Zelfportret Dick Matena: ‘Ik leef in een wereld die niet meer de mijne is’

Hij leerde het vak in de tekenstudio van Marten Toonder, waar hij – eerst als volontair, later in vaste dienst en als freelancer – mee mocht tekenen aan onder meer de dagelijkse strip van Tom Poes.

In weekblad Prinses publiceerde striptekenaar Dick Matena (1943) voor het eerst een strip onder eigen naam: Polletje Pluim. In de jaren daarna werkte hij onder meer mee aan stripverhalen in weekblad Pep (De Argonautjes, Ridder Roodhart) en de Donald Duck (De Grote Boze Wolf, Tokkie Tor). Eind jaren zeventig krijgt hij internationale bekendheid door zijn nieuwe, realistische manier van tekenen waarmee hij beeldverhalen als Mythen heeft vormgegeven. Diezelfde stijl is terug te vinden in het werk waar we hem tegenwoordig vooral van kennen: zijn ‘verstrippingen’ van romans als De Avonden van Gerard Reve, Kaas van Willem Elsschot en Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Dit jaar zit hij 55 jaar in het vak. Museum Meermanno in Den Haag stelde een overzichtstentoonstelling samen: Dick Matena. Getekend leven. De tentoonstelling geeft in ruim tweehonderd originele tekeningen, schetsen en brieven een beeld van de omvangrijke carrière van ‘s lands bekendste striptekenaar.

Reden voor HP/De Tijd om Dick Matena te onderwerpen aan ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Na een hartinfarct, hartstilstand en hartoperatie is mijn gemoedstoestand: chronisch onrustig en bij vlagen wanhopig. De mentale nasleep is heviger dan de fysieke.

Wie zijn uw helden?
Helden heb ik teveel om op te noemen. In de sport, in de kunst, in het sociale leven – ik ben erg goed in bewonderen. Om er willekeurig een paar te noemen: Hans G. Kresse (de tekenaar van Eric de Noorman), de jonge Elvis en Olivier B. Bommel.

Aan wie ergert u zich?
Aan zelfingenomen mensen die alles wat ze overkomt aan roem, geld en succes vanzelfsprekend vinden. Dat is een eigenschap die vooral bij tv-diva’s veel voorkomt.

Lijkt u op uw vader?
Qua uiterlijk niet. Ik geloof sowieso ook dat je eerder gevormd wordt door het tijdsgewricht waarin je leeft en wat daarin gebeurt, dan door opvoeding en overerving. Al ontken ik het bestaan van genen natuurlijk niet.

Lijkt u op uw moeder?
Qua uiterlijk wel. Voor de rest: zie mijn vorige antwoord. Al vrees ik dat in dit geval via opvoeding een aantal van haar fobieën en angsten ook de mijne geworden zijn. Of via haar genen, vooruit dan maar.

Wat zijn uw dagdromen?
Dagdromen doe je als je jong bent en alles nog mogelijk is. Op mijn tweeënzeventigste kan ik moeilijk nog mijmeren over een toekomst die al geruime tijd achter me ligt.

Wat is uw grootste angst?
Laat ik ‘t maar op doodsangst houden. Want het is toch de angst voor het sterven dat je in leven houdt – je zelfs aan het leven doet vastklampen, ook al lijkt dat leven totaal uitzichtloos.

Bidt u weleens?
Net als iedereen roep ik God weleens aan. ‘Godallemachtig!’ ‘God sta me bij!’ Of: ‘Dat God je moge helpen, mij ontbreekt daarvoor de tijd!’ Als dat bidden is, dan bid ik regelmatig.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik ben even klinisch dood geweest, maar herinner me geen bijna-doodervaring. Geen tunnel met aan het eind een helder licht waar overleden dierbaren me hartelijk welkom heetten of zoiets. Alleen maar diepe duisternis, helaas.

