Snelle: ‘Ik hoop dit jaar financieel onafhankelijk te zijn’

Snelle (24) scoorde het afgelopen halfjaar drie nummer 1-hits en in oktober staat hij twee keer in een uitverkocht AFAS Live. Playboy spreekt de jonge muzikant over de tol van de roem, een droomappartement in Barcelona en zijn ambities: “Ik heb voor mezelf als doel gesteld om dit jaar financieel onafhankelijk te worden.”

Lees verder Snelle: ‘Ik hoop dit jaar financieel onafhankelijk te zijn’

Peter Faber: ‘Bang voor de dood ben ik niet meer’

Peter Faber (76) is een van de grootste acteurs van ons land. Playboy spreekt hem over zijn moeilijke jeugd, zijn vijf huwelijken en zijn intense liefdesleven: “Als je ouder wordt duurt het langer voor je een orgasme krijgt, maar het vrijen zelf wordt ook orgastisch.”

Lees verder Peter Faber: ‘Bang voor de dood ben ik niet meer’

Rob Kemps (Snollebollekes): ‘Ik hou helemaal niet van feesten’

Rob Kemps (34) is de uitbundig geklede en gekapte zanger van Snollebollekes. Deze maand staat hij vier avonden in een uitverkocht Gelredome. Playboy daalde af naar het zuiden des lands en sprak hem onder meer over het succes van de carnavalskraker Links/rechts, zijn liefde voor het chanson en de misverstanden die over hem bestaan. ‘Ik hou helemaal niet van feesten.’

Lees verder Rob Kemps (Snollebollekes): ‘Ik hou helemaal niet van feesten’

Stefano Keizers: ‘Ik ben de best functionerende junk van Nederland’

Stefano Keizers (pseudoniem van Gover Meit, 1987) werd bekend door zijn spraakmakende verkleedpartijen in De Slimste Mens. Inmiddels heeft de cabaretier zijn eigen televisieprogramma en staat hij met zijn tweede voorstelling in het theater. Playboy spreekt hem over de druk van zo’n tweede voorstelling, zijn lavalampen van zelf gefabriceerd slijm en zijn drugsgebruik: ‘Ik ben de best functionerende junk van Nederland.’

Lees verder Stefano Keizers: ‘Ik ben de best functionerende junk van Nederland’

Winston Gerschtanowitz: ‘Ik zou er niet voor terugdeinzen om John de Mol op te volgen binnen Talpa’

Winston Gerschtanowitz (43) bindt de ijzers onder voor een nieuw seizoen Dancing on ice. Playboy spreekt de goedlachse presentator en ondernemer naar aanleiding daarvan onder meer over zijn overstap van RTL naar SBS, zijn ontembare werklust en zijn vriendschap met John de Mol. “Ik zou er niet voor terugdeinzen als hij me zou vragen om hem op te volgen binnen Talpa.”

Lees verder Winston Gerschtanowitz: ‘Ik zou er niet voor terugdeinzen om John de Mol op te volgen binnen Talpa’

Raymond van Barneveld over zijn afscheid, depressie en Michael van Gerwen

Raymond van Barneveld (52) liet zijn laatste jaar als darter optekenen in het boek Game Over. Een gedroomd afscheid werd het niet voor de vijfvoudig wereldkampioen: onder meer zijn scheiding, een overval en tegenvallende prestaties gooiden roet in het eten. “Dit is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie.”

Deel van het interview uit het novembernummer van Playboy. Het gehele interview is hier te lezen.

Q1. Game Over verhaalt over je laatste jaar als darter. Een scheiding, een overval, tegenvallende prestaties – je hebt het niet makkelijk gehad. Wat vond je zelf het moeilijkst om terug te lezen?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog niets heb teruggelezen. Kijk, het idee was om mij dit laatste jaar te laten volgen. Ik had natuurlijk niet kunnen voorspellen dat ik zoveel voor mijn kiezen zou krijgen. Privé is er veel gebeurd: ik lig in scheiding, mijn ex-vrouw werd thuis overvallen, mijn stiefzoon ontspoorde… Natuurlijk ga je daar dan ook niet beter door spelen. Dit laatste jaar had een fantastische afsluiting moeten worden, maar het is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie. En die duurt nog steeds voort. Ik zeg je heel eerlijk: voor mij mag het zo snel mogelijk afgelopen zijn. Het vele reizen, elke keer maar weer omgaan met verlies, het breekt me allemaal op. Mijn afscheidsavond is op 8 februari 2020 in Ziggo Dome. Dan stop ik ook echt.

