Pierre Bokma: ‘Het toneel is aan het verdwijnen’

Pierre Bokma (63) staat in de theaters met De Verleiders – #niksteverbergen. Wat leest, luistert en ziet ’s lands meest gevierde acteur zoal?

(Uit: HP/De Tijd, februari 2019. Lees het gehele interview hier.)

THEATER
“Ik heb op mijn zestiende een aantal voorstellingen gezien waarvan ik dacht: dat kan ik beter. Ik zag in die tijd een stuk van Luigi Pirandello met Bob de Lange, Glazen speelgoed met Josée Ruiter en Cyrano de Bergerac met Ko van Dijk, Jeroen Krabbé en Guus Hermus. Ko van Dijk was een en al schmieren – daar geloofde je gewoon niets van. Dat vond ik een aanfluiting. Hermus was een openbaring. Bij bijna alle acteurs, en niet zelden ook bij mij, zie je de inspanning om het echt te laten lijken. Dan is het eigenlijk al niet goed. Hermus was anders. Als hij een emotie toonde, dan was het waar. Er zijn nu ook jonge talenten aan het werk die de hemel willen bestormen, maar omdat ik zo weinig heb gezien, kan ik alleen maar gissen wie dat zijn. En dat vind ik een beetje suf. Dan begeef ik me op minder dan één nacht ijs. Ik vind het wel jammer dat de toneelscholen de handen niet wat meer ineenslaan, zodat ze bij elkaar kunnen gaan kijken en elkaar scherp kunnen houden. Ik denk weleens dat dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou komen.
“Iedereen met een leuke babbel gaat tegenwoordig voor een zaal staan. Je wordt er helemaal gek van. Lubach mag van mij best de theaters in, maar ik vind hem vermoedelijk op televisie honderd keer beter. Die mensen nemen ook de zuurstof weg voor de toneelcultuur. Het nieuwe theater gaat altijd over de waan van de dag, terwijl er in het verleden toch wel mensen zijn geweest die zich bekwaamd hadden in het schrijven van toneelstukken waar je het een en ander van kunt opsteken. Het toneel is aan het verdwijnen. Natuurlijk, de Stadsschouwburg in Amsterdam zit vaak vol, maar dat is slechts één gezelschap en die spelen dan ook nog eens in huis. Maar als je het land in gaat, zie je dat de zalen nauwelijks vol zitten. Toneel zal op een gegeven moment een niche worden. Toneelacteurs worden mensen die zich ook nog in een heleboel andere dingen hebben bekwaamd. Ze willen voor de gelegenheid heus nog weleens opdraven voor iets geks als een toneelstukje, maar het zal met een zekere bijsmaak worden gedaan. Wat ik zonde vind, maar het is niet anders.”

FILM
“Don’t Look Now van Nicolas Roeg heeft een enorme invloed op mij gehad. Door beeldvorming, door verhaalvertelling, door de verweving van het mystieke en het werkelijke. De openingsscène zal ik nooit vergeten. De film gaat over een mediamiek echtpaar, gespeeld door Donald Sutherland en Julie Christie. De man is restaurateur en werkt veel in Venetië. Hij woont met zijn gezin op een landgoed in Engeland. Op een dag zit hij thuis dia’s te bekijken. Zijn dochter, die vanwege het druilerige weer een rood jasje aan heeft, speelt in de tuin. Op een van die dia’s ziet hij opeens een rood figuurtje in een kerkbank zitten. Hij weet niet wat het is. Dan stoot hij een glas rode wijn om, waardoor de wijn over de dia stroomt en het rode figuurtje langzaam uitloopt. Als hij dat ziet, rent hij zonder na te denken naar buiten en springt in de vijver, waar hij zijn dochtertje levenloos uit het water haalt. Ik kan er wel meer over vertellen, maar je moet hem gewoon zien, ook omdat er de mooiste vrijscène ooit gefilmd in voorkomt. De films van Stanley Kubrick zijn ook bijna allemaal goed. Barry Lyndon is niet alleen goed door de brutaliteit van het verhaal en het prachtige spel, maar ook vanwege het onwaarschijnlijke licht in de eerste scène. Alleen maar kaarslicht. Kubrick heeft daar een aparte cameralens voor moeten laten maken. A Clockwork Orange is ook zo’n onwaarschijnlijk mooie film van hem. Van 2001: A Space Odyssey vind ik het begin vooral heel goed. Daarna vallen mij te veel inconsequenties op.
“Hoe het staat met Siegfried? (Bokma gaat de hoofdrol spelen in Frans Weisz’ verfilming van deze roman van Harry Mulisch – red.) Daar zijn we mee bezig, maar het hangt nog op financiering en beschikbaarheid. Beschikbaarheid kan ik begrijpen, maar de financiering vind ik altijd een probleem. Ik zou weleens willen weten wie de mensen zijn die bij die fondsen over de subsidies gaan. Ik zou weleens een gesprek met hen willen hebben om erachter te komen hoe ze daar terechtgekomen zijn en wat hun expertise is. Dat geldt ook voor de mensen die bij omroepen over dit soort zaken gaan. Dat zijn, heb ik de sterke indruk, veelal mensen die via allerlei onduidelijke wegen en niet gehinderd door specifieke kennis op dit gebied zijn doorgestroomd en van wie er maar erg weinig weten wat ze daar doen. Ik vind het onbestaanbaar dat die mensen, ondemocratisch gekozen, zo veel macht hebben. Vroeger was er een zekere mate van coulance. Er waren een aantal hoofdproducenten die de dienst uitmaakten, maar dat waren mensen uit het metier zelf, die hadden min of meer de goedkeuring van hun vakgenoten. Maar die zijn allemaal weggesaneerd door het achterlijke Halbe Zijlstra-beleid. Ik was helemaal niet tegen een herziening en een opschoning van dat beleid, maar wat hij heeft gedaan, ligt in het verlengde van zijn leugens.”

