Arthur Japin over Marguerite Yourcenar, Tsjaikovski en The Sound of Music

Met een nieuwe roman (Kolja) en een zelfgemaakte toneelbewerking van zijn boek De man van je leven heeft Arthur Japin de afgelopen maanden bepaald niet stilgezeten. Wat leest, luistert en ziet hij als hij niet aan het schrijven is?

(Interview in het septembernummer van HP/De Tijd, 2017.)

BOEKEN
“Een boek dat van grote invloed is geweest op mijn leven en werk, is Hadrianus’ gedenkschriften van Marguerite Yourcenar. Toen ik begin jaren tachtig samen met Rosita Steenbeek naar Rome ging, in de hoop dat we bij Fellini in een film zouden komen, zei iemand tegen ons: jullie moeten Hadrianius’ gedenkschriften lezen en in Tivoli zijn villa bezoeken. We zouden in de stad allemaal dingen vinden die in het boek voorkomen. Dus ik nam dat boek mee en las het daar. Het was de periode in mijn leven dat ik eigenlijk wel wist dat ik geen acteur wilde worden, maar niet wist wat ik wel moest gaan doen. Uiteindelijk ging ik schrijven, wat tien jaar later resulteerde in De zwarte met het witte hart. Een Franse recensent schreef dat het deed denken aan de boeken van Yourcenar, terwijl ik die link zelf helemaal niet had gelegd. Achteraf bezien doe ik inderdaad wat zij doet in Hadrianus’ gedenkschriften en in haar andere boeken – Het hermetisch zwart bijvoorbeeld, dat misschien nog wel mooier is. Je neemt een persoon uit de geschiedenis en maakt die menselijk. En door die menselijke ogen bezie je een heel tijdsgewricht.”

MUZIEK
“Ik heb voor Kolja veel en goed naar Tsjaikovski geluisterd. Zijn Zesde symfonie (Pathétique), een stuk dat veel afscheid in zich herbergt, speelt in het boek een rol, omdat het een week voor de mysterieuze dood van de componist in première ging.Daar gaat het boek ook over: hoe is hij werkelijk aan zijn eind gekomen? Doordat ik me zo in hem ben gaan verdiepen, ben ik ook anders naar zijn muziek gaan luisteren. Je hoort de wanhoop van niet mogen zijn wie je bent, het altijd op zoek zijn naar verboden passie en de frustratie die zijn homoseksualiteit met zich meebracht. Bij geen enkele componist hoor je die lust en wanhoop zo sterk als bij hem.”

FILM
“Een film die echt invloed op mij had… echt invloed op mijn leven… dat zijn er meerdere. Als ik als kind bijvoorbeeld Cabaret met Liza Minelli niet had gezien of The Sound of Music met Julie Andrews of Funny Girl met Barbra Streisand, dan had ik het niet gered. Dat waren essentiele films om te overleven. In ieder zit een moment waarop de hoofdfiguur totaal aan de grond en in de put zit. Dan begint ergens een viool te spelen en begint hij of zij te zingen: maar dit laat ik niet gebeuren, ik vecht terug om te worden wie ik zijn moet en dat moet de wereld maar accepteren. Zo komen ze uit hun diepe dal naar buiten, dansend, en op straat dansen alle mensen met hen mee. Aan die totaal onwerkelijke gedachte van hoop houden tegen beter weten in – want dat is het – heb ik uiteindelijk meer geloof gehecht dan aan mijn werkelijkheid. Dat is mijn redding geweest.”

Het gehele interview leest u in de papieren HP/De Tijd of op Blendle.

Fotoserie: op bezoek in het atelier van Dick Bruna

In de zomer van 2008 bracht ik met mijn beste vriend en trawant Brian van der Vegt een bezoek aan het atelier van Dick Bruna in de Jeruzalemstraat in Utrecht.

