Het artikel: ‘Hero Brinkman over klassieke muziek’, dat ik woensdagavond 04 maart 2015 op deze website postte, was bedoeld als ankeiler voor het interview dat die dag in het maartnummer van HP/De Tijd was verschenen. Een paar quotes uit het interview om potentiële lezers nieuwsgierig te maken naar mijn artikel – meer niet. Maar al snel bleek dat velen zich aangesproken voelden door de uitspraken van de oud-PVV-politicus. Brinkman stelde onder meer dat klassieke muziek slechts voor een kleine elite is weggelegd, Radio 4 door ‘geen hond’ wordt beluisterd en dirigenten en orkestleden geen flauw benul hebben wat ze spelen. Een kleine samenvatting van de uitspraken vindt u hier.
Binnen 24 uur was het stuk op mijn website al meer dan 15.000 keer bekeken. Ook op de website van HP/De Tijd, waar we het de volgende ochtend ook meteen maar gebracht hebben, kreeg het stuk nog eens enkele tienduizenden views. Via twitter en facebook kwamen duizenden reacties op de uitlatingen van Brinkman. Maar de mooiste reactie kwam van mezzosopraan Tania Kross en pianist Alexander Buskermolen. Het interview bewoog hen ertoe om een opera te schrijven: Hero Brinkman, de opera. Waar een interview al niet toe kan leiden.
Een kleine greep uit de reacties op de gewraakte uitspraken van Hero Brinkman vindt u hieronder.
In het nieuwe nummer van HP/De Tijd, dat vanaf vandaag in de schappen ligt, geeft politicus Hero Brinkman (voorheen Tweede Kamerlid van de PVV, nu voorman van een in april te presenteren ‘ondernemerspartij’) zijn culturele smaak prijs. In ‘De culturele agenda van…’ vertelt hij onder meer waarom er volgens hem geen subsidie moet naar klassieke muziek:
“Klassieke muziek is niet voor een breed publiek toegankelijk, dat is voor een kleine elite. Kijk bijvoorbeeld naar Radio 4 – daar luistert toch geen hond naar? En als je naar het Concertgebouworkest wilt, ben je zo honderdtachtig euro kwijt voor een kaartje. Dan zeg ik: als zo’n kaartje toch al zo duur is, dan kun je er net zo goed vijftig euro bij op zetten en de subsidiekraan dichtdraaien. De elite die er komt, betaalt die paar tientjes extra dan ook wel.”
Geen linkse hobby
Brinkman breekt met het oude PVV-dogma dat cultuur een linkse hobby is, maar vindt wel dat eisen moeten worden gesteld aan de te verstrekken subsidies. Ook vindt hij dat het niveau van klassieke muziek (en het publiek dat er naar luistert) ondermaats is: “Kijk: klassieke muziek is ooit gecomponeerd door een componist. Die heeft daar een bedoeling mee gehad. Die wilde met zijn muziekstuk een bepaald verhaal vertellen, of een bepaalde emotie overbrengen. Het is aan een dirigent en zijn orkest om dat verhaal of die emotie over te brengen. Het valt mij op dat de meeste dirigenten en orkestleden in Nederland geen flauw benul hebben in welke tijd de componist heeft geleefd, welk gevoel hij met een compositie over wilde brengen en wat hij met het stuk wilde zeggen. Dirigenten zetten bijvoorbeeld bepaalde noten harder aan omdat ze dat mooi vinden, niet omdat een componist het zo heeft bedoeld. En dat hekel ik. Daarnaast vraag ik me af of de gemiddelde bezoeker van een klassiek concert snapt waar ze naar luisteren. Maak op een willekeurige avond eens een rondje langs het publiek van het Concertgebouw, en vraag eens waar ze naar hebben geluisterd. Wat de achtergrond van het stuk is. Ze weten het niet.” (-)
Nieuwe partij De nieuwe partij van Hero Brinkman wordt een one-issue partij voor ondernemers. De naam wil hij nog niet verklappen, dat komt in april. “Ik kan wel zeggen dat het een democratische partij is.” Lacht: “Dat is nieuw voor mij.” Met zijn partij wil hij voor de belangen van ondernemers opkomen. Anders dan de VVD, dat volgens hem geen ondernemerspartij meer is. Hij zegt, iets uitgebreider dan in het blad staat vermeld: “Ik acht de kans heel groot dat het huidige kabinet nog dit jaar valt. Ik sluit dan ook niet uit dat wij voor het eind van het jaar al in de regering zitten met bijvoorbeeld D66, CDA en VVD.” Brinkman voegt daaraan toe dat zijn nieuwe partij breekpunten opstelt die ook echt breekpunten zijn, en waarover met andere partijen niet onderhandeld kan worden. Wat die breekpunten zijn laat hij nog even in het midden. Verder: “Het partijprogramma is gestoeld op vijf pijlers die wij belangrijk vinden. Twee A4’tjes tekst, meer is het niet. Lekker duidelijk, lekker makkelijk. Dat is wat ondernemers willen.”