Q3. Kreeg je in deze moeilijke periode steun van collega’s of van de dartbond?
Natuurlijk niet. Het interesseert mensen geen reet wat je is overkomen. Ze lachen je gewoon uit als je niet meer presteert. Na de overval op mijn ex-vrouw wilde ik er voor haar zijn. Ik heb bijna twee maanden amper wat gegooid. Dan hoor je van de PDC: hij komt niet opdagen, hij maakt er een zooitje van, hij is lui. What the fuck, mensen. Mijn vrouw is overvallen! Ze hebben niet een keer gevraagd hoe het met me gaat. Je moet het zelf maar zien op te lossen, als je maar geld in het laatje blijft brengen. Alles bij elkaar zakt de moed je weleens in de schoenen. Ik moet me er echt toe zetten om m’n pijlen op te pakken en een paar uur te gaan trainen.

Q7. Vind je darten nog leuk?
Nee, al lang niet meer. Ik speel alleen nog om een paar centen te verdienen.

Q8. Michael van Gerwen is op dit moment de koning van het darts. Heb je moeite met zijn succes?
Ik gun het hem van harte, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat er in ons land zo snel iemand op zou staan die hetzelfde zou gaan doen als ik. Hij heeft inmiddels al meer dan honderd PDC-titels en hij blijft maar doorgaan. Natuurlijk, hij kan nooit meer de eerste wereldkampioen worden, maar is dat belangrijk? Feyenoord won als eerste de Europa Cup 1. Ajax won hem vier keer. Daarom hebben ze het altijd over Ajax en nooit over Feyenoord. Ik koop er ook niets voor. Van Gerwen won een half miljoen, ik won destijds 32.000 pond. Wat heb jij liever? Door dat prijzengeld gooi je natuurlijk ook wel lekker. Van Gerwen is financieel onafhankelijk. Ik niet. Ik moet nog maar zien hoe dat volgend jaar gaat. Ik kan niet rustig achterover gaan leunen.

Q9. Krijg je genoeg erkenning van hem?
Elke darter heeft een idool gehad. Mijn idolen waren Bob Anderson en Eric Bristow. Michael heeft nooit een idool gehad. Hij zegt dat hij niet door mij is begonnen met darten, hij vindt dat hij door zichzelf is begonnen. Dat kan. Hij moet alleen niet vergeten dat ik de weg wel voor hem heb geasfalteerd. Ik heb altijd op een onverharde weg met kuilen en stenen moeten rijden.

Q12. Vind je het vervelend als mensen je met ‘Barney’ aanspreken?
Ja. Daar heb ik eigenlijk helemaal niks mee. Als het een keer per ongeluk gebeurt dan vind ik dat niet zo erg, maar als ze me met die naam op straat naroepen dan kijk ik niet eens om. Dan zullen ze me wel weer arrogant vinden, maar zo heet ik niet. Ik heet gewoon Raymond van Barneveld.

Q20. Ben je bang om straks in een zwart gat te vallen?
Ja, dat is een hele goede vraag. Ik leg de lat natuurlijk heel hoog voor mezelf. Ik zal goed in de spiegel moeten kijken en mezelf de komende weken afvragen: Raym, wat wil je nou, wat is nu realistisch. Kun je genoegen nemen met een prachtig boek en een mooi afscheid of ga je dat allemaal aan de kant schuiven en verbitterd raken als het niet gaat zoals je wilt? Ik denk dat ik dat moet zien te voorkomen, daar is het leven veel te mooi voor. Ik heb een fantastische vriendin, prachtige kinderen en ontzettend veel lieve vrienden om me heen. Het wordt nu gewoon eens tijd om daar iets mee te gaan doen. De komende weken is het erop of eronder. Ga je naar een mooie kwartfinale, halve finale of zelfs finale dan valt er goed mee te leven, maar als ik er in de eerste of tweede ronde al uitvlieg dan wordt het zwaar.

Game Over van Jasper Boks verschijnt op 18 november 2019. Kaarten voor Barney Dome (de grootse afscheidsavond op 8 februari 2020) zijn te koop via http://www.ziggodome.nl.