Maarten van Rossem: ‘Vincent van Gogh kon niet schilderen’

Op 22 november viert historicus en schrijver Maarten van Rossem zijn 75ste verjaardag groots in Tivolivredenburg, Utrecht. Wat leest, kijkt en luistert hij zoal in zijn vrije tijd?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Ik werd aan het begin van deze eeuw door de universiteit gevraagd om een leesclub te beginnen en dat heb ik toen gedaan. Sindsdien lezen we met een man of tien elke maand een klassieker uit de wereldliteratuur. Fictie geeft vaak zo’n schitterend beeld van het verleden, veel beter dan historici kunnen beschrijven, want in fictie kun je de waarheid liegen. Het laatste boek dat we hebben gelezen is Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec. Een fantastisch boek. Het gaat over een groot appartementengebouw in Parijs en alle mensen die daar gewoond hebben sinds het werd gebouwd. Soms bestaat het uit spannende miniromans binnen de roman, maar het bestaat ook voor een groot gedeelte uit opsommingen. Dan beschrijft hij zes bladzijden lang allerhande huis-, tuin- en keukenapparatuur zonder dat het vervelend wordt. Over het boek dat we de maand daarvoor lazen, was ik minder te spreken. Ik vond De schoonheid van de nacht van Gabriele d’Annunzio een enorm kloteboek van een onbeschrijfelijke ijdeltuit – al was de rest wel wat milder over het boek en de schrijver. Deze maand lezen we Stilte van Shusaku Endo, maar daar ben ik net in begonnen, dus daar kan ik nog niets over zeggen.”

(…)

“Ik heb thuis een plankje met kinderlectuur. Als de r in de maand is, dan begin ik die boeken uit mijn jeugd weer te herlezen. Jules Verne, Nils Holgersson, Winnie-the- Pooh – allemaal boeken die ik praktisch uit mijn hoofd ken, maar dat is ook het fijne. Ik kan het op een willekeurige bladzijde openslaan en beginnen met lezen. Ik ben ook dol op The Lord of the Rings. Een fascistoide kaboutersprookje. Het is altijd fijn om tegen literatuurliefhebbers te zeggen dat je dat prachtboeken vindt. Ik heb destijds getwijfeld of ik de films moest gaan bekijken, omdat je altijd een beetje teleurgesteld bent als je beeld ziet van een boek waar je zelf al beeld bij hebt gemaakt. Ik heb uiteindelijk alleen de eerste film gezien en ben toen afgehaakt. Ik was teleurgesteld. Neem alleen al die molentjes in The Shire. Dan heb je een budget van driehonderd miljoen en dan zet je zulke prutmolentjes neer.”

MUZIEK
“Ik ben vrij huilerig ingesteld. Ik hoef maar een film te zien waarin een padvinder een klein hondje uit een vijver redt en ik ben al weg. Er zijn ook films die ik geweldig vind zonder dat ik er een traan bij laat. Dr. Strangelove bijvoorbeeld, alhoewel die afsluit met We’ll Meet Again van Vera Lynn. Dat nummer moet ik nu ook niet opzetten, want dan gaat het ook fout. Dat is een altijd werkende tearjerker. Het lijkt me wel geinig om dit nummer op mijn begrafenis te draaien. Iedereen verwacht dan natuurlijk een sentimenteel klassiek stuk, maar dan zet ik de boel op het verkeerde been door heel ordinair We’ll Meet Again te draaien. Een prima laatste grap. Bij muziek is het echt verschrikkelijk: er zijn veel dingen die ik niet ga beluisteren waar andere mensen bij zijn. Het middenstuk van het Eerste pianoconcert van Chopin, om maar eens wat te noemen. Ik zat laatst in de auto toen het werd gedraaid op Radio 4. Ik was nog net op tijd, ik kon hem nog net op een andere zender zetten, anders was ik behuild op mijn lezing aangekomen. Niet zo lang geleden schreef een meneer in The New York Times, en dat is gevaarlijk om te vertellen want ik raak altijd licht ontroerd als ik het vertel, dat hij altijd moet huilen als hij Help Me, Rhonda van The Beach Boys luistert. Ik vond het typisch, want het is niet hun beste nummer, maar ik wilde het toch ook eens proberen. En verdomd – binnen een paar tellen was ik weg.”

BEELDENDE KUNST
“Het modernisme is even erg als een orthodoxe kerk. Barnett Newman, de vervaardiger van het fameuze kloteschilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue, zei eens: als je mijn kunst mooi vindt, dan kun je nooit fascist worden. Waardoor ik al denk: die man is er zelf misschien wel een. Of neem bijvoorbeeld die pisbak van Marcel Duchamp. Ik geloof dat er nu zes pisbakken zijn waarvan ze beweren dat het de echte is, maar het is juist de bedoeling van de kunstenaar dat dat er niets toe doet! De mensen die daarover discussiëren hebben er werkelijk niets van begrepen. Daarbij is abstracte kunst een vergissing. Een onvermijdelijke vergissing, maar wel een vergissing. Joseph Beuys met zijn brokken vet en vilt. Allemaal pretentieuze lulkoek. Je moet er even doorheen als je het Hamburger Bahnhof in Berlijn bezoekt, wat overigens een ontzettend amusant museum is, maar de eindzaal maakt alles goed. Daar staat het loden vliegtuig van Anselm Kiefer. En dat is, hoe gek het ook klinkt, een ontroerend ding. Het kan dus wel!

(…)

“Ik was laatst alleen in het Van Gogh Museum, omdat ik voor RTV Utrecht een kleine documentaire maakte over de vriendschap tussen Vincent van Gogh en Anthon van Rappard. Ik was daar in het bijzonder voor het schilderij De aardappeleters. Iedereen die er enig verstand van heeft kan zien dat dit een ontzettend klunzig schilderij is. Het valt in het niet bij de meesterwerken die hij een paar jaar later maakte, zoals Het nachtcafé en De sterrennacht. Van Gogh was apetrots op De aardappeleters, maar toen hij het aan Van Rappard liet zien, een academisch geschoolde schilder, werd het door hem vernietigend besproken. Werkelijk niets deugde. Van Gogh werd razend en het betekende het einde van hun vriendschap. Van Gogh was natuurlijk een amateur, iemand die niet kon schilderen. Het wonderlijke is alleen dat hij wel het ene meesterwerk na het andere maakte. Misschien is hij enigszins te vergelijken met Edward Hopper. Die kon ook niet schilderen, anatomisch klopt er vaak geen reet van, maar hij schilderde wel wonderlijke iconische voorstellingen. Neem alleen al Nighthawks en Room in New York. Als je die schilderijen een keer hebt gezien, dan vergeet je ze nooit meer.”