Eindelijk hebben we een datum: op vrijdag 15 mei 2015 verschijnt bij uitgeverij Prometheus de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken. Ruim zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen geven daarin prijs welk gedicht hen ontroert, en waarom.
Eerder schreef ik al dat onder meer Arnon Grunberg, Jeroen Krabbé, Matthijs van Nieuwkerk, Emile Roemer en Typhoon een bijdrage aan het boek hebben geleverd. Later werden daar onder meer Rutger Hauer, Herman Brusselmans en Paul de Leeuw aan toegevoegd. Op dit moment kan ik melden dat ook oud-premier Dries van Agt, D66-voorman Alexander Pechtold en Arjen Lubach (fijn dat Zondag met Lubach weer is begonnen trouwens) een gedicht aan het boek hebben toegevoegd. Hoe tof is dat!
Gedichten die mannen aan het huilen maken is al via internet te bestellen, bijvoorbeeld via bol.com. Je kunt mij ook persoonlijk even een mailtje sturen, dan hou ik een exemplaar voor je gereserveerd.
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Doris Jongerius uit Utrecht.
Doris Jongerius (Utrecht, 1991) studeerde vorig jaar af aan de Koninklijk Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, in de richting fotografie. Tot en met 8 maart 2015 is in het Fotomuseum in Den Haag nog werk van haar te zien op de tentoonstelling Zilveren Camera 2014.
Over haar werk “Als documentairefotograaf werk ik met het begrip empathie. Ik beschouw het begrip als een confrontatie met mijzelf: hoe zie ik ‘de ander’ en hoe ga ik om met mijn vooringenomen standpunten? Ik kies ervoor om controversiële onderwerpen aan te pakken. Somalische asielzoekers bijvoorbeeld, in mijn fotoserie A sense of home. Want hoewel Somalië al zes jaar bovenaan de lijst van failed states staat, krijgen Somalische vluchtelingen zelden asiel in Nederland. Een aantal van hen verblijft daarom illegaal in een gekraakte parkeergarage in de Bijlmer.
“De mensen die ik heb gesproken voor dit project, zijn allemaal uitgeprocedeerde asielzoekers. Ze hopen ooit te kunnen terugkeren naar hun vaderland Somalië, maar daar is het nu nog niet veilig genoeg voor. Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk te begrijpen wat hun situatie is en waarom ze hier zijn. Daardoor hoop ik met mijn werk enige nuance aan te kunnen brengen, en het abstracte begrip ‘uitgeprocedeerde asielzoeker’ een menselijk gezicht te geven.”
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Claudia Broekhoff uit Breda.
Claudia Broekhoff (Breda, 1969) studeerde Grafische Vormgeving aan St. Joost in Breda, en was als grafisch ontwerper actief voor verschillende reclame- en ontwerpbureaus. Fotografie speelde in haar ontwerpen altijd al een belangrijke rol. Later besloot ze om een opleiding aan de School voor Fotografie in Breda te volgen, welke ze in 2013 met goede resultaten heeft afgerond. Op dit moment is ze bijna full-time als fotograaf werkzaam.