Tim Oliehoek: ‘Er is bijna geen filmindustrie in Nederland’

Tim Oliehoek (40) maakte een serie over het leven van de beruchte crimineel Stanley Hillis. Playboy spreekt de gelauwerde regisseur over zijn eigen favoriete series, zijn Hollywood-plannen en het dorre filmlandschap in Nederland. “Ik zou willen dat mensen eens wat vaker naar een onbekende film gaan.”

Verschenen in het oktobernummer van Playboy. Lees het gehele interview hier.

Q1. Je bent de regisseur van Stanley H. – een serie over de beruchte crimineel Stanley Hillis. Wat fascineert je zo aan hem?
Als filmmaker vind ik het contrast in zijn persoonlijkheid heel interessant. Hij kan bij mensen langsgaan om ze af te persen en zich op hetzelfde moment ergeren aan een deur die niet goed sluit. Dan vraagt hij om een schroevendraaier en gaat hij die deur repareren. Dat vind ik een bizar gegeven. Eigenlijk kende ik hem voordat ik met deze serie begon alleen van naam. Ik wist dat hij in hetzelfde rijtje hoort als Willem Holleeder en Dino Soerel, maar het verhaal erachter kende ik niet. Dat gaan we in de serie vertellen: hoe hij zichzelf van kleine boef opwerkte tot een van de grootste criminelen van het land. Ik ben van mening dat iedereen stiekem een slechte kant heeft, alleen houden onze normen en waarden ons tegen om die kant te laten zien. Criminelen bepalen hun eigen regels. Ergens is dat romantisch, maar het loopt natuurlijk altijd fout af.

Q3. De twee series die je hiervoor maakte, De Zaak Menten en Het geheime dagboek van Hendrik Groen, werden overladen met prijzen. Ga je naast je schoenen lopen van al dat succes?
Nee, gelukkig niet. Ik ben wel blij dat het nu gebeurt en niet vijftien jaar geleden. Ik heb nu wat klappen meegemaakt waardoor je dat succes ook weer gaat relativeren. Ik ben ook niet zo heel vatbaar meer voor de glamour die er zogenaamd zou zijn in Nederland. Regisseurs komen hier niet met de limousine voorrijden op hun première: je gaat op de fiets naar de bioscoop en hoopt dat je smoking onderweg niet natregent.

Q5. Nederland is niet echt een filmland. Gaat dat nog veranderen?
Er is bijna geen filmindustrie in Nederland. Daar is het land misschien ook te klein voor. Romantische komedies doen het over het algemeen goed, maar de andere genres hebben het veel moeilijker, terwijl die vaak juist de moeite waard zijn. Ik vind dat een moeilijke ontwikkeling. Vroeger gingen mensen naar mijn idee vaker naar een onbekende film: ik denk bijvoorbeeld aan All Stars en Van God Los, die allebei heel erg goed werden bezocht. Niemand in de stad van Michiel van Erp vond ik een onwijs mooie film en wint veel prijzen, maar was geen kaskraker. Ik zou willen dat mensen eens wat vaker zouden laten verrassen. Het filmlandschap wordt anders wel erg schraal.

Q8. Kun je door je werk nog wel onbevangen van films genieten?
Ja, al raak ik wel steeds sneller verzadigd. In de jaren negentig verliet ik soms totaal in de war een bioscoopzaal. Dan ging ik naar True Lies en dan zag ik een effect en dan dacht ik: jee, hoe hebben ze dat in godsnaam gedaan? Nu wordt alles geanimeerd. Ik ging laatst naar de nieuwe The Lion King en dacht: leuke film, hartstikke knap gedaan, maar ik weet hoe ze het hebben gedaan. Ik word een beetje murw van alle effecten, terwijl ik onwijs veel van effecten houd, dat is zelfs de reden waarom ik ooit films ben gaan maken. Ik denk dat films de komende tijd weer intiemer gaan worden. Dat zie je nu al bij de series: die leunen meer op het verhaal dan op de effecten.

