Juliette Gréco (88) neemt afscheid: ‘Geen adieu, maar merci’

Deze week neemt ‘la grande dame’ van het Franse chanson, Juliette Gréco, afscheid van het publiek. Ze vindt dat ze, uit beleefdheid naar haar fans, afscheid moeten nemen van het optreden. ‘Ik wil niet aftakelen op het podium.’ Dit weekeinde treedt Gréco nog tweemaal op in Nederland: zaterdag op De Nacht van de Poëzie in Utrecht, zondag in theater Carré in Amsterdam.

Juliette Gréco (1927) is een icoon van het Franse chanson. In 1949 werd ze ontdekt door Jean-Paul Sartre, die de toen 21-jarige Gréco ontmoette in een van de vele etablissementen in de Parijse wijk Saint-Germain-des-Prés. Hij zei: “Gréco heeft miljoenen in haar keel zitten: miljoenen gedichten die nog niet geschreven zijn, en waar men er enkele van zal schrijven.”
Op uitnodiging van Sartre toog Gréco, zonder ooit een noot gezongen te hebben, naar het huis van de wereldberoemde filosoof. Daar werd ze overladen met poëzie. Ze grasduinde wat door de bundels, koos wat gedichten uit die haar raakten, en liet ze door componist Joseph Kosma op muziek zetten. Enkele dagen na deze toevallige ontmoeting beleefde Gréco haar premère als chansonnière. Sartre zei: “Het Franse lied heeft een muze nodig.” En die muze had hij gevonden.

Bijna zeventig jaar staat ze op het podium – nog altijd uitgedost met zwart haar, zwart oogpotlood en zwarte jurk. Gréco heeft in die jaren een glansrijke carrière opgebouwd. Ze scoorde hits met Les Feuilles Mortes, Sous Le Ciel De Paris en Déshabillez-moi, deelde als actrice het witte doek met Ava Gardner, Peter O’Toole en Orson Welles en gaf de toen nog onbekende zangers Leo Ferré, Serge Gainsbourg en Jacques Brel een flinke duw in de rug door hun chansons te vertolken – en overleefde ze allemaal.

HP/De Tijd sprak de vedette aan de vooravond van haar afscheidsconcerten in Nederland.

U zegt: ‘Ik vind het vreselijk om afscheid te nemen van mijn publiek.’ Waarom gaat zo’n vitale vrouw als u dan niet nog even door?
“Ik stop met optreden voor het geval ik binnenkort naar boven vertrek. Ik ben achtentachtig jaar oud en weet niet hoe lang ik nog heb. Met deze tournee wil ik mijn fans nog een laatste keer bedanken, voordat het misschien te laat is. Ik zeg dan ook geen ‘adieu’ maar ‘merci’.”

U gaat niet, net als uw collega Charles Aznavour, de komende jaren een hele reeks van afscheidstournees geven?
Lachend: “Nee, dat ben ik niet van plan. Dit is echt mijn laatste tournee. Al is het einde van dit tournee nog niet in zicht: ik weet nog niet precies wanneer ik mijn laatste optreden ga geven. Dus het zou zomaar kunnen dat dit tournee nog heel lang gaat duren…”

Wat gaat u doen zodra u officieel bent gepensioneerd?
“Ik heb nog niets gepland. Ik hoop dat ik de tijd krijg om nog een album op te nemen. Stoppen met zingen doe ik in ieder geval niet – ik ga alleen niet meer op een podium staan.”

Uw meest bekende chanson is het erotisch getinte ‘Déshabillez-moi’, vrij vertaald: ‘Kleed me uit’. Voelt het niet raar om dat op uw leeftijd te zingen?
“Gelukkig heb ik een groot gevoel voor humor, anders had ik dat lied nu niet meer durven zingen. Maar het is zo’n mooi lied dat ik zo vaak heb gezongen, dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om het niet meer te zingen.”

Welke van uw chansons is u eigenlijk het meest dierbaar?
“Dat is altijd het laatste lied. Elke nieuwe chanson is als een kind voor me: ik zet het op de wereld en geef het een duw in de goede richting zodat het, als ik er niet meer ben, voor zichzelf kan zorgen. Toevallig heb ik deze week een nieuw nummer opgenomen: Merci, met een tekst van Miossec en muziek van mijn man en vaste begeleider Gérard Jouannest. Dus dat is momenteel mijn meest dierbare chanson.”