Over haar werk “Iedereen in het voormalige dorpje Princenhage, nu een wijk in Breda, kent hem: de Rode Winkel. Het was een echte buurtwinkel, met een rode deur en rode schappen. Je kon er voor allerhande levensmiddelen terecht. En op woensdagmiddag, vaste prik, kwamen de kinderen na schooltijd van hun zakcentjes snoep kopen. Zo’n tien jaar geleden sluit eigenaar Frans van Nunen de rode deur van zijn winkel definitief. Het is mooi geweest. Aan het interieur verandert hij daarna vrijwel niets. De rode koffiemolen, de witte weegschaal, de sierlijke kassa, het houten ladekastje, het toonbankje – alles staat nog op zijn vaste plek. De snoepvitrine, nu leeg, op de toonbank. De sinterklaascadeautjes die vroeger in de etalage prijkten, staan op de bovenste plank. Daarnaast staat de pop met om de hals het bordje ‘Ben even weg’.
De winkel is nog gewoon in gebruik, door Frans zelf. Tussen het winkelassortiment hebben Frans z’n eigen spullen een plaatsje gekregen. De dagelijkse levensmiddelen en de post. Op een lage rode plank staan Frans z’n toiletspullen, de brylcreem en de scheerzeep. Hij gebruikt de brylcreem van zijn voorraad haarpommade, die op een hoger gelegen plank staat. Daarnaast, bij de trapopgang, hangen aan de kapstok twee schone lichtblauwe overhemden, een stofjas en een beige regenjas. In de winkelruimte wacht soms een ‘duifke in een kooike’, want Frans houdt postduiven. En hij stalt er het duivenvoer. Ook droogt hij er wasgoed aan een rekje. De winkel is het verlengde van de naastgelegen woonkamer. In de achterkamer aan de eettafel, genietend van zijn duiven, drinkt hij zijn koffie. Frans heeft veel verhalen. Over de winkel en hoe het vroeger ging. Over zijn familie, met foto’s erbij. Over zijn prijswinnende duiven en het duivenkrantje. Over zijn ziekenhuisbezoek en operaties. En over het ‘meiske’ dat hem altijd zo goed hielp in de winkel en nog vaak bij hem op bezoek komt.”
Uit de doos ‘ongesorteerde correspondentie’: een klein gedichtje van Leo Vroman. Uit 2011. Omdat het de week van de poëzie is. En omdat het bijna een jaar geleden is dat hij is overleden, en dat het bijna honderd jaar geleden is dat hij is geboren. En omdat het nog nooit eerder gepubliceerd is.
Eén keer jong
Beste Nick
Terwijl je dit leest ben je minder dan 5x jonger dan ik en toch ben ik maar 1 x jong geweest. Ach, zo zal alles wel moeten. Dus warme groeten,
De bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken begint steeds meer vorm te krijgen. Even voor de duidelijkheid: in dit boek, dat dit voorjaar verschijnt bij uitgeverij Prometheus, geven ruim zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen prijs welk gedicht hen ontroert. De laatste bijdragen druppelen deze en volgende week binnen. Enkele nieuwe bijdragers die we met trots aan de bundel toe mogen voegen zijn Rutger Hauer, Herman Brusselmans, Willem Aantjes, Paul de Leeuw en Herman van Veen. Andere namen die al prijs gegeven zijn vindt u hier.
Wat leest, ziet en luistert Wie is de mol?-presentator Art Rooijakkers?
