. Ik maak veelal losse beelden of drieluiken. Een aantal van deze zijn in opdracht gemaakt voor The public house of Art en gaan nu de hele wereld over naar verschillende art fairs.
De foto’s van de modellen met de ‘flemische’ kraag heb ik gemaakt omdat ik zoveel foto’s voorbij zie komen van modellen die zo’n molensteenkraag dragen. Alsof het dan gelijk kunst is. Mijn foto’s met kraag zijn dus ironisch bedoeld. Ik heb kragen gemaakt van onder meer tampons, maandverband en een deurmat.
De foto’s met de rode draad lijken een afspiegeling te zijn van wat er dit jaar zoal met me gebeurd, het lijkt nog onbewust te zijn, mijn foto’s lijken mij te vertellen wat er allemaal speelt in mijn leven. Iets wat zich – net als die draad – langzaam afwikkelt waardoor ik meer bij mijn eigen kern zal komen.”

Meer werk van Jenny Boot vindt u hier.

little-joker-1

betrayal-wpo

Bikercropped

Bugatti-wpo

Vixen-wpo

Vis

varusa-1-cropped

Tasja-wpo

Pilotcropped

miya-1

lisa

 

Fotoserie: ‘Ik ben ziek en dat heeft effect op mijn lichaam’

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Floortje Doedens uit Amsterdam.

Floortje Doedens (Amsterdam, 1987) is eindexamenstudent aan de Fotoacademie in Amsterdam.

Over haar werk
“Het overkoepelende thema in mijn werk is ‘vergankelijkheid’. Door zowel mijzelf als mijn omgeving te fotograferen probeer ik de schoonheid van vergankelijkheid, of anders gezegd: van het verval, gestalte te geven.

“Bij het fotograferen van mijn omgeving zoek ik naar een compositie die op het eerste gezicht een coherent geheel lijkt, maar dat uiteindelijk niet blijkt. Je ogen worden alle kanten op gestuurd. Dit geeft – hoe tegenstrijdig het ook klinkt – rust in het verhaal, omdat de beelden iets zacht poëtisch hebben.

“Bij de foto’s van mijn lichaam ligt dat anders. Ik draai er niet om heen: ik ben ziek en dat heeft effect op mijn lichaam. Het verval van mijn lichaam (door de ziekte van Crohn, red.) voltrekt zich geleidelijk – het zijn met name de bijwerkingen van medicijnen die van grote invloed zijn op mijn fysieke gesteldheid. Het is deze ziekte die me bewust heeft gemaakt van het verval van mijn lichaam, en in het verlengde: van het verval van mijn omgeving. Niets blijft zoals het is. Ik gebruik mijn ziekte als inspiratie, niet als leidmotief. Ik ben geen slachtoffer, maar een verteller die zich kwetsbaar opstelt om haar verhaal te vertellen.”

Meer werk van Floortje Doedens vindt u hier.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Expo: hoe fotografeer je de wind?

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Sjoerd Knibbeler uit Amsterdam.

Sjoerd Knibbeler (Weert, 1981) studeerde in 2008 af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, afstudeerrichting: Fotografie. Dit jaar won hij de Grand Prix du Jury op het dertigste Internationale Mode en Fotografie Festival in Hyères. Tot en met 20 december 2015 is zijn werk te te zien in de tentoonstelling Foam Talent 2015 in l’Atelier Neerlandais in Parijs.

Over zijn werk
Hoe fotografeer je de wind? Fotograaf Sjoerd Knibbeler stelde zichzelf als doel om het ogenschijnlijk onzichtbare (de lucht om ons heen) zichtbaar te maken. Door driedimensionale installaties te maken – we zien een ballon, papieren vliegtuigjes en zak gevuld met lucht – en die te fotograferen, weet hij dat wat we wel kunnen voelen maar niet kunnen zien in beeld te vangen. Eigenlijk is dat wat alle goede kunst doet: het vastleggen van dat wat we voelen, maar niet kunnen zien. De pijn die je voelt bij het zien van Christus aan het kruis van Zubarán, de brandende ogen bij het luisteren van To make you feel my lovevan Bob Dylan en de weerzin die je voelt bij het zien van Son of Saul. Knibbeler doet precies hetzelfde – maar dan avant à lettre.