Bent u aantrekkelijk?
Ooit geweest, toen de wereld jong was en iedereen mooi. Nu maak ik mezelf graag wijs dat ik van binnen mooi ben: geestig, aardig en charmant.

matena

Wat is uw definitie van geluk?
Gelukkig ben je altijd later, nooit op het moment zelf. Geluk is voor de weemoedigen. Geluk is voor zangers en dichters die nostalgisch kunnen wegdromen over vroeger en daar mooie teksten over schrijven, zodat wij die momenten van geluk ook nog even terug kunnen halen.

Waar schaamt u zich voor?
Toen ik jong was schaamde ik me voor alles. Van lieverlee werd dat minder en minder, en nu ik oud ben schaam ik me voor bijna niets meer. En een weekje in een ziekenhuis doet dat ‘bijna’ ook nog verdwijnen.

Bent u monogaam?
Ja, maar dat is ook niet zo moeilijk. De vrouw met wie ik al 41 jaar getrouwd ben, ziet er nog altijd uit als een filmster. Ze is lief als een engel en sexy is ze ook nog. Waarom dan vreemdgaan?

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteren.

Hoe moedig bent u?
Wanneer ben je moedig? Een man, ik vond hem altijd een watje, sprong zijn zoon achterna toen die plots in de kolkende zee was verdwenen. Zou ik hem dat nadoen? Geen idee. Helaas zijn ze allebei verdronken. Voor zo’n man neem ik mijn hoed af.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Er is altijd wel iemand van wie je iets opsteekt. Van je ouders, van leraren, van mensen die je al jaren kent, maar een opmerking van een toevallige passant kan ook blijven hangen. Ik kan onmogelijk een specifiek iemand noemen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor, gevatheid, ironie, intelligentie en dat gecombineerd met alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt. (Kwijl, kwijl.)

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Alles wat ik ook waardeer in een vrouw, maar dan zonder ‘alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt’ natuurlijk.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Mezelf een kop geven die mooi oud wordt. Zoals Gregory Peck die vroeger had, Sean Connery die nu heeft en, vrees ik, George Clooney die in de toekomst krijgt.

Hoe ontspant u zich?
Vroeger was dat met drank. En dan doordrinken tot net dat ene glas teveel, en ontspanning oversloeg in agressie.  Nu ik niet meer drink kom ik tot rust met obligate dingen: een boek, een film, televisiekijken en muziek.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en kinderen natuurlijk, en van mijn vrienden. En abstracter: van hen die mijn leven verrijkt hebben. Tekenaars, schilders, schrijvers, dichters, zangers – kunstenaars in het algemeen. En daar horen ook enkele topsporters bij, Johan Cruijff en Eddy Merckx in het bijzonder.

Gelooft u in God?
Dat zou ik graag willen. Leven en sterven zouden dan een stuk prettiger en makkelijker zijn.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Nog altijd aan het leven en aan alles en iedereen die me dierbaar is, ook al sta ik met één been in de jaren vijftig en met het andere in het graf, in een wereld die niet van mij is maar van mijn kinderen en kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Veel leed waar ik waarschijnlijk geen weet van heb, want onbewust doe je veel kwaad. Waar ik zelf het meest onder lijdt is het leed dat ik mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk berokkend heb nadat ik scheidde van hun moeder, hoe onvermijdelijk die scheiding ook was. We hebben hen een jeugd ontroofd en dat is nooit meer goed te maken, helaas.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn eerste huwelijk.

Wanneer was u het gelukkigst?
Als ik terugkijk: tussen mijn dertigste en mijn vijftigste. Toen mijn kinderen nog klein waren, mijn werk floreerde, mijn tweede huwelijk gelukkig was en het leven in het algemeen goed.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik heb het in een aardig huis in een bos altijd het meest naar mijn zin gehad, maar mijn vrouw gedijt het best in Amsterdam. Een compromis zou dan zijn een huis in een Amsterdams bos, maar ja: vind dat maar eens.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Ik ontmoet dagelijks mensen bij wie ik denk: hopelijk zie ik hem of haar nooit meer terug. Maar als ik dan ‘s avonds naar bed ga, ben ik alweer vergeten wie het waren. Ik heb geen specifieke personen die ik nooit meer terug hoop te zien. Met het klimmen der jaren neemt de rancune af, merk ik.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Kleine en grote ongelukken, ze horen erbij en ze overkomen vroeg of laat iedereen. Ik heb mensen gekend die uitgesproken zondagskinderen waren, voor het geluk geboren, en die op het laatst van hun leven in een poel van ellende terechtkwamen omdat ze ook nog eens het ‘geluk’ hadden stokoud te worden, te oud zelfs, en uiteindelijk na een prachtig leven diep ongelukkig stierven.