BOEKEN
“Drie boeken die ik de afgelopen weken heb gelezen zijn Efter van Hanna Bervoets, Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans en Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst. Efter las ik omdat ik nieuwsgierig was naar het werk van Hanna Bervoets, maar ook omdat ik het een interessant thema vind waar ze over schrijft. Het boek gaat uit van de hypothese dat verliefdheid in de toekomst als een kwaal wordt gezien, en dat het met een medicijn verholpen kan worden. Dat is een interessante gedachtegang vind ik, maar ook hopeloos kaal en klinisch als het werkelijkheid zou worden. Oorlog en terpentijn kijkt niet vooruit, maar kijkt juist nadrukkelijk achterom. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het boek niet erg aanlokkelijk vond klinken om te lezen. Het begint al met die titel: Oorlog en terpentijn. Dat klinkt toch een beetje als de titel van een goedkope bouquetroman. En daarbij vind ik het interessanter om te lezen waar de wereld naar toe gaat dan waar de wereld vandaan komt, totdat ik van mensen in mijn omgeving hoorde hoe prachtig en aangrijpend het was geschreven. Dan moet ik het natuurlijk ook lezen. Wat mij vooral is bijgebleven zijn de scènes over de loopgraven. Je ruikt de modder, je proeft het bloed. Hertmans heeft met dit boek een prachtig monument voor zijn grootvader opgericht. Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst is een gedeeltelijk autobiografische roman over het opgroeien in een kinderopvanghuis ergens in Vlaanderen. Heel rauw. Heel somber ook. Net als Godverdomse dagen op een godverdomse bol zou je dit boek alleen al voor de titel moeten lezen.”
“Een schrijver die ik ontzettend bewonder, is Bill Bryson. Samen met Paul Theroux behoort hij tot de beste reisboekenschrijvers ter wereld. Hij combineert heel veel kennis met een lichte toon en een voorliefde voor anekdotes. Toen ik voor de eerste keer naar Australië vloog las ik zijn boek over dat land: Down Under. De tranen rolden over mijn wangen van het lachen. Door hem kreeg ik nóg meer zin om het land te ontdekken. Hij schrijft bijvoorbeeld dat er in Australië eens een aardbeving werd waargenomen zonder voor- en naschokken, een soort freakaardbeving, waarvan het epicentrum ergens in de outback lag. Jaren later vond de Sarin-gasaanval plaats in de metro van Tokio. De aanslag werd geclaimd door een of andere Japanse sekte die, zo later bleek, een tijdje in Australië had vertoefd. Een wetenschapper las dat en ontdekte dat de sekte op precies dezelfde locatie was gehuisvest als waar een paar jaar eerder het epicentrum van die aardbeving lag. Het vermoeden is nu dat daar de vuile bom is afgegaan die ze wilden gebruiken voor de aanslag in Tokio. Bryson schrijft die anekdote op en concludeert droog: ‘Een land dat zo groot is dat er ongemerkt een kernbom kan ontploffen, dat moet wel een indrukwekkend land zijn.’ En dat klopt ook.”
De bedreigde zwaan, Jan Asselijn
BEELDENDE KUNST
“Of ik vaak naar een museum ga? Ik weet niet zo goed wat daar onder wordt verstaan. Ik denk dat ik gemiddeld wel eens in de drie à vier weken een museum bezoek – maar als ik op reis ben natuurlijk vaker. Is dat vaak? De laatst tentoonstelling die ik heb bezocht is de overzichtstentoonstelling van Marlène Dumas in het Stedelijk. Bijzonder om al dat werk bij elkaar te zien. Ik vind dat haar schilderijen op de een of andere manier iets beklemmends hebben, iets beangstigends zelfs ook. Het voelt alsof de portretten die ze maakt je heel indringend aankijken, je nakijken zelfs ook, terwijl je zelf in een soort leegte staart als je naar ze kijkt. In het Rijksmuseum kom ik ook graag. Ik word altijd weer geraakt door het schilderij De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. De kracht van dat dier, dat uit het schilderij lijkt te vliegen… Je kunt niet door de eregalerij lopen zonder je door dat schilderij aangesproken te voelen. Een ander museum waar ik graag kom, is het CoBrA-museum in Amstelveen. Karel Appel en de zijnen zijn voor mijn gevoel een beetje de gabbers van de beeldende kunst. ‘Beuken! Knallen! Gaan!’ Die wil, om er in het benauwde Nederland van de jaren veertig en vijftig letterlijk en figuurlijk uit te spatten, spreekt me aan.”