Voor een serie interviews die ik voor een fictieve schoolkrant maakte (als je geen schoolkrant hebt moet je er als nieuwsgierige jongeling maar een verzinnen) stelde ik hem wat vragen. Het interview is tezamen met andere interviews die ik die zomer hield tot mijn grote spijt verloren gegaan. Een gecrashte harde schijf wiste zomaar mijn eerste schreden op het interviewerspad.
Van het bezoek herinner ik mij slechts flarden. Ik weet nog dat zijn atelier veel kleiner was dan ik me had voorgesteld. De ruimte rook naar mijn basisschool. (Dat zal de plakkaatverf zijn geweest. Of beeldde ik het me in en riepen de afbeeldingen van nijntje die geurherinnering op?) Overal stonden kwasten en potloden. In verschillende lades bewaarde hij tekeningen. Naast een boekenkast met daarin vele honderden nijntjeboeken – soms in talen waarvan ik nog nooit had gehoord – stond een kast waarin hij de fanmail die hij vanuit de hele wereld ontving trots had uitgestald. Zijn ogen glunderden toen hij vertelde dat hij dagelijks tientallen brieven en kaartjes van kinderen ontving.
Van het interview zelf herinner ik mij ook nog slechts een peer antwoorden. Hij vertelde onder meer dat hij, hoewel hij toen al tachtig jaar oud was, zeven dagen per week op zijn atelier was, vaak minimaal acht uur per dag. Zijn grootste angst was dat hij niet meer kon tekenen. De lijnen begonnen al iets meer te bibberen dan voorheen. Soms hield hij een kwast met twee handen vast om toch een strakke lijn te trekken. Het moeilijkst om te tekenen vond hij de ogen van nijn – dat kwam allemaal heel precies. Hij vertelde dat hij hoopte dat hij nog lang geestelijk en lichamelijk in goede gezondheid zou verkeren en nog minimaal tien jaar dagelijks naar zijn atelier kon fietsen. Als ik een keer tijd heb zal ik proberen om wat van mijn oude aantekeningen uit te werken en een langer verhaal te schrijven.

Ter gelegenheid van de negentigste geboortedag van Dick Bruna (1927 – 2017) zet ik een selectie van de fotoserie online. Het atelier aan de Jeruzalemstraat is inmiddels ontmanteld en een op een gereconstrueerd in het nijntje museum in Utrecht. Zijn fiets staat er voorgoed op slot.

Foto’s: © Nick Muller, 2008.

 

De 21 beste boeken die u nooit heeft gelezen

Wat is het beste boek uit het Nederlands taalgebied dat niemand heeft gelezen? HP/De Tijd vraagt, net als vorig jaar, ruim twintig lieden uit het boekenvak naar het boek waarvan zij vinden dat het onterecht weinig is gelezen of in de vergetelheid is geraakt.

(Voor de website van HP/De Tijd, juni 2017.)

Meer lezen over De 21 beste boeken die u nooit heeft gelezen

Peter van Straaten (1935 – 2016) over ‘Ik weet niet waar ik sterven zal’ van Multatuli

Tekenaar Peter van Straaten (1935 – 2016) over het gedicht ‘Ik weet niet waar ik sterven zal’ van Multatuli. Uit de bundel: Gedichten die mannen aan het huilen maken, 2015. Meer lezen over Peter van Straaten (1935 – 2016) over ‘Ik weet niet waar ik sterven zal’ van Multatuli

Bart Van Loo over Simenon, Charles Aznavour en Emile Claus


De culturele agenda van schrijver en conferencier Bart Van Loo. Gepubliceerd in HP/De Tijd, 4 november 2015.

BOEKEN

“Ik lees altijd en overal. Zelfs op het toilet. Dichtbundels zijn perfect om bij een doorsnee toiletbezoek door te bladeren. Zit ik wat langer, dan pak ik de brieven van Gustave Flaubert erbij. Meerdere bundelingen van zijn brieven zijn in het Nederlands verschenen, maar de mooiste blijft Haat is een deugd. Meer lezen over Bart Van Loo over Simenon, Charles Aznavour en Emile Claus

H.J.A. Hofland over het gedicht ‘Om één jaar jong te zijn’ van J.A. Dèr Mouw

Ik was een jaar of twintig toen ik de gedichten van Johan Andreas dèr Mouw voor het eerst las. Het was aan boord van het troepenschip de Kota Inten, ik was als soldaat op weg naar Indonesië. Meer lezen over H.J.A. Hofland over het gedicht ‘Om één jaar jong te zijn’ van J.A. Dèr Mouw

De 20 beste boeken die u nooit heeft gelezen

Wat is ’s lands beste boek dat niemand heeft gelezen? HP/De Tijd vraagt, geïnspireerd door de website GQ, twintig literatoren naar het boek waarvan zij vinden dat het onterecht in de vergetelheid is geraakt.  Meer lezen over De 20 beste boeken die u nooit heeft gelezen