Wat is uw devies?
Geen. Ik hou niet zo van tegeltjeswijsheden.

De tentoonstelling ‘Dick Matena. Getekend leven’ is tot en met 27 september 2015 te zien in Museum Meermanno in Den Haag. Meer informatie vindt u hier.

Dick Matena. Foto: Ringel Goslinga

 

De culturele agenda van… Arnold Karskens

In de ZZP-special van HP/De Tijd, die vanaf vandaag in de winkels ligt, geeft oorlogsverslaggever Arnold Karskens zijn culturele smaak prijs. Hieronder vindt u enkele fragmenten uit het interview.

Meer lezen over De culturele agenda van… Arnold Karskens

Één keer jong – een ongepubliceerd gedichtje van Leo Vroman


Uit de doos ‘ongesorteerde correspondentie’: een klein gedichtje van Leo Vroman. Uit 2011. Omdat het de week van de poëzie is. En omdat het bijna een jaar geleden is dat hij is overleden, en dat het bijna honderd jaar geleden is dat hij is geboren. En omdat het nog nooit eerder gepubliceerd is.

Eén keer jong

Beste Nick

Terwijl je dit leest
ben je minder dan 5x jonger dan ik
en toch ben ik maar 1 x jong geweest.
Ach, zo zal alles wel moeten.
Dus warme groeten,

Leo 

Leo Vroman (1915 – 2014).

Leo Vroman handgeschreven gedicht

Schrijver Gustaaf Peek: ‘Dit blijkt wellicht mijn openhartigste interview ever’

Zijn vierde roman Godin, held kwam een maand geleden uit en wordt alom bejubeld. Het Parool gaf het boek vijf sterren, het NRC Handelsblad vier sterren en en passant werd het boek ook nog eens tot boek van de maand verkozen in De Wereld Draait Door.

Reden voor ons om schrijver Gustaaf Peek (1975) te onderwerpen aan een zelfportret – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust. Peek, na afloop van het interview: “Dit blijkt wellicht mijn openhartigste interview ever.”

(Eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.)

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Contemplatief en wat onrustig.

Wie zijn uw helden?
Mijn vrouw, Maria Hermes. Dat is mijn allergrootste held. Ik vind haar heel moedig en heel geweldig en ik vind het ongelooflijk fijn dat ze bestaat.

Aan wie ergert u zich?
Kooplui en dominees.

Lijkt u op uw vader?
Hopelijk steeds minder. Ik denk dat het onvermijdelijk is om op je vader te lijken, maar ik heb hem er hopelijk toch flink uitgekregen. Niet omdat het een overdreven nare man was, maar ik wil veel liever mijn eigen persoon zijn.

Lijkt u op uw moeder?
Dat is eigenlijk een vraag waar ik pas de laatste jaren bewuster over nadenk. Ik ben altijd in een mentaal gevecht geweest met mijn vader, dus hij heeft onevenredig veel aandacht gehad in mijn persoonlijke groei. Natuurlijk zijn er zaken die ik van mijn moeder heb overgenomen. Het zorgzame, het flegmatische af en toe… Maar dat ben ik allemaal nog aan het ontdekken, daar ben ik nog niet helemaal uit. Eigenlijk pas sinds mijn vader is overleden, nu iets meer dan twee jaar geleden, is daar ruimte voor. Pas toen kon ik afstand nemen tot mijn geschiedenis. In zekere zin hadden we op een bepaalde manier jaren geleden al afscheid genomen van elkaar, maar toen-ie overleed was onze geschiedenis samen ook daadwerkelijk afgelopen. En dat gaf mij ruimte om over mezelf na te denken.