Het gehele interview is hier te lezen op Blendle.

Michiel van Erp over Jeroen Brouwers, Rufus Wainwright en Niemand in de stad

Regisseur Michiel van Erp (54) maakt met Niemand in de stad (de openingsfilm van het Nederlands Film Festival – vanaf 4 oktober in de bioscoop) zijn speelfilmdebuut. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

Verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Op dit moment herlees ik het oeuvre van Jeroen Brouwers, omdat mijn theaterbewerking van zijn roman Het hout op 4 november in première gaat bij Toneelgroep Amsterdam. Ik heb het grootste deel van zijn werk vroeger al wel gelezen, maar het leek me toch verstandig om me er opnieuw in te verdiepen om te zien of ik iets van een rode draad kan ontdekken. Mijn theorie is nu dat de schrijver zichzelf als hoofdpersoon opvoert in zijn boeken. Het zijn namelijk altijd mensen die in een moeras zitten en daaruit proberen te komen – en met heel veel ongemak lukt dat dan. De hoofdpersoon in Het hout heeft dat, maar in Bezonken rood en Geheime kamers is dat ook het geval. Al die personages hebben dat met hem gemeen.”

MUZIEK
“Rufus Wainwright volg ik vanaf het begin. Het grappige is dat ik heel gefascineerd was door waar hij over zong en de wereld die hij met zich meenam, maar toen heb ik hem bij toeval een paar keer ontmoet en ben ik heel erg op hem afgeknapt. Op een gegeven moment had hij een soloconcert in Carré. Het werd een verschrikkelijk concert. Hij wist zijn tekst niet, hij raffelde de nummers af en liet in niets merken dat hij zijn best deed voor zijn publiek. Op een gegeven moment klonk er boe-geroep vanuit de zaal. Toen dacht ik: wat ben je eigenlijk een klootzak. Al deze mensen hebben veel geld betaald voor een kaartje en het interesseert je geen fluit. Na afloop zouden we nog wat met hem gaan drinken met een groepje, maar eigenlijk had ik daar helemaal geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch gegaan. Ik dacht: ik moet toch tegen hem zeggen dat het heel erg slecht was, dus dat heb ik toen heel subtiel gedaan. Dat werd me volgens mij niet in dank afgenomen. Misschien is het ook wel helemaal niet goed om je idolen te ontmoeten. Eigenlijk kunnen ze alleen maar tegenvallen in het echt.”

FILM
“Nu ik voor het eerst een speelfilm heb gemaakt, merk ik pas hoe lastig het is om hem in de bioscoop te krijgen. In de bioscoopwereld is weinig gevoel voor avontuur. Nu heb ik niets tegen romantische komedies, zoals die in ons land veel worden gemaakt, maar ik vind het wel jammer dat bioscopen daarop gefocust zijn. Mijn film is geen romantische komedie, maar speelt zich af in de studentenwereld. Het is heel realistisch en daardoor heel herkenbaar. Studenten zouden deze film moeten zien, maar om in de bioscopen te komen waar die jongeren naartoe gaan, dat blijft een moeilijke exercitie. Ik hoop dat veel mensen de film gaan zien en erdoor geraakt worden. Of ja, al is het er maar één op wie de film een onuitwisbare indruk maakt, dan ben ik al tevreden. Dat is waar ik mijn kick uit haal. Ik zit echt niet te hunkeren naar een prijs op een filmfestival in Polen.”

Het gehele interview leest u hier op Blendle.

 

Olcay Gulsen: ‘Van types als Sylvana Simons gaan mijn haren rechtovereind staan’

In haar boek SuperOlcay doet Olcay Gulsen (38) uit de doeken hoe je met lef van niets naar de top komt. Ze kan het weten, als de vrouw die eigenhandig een mode-imperium uit de grond stampte. 20 vragen aan ‘de ultieme girlboss van Nederland.’

Uit Playboy, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

 

In je boek Superolcay vertel je over de grootste valkuil van mensen die van niets komen en opeens succes krijgen: overshinen. Hoe zag dat er bij jou uit?

Ik was al op jonge leeftijd redelijk snel succesvol en wilde dat heel erg laten zien aan iedereen. Ik vond mezelf wel wat. Ik kocht mooie klokken, dure auto’s, het was echt te cheesy voor woorden. Op een gegeven moment vierde ik zelfs mijn dertigste verjaardag op een afgehuurd jacht aan de Zuid-Franse kust met zogenaamd mijn beste vrienden, maar dat waren natuurlijk niet mijn vrienden. Als ik daar op terugkijk, vind ik dat echt een irritante houding van mezelf. Het is ook een beetje een dommige manier om indruk te maken. Zo’n feest op zo’n jacht heeft niets te maken met geluk of gezelligheid. Als ik nu op de bank zit met een paar echte vrienden dan is het pas écht gezellig. Daar hoef je geen dure champagne voor te drinken.

We lazen dat je in een huurhuis woont van €4.500 per maand. Waarom koop jij geen huis?

Omdat ik mijn hele leven al heel graag direct wil kunnen verhuizen. Dat is meer een psychisch dingetje. Ik heb een soort bindingsangst, met mensen en met plekken.

Wat is het duurste kledingstuk dat je bezit?

Ik denk dat het meeste geld in mijn tassencollectie is gaan zitten. Ik had er ontzettend veel, waar ik belachelijk veel geld aan had uitgegeven, maar toen er twee jaar geleden bij mij is ingebroken hebben ze alles meegenomen. Dat was echt heel zuur. Toen moest ik opnieuw beginnen. Ik nam me voor om er niet meer zoveel te kopen. Ik heb er nu een stuk of twintig, nog steeds veel te veel natuurlijk, die variëren tussen de €1.200 en €9.000.

6. Bij jou lijkt alles altijd zo vlekkeloos te verlopen. Gaat er ook weleens iets mis?
Natuurlijk. Ik heb een periode heel slecht in mijn vel gezeten. Tussen 2014 en 2016 had ik denk ik een burn-out, al zou ik dat nooit tegenover mezelf toe willen geven. Ik was helemaal klaar met de mode-industrie en de televisiewereld en heb toen echt twee jaar in de luwte geleefd. Och man, ik had het zo zwaar. Ik had mijn hele leven al mijn emoties uitgeschakeld. Ik had nooit gehuild, ik had me nooit kwetsbaar opgesteld, en toen gleed ik me toch uit en werd het twee jaar lang een groot jankfestijn. Ik voelde me zo slecht. Ik dacht ook echt dat ik er nooit uit zou komen. Achteraf gezien had ik hulp moeten zoeken, maar daar was ik toch te trots voor. Ik dacht dat ik het wel zelf kon en daarom heeft het ook zo lang geduurd.