“De beeldentuin van het Musée Rodin in Parijs is ontroerend mooi. De macht en de kracht van die beelden is zo groots dat het ons mensen overstijgt. Dat gevoel had ik ook toen ik eind vorig jaar de tentoonstelling Zero: Countdown to Tomorrow, 1950s-60s in het Guggenheim in New York zag. Ergens in een zaal lag, heel geborgen, een groot vierkant van rood pigment. Dat riep op de een of andere manier een heel warm gevoel bij me op, een gevoel dat ik niet verklaren. Zoals je eigenlijk nooit kunt verklaren waarom kunst, in welke vorm dan ook, je raakt. Een museum dat wat mij betreft wel wat meer aandacht zou mogen krijgen, is Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het museum dankt zijn naam aan de familie Van Loon, de laatste bewoners van het grachtenhuis en de oprichters van het museum. Willem van Loon was een van de oprichters van de VOC. Als je daar naar binnen loopt, loop je echt de geschiedenis in. Heel bijzonder om te zien hoe de gegoede burgerij van zeventiende eeuw aan de grachten van Amsterdam woonde, in een prachtig huis vol met spullen uit De Oost. Daar vlakbij ligt trouwens fotomuseum FOAM, dus een bezoek is ideaal te combineren. Beide musea heb je in een uurtje wel gezien.”
FILM
“De beste film die ik recent heb gezien is zonder twijfel Boyhood. Man, wat is dat een ontroerende film. Nooit eerder zag ik het verstrijken van de tijd zo mooi in beeld gebracht. De film vertelt het verhaal van een jongen die van zijn zesde tot zijn achttiende levensjaar wordt gevolgd – en dat gebeurt ook echt, want ze film is over een periode van twaalf jaar opgenomen. Je ziet de tijd dus echt vat krijgen op de hoofdpersonen. Sommige mensen vinden de film saai, omdat ze vinden dat er niets gebeurt. Dat klopt ook, want in het echte leven gebeurt er op dagelijkse schaal toch ook niets? Maar als je vandaag eens neemt, en deze datum volgend jaar weer, en dat jaar daarop weer, dan zie je dat je leven wel degelijk is veranderd. Dat heeft Linklater briljant in beeld gebracht.”
“Een andere film die iedereen moet zien, is Aanmodderfakker. Anders dan bijvoorbeeld het wat voorspelbare Pak van mijn hart of Alles is liefde is dit nu eens een film die met een soort niet-Hollandse branie is gemaakt. Het verhaal gaat over een ambitieloze dertiger die, als hij in contact komt met een ambitieus jongvolwassen meisje, in onvrede raakt over zijn levenshouding. Ik kan er verder niet veel over zeggen, je moet het gewoon zien. Dat de film drie Gouden Kalveren heeft gewonnen zegt denk ik wel genoeg. Een film waar ik veel van had verwacht maar die ik vond tegenvallen, was A most wanted man van Anton Corbijn. Ik weet niet of ik dit mag zeggen, maar ik vond het een saaie film. Het is wel goed gefilmd hoor, en ook Philip Seymour Hofman speelt een glansrol in wat zijn laatste film blijkt te zijn, maar ik had er meer van verwacht.”