Wat zijn uw dagdromen?
Eindeloze dagen van lezen, eten en vrijen. Schrijven komt in mijn gewone dagdromen, die neigen naar hedonisme, niet voor. Een dagdroom zie ik meer als een escapisme – iets heel anders dan de serieuze, stuwende, opwekkende schrijversdromen die ik ook heb.

Wat is uw grootste angst?
Pijn en dood van mijn dierbaren, vooral van mijn vrouw en mijn dochter. Daar moet ik niet aan dénken. Dat is mijn allergrootste angst.

Bidt u weleens?
Nee, nooit.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik geloof ook niet in ‘mystiek’. Iets toeschrijven aan ‘mystiek’ kan sommige mensen misschien helpen om orde te scheppen in de werkelijkheid, die zeer chaotisch en angstaanjagend is, maar wie zich bewust is van die chaos wordt vanzelf al rustiger.

Bent u aantrekkelijk?
Ik ben oké.

Wat is uw definitie van geluk?
Een heerlijk nu.

Waar schaamt u zich voor?
Iets heel plats waar ik me altijd voor schaam is mijn Frans. Ik zou veel beter Frans willen spreken. Ik ben bijna elk jaar wel in Frankrijk te vinden en elk jaar hoor ik mezelf weer schutteren. En elk jaar neem ik me voor om er iets aan te doen, maar dat lukt me maar niet.

Bent u monogaam?
Ja, dat ben ik.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Echt hardop huilen doe ik niet vaak, maar het overkomt me wel met enige regelmaat dat ik tranen in mijn ogen krijg. De laatste keer dat dat gebeurde was deze zomer, toen mijn dochtertje van vier afscheid nam van de crèche. Dat werd ineens best emotioneel. Het was allemaal zo lief. Er werd gezoend en gezwaaid en gezongen… Ja, dat deed me wel wat.

Hoe moedig bent u?
Ik weet pas hoe moedig ik ben als ik word getest. En dat is nog niet voorgekomen. Ik hoop er het beste van, maar ik heb nog geen concreet bewijs van mijn moed.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Onvermijdelijk van mijn ouders, van verschillende docenten, van mijn vrouw, van mijn dochter, van mijn vrienden… Ik ben sowieso iemand die altijd zoveel mogelijk wil leren. Ik probeer altijd met een extra brok kennis weg te komen uit een sociale situatie, of een film, of een boek… Ik zie mijn tijd op aarde dan ook als één lange leergang: wat ik ook doe, op een bepaalde manier ga ik eigenlijk altijd naar school.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Creativiteit.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Empathie.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou wel wat minder ongeduldig willen zijn, wat meer kalmte willen hebben. Kalmte zorgt namelijk voor reflectie, en reflectie zorgt weer voor betere oplossingen. Van ongeduld gaan dingen alleen maar sneller stuk.

Hoe ontspant u zich?
Lezen, samen eten, drinken, kunst, vrijen, reizen.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en dochter.

Gelooft u in God?
Nee.

9789021456829_mi_tb_1Waaraan bent u het meest gehecht?
Weer mijn vrouw en dochter. Zonder hen gaat het leven niet.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Mijn vader dacht waarschijnlijk altijd dat ik hem zat te fucken, terwijl dat helemaal niet zo was. Kijk, mijn vader is altijd erg ongelukkig geweest met wat ik deed, het schrijven. Hij probeerde mij dan ook altijd wijs te maken dat het schrijven niet goed voor me was, dat het hem pijn deed, dat ik hem teleurstelde… Dat was heel vervelend. Maar ik ging door met wat ik deed, en uiteindelijk zijn we als half-vreemden uit elkaar gegaan. Dus mijn vader zal het gevoel hebben gehad dat ik hem enorm veel leed heb berokkend, terwijl ik hem nooit wilde kwetsen. Het is juist andersom: door zijn onfatsoenlijke houding heeft hij mij oneindige malen meer gekwetst dan ik hem.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Toen ik jong was, was ik ervan overtuigd dat ik een knappe ingenieur zou worden. Ik dacht dat ik een zeer technisch begaafd figuur was, maar toen ik in de brugklas kwam bleek wiskunde mij totaal niet te liggen.