In die periode was ik ook nog eens de gevierde vrouw. Dat matchte natuurlijk totaal niet met hoe ik me voelde. Ik dacht op een gegeven moment: ik boek gewoon een enkele reis naar een ver land en ik kom nooit meer terug. Al die ellende heeft me ook wel iets geleerd. Ik was altijd een schoft voor mensen die een burn-out hadden. Ik vond altijd dat ze zich niet zo aan moesten stellen. Ik kan natuurlijk nog steeds wel bedrijfseconomisch denken, ik bedoel: als jij een burn-out hebt en je contract loopt af, dan ga ik dat natuurlijk niet verlengen, maar ik ben niet meer de kille werkgever die ik ben geweest. Ik begrijp nu wat zoiets met je kan doen.

11 Je omschreef je vader in een oud interview eens als ‘een schizofreen, verslaafd aan heroïne en alcohol en gewelddadig tegen zijn hele gezin’. In het dankwoord van je nieuwe boek bedank je hem voor ‘zijn kleurrijke geest’. Wat is er de afgelopen jaren veranderd in jullie verhouding?

Ik ben ouder geworden. Dat is het denk ik. Ik was natuurlijk echt een rebel, ik schopte tegen alles en iedereen aan en daarbij het hardst tegen mezelf. Die drang heb ik nu minder. Ik zie nu heel goed in dat hij slachtoffer is van zijn ziekte en dat hij mijn jeugd niet bewust tot een hel heeft willen maken. Ik vind hem heel zielig en ik hou van hem – heel tegenstrijdig. Ik spreek hem nu een of twee keer per week en dat vind ik prettig.

12 Je moeder was ook niet de makkelijkste ouder, toch? Ze zegt onomwonden dat ze je eigenlijk had willen laten aborteren.

Ik weet niet meer hoe ze dat vertelde. Volgens mij heeft ze van kleins af aan al tegen mij gezegd dat ze liever had gewild dat ik doodgeboren was. Ik heb daar alleen nooit mee gezeten.

13 Heeft die moeilijke gezinssituatie jouw gedachten over het zelf stichten van een gezin beïnvloed?

Ik heb daar heel lang moeite mee gehad, maar meer door de ziekte van mijn vader. Schizofrenie is namelijk best wel een sterk genetisch bepaalde ziekte in onze familie. Mijn vader heeft het, zijn moeder had het, haar moeder had het ook… Ik dacht: misschien ben ik dan de lucky one die het niet krijgt, maar wat als mijn kind het wel krijgt? Omdat ik door mijn vader weet hoe erg het is om die ziekte te hebben. Nu sta ik daar anders in. Als ik de keuze had, dan zou ik wel een gezin willen stichten. Ook de angst dat ik daardoor misschien niet meer zoveel kan werken is nu weg. Ik was altijd zo gefixeerd op het zakelijk succes, maar nu denk ik: misschien is het krijgen van een kind wel het mooiste wat je kan overkomen.

14 Wat is op dit moment het grootste verdriet in je leven?

Mijn vader. Nog steeds. Als ik ergens wakker van word of ik heb een knoop in mijn maag, dan is dat altijd om die reden. Erg vind ik dat van mezelf. Ik kan er namelijk toch niets aan veranderen. Ik denk altijd wel dat ik alles kan veranderen, ik ben een supermens, dus ik kan toch ook wel mijn vader beter maken? Maar dat kan ik dus niet. En dan hoop ik altijd dat hij doodgaat. Dan heeft hij geen stemmen meer in zijn hoofd, hoeft hij geen drugs meer te scoren en is hij verlost van alle ellende. En dan voel ik me daar weer schuldig over.

15 Wat is het grootste misverstand dat over jou bestaat?

Dat ik arrogant ben. Ik ben zelfverzekerd, maar dat wordt vaak verward met arrogantie.

18 Je schrijft in je boek dat je een hekel hebt aan jonge allochtonen die blijven hangen in hun slachtofferrol. Wat bedoel je daar precies mee?

Nou ja, dat ze de buitenlandkaart spelen. Zo van: ‘Ja, ik word gediscrimineerd en daarom word ik niet aangenomen.’ Man, hou toch op. Je leeft in een land waarin alles kan en mag. Je kunt hier met veel inzet en hard werken iets bereiken, ook als je bent geboren in het verkeerde milieu. Ik ben wat dat betreft hartstikke trots op Nederland. Nederland staat voor mij gelijk aan vrijheid, maar die vrijheid wordt een beetje ingeperkt. We verdwalen ook echt in discussies.

Je mag niets meer zeggen, maar daar tegenover staan juist weer mensen die heel veel mogen zeggen en die daar ook gretig gebruik van maken. Van types als Sylvana Simons en die mannen van DENK gaan mijn haren recht overeind staan. Dat zijn zulke moemakers. Ik vind het walgelijk hoe ze een slachtofferrol op zich nemen met als enige doel om aandacht te krijgen. En die aandacht krijgen ze ook nog eens. Het is een soort vicieuze cirkel. Gelukkig zijn er ook nog steeds mensen die intelligente dingen zeggen, zoals golden boy Jesse Klaver, op wie ik vorig jaar ook gestemd heb. Dat is iemand in wie ik me politiek gezien wel kan vinden. Ook van vrouwen die zeggen dat ze minder kansen hebben dan mannen kan ik moedeloos worden. Vrouwen die er echt voor gaan, hebben ook veel kansen. Ik huiver dan ook altijd een beetje bij het woord feminist. Ik zou mezelf niet zo snel zo noemen – al ben ik het wel. Bij feministen denk ik toch altijd aan van die losgeslagen vrouwen met korte haren en tuinbroeken. Ik ben wat dat betreft meer een ‘vrouwelijke’ feminist.