Meer werk van Sjoerd Knibbeler vindt u hier.

01 Current_Study_#1_2013

02 Current_Study_#2_2013

03 Current_Study_#3_2013

04 Current_Study_#4_2013

06 Triebflügel_2014

07 Project_Y_2014

10 Wamira_2014

 

09 Unfold_FB-22_2015

08 Paper_Planes_2015_Foam

Derde druk voor ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’

Zo vlak voor de feestdagen verschijnt de derde druk van Gedichten die mannen aan het huilen maken. Ik was al verbaasd dat er een tweede druk kwam, maar een derde druk had ik zeker niet verwacht.

Gisteren las ik het gedicht Koud van Remco Campert. Hij schrijft: ‘Winter nadert. / Ik voel het aan de lucht / En aan de woorden die ik schrijf. / Alles wordt klaarder: de straat / Is tot aan zijn eind te zien. De woorden / Hebben geen eind.’

Woorden hebben geen eind.
Poëzie heeft geen eind.

‘Poëzie is het vuur dat naar de mensen gebracht moet worden’, schreef ik in mijn voorwoord. De vuurdragers hebben hun werk goed gedaan.

11218537_10200468946883614_7055775662895332807_n (1)

Fotoserie: fascinatie voor vrouwen, seksualiteit en identiteit

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Gabriëlle de Kok uit Den Haag.

Gabriëlle de Kok (Dordrecht, 1988) studeerde in 2015 af als fotograaf aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.

Over haar werk
“Als fotograaf richt ik mij vooral op het kijken, bekijken en gezien worden. In mijn fotografie wil ik de veelzijdigheid van een onderwerp laten zien, en in het bijzonder dat van een persoon en zijn identiteit. Niet het rechtlijnige, maar het veelzijdige – de paradox van het tegelijkertijd het een en ook het ander (willen) zijn – vind ik interessant. Ik wil mijn publiek zo laten reflecteren op vastgeroeste (denk)beelden, opgebouwd uit stereotypen en rolpatronen, om hier vervolgens los van te komen.

“De door mij gecompositioneerde taferelen spelen zich altijd af binnen een kader. Ik ga te werk als een regisseur, die het beeld zowel ter plaatste als achteraf construeert. Door een moment van beweging te verstillen, creëer ik spanning in het beeld. De omgeving is als een decor waarin de modellen fungeren als acteurs in een toneelstuk. Hierbij neemt het gebruik van lichaamstaal en emotie ook een belangrijke plek in. Mijn onderwerpen fotografeer ik vaak van een afstand. Zo wordt de kijker niet direct aangesproken en kan hierdoor vanuit een veilige positie het tafereel aanschouwen.

“Ik heb een persoonlijke fascinatie voor vrouwen, seksualiteit en identiteit. Vragen als: wie ben ik en wie zou ik willen zijn, zijn hierin leidend. Ontwikkelingen in de maatschappij, beeldcultuur en modewereld zijn hierbij ook van invloed. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk om als vrouwelijke beeldmaker een tegengeluid te bieden aan het eenzijdige beeld van vrouwen dat in de media geschapen wordt, door in mijn werk een divers en gevarieerd vrouwbeeld neer te zetten.”

Meer werk van Gabriëlle de Kok vindt u hier.

Berlijn_1

bipolairedimensions-seascape_1

darkparadise_1

darkparadise_2

darkparadise_3

Eva_1

jane_1

paula_1

thegreatescape_1

thegreatescape_2

Meneer Aart wordt overvallen door einde Sesamstraat: ‘Ik denk dat ik er mee stop’

Sesamstraat verdwijnt per 1 januari 2016 van NPO1. Dat maakte een woordvoerder van de NPO donderdagavond bekend. Het populaire kinderprogramma is vanaf het nieuwe jaar alleen nog in een middaguitzending en op het themakanaal NPO Zappelin Xtra te zien.