Q10. Met welke acteur zou je graag nog willen werken?
Zo moet je als filmmaker helemaal niet denken. Je leest een script en denkt: bij de rol past die acteur en niet andersom. Daar ging het bijvoorbeeld mis bij Spion van Oranje – afgezien nog van het scenario dat echt afschuwelijk was en het gewoon geen goede film is geworden. Ik wilde heel graag een keer samenwerken met Paul de Leeuw. Ik had daarbij een anti-James Bond-film à la Austin Powers voor ogen en wilde hem per se voor de hoofdrol. Paul de Leeuw is iemand die goed kan reageren op publiek. Dan is hij op zijn allerbest. Maar als hij op een filmset staat en de regisseur zegt: ga eens op die marker staan en kijk eens zo in de camera, dan beperk je hem eigenlijk in zijn talent. In die film kwam hij niet tot zijn recht.

Maarten Spanjer: ‘Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé?’

Maarten Spanjer (66) schreef een boek met tragikomische verhalen over zijn jeugd. Playboy ging een nacht op pad met deze meesterverteller. “Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me?”

Deel van het interview in het septembernummer van Playboy. (2019) Het gehele interview leest u hier.

Q1. Geluk is een herinnering is een bundeling tragikomische verhalen over je jeugd. Om welk verhaal moet je zelf het hardst lachen?
Dat zijn er meerdere, maar een van mijn favorieten is ‘Een zure appel’, een verhaal over de jongste broer van Karel Appel. Joop Appel was jeugdscheidsrechter bij de Amsterdamse Voetbalbond. De jongens met wie ik speelde waren altijd een beetje bang voor hem. Paul, een elftalgenoot, had op een dag al zijn moed bij elkaar geraapt en vroeg hem of hij zelf ook schilderde. Meneer Appel antwoordde toen nors: ‘Alleen plinten.’

Q3. Om welke cabaretiers moet je lachen?
Hans Teeuwen en Theo Maassen vind ik de grootste cabaretiers van dit moment. Daniël Arends en Peter Pannekoek vind ik ook erg goed. Youp van ’t Hek en Freek de Jonge zijn daarentegen een beetje in hun eigen val getrapt. Youp schopte altijd aan tegen mensen met dikke auto’s en grote huizen maar woont nu zelf in een gigantisch huis aan het Vondelpark. Dan verlies je je geloofwaardigheid. Freek maakte vroeger grappen over Wim Kan en zijn vrouw Corry Vonk, hij stak er de draak mee dat ze altijd samen waren, maar is nu zelf nog veel kleffer met zijn vrouw Hella. Dat is een Yoko Ono in het kwadraat. Verschrikkelijk. Freek denkt volkomen ten onrechte dat hij zijn succes aan haar te danken heeft. Zij maakte bijvoorbeeld die rare clownspakken waar hij vroeger in rond sprong. Ik kan je een ding vertellen: in die pakken lag het succes van zijn voorstellingen niet. Ik vind het heel apart dat zo’n intelligente man een groot deel van zijn succes ophangt aan zijn vrouw. Dat is een rare vorm van bescheidenheid die ik niet begrijp.

Q5. Je bent een ras-Amsterdammer. Wat vind je van het beleid van burgemeester Femke Halsema?
Ik volg de politiek niet echt, maar ik heb weleens de indruk dat ze de geschiedenis in wil gaan als de burgemeester die aan allerlei dingen een einde heeft gemaakt. Ze wil bijvoorbeeld een einde maken aan de raamprostitutie op de Wallen. Ze stelde voor om die vrouwen dan maar achter gesloten gordijnen te zetten. Hoe kom je erop? Volgens mij maak je het met die verboden alleen maar erger. Je kunt veel beter strenger handhaven.

Q6. Je bent naast schrijver ook acteur. Heb je alles uit je acteercarrière gehaald wat erin zat?
Dat denk ik niet, al denk ik ook niet dat er veel meer in zat. Ik zag acteren als een makkelijke manier om een boterham te verdienen, maar ik ben heel slecht in het vertolken van andermans teksten. Ik krijg ze maar niet in m’n kop. Nee, ik ben geen groot acteur. Regisseurs zagen mij ook niet een groot acteur en dan kom je dus in foute series terecht – daar heb ik er redelijk wat van gedaan. Als ik het script las dan zonk me de moed alweer in de schoenen. Wat een slechte tekst, dacht ik dan, en dan moest ik die onzin nog uit mijn hoofd leren ook!

Q7. In Spetters speelde je samen met de onlangs overleden Rutger Hauer. Hoe was het om met hem te werken?
Hij was een man van weinig woorden, een nuchtere Fries. Ik mocht hem wel. Het eerste wat ik dacht toen hij was overleden: Cruijff is dood, de koning van het voetbal, en nu is de koning van de film ook dood. Ik vind hem van dezelfde grootheid.