Wanneer was u het gelukkigst?
In de winter van 2007, toen mijn vrouw en ik net wat hadden, en we over het bruggetje bij Hotel De l’Europe liepen. Het was koud, we keken uit over de Amstel. Ik tilde haar op en zwierde haar rond. Toen was ik echt heel gelukkig. Op dat moment is de zon echt in mij op gegaan.

Wat is de beste plek om te wonen?
Bij mijn vrouw en dochter, en als ik dan een plaats moet kiezen: Amsterdam. Ik voel me hier belachelijk thuis.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Oude incarnaties van mezelf. Ik moet er niet aan denken om mijn achttienjarige zelf tegen te komen, of mijn vijfentwintigjarige zelf tegen te komen. Niet dat ik de persoon die ik ooit was uit mijn geschiedenis wil snijden, maar die persoon is gewoon klaar. Wat ze goed deden wil ik nu ook nog steeds goed doen, maar wat ze fout deden wil ik achter me laten.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ik denk dat je het grote ongeluk niet kunt vermijden, je kunt alleen hopen dat overmacht je zo laat mogelijk bezoekt.

Wat is uw devies?
Laat zien wie je bent.

Gustaaf Peek. Foto: Maria Hermes.
Gustaaf Peek. Foto: Maria Hermes.

Kamp zonder schaduw

Schrijver Jaap Scholten (Enschede, 1963) schreef een boek over zijn familiegeschiedenis: Horizon City. Collega en vriend Jan Cremer (Enschede, 1940) las het en bleef verbaasd achter: waarom werd het in Enschede beruchte Kamp Scholten – het interneringskamp waarin Cremer als kind drie weken op beestachtige manier gevangen werd gehouden – niet genoemd?

Verschenen in HP/De Tijd nummer 8, 2014. PDF-bestand vindt u hier.

Het Wilmink Theater in Enschede, 16 november 2012. Schrijver Jaap Scholten is uitgenodigd om acte de présence te geven op het Crossing Border Festival – het intussen wereldvermaarde muziek- en literatuurfestival dat in dat jaar voor het eerst ook in Enschede werd gehouden. In afwachting van zijn optreden vleit hij zich neer in de plastic kuipstoel van zijn kleedkamer en kijkt wat om zich heen. Het artiestenvertrek is sober maar degelijk ingericht, zoals het hoort. Er staat een tafel, een stoel en er hangt een enorme, met lampen omlijste spiegel. Onder die spiegel hangt een langgerekte plank waar normaliter make-up op wordt gestald. Maar nu niet. Nu staat er een koffertje op. Een versleten, donkerblauw stewardessenkoffertje.

Scholten hoorde bij binnenkomst al dat er eerder die dag een koffer voor hem was afgegeven. Van wie het afkomstig is of wat er in zit had niemand een idee – ze wisten alleen dat het voor Jaap Scholten was bestemd. Na een minuut of wat fantaseren (Wat zou er in zitten? Geld? Reisspullen? Niets?) kan hij zijn nieuwsgierigheid niet langer onderdrukken. Hij pakt het valies, dat veel zwaarder blijkt dan hij had gedacht, van de plank en legt het op tafel. Als hij zijn duimen zachtjes tegen de twee knipsloten drukt, schiet het deksel al open. De koffer blijkt tot de rand toe gevuld met papieren: foto’s, brieven, enveloppen met rode lakzegels. Voorzichtig spreidt hij de paperassen uit over tafel, schuift zijn stoel naar voren en gaat zitten. Een in slangenleer gebonden fotoalbum is het eerste wat zijn aandacht trekt. Op de voorkant staat in gouden letters: Schloss Goyen – de naam van het kasteel dat zijn overgrootvader bezat in Italië. In documenten herkent hij namen van familieleden, sommige personen op de foto’s herkent hij ook. Het koffertje blijkt boordevol materiaal van en over zijn familie.