Herman Brusselmans: ‘Ilja Leonard Pfeijffer is een pretentieuze eikel’

Acht columns per week, twee boeken per jaar: Herman Brusselmans (1957) is een veelschrijver. Op 17 mei verschijnt zijn zeventigste boek: Zeik en het lijk op de dijk. Heeft hij tussen het schrijven door nog wel tijd om te lezen, muziek te luisteren en films te kijken?  Meer lezen over Herman Brusselmans: ‘Ilja Leonard Pfeijffer is een pretentieuze eikel’

Stefan Hertmans: ‘Godsdienstoorlogen zijn de grootste stommiteit van de mensheid’

Toen hij van het CPNB de vraag kreeg om het Poëziegeschenk 2016 te schrijven, voelde hij zich tot de orde geroepen om eindelijk weer eens te gaan dichten.

Want Stefan Hertmans (Gent, 1951) was de laatste jaren vooral schrijver. Natuurlijk – hij had al een omvangrijk oeuvre literaire en essayistische teksten op zijn naam staan en werd daarvoor door velen geroemd, maar het verschijnen van zijn roman Oorlog en terpentijn(2013) veranderde veel. Het boek werd een regelrechte bestseller en werd overladen met literaire prijzen, waaronder de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuurprijs.

Dat boek maakte ook dat hij aan poëzie niet meer toekwam. Meer dan dertig jaar was poëzie ‘een constante ondertoon in mijn leven’, maar de succesroman verstoorde dat. “Ik merkte dat de stroom opdrogde, dacht dat de poëzie mij had verlaten omdat ik het te druk had”, zei hij daarover in een interview met Cultureel Persbureau. Vijf jaar na zijn laatste dichtbundel verschijnt deze week zijn nieuwe bundel, het Poëziegeschenk: Neem en lees.

Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust. 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Ik ben heel rustig en tevreden met wat ik doe.

Wie zijn uw helden?
Ik houd niet van het begrip helden. Iemand een held noemen is hem buiten de gemeenschap plaatsen, hem op een voetstuk zetten. Iemand die een kind uit een brandend huis redt is geen held maar een mens die op dat moment zijn verantwoordelijkheid herkent. Als je die persoon een held noemt lijkt het of hij over bijzondere kwaliteiten beschikt die u en ik niet hebben, maar dat is niet waar. Ook wij kunnen een zometeen naar buiten lopen en iemand uit de ijskoude gracht redden.

Aan wie ergert u zich?
Ik erger me aan een boel mensen. Aan arrogantie, aan mensen die op sociale media voortdurend verzuurd hun cynische kritiek spuien en aan het gebrek aan verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld in het verkeer. Daar zie je de mens op zijn slechtst.

Lijkt u op uw vader?
Fysiek zie ik zelf weinig gelijkenissen, maar buitenstaanders zeggen weleens dat ik veel weg heb van mijn vader. Ik denk dat we dezelfde lichaamshouding hebben. En we proberen allebei onder alle omstandigheden onszelf te blijven. Een heel belangrijke eigenschap vind ik dit. Ik ben van de generatie – begin jaren zeventig gaan studeren – die een zogenaamde vadermoord wilde plegen. En dat heb ik ook gedaan, maar mijn vader heeft dat altijd aanvaard en heeft daar altijd met begrip op gereageerd. Nu ik ouder ben en zelf een zoon heb, heb ik dat meer leren bewonderen.

Lijkt u op uw moeder?
Ik leek tot mijn dertigste, vijfendertigste levensjaar fysiek heel erg op mijn moeder.

Wat zijn uw dagdromen?
Mijn dagdromen gaan bijna altijd over mijn huis in een klein dorpje in het zuiden van Frankrijk, waar ik veel meer tijd door zou willen brengen dan nu het geval is.

Wat is uw grootste angst?
Verdrinken. Het is voor mij een gruwelijk idee om te bedenken hoe groot de ruimte water is waarin je kunt verdrinken. Een keer ben ik bijna verdronken, toen ik met een jetski op Lake Powell in Arizona voer en in een hagelstorm terechtkwam.