19 Over de ontstaansgeschiedenis van Supertrash is altijd wat onduidelijkheid geweest. Quote plaatst bijvoorbeeld vraagtekens bij het feit dat het merk in Los Angeles zou zijn opgericht door een zekere Ava Riley en door jou zou zijn opgekocht. Zij stellen dat je het merk zelf hebt opgericht en dit verhaal alleen hebt verzonnen om het wat beter in de markt te zetten. Klopt dat?

Die verwarring is toch alleen maar leuk? Alles is een verhaal. En als er geen verhaal is dan moet je maar een verhaal maken. Ik heb veel gebluft, ik heb een beetje gelogen, ik heb interessant gedaan, ik heb mezelf beter voorgedaan dan ik was – het hoort er allemaal bij. En ik zou het morgen weer doen. Dat is onderdeel van de strategie. Je moet je best doen om een beetje op te vallen.

20 Waar hoop jij over tien jaar te staan?

Dan zit ik niet meer in de mode-industrie. Ik vind het een te gekke industrie, ik heb veel meegemaakt, veel geleerd, ik heb alles daarin wel bereikt, maar ik zou me ook wel weer eens op iets nieuws willen storten in een wereld waarin ik de regels nog niet ken. In Amerika noemen ze dat the third act of life. Het lijkt me heel leuk om misschien iets in de media te gaan doen, of de stoute schoenen aan te trekken en iets aan ontwikkelingshulp te gaan doen. Ik weet het nog niet. Ik ben alleen te jong om de rest van mijn leven te doen wat ik nu doe, maar eigenlijk ook te oud om met iets heel nieuws te beginnen – al wil ik dat wel heel graag.

De versiertrucs van Victor Mids

Illusionist Victor Mids (30) haalt vanaf 17 maart weer de meest bizarre trucs uit in een nieuw seizoen van Mindf*ck en staat binnenkort in AFAS met een liveshow. Playboy vroeg hem naar trucs die we zelf kunnen toepassen.

Uit Playboy, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

Wat is je meest geslaagde truc van dit vierde seizoen van Mindf*ck?
Ik heb een heel groot experiment bedacht rondom subliminal messaging, het onbewust doorgeven van een boodschap in bijvoorbeeld een film. Ik heb filmkenner René Mioch in Tuschinski iets laten zien. Ik kan nog niet zeggen wat, alleen dat er meer tijd en werk en geld in is gestoken dan we ooit hebben gedaan. Mensen vragen mij weleens of het niet moeilijk is om elke keer weer nieuwe trucs te bedenken. Vergelijk het met het maken van een film: er verschijnen elke dag nieuwe films, terwijl je toch zou zeggen dat er maar een beperkt aantal verhaallijnen is te verzinnen. Zo werkt het ook bij illusies: het idee blijft vaak hetzelfde, maar in de manier waarop je dat idee presenteert kun je natuurlijk eindeloos variëren.

We hoorden dat je ook iets hebt uitgespookt met Rico Verhoeven?

Dat klopt. Met hem heb ik echt iets levensgevaarlijks gedaan – althans, voor mij dan. Ik kan verder nog niet veel over het experiment vertellen, behalve dat ik een soort roulette met hem heb gespeeld in een boksring. Het is oprecht het spannendste wat ik in mijn carrière tot nu toe gedaan heb. En wat ook heel tof is geworden is ons droomexperiment met Chantal Janzen. Ik ga haar op nationale televisie op magische wijze in slaap brengen.

Mislukt er eigenlijk weleens een truc?

Het gaat weleens niet zoals ik het had gewild, maar dat is vaak wel op een manier die ik later kan opvangen. Je kunt het vergelijken met een muzikant die een liedje op een gitaar speelt: soms speelt hij een verkeerd akkoord, maar dat betekent niet dat dan meteen het hele liedje is verpest. Heel soms gaat het zo erg mis dat ik het niet meer ongemerkt kan opvangen. In dit seizoen ga ik de straat op om al mind readend bij mensen hun bucketlist te achterhalen. Bij een man lukt me dat totaal niet. Ik had echt de indruk dat hij van vissen hield, maar hij haat vissen. Daarna ging ik het pad van het koken op, maar ook daar had hij niets mee. Op een gegeven moment maak ik er een lolletje van en ga ik allemaal dingen tegen hem roepen. Het lukte me in dit geval niet om zijn gedachten te doorgronden, maar ook dat zenden we gewoon uit.

In een interview zei je dat je vrij onzeker bent als je een mooie vrouw tegenkomt. Enerzijds ontfutsel je binnen no time het wachtwoord van een toevallige passant, maar anderzijds vind je het lastig om een vrouw om haar telefoonnummer te vragen. Hoe zit dat?

Ik denk dat iedere man zich onzeker kan voelen als hij een schone tegenkomt.

Heb jij voor jezelf – als iemand die de gedachtes van miljoenen mensen kan beïnvloeden – een manier gevonden om in zo’n geval je eigen gedachten te manipuleren?

Daar zijn heel veel trucs voor. Je tegen die onzekerheid verzetten is bijvoorbeeld het allerergste wat je kunt doen. Dan wordt het alleen maar erger. Als ik bijvoorbeeld voor een mooie vrouw sta en ik voel dat ik begin te stotteren, dan kan ik denken: ik begin te stotteren, dit hoort niet, ik moet hiermee ophouden. Daarmee verdwijnt die gedachte niet uit mijn hoofd. De kunst is dat je het stotteren opmerkt zonder daarover een oordeel te vellen: kijk mij hier nu stotteren tegenover haar. Als je dat doet, als je het stotteren gewoon erkent in plaats van het te ontkennen, merk je dat het meteen al een stuk minder wordt.

Heb je die kennis ook toegepast toen je je vriendin voor het eerst tegenkwam?

Lachend: Ja, ik heb haar wel geprobeerd te versieren met de kennis die ik in huis heb.

Wat is de beste truc om een vrouw te versieren?

Daar is natuurlijk nooit een techniek op te pinpointen: er bestaat niet zoiets als een magic button om een vrouw voor je te winnen. Er zijn wel wat technieken die je kunt gebruiken om het eerste contact voor jezelf iets makkelijker te maken. Wat bijvoorbeeld werkt in een eerste gesprek met een vrouw, is dat je interesse toont. Je vraagt, ik zeg maar wat, wat voor werk ze doet. Aan de bar kan het nogal een dooddoener zijn wanneer je vanuit het niets vraagt: ‘Wat doe je voor werk?’ Dat voelt zo plat. Terwijl als je zegt: ‘Hallo, ik ben Victor, en ik ben illusionist. Wat doe jij voor werk?’ Dan beginnen ze vanzelf wat te vertellen.