Aanstaande zondag treedt u voor het laatst op in Amsterdam. Weemoedig?
“Natuurlijk. Als ik aan Amsterdam denk, denk ik natuurlijk aan dat prachtige nummer van Jacques Brel. En aan de aardige mensen die er wonen, en al die fietsen… Als ik mensen door Amsterdam zie fietsen lijkt het wel of ze vleugels hebben.”

Wat vindt u van de nieuwe generatie francofone muzikanten, van Stromae bijvoorbeeld?
“Stromae vind ik formidable! Alles aan hem is goed. Zijn muziek en videoclips zijn zeer verrassend en tot in detail uitgewerkt. Daarnaast vind ik hem een heel interessante persoonlijkheid.”

Heeft het chanson eigenlijk nog wel toekomst?
“Jawel. We leven alleen in een andere tijd, met een andere generatie die een andere taal spreekt dan wij, pak ‘m beet zestig jaar geleden spraken. Maar neem mensen als Abd Al Malik of Miossec. Zij staan in de traditie van de dichters die de bekende chansons hebben geschreven.”

Tot slot: hoe wilt u herinnerd worden?
“Dat kan me eigenlijk geen donder schelen. Als ik dood ben kan ik het beeld dat mensen van mij hebben toch niet veranderen. Dus iedereen moet mij zich maar herinneren zoals hij of zij wil.”

Juliette Gréco treedt op zaterdag 19 september op tijdens De Nacht van de Poëzie in Utrecht. Op zondag 20 september geeft ze een allerlaatste concert in theater Carré in Amsterdam. Er zijn nog kaarten.

Joost Zwagerman (1963 – 2015) over zijn literaire helden

Schrijver Joost Zwagerman (1963 – 2015) had vele literaire helden. Op uitnodiging van HP/De Tijd gaf hij ons in 2013 een klein college literatuur: wat zijn de drie beste romans ooit geschreven, wie is de beste schrijver ter wereld en welke tien boeken moet elke jonge schrijver hebben gelezen?

Meer lezen over Joost Zwagerman (1963 – 2015) over zijn literaire helden

‘Linkse graaier’ Joost Zwagerman met de dood bedreigd

Schrijver Joost Zwagerman wordt met de dood bedreigd naar aanleiding van een artikel dat over hem verscheen op de website van studentenblad Propria Cures.

In het artikel wordt gesuggereerd dat de schrijver vorig jaar ten onrechte 60.000 euro aan subsidie van het Letterenfonds heeft gekregen. Het studentenblad stelt dat dit geld bedoeld is voor jonge schrijvers die het geld écht nodig hebben, en niet voor gevestigde namen als Zwagerman. Ook wordt gesuggereerd dat de vriendin van de schrijver, die werkzaam is bij het Letterenfonds, ervoor gezorgd heeft dat het geld op de bankrekening van haar levensgezel werd gestort.

‘Complete onzin’ noemde Joost Zwagerman het artikel desgevraagd op deze plek. Ja, hij heeft inderdaad een werkbeurs aangevraagd en ontvangen, en ja dat bedrag is – verdeeld over twee jaar – in totaal 60.000 euro. Maar ‘dat doe je alleen als je niet van de pen kan leven, en dat was dat jaar in mijn geval zo’. De insinuatie dat zijn vriendin de subsidie zou hebben geregeld noemt hij ‘schandalig’. “Het artikel is dus niet alleen niet waar, het issmaad en laster,” voegde hij daaraan toe.

Doodsbedreiging
In een e-mail vertelt de schrijver: “Ik heb de eerste doodsbedreigingen al binnen via telefoon en sms. So much for hysterical Holland. In mijn leven kreeg ik alleen na het presenteren van Zomergasten met Ayaan Hirsi Ali en na de daaropvolgende moord op Theo van Gogh eerder doodsbedreigingen. Agressie op straat, telefoontjes, en alleen omdat ik die bewuste uitzending presenteerde. En nu dus weer.”