Bidt u weleens?
Nee, niet meer. En dat is heel lastig als je gelovig bent opgevoed. Ik geloof dat het de Franse filosoof Georges Bataille was die zei: ‘Waar God zat zit nu een gat.’ En dat is waar: wanneer je gelovig bent opgevoed maar op een gegeven moment van je geloof valt, blijf je ergens een gemis voelen. En soms, als je heel bang of bezorgd bent, heb je de neiging om te bidden. Maar dat heeft geen zin. Je moet gewoon proberen rustig te blijven, want er is niemand die voor je kan zorgen. Bidden is voor veel mensen een soort EHBO-kistje. Zelden zullen mensen het bidden gebruiken om te danken voor wat goed is gegaan. Nee, ze vragen: help mij dat het goed zal gaan. Dat soort misbruik van het gebed, door het alleen te doen wanneer je iets nodig hebt, is voor mij de reden geweest om dat bidden heel snel af te leren.

Bent u aantrekkelijk?
Dat moet u aan de mensen vragen die mij kennen. Ik probeer mijzelf wel altijd bijzonder goed te verzorgen. Ik houd niet van onfrisse mensen. Een goede verzorging is de eerste voorwaarde voor aantrekkelijkheid. Iemand die je heel aantrekkelijk vindt maar plots uit zijn bek stinkt is niet meer aantrekkelijk. En daarbij: hij of zij toont geen zelfrespect. Ook dat is niet bepaald aantrekkelijk.

Wat is uw definitie van geluk?
In evenwicht zijn, zowel mentaal als lichamelijk. Geluk is voor mij nu ik ouder word niet meer het extatische, maar het rustig worden. Volledig in harmonie zijn met jezelf. Veel mensen denken dat geluk is wat je doet, maar geluk is juist hoe je iets doet.

Waar schaamt u zich voor?
Ik heb heel ongerichte onzekerheden over kleine details die anderen niet zien, maar waardoor ik mezelf soms afschuwelijk vind. Ik noem dat zelf: my own narcistic hell. Ik heb het bijvoorbeeld moeilijk op vernissages waar veel mensen zijn. Je moet dan met veel mensen een praatje maken, je hopt van het ene gesprek naar het andere, en hebt niet genoeg tijd en concentratie om een goed gesprek te voeren. Ik heb dan het gevoel dat ik tekortschiet tegenover mijn gesprekspartners. Het is belachelijk, het is kinderachtig, maar daar schaam ik me voor. Schaamte is egoïsme. Het is de achterkant van narcisme.

Bent u monogaam?
Ik ben van nature denk ik niet echt monogaam, maar ik ben heerlijk getrouwd met een bijzondere vrouw en ik ben haar trouw.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Eergisteren bij het zien van de film La Vie d’Adèle, over een meisje van achttien dat verliefd wordt op een rijpere vrouw en haar ook weer verliest. Ik huilde geen tranen met tuiten, maar ik voelde wel dat ik helemaal volschoot en toch even in mijn ogen moest vegen.

Hoe moedig bent u?
Moed is iets dat getest moet worden. Maar ik denk wel dat ik altijd probeer op te komen voor dat wat ik mezelf als doel heb gesteld. En dat is een eerste vereiste van moed. Ik ben heel lang leraar geweest, heb studenten gehad die om een uur ’s nachts bij mij thuis op de wc een spuit in hun arm zetten en die dan drie uur lang wakker gehouden moesten worden omdat ze niet mochten wegzinken. In zo’n heftige situatie moet je op de weg proberen te blijven. Recht voor je uit kijken en denken: dit moet ik nu doen. Je verantwoordelijkheid nemen. Pas achteraf kunnen mensen dan zeggen: dat was moedig van hem. Maar daar sta je op dat moment niet bij stil.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van een leraar literatuur, die een wonder was wat betreft lesgeven. Iedereen werd betoverd door de manier waarop hij kon spreken. Hij ging van Monteverdi naar Baudelaire naar Bertolucci en gaf voor de vuist weg twee uur lang de meest fantastische colleges. Toen ik een jonge leraar was dacht ik: dit wil ik ook ooit zo kunnen. Ik wil zoveel rijkdom opdoen dat ik die met dezelfde bevlogenheid door kan geven aan mijn studenten. Van die man heb ik een vorm van generositeit geleerd.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Intelligentie. En dat zij iets mannelijks heeft waardoor zij haar vrouwelijkheid kan relativeren.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Hetzelfde, maar dan andersom.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Het is niet dat ik zo bijzonder tevreden ben met mezelf, maar ik vind dat je jezelf moet accepteren zoals je bent. Het enige dat ik misschien zou willen is opnieuw twintig jaar jonger zijn. Dat zou ik wel fijn vinden.