Met zo’n beroep is dat ook niet zo moeilijk.

Haha, dat is waar, maar het werkt echt. Het is wetenschappelijk aangetoond dat wanneer je eerst zelf antwoord geeft op de vraag die je gaat stellen, die persoon eerder geneigd is om iets over zichzelf te vertellen. Door het gebruik van dat soort kleine subtiliteiten lijkt het alsof zo’n conversatie op een natuurlijke manier verloopt. Het zijn de kleine inzichten die je helpen om goed over te komen op de ander.

Ben je eigenlijk al miljonair?

Natuurlijk niet. Maar over geld praat ik liever niet.

Je geeft het liever ook niet uit?

O jawel hoor, ik vind dat je jezelf af en toe best mag verwennen. Ik ga toevallig over een paar weken naar Bali en dan vlieg ik businessclass. Dat is iets wat ik nog niet eerder heb gedaan en wat ik in principe ook wel onbetaalbaar vind, maar ik geef mijn geld liever uit aan ervaringen dan aan spullen. Dat is ook wetenschappelijk aangetoond: je wordt gelukkiger van een ervaring dan van iets materieels. Denk maar eens aan de top tien van de gaafste dingen die je in je leven hebt gedaan, dan staat ‘het kopen van een duur horloge’ daar niet tussen. Terwijl je wel denkt: als ik geld heb dan koop ik een duur horloge. Dat is een veel kortstondiger geluk.

Tot slot: hoe zien jouw toekomstplannen eruit? Waar denk jij over tien jaar te staan?

Over tien jaar? Dan ben ik veertig. Ik hoop dat ik in ieder geval heel veel Mindf*ck-achtige programma’s heb mogen maken en daarmee wellicht de wereld over kan. En ik zou graag nog eens wetenschappelijk onderzoek willen doen naar hypnose. Dat vind ik nog steeds een fenomeen waar we veel te weinig over weten.

Erica Terpstra: ‘Kleintje Pils is mijn guilty pleasure’

In november zijn de voorlopig laatste afleveringen te zien van Erica op reis, het reisprogramma vanvoormalig VVD-politica Erica Terpstra (74). Wat leest, kijkt en luistert zij zoal in haar vrije tijd?

Interview voor HP/De Stijl, november 2017.

Boeken
“Ik ben ontzettend nieuwsgierig en wil altijd alles weten. Daarom lees ik ook zo graag. Dat begon als kind met boeken als De kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff. Op zaterdagavond zat ik dan naast de kachel op de grond te lezen. Naast mij stond een schoteltje met pelpinda’s, want dat was het enige wat je had. Het boek gaat over zeven kinderen die een gevaarlijke tocht ondernemen door het ruige landschap van Noord-Amerika. Daar kon je zo heerlijk bij wegdromen. Bijna zeventig jaar later doe ik dat nog steeds. Ik lees bijvoorbeeld heel graag de boeken van Redmond O’Hanlon. Naar het hart van Borneo en Tussen Orinoco en Amazone zijn mijn favorieten. Als ik dat lees, word ik helemaal gelukkig. In zijn boeken schrijft hij over zijn reizen, over de hitte en het ongemak en het ongedierte, maar ook over de prachtige ontmoetingen die hij heeft. Hij heeft ook een serie gemaakt voor de VPRO: O’Hanlons helden, waarin hij in de voetsporen van negentiende-eeuwse ontdekkingsreizigers treedt. Ik ben nooit zo dweperig met andere mensen, maar hem bewonder ik geweldig. (…)”

Beeldende kunst
“Ik raak elke keer weer ontroerd door De Denker van Rodin. Dat was al zo toen ik het beeld meer dan vijftig jaar geleden voor het eerst zag. Ik was voor mijn allereerste internationale zwemwedstrijd in Parijs. Normaal zie je, als je met een sportploeg ergens heen gaat, alleen de binnenkant van je vervoermiddel, je hotel en je sporthal. En dat is het dan wel. Ik had het geluk dat ik een samenstel vormde met Ada Kok, Ria van Velsen en Klenie Bimolt. We waren niet alleen de wereldtop, dat was al mazzel tot en met, maar hadden ook allemaal interesse in cultuur. Dat is ontzettend leuk. Dan ben je niet de enige die zegt: kom, we gaan vanmiddag tussen de trainingen door eens een museum in. En toen zag ik in het Musée Rodin De Denker dus voor het eerst. Het kwam meteen binnen. Ik weet niet precies waarom – misschien omdat er iets van dat contemplatieve in zit. Ik moest hem ook meteen even aanraken. Dat heb ik altijd gehad met beelden. Even contact maken. Een beeld heeft ook een ziel.”

Muziek
“Veel muziek hoor ik via de televisie. Als ik aan het werk ben, zet ik Stingray Brava op, waar vaak orkesten op te horen en te zien zijn. Waar ik wel echt voor ga zitten is Podium Witteman. Prachtig en heel toegankelijk. En ik kijk elke zondagochtend naar Vrije Geluiden op NPO 1. Ze hebben altijd goede muzikanten en nu ook een heel leuke presentatrice: Giovanca. Waar ik ook erg van hou, en dat mag je gerust een guilty pleasure noemen, is Kleintje Pils. Ik moet meteen denken aan Thialf en aan al die Olympische Spelen, waaronder die in Vancouver, waar ze geweldig sfeer hebben gemaakt. Ze zeggen dat ik hun grootste fan ben. Het kleine café aan de haven roept bij mij de meeste herinneringen op. Ik kan de tekst woordelijk meezingen. Toen ik zeventig werd, zijn ze als verrassing op mijn verjaardagsfeest komen spelen. En dat was zó leuk… Dat is ook een van die dingen die ik nooit zal vergeten.”

Het gehele interview is hier te lezen op Blendle.

Ivo Niehe over Barry Hay, Roald Dahl en Dustin Hoffman

Televisiepresentator, programmamaker en producent Ivo Niehe (71) is vooral bekend van zijn TV Show, die hij sinds 1981 presenteert. In augustus gaat zijn toneelstuk Drs. Down! in première. Wat kijkt, leest en luistert hij zoal in zijn vrije tijd?