Q8. Wie is nu de grootst nog levende acteur van het land? Je grote vriend Jeroen Krabbé?
Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me? Nou, heel even dan: naar aanleiding van de dood van Rutger Hauer mocht Krabbé aan tafel aanschuiven bij Jinek. Als een bekend persoon overlijdt is hij er altijd als de kippen bij. Hij vertelde bij die gelegenheid over de wel heel bijzondere  band die hij had met Rutger Hauer. Hou toch op. Ik durf te wedden dat hij hem in geen jaren heeft gesproken. Ik had in de jaren negentig een talkshow met Rijk de Gooyer en ik belde Rutger Hauer of hij die week bij ons te gast wilde zijn. Zonder nadenken stemde hij in. Na afloop vroeg ik hem waarom hij nooit in talkshows verschijnt, maar wel meteen bij ons aanschoof. Hij antwoordde lachend: ‘Nou, ik vind jullie wel grappige mannetjes en ik weet dat jullie een bloedhekel aan Jeroen Krabbé hebben, maar de publiciteit die jullie daarmee genereren laat ik graag aan jullie over.’ Hij kon die man ook niet uitstaan.

Q20. Waar leef jij van?

Nou, ik heb een periode goed verdiend, zowel met de commercials die ik samen met Rijk de Gooyer deed voor KPN als met Taxi. Rijk belde me eens toen het geld van de commercials weer was overgemaakt: ‘Heb je dat bombardement op je bankrekening al gezien?’ Eigenlijk leef ik daar nog steeds van. Ik heb ook nooit echt gek gedaan: ik heb niks met dure auto’s of dure kleding. Ik rijd wel rond op dure fietsen die ook regelmatig gestolen worden, maar dat is eigenlijk mijn enige uitspatting. Ik kan me bedruipen. Kijk, ik moet geen honderd worden, ook geen negentig, maar tachtig red ik misschien net. En ach, als je tachtig bent dan zit je ook maar met een lepel in je bordje pap te slaan, dan heb je toch niet zoveel meer nodig.

Johnny de Mol: ‘Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat’

Het leven van Johnny de Mol (40) is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Hij verliet de stad, trouwde met zijn grote liefde en werd vader van een zoon. In de voorstelling Hier is De Mol vertelt hij over dit kantelpunt in zijn leven. Playboy spreekt hem onder meer over zijn rock-‘n’-roll-verleden, de band met zijn vader en zijn avontuur met een shemale in Thailand.

Dit is slechts een deel van het interview. Lees het gehele stuk hier of in het augustusnummer van Playboy. (2019)

Q1. Je gaat vanaf september de theaters in met Hier is De Mol. Waarom wil je op een podium over je leven te vertellen?
Het is veel breder dan dat. Ik vertel inderdaad over mijn eigen leven, maar ook over mijn werkzaamheden voor Het Vergeten Kind en Stichting Movement on the Ground op Lesbos. Ik deed daar al best veel lezingen over en deze voorstelling is daar een uitvergroting van. De voorstelling is eigenlijk een pleidooi voor wat meer medemenselijkheid, zonder daarbij een belerende toon aan te slaan, want daar heb ik zelf ook een hekel aan. Alles gebeurt met een gezonde dosis humor en zelfspot. Na afloop van zo’n lezing hoorde ik vaak dat ik mensen aan het denken had gezet over de onverschilligheid waarmee ze bijvoorbeeld naar de vluchtelingenproblematiek keken. Daardoor kreeg ik het idee om een voorstelling te maken waarin ik nog meer tijd heb om bepaalde dingen uit te leggen, aangekleed met een waanzinnig vette band onder leiding van mijn neefje Julian Vahle en wat verhalen uit mijn rock-‘n’-roll-verleden, waarvan ik me trouwens nog steeds afvraag of ik ze wel moet vertellen.

Q2. Wat is het meest beschamende verhaal dat je in de voorstelling vertelt?
Het verhaal over mijn trip naar Thailand met Ben Saunders voor Waar is De Mol?  Voor de eerste draaidag gingen we nog even op stap met z’n tweeën en het enige wat ik me daarvan herinner is dat ik de volgende ochtend wakker werd en er iets in mijn rug prikte. Ik dacht dat het Ben’s ochtendlul was, maar het was Ben niet. Het was een dame. Bij dat verhaal hoort ook een tattoo en een verkeerd gezette tepelpiercing en nog wel meer dan dat. The Hangover is niets vergeleken bij wat wij hebben meegemaakt.