Verder: “Daarom zeg ik: ik reageer nooit op stukjes als die op de website van Propria Cures, maar nu moest ik wel. Dit stuk is zo beyond anything en lasterlijk dat ik wel kon vermoeden dat er een volkswoede over me heen zou komen. Om volkomen verzinsels.” Voor het Letterenfonds reden genoeg om een officieel persbericht uit te vaardigen waarin het bewuste broddelstukje wordt weerlegd.

Joost Zwagerman laat weten verder niets te willen melden over de aard van de bedreigingen en dat wat hem betreft de zaak klaar is.

Lees ook:
Zwagerman met dood bedreigd (De Telegraaf)
Joost Zwagerman ontvangt doodsbedreigingen na stuk over subsidie (NRC Handelsblad)
Joost Zwagerman ontvangt doodsbedreigingen (het Parool)
Joost Zwagerman met de dood bedreigd (AT5)
Joost Zwagerman met de dood bedreigd (Spits)

Zelfportret Pieter Steinz: ‘Ik ben bang voor pijn, niet voor de dood’

Pieter Steinz (1963) werkte meer dan twintig jaar als redacteur en literair recensent bij NRC Handelsblad en was sinds 2012 directeur van het Nederlands Letterenfonds, maar trok zich terug toen in 2013 de agressieve spierziekte ALS bij hem werd geconstateerd.

Van zijn hand verschenen onder meer de veelgeprezen bestsellers Dracula heeft echt geleefd, Made in Europe, en (met zijn dochter Jet) Steinz – gids voor de wereldliteratuur. Zijn laatste boek is het vorige week verschenen Lezen met ALS – Literatuur als levensbehoefte, waarin hij het verloop van zijn ziekte verbindt met boeken die hij (her)las.

Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Berustend maar opgewekt.

Wie zijn uw helden?
Paul McCartney om zijn virtuoze composities, Monty Python om hun absurdistische meesterwerken, René Goscinny om zijn humoristische scenario’s, George Orwell om zijn combinatie van maatschappijkritiek en literaire verbeeldingskracht en Woody Allen om zijn films vol kippenvel en tranen. En Mandela en Gandhi natuurlijk.

Aan wie ergert u zich?
Hufters en stomkoppen.

Lijkt u op uw vader?
Alleen in mijn liefde voor literatuur en reisgidsen.

Lijkt u op uw moeder?
Weinig, maar ik lijk wel veel op haar vader, mijn opa. Van hem heb ik een calvinistische inborst en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Uiterlijk ben ik de afgelopen twee jaar ook steeds meer op hem gaan lijken.

Wat zijn uw dagdromen?
Dezelfde als die van andere ALS-patiënten: slapen zonder masker, praten zonder iPad, eten zonder sonde, wandelen zonder rolstoel, seks zonder beperkingen.

Wat is uw grootste angst?
Dat er iets ergs met mijn vrouw en kinderen gebeurt.

Bidt u weleens?
Nooit. Ik ben belijdend atheïst.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Niets dat niet aan het toeval kan worden geweten.

Bent u aantrekkelijk?
Een stuk minder dan een paar jaar geleden, qua uiterlijk dan.

Wat is uw definitie van geluk?
Een staat van tevredenheid met wat je hebt en wat je kunt.

Waar schaamt u zich voor?
Voor de aftakeling van mijn lichaam.

Bent u monogaam?
Sinds 1984.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Een paar maanden geleden, bij het zien van Woody Allens Midnight in Paris.

Hoe moedig bent u?
Ik ben bang voor pijn, niet voor de dood. Maar ik zou mezelf geen held durven noemen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vrouw, Claartje.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Schoonheid, trouw, eerlijkheid, daadkracht, intelligentie, gevoel voor stijl en humor.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Trouw, eerlijkheid, eruditie, gevoel voor humor.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Geen ALS meer.