(Interview voor het dubbeldikke zomernummer van HP/De Tijd, 2017)

BOEKEN
“Het laatst gelezen boek is de biografie van Barry Hay. Ik lees nooit iets in één adem uit, maar dit boek heb ik niet weggelegd.
In de eerste plaats omdat het geweldig is geschreven. Ik kende Sander Donkers niet, maar zo hoor je een biografie te schrijven. En dan dat verhaal. Dat is een leven geweest, zeg. Een man die gered is door de toevallige ontmoeting met een hond.
Als je het verhaal terugbrengt tot bijna niks, dan is het dat. En dan het verhaal van zijn vrouw die met medeweten en zelfs instemming van haar moeder misbruikt is op haar zesde, het hele traject van ellende doormaakt en daar zo sterk uit komt… Hay is echt, en dat klinkt misschien cultureel onverantwoord, een van de beste boeken die ik in tijden heb gelezen. Nu herlees ik 1984 van George Orwell. En dan val je toch – los van de dingen die helemaal niet kloppen, maar dat is ook leuk – van de ene verbazing in de andere. Orwell voorziet bijvoorbeeld dat in de toekomst alles wordt gecontroleerd. En kijk waar we zijn. Je kunt geen mail meer versturen of er kijkt wel iemand over je schouder mee. Je wordt krankzinnig van het gevoel van onveiligheid. Ik sta bijna op het punt om mensen gewoon weer brieven te schrijven, want dan weet ik tenminste zeker dat de brief alleen gelezen wordt door degene voor wie die bestemd is.”
“Het zal je niet verbazen: bijna al mijn voorkeuren – dat stelde ik tenminste vast toen ik je vragen las – hebben te maken met mijn werk. Hay heb ik gelezen omdat ik Barry en Sandra Hay heb geïnterviewd voor de TV Show. Als ik hem niet had gesproken, had ik dat boek waarschijnlijk nooit gelezen. Nooit meer slapen van W.F. Hermans is een van de mooiste boeken die ik ken – ook gelezen voor werk, omdat ik destijds een van de weinigen was die Hermans thuis in Parijs mocht interviewen. Het is een heel lang verhaal hoe dat gesprek tot stand kwam, helemaal niet interessant voor deze rubriek, maar laat ik er dit over zeggen. Na afloop van het interview – het was een mooi gesprek geworden, want hij gaf zich wel – kreeg ik een boek van hem cadeau. Voorin had hij geschreven: ‘Voor Henk, voor al je moeite.’ Nou, dat zegt alles ongeveer, hè. Onder professoren vond ik trouwens minstens even leuk. De boosheid tegen het academische establishment vond ik om te smullen. Ik weet niet of jij dit nog weet, maar onder de naam Age Bijkaart had hij jarenlang een wekelijkse column in Het Parool waarin hij ook tekeerging tegen die wereld. Dat was eigenlijk een vervolg op dat boek, ook heerlijk om te lezen. Het was een boze man, in vele opzichten. (…)”

BEELDENDE KUNST
“Het desolate, wat mij in Nooit meer slapen bijvoorbeeld zo aanspreekt, waardeer ik in alle kunst. Kunst moet je de ruimte geven om er zelf iets mee te doen. Neem de schilderijen van Edward Hopper, daar kun je zoveel op invullen… Sting zei ooit, en misschien vind je het een gekke vergelijking: ‘Wij componisten schrijven om de stilte heen.’ Hopper maakt kunst om de stilte heen. Malevitsj doet dat ook. Toen ik eens bij Roald Dahl thuis was, een grote verzamelaar van het werk van Malevitsj, bedacht een redacteur de meest geniale vraag die ik ooit heb mogen stellen: ‘Do you exercise your fantasy on those paintings?’ En het antwoord was instemmend. De schilderijen gaven hem de ruimte om zelf te creëren, ze dwongen hem zelfs daar toe”
“Mijn belangstelling voor kunst komt voort uit de mensen die het maken. Als ik de kunstenaar interessant vind, vind ik zijn werk waarschijnlijk ook interessant. Jeroen Krabbé is zo iemand. In mijn ogen is hij een van de meest geniale schilders die we ooit hebben gehad. De negen portretten die hij van zijn grootvader Abraham Reiss heeft gemaakt, die in Sobibor is vermoord, gaan door merg en been. Ik krijg er weer tranen van in mijn ogen. Jeroen heeft heel lang niet durven exposeren in Nederland. Hij had geen zin in alle kritiek. ‘Jij bent een acteur, dus jij hoort niet te schilderen,’ werd er gezegd. Toen ik jaren geleden eens bij hem thuis kwam en een door hem geschilderd portretje van het mannenkoor van Dalfsen zag hangen, een piepklein schilderijtje waarop hij vijftien mensen heel precies had geschilderd, dacht ik: wie twijfelt aan zijn techniek en talent, moet dit even bekijken.
“De scheiding der geesten is duidelijk zichtbaar in Nederland. Dat merkte ik ook toen mensen uit de chique toneelwereld zich aan Drs. Down! committeerden. Die zeiden: we moeten wel rekening houden met tegenwind, want jij hebt het geschreven. Dat vind ik wonderlijk. Dat merkte ik ook toen we met ons productiekantoor een zevendelige serie over Jaap van Zweden maakten. Daar heb ik trouwens niets aan gedaan, behalve dat ik zijn vertrouwen heb gewonnen en dat we inmiddels ook grote vrienden zijn geworden, maar toch ligt er dan een soort stigma op. Die serie kwam bij iedereen ongeloofl ijk hard binnen. Zelfs mensen bij de NPO zeiden: dit is een van de mooiste dingen die wij in jaren op dit terrein hebben gedaan. En dan merk je opeens de keiharde scheidslijn tussen de grachtengordel en de rest. Hoge cultuur toegankelijk maken voor een breed publiek wordt door ‘de elite’ als minderwaardig gezien. (…)”