Q4. Je leven is de afgelopen jaren drastisch veranderd: je bent getrouwd, vader geworden en hebt Amsterdam verruild voor ‘t Gooi. Wat is voor jou persoonlijk de grootste verandering?
Lacht: Het is inderdaad wel een beetje game over met mijn vorige leven, dat is ook de jammerlijke conclusie van de voorstelling. Nee, als je het zo opsomt klinkt het heel drastisch, maar het is heel geleidelijk gegaan. De grootste verandering is natuurlijk dat ik voorheen uit mijn grachtenpand uit het raam liep te turen welk café nog open was, terwijl ik nu met mijn bonusdochter Kiki en haar vogelboek uit het raam zit te turen welk vogeltje er voorbij fladdert. Dat zijn wel twee uitersten. Ik ben ook wel klaar met dat vorige leven. Ik heb toen alles uit het leven gehaald wat erin zat, misschien nog wel meer, ik heb alles gedaan wat god verboden heeft, misschien zelfs nog wel wat dingetjes bij verzonnen… Nee, dat is helemaal goed. Daar kan ik tot in de lengte van dagen met een glimlach op mijn lippen aan terugdenken.

Q7. Ben je een betere vader dan je eigen vader?
Nou, mijn ouders (Willeke Alberti en John de Mol, red.) zijn uit elkaar gegaan toen ik één was. Het ergste wat een vader dan kan overkomen is dat je ex verliefd wordt op een ander (Søren Lerby, red.) en dan naar het buitenland verhuisd. Dat is gebeurd. Dus die vergelijking gaat niet helemaal op, maar hij is in ieder geval een fantastische opa. Ik ben pas op mijn zestiende bij mijn vader gaan wonen, iets wat ik ook uitvoerig behandel in het stuk. Hij is nu in ieder geval de allerbeste vader die ik me kan wensen en dan heb ik het puur over de relationele band.

Q19. Presenteer je over tien jaar nog programma’s op televisie?
Dat denk ik niet, maar dat komt ook omdat het telvisielandschap heel snel aan het veranderen is. Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat. Ik zou wel verder willen gaan in het coachen van jongen mensen. Mensen in hun kracht zetten is een van de mooiste dingen die er zijn. Daar kunnen geen kijkcijfers tegenop. Een programma als Down met Johnny kan ik ook niet eeuwig blijven maken. Als iemand dat een keer van me over zou willen nemen, zou ik het heel leuk vinden om die persoon daarbij te helpen.

Q20. Zou je te zijner tijd je vader op willen volgen binnen Talpa?
Nee. Ik ben daar zakelijk niet sterk genoeg voor en ik zou daar ook geen zin in hebben. Elke dag naar kantoor en elke dag vergaderen… Dat lijkt me niet echt iets voor mij.

Kaj Gorgels: ‘Zelfoverschatting is een groot probleem in medialand’

Kaj Gorgels (28) presenteert samen met Yolanthe een nieuw seizoen van Temptation Island VIPS op Videoland. Playboy spreekt de populaire vlogger en presentator onder meer over zijn haat-liefdeverhouding met de wereld van influencers en presentatoren: ‘Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in de mediawereld hebben.’

Selectie. Het gehele interview staat in het julinummer van Playboy, 2019.

1. Temptation Island was dit jaar oersaai. Er gebeurde werkelijk niets. Kun je ons misschien verlekkeren met wat juicy details uit het nieuwe seizoen van Temptation Island Vips?
Het afgelopen seizoen van Temptation Island was inderdaad een beetje saai, omdat de koppels die meededen al om negen uur op hun nest gingen liggen. Eigenlijk doe je dan een beetje voor spek en bonen mee. Je gaat de temptation aan of niet denk ik dan. De vier koppels die dit seizoen meedoen aan Temptation Island Vips gaan wel echt de temptation aan. Ik kan er natuurlijk niet teveel over verklappen, maar ik vind deze serie spannender dan die van vorig jaar. Er gaat heel veel gebeuren. Wat ik ook leuk vind om te zien, is dat de koppels dit seizoen allemaal een eigen verhaallijntje hebben. Pommeline en Fabrizio doen bijvoorbeeld mee. Die hebben al eens eerder meegedaan aan Temptation Island, maar toen als verleiders. Nu doen ze mee als koppel. Volgens mij zijn ze ook het eerste verloofde koppel dat meedoet aan dit programma. Dat maakt het natuurlijk ook wel pikant.