9200000040491590Hoe ontspant u zich?
Als ik te moe ben voor een boek lees ik een Asterix, een Lucky Luke of zelfs een oude Suske en Wiske. Ben ik te moe voor een goede film, kijk ik naar Ik vertrek, Bed & Breakfast, Rail Away of een ander pretentieloos programma.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en mijn kinderen

Gelooft u in God?
Nee, maar ik geloof wel dat er niets is.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan de vijftig fotoboeken waarin ik mijn verleden heb vastgelegd.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Op school heb ik wel eens iemand gepest, als journalist heb ik mensen in verlegenheid gebracht, als literair criticus heb ik vernietigende recensies geschreven, als chef heb ik medewerkers de wacht aangezegd.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb met moeite en na vijf examens mijn rijbewijs gehaald, daarna zonder plezier en enig talent een jaar of tien gereden, en uiteindelijk geen stuur meer aangeraakt.

Wanneer was u het gelukkigst?
Tussen mijn veertigste en mijn vijftigste, met opgroeiende kinderen, mooie banen en geweldige reizen.

Wat is de beste plek om te wonen?
Bij de bossen en aan zee. Met Haarlem kom je een heel eind, zeker als je een tuin hebt.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Hufters en stomkoppen.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Dat kan niet. Je kunt er het best mee leren leven.

Wat is uw devies?
Grace under pressure.

_MG_0011

Een borst als ballon – en meer surrealistische beelden van Lizette Schaap

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Lizette Schaap uit Alkmaar.

Lizette Schaap (Alkmaar, 1987) is fotograaf en ingenieur. In 2012 behaalde ze de Bachelor of Build Environment aan Hogeschool InHolland in Alkmaar. In december van dit jaar hoopt ze af te studeren aan de Fotoacademie Amsterdam.

Over haar werk
“In deze samenleving krijg ik het gevoel dat ik voor mijn dertigste al veel bereikt moet hebben, dat ik elke dag moet rennen en altijd moet denken aan de toekomst. Mijn project3P’s, waarvan u hieronder een weerslag ziet, heeft als doel om te gaan met de haast die de samenleving je opdringt en je bewust in het nu laten leven. Mijn ontevredenheid over de huidige samenleving is de drijfveer waaruit dit project voortkomt. Ik voel me niet op mijn gemak bij de snelheid waarmee wij leven en het consumptiegedrag dat daarbij hoort, en waarmee we – vooral op plaatsen waar niet op deze manier geconsumeerd wordt – schade aanrichten.”

“Met het duurzaamheidsprincipe 3P’s (People, Planet en Profit)  kwam ik in aanraking tijdens mijn opleiding Bouwkunde. Deze drie P’s zouden met elkaar in balans moeten zijn. Is dat niet het geval, dan lijden de andere elementen daaronder. Wordt er bijvoorbeeld bij het bouwen van een appartementencomplex alleen aan de winst gedacht, dan lijdt het milieu daaronder en zeer waarschijnlijk ook het comfort van de mensen die er moeten gaan leven. In mijn fotoproject gaat de aandacht naar People en Planet. Het element Profit is hierin de balans verstorende factor. Binnen dit project maak ik meerdere series waarin ik me in verschillende thema’s verdiep, waaronder de relatie tussen afval en dode vogels,slowing down en luisteren naar je lichaam.”

“Ik combineer graag objecten die in het echt niet samen voorkomen, waardoor surrealistische beelden ontstaan. Ik ben altijd op zoek naar beelden die een beetje mystiek blijven en de boodschap niet direct blootleggen, maar wel vragen oproepen die beantwoord kunnen worden door context, interpretatie en ‘nog eens kijken’. Door het werken aan dit project ben ik zelf bewuster gaan leven. Dat doel heb ik in ieder geval bereikt. Hopelijk kan ik ook een beetje bewustzijn creëren bij de mensen die mijn werk zien: dat de toeschouwer bijvoorbeeld even stilstaat bij de gevolgen van klimaatverandering. Hoe meer je blootgesteld wordt aan beelden en verhalen over dit thema, hoe meer het in je bewustzijn nestelt. Voor mij is er een groot verschil tussen ‘iets weten’ en je ‘ergens bewust van zijn’. Iedereen weet dat de aarde opwarmt, maar lang niet iedereen staat daar zo af en toe bij stil en denkt na over de gevolgen en over wat hij zelf kan doen. Aan dat ‘af en toe’ hoop ik bij te dragen met mijn werk.”

Meer werk van Lizette Schaap vindt u hier.