Whiplash
“Whiplash is een film die ik iedereen kan aanbevelen. Die film gaat over een jongen die op het conservatorium van New York zit en er echt alles voor over heeft om de beste jazzdrummer van de wereld te worden. Ik kan daar met lichte jaloezie en met de grootste bewondering naar kijken. Ik zou dat nooit kunnen: ik heb die toewijding en zelfdiscipline niet. De jongen in de film maakt het op een gegeven moment zelfs uit met zijn vriendin, alleen maar om meer tijd aan zijn instrument te kunnen besteden. The Wolf of Wall Street: zien. Dallas Buyers Club met in de hoofdrol een uitgemergelde Matthew McConaughey: zien. Zijn meest recente film, Interstellar, is ook zeer de moeite waard. Ik zag ‘m in iMax, ik zat te trillen in mijn stoel. Maar ik vond het af en toe ook wel edelkitsch hoor. Die vader die dan bij dat sterfbed even een gedicht citeert… Dat hoeft voor mij niet. Wat ik zo goed vind aan de films van regisseur Christopher Nolan is dat hij het altijd weet te presteren om een blockbuster te maken waar ook nog eens een gedachte achter zit. Dat vind ik tof. Dat is heel anders dan die eindeloze mind numbingThe Hobbit die door regisseur Peter Jackson tot de laatste druppel wordt uitgewrongen. Er zit een eetscène in die film die wel drie kwartier duurt! Ik eet thuis nog sneller. Zijn Lord of the Rings-films heb ik wel gezien, maar The Hobbit trek ik echt niet. Veel te langdradig.”
THEATER
“Theater zit, van al deze subrubrieken, het minst op mijn radar. Toneelvoorstellingen bezoek ik naar mijn smaak te weinig. De laatste voorstelling die ik heb gezien is The Fountainhead van Toneelgroep Amsterdam. Dat was heel goed, zoals eigenlijk alle voorstellingen die ze maken goed zijn. Dans en ballet zijn not my cup of tea. Ik vind het ontzettend knap wat de dansers doen en ik ben ontzettend jaloers op hun ranke lijven, maar het is niet iets voor mij. Waar ik wel graag naar toe ga, is cabaret. Van alles. Ik ga net zo lief naar een comedyclub, naar de Amerikaanse stand upper Todd Barry in Boom Chicago bijvoorbeeld, als naar Stephen Merchant – die lange slungel die vaak samenwerkt met Ricky Gervais – in een uitverkochte grote zaal van TivoliVredenburg.”
Ronald Goedemondt
“De beste cabaretier van Nederland? Ronald Goedemondt. Met afstand. Hij is heel scherp en ongelooflijk grappig. Martijn Koning vind ik ook heel tof. Omdat ik in Amsterdam geen kaartje kon krijgen, ben ik laatst naar het theater van Abcoude – of eigenlijk: de gymzaal van Abcoude – gereden om de nieuwste show van Martijn te zien. Wat mij toen echt opviel is dat een voorstelling bezoeken in een dorp heel anders dan een voorstelling bezoeken in de stad: iedereen in het publiek kent elkaar. Wat ik ontzettend grappig vond: Martijn begon op een gegeven moment een zin met: ‘Ik zat laatst naar xhamster te kijken…’ Eén man begon, in een voor de rest muisstille zaal, daar ontzettend hard om te lachen. Martijn zei toen heel ad rem: ‘Jij bent zó ontzettend de lul. Iedereen in het dorp weet nu: hij kijkt porno.’ Dit voorjaar ga ik zeker nog kijken bij de nieuwe shows van Henri van Loon en André Manuel, daar ben ik benieuwd naar. Naar een show van iemand als Youp van ’t Hek hoef ik dan weer niet zo nodig. Dat is meer iemand van de generatie van mijn ouders. Ik heb het gevoel dat hij niet per se mijn taal spreekt.”