2. Zou je zelf meedoen aan Temptation Island Vips?
Nee. Misschien als ik jong was geweest, een jaar of negentien of twintig, en dan als verleider. Dat had ik misschien wel grappig gevonden. Ik heb nu een relatie (met voormalig Miss Nederland Jessie Jazz Vuijk, red.) en ik zou zelf nooit aan een programma meedoen om te kijken of het terecht is dat ik haar wel vertrouw.

4. Wat is de grootste valkuil waar je in kunt trappen als je bekend wordt?
Dat je teveel in jezelf gaat geloven. Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in medialand hebben. Je moet alles kapot relativeren. Want wat doe je nu eigenlijk? Ik heb gewoon vanaf een zolderkamertje een keer een filmpje op internet gezet en dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat mensen mij nu herkennen. Ik ben niet de wereld aan het verbeteren, ik heb geen uitvinding gedaan die de wereld heeft veranderd, ik maak internetfilmpjes en dat is het. Je moet het dus nooit groter maken dan het is. Ik word weleens simpel van collega’s die de hele dag over volgers en likes praten. Alsof er geen wereld bestaat buiten YouTube en Instagram. Mijn beste vriend is hoefsmid, een andere vriend is accountant en weer een andere vriend is slager – ik heb echt een heel gevarieerde vriendengroep. Als wij in de kroeg staan dan gaat het bijna nooit over werk. Dat vind ik heerlijk.

5. Wat is de grootste verandering in vergelijking met tien jaar geleden?
Ik leef in zekere zin hetzelfde leven. Ik woon nog steeds in Rotterdam. Ik ben voor werk veel in Amsterdam, maar als je dus weer een paar dagen tussen de social influencers en de televisiemensen hebt gezeten dan is het altijd lekker om in de auto te stappen en met mijn vrienden hier een kroeg in te duiken. Ik heb ook nog steeds dezelfde vrienden als tien jaar geleden – ook dat is niet veranderd. De weekenden zien er eigenlijk ook nog steeds hetzelfde uit, alleen word ik nu wel herkend en heb je tijdens het uitgaan ineens dertig mensen om je heen staan die je niet kent. Ik vind het dan heel lastig om te zeggen: laat me even met rust. Ik probeer altijd een praatje te maken en ik heb nog nooit een foto geweigerd. Je gaat alleen wel op een andere manier uit. Ik ga vaker in een hoekje staan, omdat je altijd merkt dat mensen naar je kijken.

15. Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik zal je eerlijk zeggen: ik ben niet zo van de vreemde plekken. Ik vind een gewoon bed het lekkerst. Het toilet van een kroeg was wel een vreemde plek, een beetje een ranzige plek ook. Ik heb het ook weleens gedaan in een vliegtuig. Het was op een vlucht van Amsterdam naar Londen. Het was niet all the way, maar ik werd gepijpt toen we in een nagenoeg leeg vliegtuig zaten. Ik geloof dat er alleen vooraan wat mensen zaten; wij zaten achteraan. Niemand heeft ons gezien.

17. Mark Rutte of Thierry Baudet?
Ik ben van allebei niet heel erg fan, maar dan kies ik toch voor Thierry Baudet. Ik ben blij dat hij is opgestaan. Hij maakt de politiek wel weer interessant. Je hoeft het niet altijd met hem eens te zijn, maar hij zet alles wel weer op scherp. Weet je wat ik zo raar vind: dat je in de politiek maar heel weinig mensen ziet met charisma. In het bedrijfsleven zie je die wel. In het bedrijfsleven zitten veel slimme mensen die het ook goed zouden doen als politicus, maar die daar niet voor kiezen omdat ze in hun eigen sector meer dan het dubbele verdienen. Moeten politici niet gewoon meer betaald krijgen? Ik zou dat niet zo erg vinden. Ik denk dat veel mensen die nu voor een baan in het bedrijfsleven kiezen dan de politiek in zouden gaan en we dus betere politici krijgen. Als je kijkt wat er nu zit, denk je vaak: jeetjemina, dat is het net niet, hè.