Meer lezen over Meneer Aart wordt overvallen door einde Sesamstraat: ‘Ik denk dat ik er mee stop’

De culturele agenda van… Bart Van Loo

Bart Van Loo (1973) is een Vlaamse schrijver en conferencier, bekend als connaisseur van Franse chansons en literatuur in De Wereld Draait Door. Wat consumeert hij verder op cultureel gebied?

Meer lezen over De culturele agenda van… Bart Van Loo

Huilende vrouwen

Na Gedichten die mannen aan het huilen maken verschijnt volgende week de bloemlezing Gedichten die vrouwen aan het huilen maken.

Op uitnodiging van samensteller Isa Hoes vertellen ruim zestig bekendere Nederlandse vrouwen over de poëzie die hen de tranen naar de ogen jaagt. Het boek verschijnt op woensdag 4 november. RTL Late Night besteedt diezelfde dag aandacht aan de bundel.

Uit de najaarsfolder van de uitgeverij:

Gedichten vrouwen huilen Isa Hoes prometheus gedichten Nick Muller poëzie bloemlezing Sonja Barend Kim van Kooten Astrid Joosten

Expo: het laatste avondmaal door de lens van een foodstylist

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Willemien van den Broek uit Bennekom.

Willemien van den Broek (Otterlo, 1967) studeerde in 2014 af aan Academie Artemis in Amsterdam, afstudeerrichting: Foodstyling.

Over mijn werk
“We leven in een snelle samenleving, die is ingesteld op gemak en vluchtigheid. En dat zie je ook terug in ons consumptiegebruik. Hierdoor raken we steeds verder verdwaald in het grote aanbod van voedsel en tegenstrijdige informatie over dat voedsel. De macht en invloed van de grote voedselketens, maar ook de blindheid bij de consumenten maken mij ongerust. Als we daar iets tegen willen doen is het belangrijk dat eten weer wordt gewaardeerd.”

“In de fotoserie ‘Het Laatste Avondmaal’ geef ik de positieve en de negatieve aspecten van eten weer, evenals de radicalisering van de voedselketen. Met als uitgangspunt de bekende uitspraak van de bekende Franse gastronoom Jean Brillat-Savarin (1755-1826): ‘Zeg me wat je eet en ik zeg je wie je bent’ heb ik niet alleen het karakter van Judas de verrader, maar ook de persoonlijkheden van de andere apostelen in beeld vormgegeven.”

“Door gestileerde situaties te creëren en vervreemdingen aan te brengen (door onder andere slachtafval in de foto’s te verwerken – ‘voedsel’ waar we bang voor zijn, dat we liever niet willen zien) laat ik een tegenstelling zien als lust en pijn. Aan de ene kant staat het haaks op elkaar, aan de andere kant hóren ze ook bij elkaar. Door mensen naar deze beelden te laten kijken, probeer ik ze te prikkelen en iets los te maken, zo hoop ik een bewustwording op gang te kunnen brengen.”

Meer werk van Willemien van den Broek vindt u hier.

Het Laatste Avondmaal
Concept en styling: Willemien van den Broek
Fotografie: Annette Hendriks

Petrus

JacobusDeToegewijde

Johannes

Andreas

Filippus1

Bartholomeu¦ês

Mattheu¦ês2

Thomas

JacobusDeBezettene

Thaddeu¦ês

Simon

Judas

LA.1

LA.2

Willem Aantjes (1923 – 2015): “Ik ben van nature een einzelgänger”

Oud-politicus Willem Aantjes (1923 – 2015) zag zijn hele leven samengevat in twaalf onvergetelijke versregels van Geerten Gossaert, pseudoniem van dichter, politicus en historicus Carel Gerretson (1884 – 1958) – bij wie Aantjes tijdens zijn studie Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Utrecht nog college had gevolgd. Dat schreef hij eerder dit jaar in de bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken.’