MUZIEK
“Mijn muzieksmaak is heel breed. Van pop tot klassiek – er is eigenlijk niets wat ik niet leuk vind. Wat ik zoals luister? Even kijken. The Deaf, dat bandje van gitarist Spike, vind ik bijvoorbeeld heel erg tof. Beter dan Di-rect. De Jeugd van Tegenwoordig maakt heel lekkere hiphop. Toen ik vorig jaar in New York mijn eerste marathon liep en ik er na dertig kilometer bijna doorheen zat, zette ik De Formule op. Dat is zo’n lomp nummer, maar het heeft me die laatste kilometers echt voortgestuwd. Maar ook Beyoncé vind ik tof. Ik ben wel eens bij een concert van haar geweest, en dan zie je wat een goede performer ze eigenlijk is. Klassieke muziek luister ik ook graag. Neem het einde van ouverture 1812 van Tsjaikovksi: dat voel je, omdat ik kanonschoten in zijn verwerkt, in je buik. Dat vind je bij moderne muziek niet. En wat ik ook onweerstaanbare muziek vind, maar dan in de goede zin van het woord, zijn de liedjes die op het Spaanse radiostation Los Cuarenta Principales – de Top 40 – worden gedraaid. Spaanse zomermuzak. Een naam die me te binnen schiet is die van zangeres Paulina Rubio. Een bloedordinaire zangeres die zingt op de meest simpele deuntjes maar het werkt heel aanstekelijk.”
Paulina Rubio
“Bijna alle muziek die ik luister, luister ik via Spotify. Vroeger, hoor de oude man, kocht ik nog wel eens een album maar dat is tegenwoordig niet meer nodig. Ik vind het dan ook helemaal niet erg om iets meer voor een concertkaartje te betalen, omdat ik weet dat dat de prijs is die tegenover het gratis downloaden staat. Ik snap de mensen dan ook niet die zeuren dat de concertkaartjes tegenwoordig zo duur zijn. Dat zijn namelijk dezelfde mensen die jaarlijks tientallen euro’s beparen omdat ze geen muziek meer hoeven kopen, maar het gratis downloaden. En vind je een ticket te duur: ga dan gewoon niet, en hou eens op met jammeren. Wat ik ook een pluspunt vind aan muziek luisteren via Spotify is dat je gebruik kunt maken van de ontdekkerfunctie waarmee je nieuwe muziek kunt ontdekken. Toen ik vroeger in een platenzaak werkte werd je door een collega of een klant wel eens geattendeerd op nieuwe muziek, maar nu heb je daar niemand meer voor nodig. De muziek van soullegende Bobby Hebb, die van de megahit Sunny, heb ik bijvoorbeeld via deze functie ontdekt. En de muziek van singer-songwriter Gregory Alan Isakov. Heel fijne muziek voor de koude wintermaanden.”
“Bruce Springsteen is, samen met Morrissey en Elvis Presley, mijn grote held. Niet alleen zijn muziek waardeer ik enorm, ook zijn hele levenshouding inspireert me. Hij draagt bij elk concert uit dat hij de leukste baan op aarde heeft, is totaal niet afgestompt en ook cynisme komt in zijn universum niet voor. ‘It ain’t no sin to be glad you’re alive’, zingt hij in Badlands. Wat het beste album van Springsteen is? Poe. Als purist dien je te zeggen Darkness on the Edge of Town, maar ik ben geen purist. Ik kies toch voor Born in the USA. Waarom? Omdat daar Bobby Jean op staat, het allermooiste nummer dat ooit is geschreven. En omdat het voor mij vertegenwoordigt waar Springsteen voor staat: positiviteit, passie, het vuur brandend houden. Ik was eens bij een concert van hem in Ierland waar hij dit album integraal speelde. Pal voor mij stond een man, type kantoorklerk. Je kent ze wel: kalend, met alleen de zijkanten van het hoofd nog een beetje haar, zijn geruite blouse in zijn spijkerbroek gestopt. Naast hem stond zijn vrouw met wie hij, vermoed ik, eens in de twee maanden seks heeft op een handdoek, omdat anders het beddengoed vies wordt. Zo’n stel. Daarnaast stond hun puberzoon, zo’n slungel met een doodongelukkige blik in zijn ogen en met ledematen die veel te lang zijn voor zijn lichaam. Het was duidelijk dat de man zijn vrouw en kind had meegenomen naar ‘papa’s muziek.’ De eerste paar nummer stonden ze voorzichtig enthousiast mee te doen met de muziek. Totdat Springsteen Dancing in the dark inzette, en die man letterlijk een halve meter in de lucht sprong, zijn vuist balde en heel hard ‘YEAH’ schreeuwde. Heel even werd hij weer die achttienjarige jongen die die vrouw had versierd. Heel even werd hij weer die jongen die op de achterbank van de auto voor het eerst aan d’r borsten mocht voelen. En zelfs die puberzoon, die daar een beetje ongelukkig stond te wezen, begon ook in beweging te komen. Hij voelde wat wij allemaal voelden: een soort collectief orgasme. Dat doet Bruce Springsteen.”