De totstandkoming van Horizon City, het boek dat is gebaseerd op de familiearchivalia in deze koffer, is eigenlijk al te mooi om waar te zijn – maar dat geldt zeker ook voor het boek zelf. Want wie heeft er nu twee betovergrootouders die tijdens hun huwelijksreis schipbreuk leden en op een onbewoond eiland aanspoelden? Of een excentrieke oudoom – Chuck Stork genaamd – die in 1913 de eerste importeur van Harley Davidson in Europa werd, een vliegtuigwinkel bezat op Fifth Avenue, vijfmaal trouwde, tweemaal multimiljonair werd maar uiteindelijk zo arm als een kerkrat stierf in de woestijn van Texas? En dan hebben we de aangetrouwde tante Fanny nog, die ooit een paar ‘waardeloze’ doeken van de toen nog onbekende Vincent van Gogh verbrandde in haar achtertuin. Tante Anna, die besloot met haar dokter te trouwen zonder hem daarvan op de hoogte te stellen. En dan vergeten we het verhaal nog van het familiekasteel in het Italiaanse Merano, het kasteel van het slanglederen fotoboek, dat in de oorlog door nazi-architect Albert Speer werd gevorderd om er zijn vakantiehuis van te maken. Het donkerblauwe reiskoffertje blijkt niets minder dan een schatkist aan verhalen.

Het kamp dat niet heeft bestaan
Schrijver Jan Cremer, geboren in dezelfde stad als Jaap Scholten, las de familiekroniek met grote belangstelling. Hij was vooral benieuwd naar de passage over Kamp Scholten, het beruchte interneringskamp waar de Binnenlandse Strijdkrachten (de BS, ‘het naoorlogs verzet’) in de maanden na de oorlog tussen de 1300 en 1500 van landverraad verdachte personen gevangen hield. Het kamp, dat officieel Politieke Gevangenis Scholten heet maar volgens Cremer in de volksmond ‘Kamp Scholten’ wordt genoemd, was gevestigd op het terrein van textielfabrikant J. F. Scholten & Zonen aan de Haaksbergerstraat in Enschede – in het geconfisceerde pand van de grootouders van Jaap. De verwondering was dan ook groot toen bleek dat er in het boek geen enkel woord aan het kamp werd gewijd.

Cremer: “Kamp Scholten wordt al bijna zeventig jaar verzwegen. Het is een kamp dat nooit heeft bestaan. Een kamp zonder schaduw. In geen enkel archief is er ook maar iets over te vinden, behalve een paar ontwijkende regeltjes. De documenten die er waren, zijn kort na de oorlog op raadselachtige wijze verdwenen of letterlijk uit de dossiermappen gescheurd. De gemeente Enschede heeft het bestaan van het kamp zelfs jarenlang ontkend! Pas toen ik er in mijn boek De Hunnen over schreef, kwamen de verhalen los. Ik kreeg veel brieven en telefoontjes van mensen die er, net als ik, gevangen hebben gezeten en me vertelden dat ze het belangrijk vonden dat de waarheid eindelijk eens werd verteld. Dat had Jaap Scholten ook moeten doen, de waarheid vertellen. Of weet hij niets van de geschiedenis van Enschede? Blijkbaar ligt het kamp bij hem nog zo gevoelig, dat deze zwarte bladzijde uit zijn familiegeschiedenis wederom onder het vloerkleed wordt geschoven.” Meer lezen over Kamp zonder schaduw

Cees Nooteboom leest: Proust, Cervantes en Shikubu

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Cees Nooteboom sluit de rubriek af.