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Lizette Schaap 3P's 961 px 72 ppi

Minister Ard van der Steur over De Asielzoeker, De Kast & Hendrick Goltzius

In de HP/De Tijd van deze maand geeft Ard van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie, zijn culturele smaak prijs.

Over De Asielzoeker van Arnon Grunberg:
“Wie naar mijn smaak de beste schrijver is van Nederland? Arnon Grunberg. Zijn mooiste boek, en dat is misschien kwetsbaar om te zeggen omdat mijn departement verantwoordelijk is voor het vluchtelingenbeleid, vind ik De Asielzoeker. Het boek gaat over een volkomen onwerkelijke situatie waarin een man zich tot de gang laat verbannen, letterlijk onder de kapstok slaapt, omdat zijn vrouw een asielzoeker in huis – en bed! – heeft genomen. De manier waarop hij dat vertelt, en de manier waarop hij de sympathie die je voelt voor de hoofdpersonen in het boek gaandeweg laat veranderen, vind ik magistraal.”

Over De Kast:
“Als ik muziek luister, is dat meestal klassieke muziek. Dat begint ’s morgens al met de wekkerradio: die staat op Radio4. De radio in de keuken ook. En ’s avonds, als ik dan na een lange dag werken thuis kom, zet ik graag een cd op. Mijn laatst gekochte cd is het album 7 Layers van Dotan. Ik zag hem op de uitreiking van de Edison Awards, en dacht: die jongen is fantastisch, daar wil ik meer van weten. Ik luister dus niet alleen klassieke muziek, maar ook best veel naar popmuziek. Het album van Kovacs moet ik nog kopen. Dat meisje heeft een indrukwekkende stem. En waar ik vroeger heel erg fan van was, en nog steeds wel: De Kast. Zij zongen deels in het Fries, deels in het Nederlands en hebben waanzinnig mooie nummers gemaakt. In nije dei vind ik nog steeds een van de mooiste nummers die ik ken.”

Over Hendrick Goltzius
“Ik ben kleurenblind, dus ik ervaar kunst anders dan de meeste mensen. Hoe anders weet ik niet, want ik weet niet wat andere mensen zien en zij weten niet wat ik zie, maar het is daardoor denk ik dat abstracte kunst niet noodzakelijkerwijs mijn meest preferente aandachtsgebied is. Ik hou van realistische kunst, en dan met name de olieverfschilderijen van de oude meesters uit de Gouden Eeuw. Zelf verzamel ik die kunst niet omdat ik dat niet kan betalen, dus als u bij mij thuis kijkt ziet u vooral zestiende-, zeventiende- en achttiende-eeuwse grafiek en negentiende-eeuwse schilderkunst. Hendrick Goltzius is mijn favoriete kunstenaar. Dat komt voor een deel door mijn vader, die verzamelaar was van de portretprenten van Goltzius. Na zijn dood heb ik de verzameling van hem overgenomen. Niet veel mensen zullen weten wie Hendrick Goltzius is, maar naar mijn smaak is hij – na Rembrandt van Rijn – de beste kunstenaar die Nederland ooit heeft gehad.”

Het gehele interview van Nick Muller met Ard van der Steur leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

Zelfportret Frank Lammers: “Ik erger me aan een groot deel van de Nederlandse bevolking”

Frank Lammers (Mierlo, 1972) is acteur. Hij speelt de hoofdrol  in J. Kessels, de verfilming van de gelijknamige roman van P.F. Thomése en de openingsfilm van het Nederlands Film Festival in Utrecht, en maakt later dit jaar zijn regiedebuut met de speelfilm Of ik gek ben.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Eh, nouja, mwah. Ik heb me weleens beter gevoeld. M’n moeder is ziek, heb ik net gehoord. Dus dat vind ik niet zo leuk.

(NB: niet lang na dit interview is de moeder van Frank Lammers overleden.)

Wie zijn uw helden?
Romario, omdat hij een briljant voetballer is. Ghandi, omdat hij moreel superieur is. En Martin Luther King. Die had lef.

Aan wie ergert u zich?
Aan een groot deel van de mensheid, vrees ik. Een zeer naar percentage. Zeker nu ik zie hoe er door de regering en een groot deel van de bevolking zo hardvochtig wordt omgegaan met de vluchtelingenproblematiek.