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Carlijn Jacobs uit Amsterdam.
Carlijn Jacobs (Sambeek, 1991) studeerde in 2014 cum laude af aan de opleiding Lifestyle & Design aan de Willem de Kooning Academie in Den Haag. Op 21 januari werkt ze mee aan de allerkortste tentoonstelling ooit: Generation 2015. Slechts drie uur lang, van 18:00 uur tot 21:00 uur, wordt werk van haar en andere kunstenaars tentoongesteld aan de Looiersgracht 60 in Amsterdam.
Over haar werk “Mijn werk heeft een duidelijke rode draad, of liever: een roze draad. Wat die roze draad is? De een noemt het camp, de ander noemt het vreemde snoepgoedesthetiek. Feit is dat mijn werk makkelijk te herkennen is door mijn kleurgebruik, mijn composities en de bijzondere styling van de modellen. Ik weet heel goed wat ik wil laten zien, soms al maanden of jaren voordat ik de foto maak. Ik werk dat idee pas uit als ik er een goed visueel beeld bij heb en de juiste middelen heb om het beeld dat ik in mijn hoofd heb zitten op beeld vast te leggen. Het bewust gebruik maken van wat niet cultureel verantwoord is (stilistische imperfecties, overdaad, geliktheid en glans) is iets wat ik (on)bewust meeneem in mijn werk. Ik negeer de definities van wat mooi is en lelijk. Ook vind ik het belangrijk dat ik mijn beelden kan idealiseren; ik vind het prachtig dat ik met behulp van Photoshop de overdaad nog beter kan accentueren. De esthetiek van mijn werk vind ik dan ook belangrijker dan de moraal ervan.”
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Anne Paternotte uit Breda.
Anne Paternotte (Naarden, 1990) is laatstejaars student Fotografie aan AKV Sint Joost in Breda.
Over haar werk “Met de fotoserie Streets of Insomnia (zie hieronder) verbeeld ik de belevingswereld van mijn slapeloosheid. Door een slaapstoornis lig ik namelijk vaak nachten wakker. Tijdens de warme zomernachten, als het buiten nog aangenaam is, maak ik dan vaak een wandeling door het Chassépark in Breda, daar waar ik woon. Door mijn oververmoeidheid lijken die wandelingen dan haast als een droom. Vooral als ik dan de volgende ochtend op mijn fiets richting de academie ga, wordt het vervreemdende van de slapeloosheid vermengd met de realiteit. De verwarring, het surrealistische en het eenzame is wat ik in deze serie probeer te verbeelden. Deze beelden laten een poëtische eenzaamheid zien die veel over mij en mijn belevingswereld vertelt.”
“Voor ik ging fotograferen deed ik een filmstudie in Utrecht. Om wat geld te verdienen werkte in ik een videotheek waar ze cult- en art house-films verkochten en verhuurden. De vervreemdende films van Stanley Kubrick en David Lynch waren en zijn nog steeds een grote inspiratiebron voor mij. Ze komen dichtbij het gevoel dat ik probeer vast te leggen in mijn fotografie. Jean-Luc Godard staat ook zeker in de lijst van inspirerende kunstenaars; zijn poëtische beelden raken mij altijd. Verder is muziek erg belangrijk. Als ik fotografeer verdwaal ik graag in gedachten zodat ik het dichtst tot het gevoel kom die ik ervaar tijdens de vermoeidheid. Wat ik dan luister kan variëren van Chopin tot Radiohead, als het maar hard staat en me minder bewust maakt van de omgeving.”