Hoe ontspant u zich?
Door te lezen, door muziek te luisteren of door te koken.

Van wie houdt u het meest?
De manier waarop ik van mijn vrouw houd is de manier waarop ik van haar het meeste houd, de manier waarop ik van mijn twee kinderen houd is de manier waarop ik van hen het meeste houd en de manier waarop ik van mijn vader houd is de manier waarop ik van hem het meeste houd.

Gelooft u in God?
Niet meer. Het is voor mij inmiddels onmogelijk om, met wat we inmiddels uit de wetenschap weten, me voor te stellen dat iemand aan het begin daarvan zou hebben gestaan. Dat is voor mij een interpretatie die tegen de feiten ingaat. Niemand kan ook bewijzen of er een opperwezen is of niet. Mensen maken elkaar al duizenden jaren dood om iets wat ze nooit kunnen bewijzen. Dat is de grootste stommiteit van de mensheid. Wel geloof ik dat de mens kan opgaan in iets groters – in een gemeenschapsgevoel, in ontroering, in schoonheid – maar daar heb ik geen God voor nodig.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Ik ben heel erg gehecht aan kleine voorwerpen die ik al heel lang heb en altijd bij me steek: een zakmes dat ik dertig jaar geleden heb gekocht, een opschrijfboekje, een pen. Het geeft me een soort rust. Waar ter wereld ik ook ben heb ik het gevoel dat ik alles bij me heb.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Liefdesverdriet. Er kunnen momenten zijn dat je plots iemand in je herinnering weer voor je ziet en dat je denkt: God, wat ben ik hard geweest voor die persoon. Pas wanneer je zelf in zo’n situatie zit weet je wat je die persoon hebt aangedaan.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Dat ik geen muzikant ben geworden. Ik heb wel muziek gemaakt maar ik had niet voldoende talent om door te gaan in de muziek, terwijl ik een broer heb die een fantastisch muzikant is.

Wanneer was u het gelukkigst?
Op het moment dat de meeste mensen hun midlifecrisis beleven, zo tussen hun negenendertigste en vijfenveertigste, was ik misschien wel het gelukkigst. Maar ik ben in principe nog steeds gelukkig. Je wordt alleen wat melancholischer als je ouder wordt: de jaren op je bankrekening smelten weg. Je hebt meer achter je dan voor je liggen. De eindigheid van dingen komt opeens ook heel dichtbij. Het euforische geluk dat je in het midden van je leven hebt, wanneer je het idee hebt dat er nog een eindeloos leven voor je ligt, is weg. Ik ben ook veel angstiger dan vroeger. Ik vind het niet meer vanzelfsprekend dat de dingen goed gaan. Ik ben als de dood dat er iets gebeurt met mijn zoon, mijn dochter, mijn kleindochter, mijn vader. Om helemaal onbezorgd gelukkig te zijn moet je naïef zijn, en dat ben ik niet meer.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik woon op een ontzettend fijne plek, een beetje buitenaf, net onder Brussel.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Ik heb onlangs de trieste moed moeten hebben om iemand die ik bijzonder graag zag als vriend uit mijn leven te schrappen. Keer op keer werd ik door hem verraden en gekwetst. Toen ik besloot dat de maat vol was heb ik hem opgebeld, hem vijf minuten verrot gescholden en zonder zijn antwoord af te wachten de hoorn op de haak gegooid. Ik zit daar vreselijk mee, maar het is zuiver op de graat. Het was de enige manier om hem kenbaar te maken dat hij mij pijn deed.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk kun je niet vermijden, hoe goed je ook uit je doppen kijkt. Het zal je altijd van achteren aanvallen.

Wat is uw devies?
Heb niet teveel deviezen, pas je aan de situatie aan.

Het Poëziegeschenk ‘Neem en lees’ van Stefan Hertmans wordt tijdens de Poëzieweek (28 januari tot en met 3 februari 2016) door boekwinkels aan klanten cadeau gedaan bij aankoop van € 12,50 of meer aan poëziebundels.

Hertmans-De-Liefde-©Marc-Brester-1

De culturele agenda van… Bart Van Loo

Bart Van Loo (1973) is een Vlaamse schrijver en conferencier, bekend als connaisseur van Franse chansons en literatuur in De Wereld Draait Door. Wat consumeert hij verder op cultureel gebied?

Meer lezen over De culturele agenda van… Bart Van Loo