Over het gedicht ‘De buit’ uit de bundel ‘Experimenten’ (1911) schreef hij:

“Ik ben van nature een einzelgänger. Ik sta altijd aan de rand, ‘ten vleugle’ zoals Geerten Gossaert het in dit gedicht zo mooi schrijft, van een groep. Dat begon al op het enigzins elitaire gymnasium waar ik als polderjongen les kreeg. Zeker in die leeftijd is het niet leuk om altijd ‘ten vleugle’ te staan. Dat schrijnt dan, maar het vormt je ook.”

“Later, in de oorlog, merkte ik dat weer. Je bent deel van een geheel, maar je bent ook alleen. Je kon steeds voor beslissingen komen te staan waarvoor geen modellen voorhanden waren – je moest er zelf maar uit proberen te komen. In die situatie heb ik geleerd mijn beslissingen te toetsen aan de volgende criteria: Deugen mijn intenties? Schaadt het de goede zaak niet? Dient het de kwade zaak niet? Lopen anderen geen risico’s door mijn beslissing? Nee? Nou dan!

“Ook politiek gezien heeft dit gedicht betrekking op mij. Op mijn positie en mijn rol binnen het CDA bijvoorbeeld. Ik hoor bij die club, het zijn mijn broeders en zusters, maar ik ga er niet in op. ‘Deel van het heir, maar vaak ten vleugle.’ Ook ik heb mijn strijd gestreden onder het hete middagbranden. Ik ben nergens voor weggelopen. Dat feit geeft rust, maar laat ook wonden na. En die schrijnen, maar ze blijven ‘verborgen onder het gewaad van wie genezen schijnt.’”

In mei van dit jaar sprak hij in het VARA-radioprogramma Spijkers met Koppen over zijn bijdrage aan dit boek. Over de vraag waarom hij voor dit gedicht heeft gekozen, antwoordde hij: “Omdat ik mijzelf er mijn hele leven al in heb herkend. Ik woonde in de polder, kwam niet uit een intellectueel milieu, en wilde dominee worden. Dan moet je naar het gymnasium. Toen zei mijn vader: “Ik vind het best, als je dat wil moet je dat doen, maar je gaat naar een christelijk gymnasium.” In de buurt van mijn woonplaats Alblasserwaard waren twee gymnasia: een in Dordt, en een in Gorinchem. Maar die voldeden niet aan de eis van mijn vader. Dus moest ik naar het Marnix-gymnasium in Rotterdam. Tijdens een les Nederlands las ik het gedicht van Gossaert en het trof me meteen. Vooral de regel: ‘Deel van het heir, maar vaak ten vleugle.’ Ik zat in de klas, maar hoorde niet echt bij de rest – bij de jongens en meisjes die wel uit een intellectueel milieu kwamen.”

In het kort
Willem Aantjes (1923 – 2015) was politicus en prominent lid van het CDA. Hij was onder meer lid van de Tweede Kamer (1959-1978), fractievoorzitter van de Anti Revolutionaire Partij (de ARP, 1971 -1972, 1973-1977) en fractievoorzitter van het Christen-Democratisch Appèl (het CDA, 1977-1978). Beroemd werd zijn toespraak op het eerste CDA-congres in 1975, welk de geschiedenisboeken is ingegaan als ‘De Bergrede van Aantjes.’ In 1978 kwam Aantjes in de nationale beklaagdenbank toen RIOD-directeur Loe de Jong hem op een live uitgezonden persconferentie ervan beschuldigde lid te zijn geweest van de Waffen-SS. Aantjes ontkende dit, maar trad vanwege de ontstane commotie wel af. Twee onafhankelijke onderzoeken bevestigden na een half jaar grondig onderzoek het gelijk van Aantjes: Hij had zich bij de (Nederlandse, niet-militaire) Germaanse SS aangemeld om zich via die weg te onttrekken aan zijn gedwongen tewerkstelling in Duitsland en naar Nederland te vluchten. Hij kwam zo weliswaar in Nederland, maar werd daar gearresteerd en tot het eind van de oorlog tewerkgesteld in strafkamp Port Natal bij Assen. De EO maakte in 2013 een televisieserie over deze beruchte affaire: ‘De val van Aantjes’.