Het reizen heeft Cees Nooteboom (1933) altijd al in het bloed gezeten. Al in zijn jeugd trok hij liftend door Europa – in zijn debuutroman Philip en de anderen (1955) schrijft hij over deze omzwervingen. Een jaar later begon hij aan zijn carrière als reisjournalist. Eerst voor Het Parool, toen voor Elsevier en vanaf 1968 voor het tijdschrift Avenue. In 1980 brak Nooteboom pas echt door bij het grote publiek met zijn roman Rituelen. Zijn poëzie, gebundelde reisverhalen en romans werden in meer dan dertig talen vertaald. In 1992 ontving hij de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre, gevolgd door de P.C. Hooftprijs (2004) en de Prijs der Nederlandse Letteren (2009). Meer lezen over Cees Nooteboom leest: Proust, Cervantes en Shikubu

Herman Brusselmans leest: Reve, Salinger en Waterhouse

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Herman Brusselmans. Meer lezen over Herman Brusselmans leest: Reve, Salinger en Waterhouse

J.M.A. Biesheuvel leest: Bromfield, Shaw en Moravia

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: J.M.A. Biesheuvel.

J.M.A. (Maarten) Biesheuvel (1939) studeerde Rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1972 debuteerde hij met In de bovenkooi, achtentwintig verhalen over de zeeman Isaac, welk direct goed werd ontvangen door de literaire critici. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: zijn gereformeerde jeugd, angst en psychiatrische inrichtingen.

In 1985 ontving Biesheuvel de F. Bordewijk-prijs voor Reis door mijn kamer, in 2007 werd zijn gehele oeuvre bekroond met de prestigieuze P.C. Hooftprijs. De schrijver lijdt al enige tijd aan een manische depressie waardoor hij nauwelijks nog publiceert. Biesheuvel woont in Leiden, samen met zijn vrouw Eva Biesheuvel-Gütlich, in een houten huis genaamd ‘Sunny Home.’ Meer lezen over J.M.A. Biesheuvel leest: Bromfield, Shaw en Moravia

Jan Cremer leest: Curzio Malaparte

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Jan Cremer.

Jan Cremer (1940) debuteerde op de kop af vijftig jaar geleden met Ik Jan Cremer. Enkele recensies van destijds:

> “Jan Cremer hoort in een kliniek thuis of in een tuchthuis. Dat een uitgeverij deze smeerlapperij laat zetten, drukken en in de handel brengen, is het erge.” J. van Doorne inTrouw.

> “Jan Cremer is de Douanier Rousseau van de schelmenroman. Zijn boek is een bandeloze ontploffing tussen autobiografie en mythomanie. Ik heb het in één ruk uitgelezen.”  Willem Frederik Hermans in Haagse Post.

> “Ik Jan Cremer is de egoïstische titel van een egoïstisch boek dat op naam staat van de al even egoïstische Jan Cremer.”  R. Boltendal in De Friese Koerier.

U ziet: de meningen over dit boek waren verdeeld. Maar intussen is Ik Jan Cremer wel een van de best verkochte Nederlandse boeken ooit: wereldwijd ging het boek bijna twaalf miljoen keer over de toonbank (of eronderdoor). Jan Cremer is, naast schrijver, ook beeldend kunstenaar met bij leven al een eigen museum. En olijfboer. Maar boven alles: Jan Cremer is Jan Cremer. Een fenomeen. Meer lezen over Jan Cremer leest: Curzio Malaparte

Joost de Vries leest: Waugh, Roth en St Aubyn

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Joost de Vries.

Joost de Vries (1983) is schrijver en journalist. Sinds 2007 is hij kunstredacteur bij De Groene Amsterdammer. De Vries schreef tot dusver twee romans: het veelgeprezen Clausewitz (2010) en De Republiek (2013). Elsbeth Etty noemde zijn debuutroman ‘de nieuwe Ontdekking van de Hemel’ en schreef: ‘Joost de Vries heet de troonopvolger van Harry Mulisch.’ The Post Online  bestempelde hem, tezamen met Thomas Heerma van Voss en Philip Huff, tot een van de nieuwe kroonprinsen van de Nederlandse literatuur. Meer lezen over Joost de Vries leest: Waugh, Roth en St Aubyn