Bent u aantrekkelijk?
Ik ben een filmster, hallo.

Wat is uw grootste angst?
Dat mijn moeder doodgaat. En dat m’n kinderen iets overkomt.

Gelooft u in God?
Nee, maar als hij wel bestaat, dan bij dezen: excuses.

Bidt u weleens?
Ik geloof niet in God, maar als ik mijn dochter in bed leg doe ik met haar altijd een klein gebedje wat ik van mijn moeder heb geleerd: ‘Dank u lieve heertje, dank u lieve vrouwtje, dank u engeltje zoet, die mij vannacht bewaren moet, voor water en vuur in het kranken uur, nu tot in de dood, iedereen wordt groot, en nu ga je lekker bedje slapen.’

Hoe ontspant u zich?
Ik kijk graag sport, ik kaart graag en slapen vind ik ook heel lekker. De eerste twee weken van een vakantie slaap ik altijd. De hele dag.

Frank Lammers. Foto: Corbino
Frank Lammers. Foto: Corbino

Het hele Zelfportret met Frank Lammers leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

Fotoserie: adoptiekind Simone Hoang herinnert zich haar eerste levensjaren

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Simone Hoang uit Amsterdam.

Simone Hoang (IJsselstein, 1982) studeert in december af aan de Fotoacademie Amsterdam.

Over haar werk
“De fotoserie Ký ức//Memento, waarvan u hieronder een selectie ziet, is een nog steeds lopend onderzoek naar herinneringen. De eerste acht jaar van mijn leven heb ik bij mijn biologische moeder gewoond, die Vietnamees is. Ik ben daarna geadopteerd door Nederlandse ouders. Van die eerste acht jaar kan ik me bijna niets meer herinneren. Dit gegeven neem ik als uitgangspunt om mijn herinneringen, zover ik die heb aan die tijd, als universeel thema te behandelen.”
“Mijn onderzoek uit zich in verschillende projecten. Zo werd ik begin dit jaar opgemerkt door drukkerij Lenoirschuring in Amstelveen, die mij tot mijn grote verrassing besloten te gaan sponsoren. Het resultaat is een in offset gedrukt boek, in een oplage van honderd exemplaren, dat nu in de collectie van het Stedelijk Museum, Huis Marseille, het Nederlands Fotomuseum, PhotoQ, Foam Editions en Liefhertje en De Grote Witte Reus is opgenomen.”
“Het boek is tweeledig; het is namelijk ook mijn portfolio. Voor mij is een portfolio niet zozeer dat je laat zien wat je kan, maar vooral wie je bent als fotograaf. ‘Ký ức’ is Vietnamees voor herinnering, of eigenlijk het ontbreken ervan. Deze titel dekt voor mij de lading. Niet alleen inhoudelijk, maar ook vanwege zijn abstracte typografische uitstraling. De meeste mensen waar ik mijn werk aan laat zien spreken geen Vietnamees en voor hen blijft de titel, zonder uitleg, ontastbaar. Dat suggestieve komt altijd terug in mijn werk. Ik houd van details die verwijzen naar mijn werkwijze, maar die niet in eerste instantie alles onthullen. Zo heeft het boek een rode omslag van lee filter, die verwijst naar de verpakking van Vietnamese kokosnootsnoepjes die ik als kind at. En heeft het boek, vanwege offset druk, een nostalgische geur.”
“Mijn manier van werken is onderzoekend, waarbij het proces even belangrijk is als het resultaat. In sommige gevallen misschien wel belangrijker. Ik werk het liefst met een midden- en groot formaat camera, omdat het me verrast, me dwingt om me volledig te concentreren en me rust geeft.”

Meer werk van Simone Hoang vindt u hier.

Simone-Hoang_961px_1

 

Simone-Hoang_961px_2

 

Simone-Hoang_961px_3

 

Simone-Hoang_961px_4

 

Simone-Hoang_961px_5

 

Simone-Hoang_961px_6

 

Simone-Hoang_961px_7

 

Simone-Hoang_961px_8

 

Simone-Hoang_961px_9

 

Simone-Hoang_961px_10