FILM
“(…) Dustin Hoff man vind ik de allerbeste acteur van allemaal, omdat hij zo ongeveer alles kan spelen. Bovendien is hij de alleraardigste man die ik in veertig jaar van mensen ontmoeten ben tegengekomen.
Het is een ongelooflijk open, sympathieke en intelligente man. Hij dringt zich in films nooit op als speler. Nooit bekruipt je het gevoel dat hij denkt: kijk mij eens goed spelen. In Rain Man, waarin hij een autistische man speelt, is hij ongelooflijk. Van zijn films blijven me altijd beelden bij. Als ik aan The Graduate denk, zie ik hem nog bij die kerk met dat hoge raam staan. In Kramer vs. Kramer zie ik hem nog op zijn hurken zitten terwijl dat kindje op hem afloopt. Dat zo’n beeld je jaren later nog bijblijft, zegt wel iets over de kwaliteit van zo’n film. Robin Williams was een goede tweede. Vooral in Awakenings vond ik hem geniaal. Maar, en dat moet je maar even opschrijven, er is heel veel te genieten in de kunsten en ik vind dat je mensen ook moet stimuleren om dat te doen. Het is niet alleen de sportpagina’s en de politieke ellende. De tweede werkelijkheid van cultuur is een geweldige ontsnapping uit alles wat er aan de gang is. Ik heb weleens gezegd, en dat is wel een leuke zin, want hij is echt van mezelf: als ze in de politiek de verbale statements naar elkaar zouden zingen, zou de wereldvrede een stuk dichterbij zijn. Als vrouwen eindelijk eens aan de macht zouden komen trouwens ook.”

Loes Luca over Hugo Borst, De Warme Winkel en Goran Bregovic

Loes Luca (1953) staat avond aan avond op de planken met het filmische toneelstuk Pilp Fuction, maar tussen de bedrijven door gaat ze graag naar de bioscoop, bezoekt ze een museum of draait ze plaatjes in haar eigen woonkamer, waar eigenlijk altijd wel mensen zijn.

Het gehele interview is te lezen op Blendle. Verschenen in het meinummer (2017) van HP/De Tijd.

BOEKEN
(…) “Mijn favoriete verhaal is De honderdjarige van Godfried Bomans. Als kind heb ik het eens helemaal uit mijn hoofd geleerd: ‘”’Is vader thuis?’, vroeg ik aan het oude mannetje, dat open deed. Hij knikte, en liet mij in een kamertje waar een nóg ouder mannetje zat, dat al bijna dood was. Haastig rukte ik een spreekhoorn van den wand en schreeuwde in zijn oor: ‘Wel gefeliciteerd!’” Ik heb het verhaal ook nog eens overgeschreven in een poëzieschriftje, dat ik als veertienjarige bijhield. Gedichten en verhalen die ik mooi vond schreef ik daarin op. Ik heb dat schriftje nog steeds. Er staan gedichten in van K. Schippers, Jules Deelder en Remco Campert, in een net meisjeshandschrift overgeschreven of met de typemachine overgetypt. Wat lees ik verder? Het dagboek van Hendrik Groen heb ik gelezen. Dat lees je zo weg. Een heerlijke mopperkont is dat. O! En Ma van Hugo Borst natuurlijk. Dat heb ik ook gelezen omdat ze me gevraagd hebben om zijn moeder te spelen in de op handen zijnde verfilming van het boek. Ik heb zelf een moeder van in de tachtig die er qua geheugen op achteruit gaat, dus ik heb wel feeling met de doelgroep. Of de film er ook daadwerkelijk komt, is nog even afwachten. Maar hoe langer ze wachten, hoe beter het is – er steeds minder schmink aan te pas te komen.”

THEATER
“Wat ik de laatste tijd allemaal heb gezien in het theater? Dan moet ik even mijn agenda pakken. Meestal ga ik kijken wat bevriende collega’s hebben gemaakt. De Warme Winkel speelt De Warme Winkel heb ik bijvoorbeeld gezien omdat Sofie Porro daarin meedanst, die ik in mijn hart heb gesloten nadat ik met haar heb samengewerkt. Het is een voorstelling over Pina Bausch. De dansers kunnen natuurlijk nooit wat de dansers van Pina Bausch kunnen, maar ze gaan wel zo tekeer dat ze – die keer dat ik kwam kijken – Sofie een arm uit de kom hebben gegooid. Dus die voorstelling moest toen even gestaakt worden. Ik ben ook naar De Marathon – de musical geweest. John Buijsman is daarin echt om op te vreten. Zo ontroerend. En ik ben ook naar Snorro, de gemaskerde held van het RO Theater geweest. Ik kende het verhaal al, ik heb in de versie gespeeld die zeven jaar geleden draaide, maar ik vond het toch weer heel leuk om te zien. Op sommige punten was de voorstelling beter, op sommige punten wat minder – maar dat doet er niet toe. Pieter Kramer heeft het geweldig geregisseerd.”

MUZIEK
“Ik vind het leuk om voor disc jockey te spelen als hier visite is. Ouderwets plaatjes draaien. Ik heb een hele kast vol muziek, allemaal op alfabetische volgorde, waarmee ik ze altijd aan het dansen weet te krijgen. Van Wilson Pickett tot The Ramblers en van Tino Rossi tot Roy Orbinson.”
“Mijn laatst aangeschafte plaat is er een van Wim Sonneveld. Die zie ik dan in een kringloopwinkel liggen en denk: die moet ik hebben. En wat heb ik nog meer gekocht? Eens even kijken. Yves Montand. The Beach Boys. Harry Belafonte, ha! Leuk voor mijn moeder. Bette Midler. Claude Nougaro. James Brown. O, Dr. John the Night Tripper! Die moeten mensen in huis hebben. En o! Goran Bregovic! Mijn lievelingsnummer is nummer vier op de cd Tales And Songs From Weddings And Funerals: Sex. Een soort moderne balkanmuziek is het. Daar kan ik niet stil bij blijven staan. En verder vind ik Ry Cooder zo geweldig omdat hij uit allerlei landen muzikanten heeft vergaard en daarmee nieuwe bandjes heeft geformeerd.”

De culturele agenda van… Sander van de Pavert (LuckyTV)

Sander van de Pavert (1976) is vooral bekend van Luckytv, zijn veertig seconden durende bijdrage aan De Wereld Draait Door waar hij dagelijks zo’n tien uur aan werkt. Vanaf april staat hij in het theater met Lucky Live. Wat leest, kijkt en luistert hij als hij niet bezig is met het maken van satirische filmpjes?

Meer lezen over De culturele agenda van… Sander van de Pavert (LuckyTV)