De culturele agenda van… Art Rooijakkers

Wat leest, ziet en luistert Wie is de mol?-presentator Art Rooijakkers?

BOEKEN
“Drie boeken die ik de afgelopen weken heb gelezen zijn Efter van Hanna Bervoets, Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans en Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst. Efter las ik omdat ik nieuwsgierig was naar het werk van Hanna Bervoets, maar ook omdat ik het een interessant thema vind waar ze over schrijft. Het boek gaat uit van de hypothese dat verliefdheid in de toekomst als een kwaal wordt gezien, en dat het met een medicijn verholpen kan worden. Dat is een interessante gedachtegang vind ik, maar ook hopeloos kaal en klinisch als het werkelijkheid zou worden. Oorlog en terpentijn kijkt niet vooruit, maar kijkt juist nadrukkelijk achterom. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het boek niet erg aanlokkelijk vond klinken om te lezen. Het begint al met die titel: OorlogTerpentijnOorlog en terpentijn. Dat klinkt toch een beetje als de titel van een goedkope bouquetroman. En daarbij vind ik het interessanter om te lezen waar de wereld naar toe gaat dan waar de wereld vandaan komt, totdat ik van mensen in mijn omgeving hoorde hoe prachtig en aangrijpend het was geschreven. Dan moet ik het natuurlijk ook lezen. Wat mij vooral is bijgebleven zijn de scènes over de loopgraven. Je ruikt de modder, je proeft het bloed. Hertmans heeft met dit boek een prachtig monument voor zijn grootvader opgericht. Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst is een gedeeltelijk autobiografische roman over het opgroeien in een kinderopvanghuis ergens in Vlaanderen. Heel rauw. Heel somber ook. Net als Godverdomse dagen op een godverdomse bol zou je dit boek alleen al voor de titel moeten lezen.”
“Een schrijver die ik ontzettend bewonder, is Bill Bryson. Samen met Paul Theroux behoort hij tot de beste reisboekenschrijvers ter wereld. Hij combineert heel veel kennis met een lichte toon en een voorliefde voor anekdotes. Toen ik voor de eerste keer naar Australië vloog las ik zijn boek over dat land: Down Under. De tranen rolden over mijn wangen van het lachen. Door hem kreeg ik nóg meer zin om het land te ontdekken. Hij schrijft bijvoorbeeld dat er in Australië eens een aardbeving werd waargenomen zonder voor- en naschokken, een soort freakaardbeving, waarvan het epicentrum ergens in de outback lag. Jaren later vond de Sarin-gasaanval plaats in de metro van Tokio. De aanslag werd geclaimd door een of andere Japanse sekte die, zo later bleek, een tijdje in Australië had vertoefd. Een wetenschapper las dat en ontdekte dat de sekte op precies dezelfde locatie was gehuisvest als waar een paar jaar eerder het epicentrum van die aardbeving lag. Het vermoeden is nu dat daar de vuile bom is afgegaan die ze wilden gebruiken voor de aanslag in Tokio. Bryson schrijft die anekdote op en concludeert droog: ‘Een land dat zo groot is dat er ongemerkt een kernbom kan ontploffen, dat moet wel een indrukwekkend land zijn.’ En dat klopt ook.”

Bedreigde_zwaan_Jan_Asselijn
De bedreigde zwaan, Jan Asselijn

BEELDENDE KUNST
“Of ik vaak naar een museum ga? Ik weet niet zo goed wat daar onder wordt verstaan. Ik denk dat ik gemiddeld wel eens in de drie à vier weken een museum bezoek – maar als ik op reis ben natuurlijk vaker. Is dat vaak? De laatst tentoonstelling die ik heb bezocht is de overzichtstentoonstelling van Marlène Dumas in het Stedelijk. Bijzonder om al dat werk bij elkaar te zien. Ik vind dat haar schilderijen op de een of andere manier iets beklemmends hebben, iets beangstigends zelfs ook. Het voelt alsof de portretten die ze maakt je heel indringend aankijken, je nakijken zelfs ook, terwijl je zelf in een soort leegte staart als je naar ze kijkt. In het Rijksmuseum kom ik ook graag. Ik word altijd weer geraakt door het schilderij De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. De kracht van dat dier, dat uit het schilderij lijkt te vliegen… Je kunt niet door de eregalerij lopen zonder je door dat schilderij aangesproken te voelen. Een ander museum waar ik graag kom, is het CoBrA-museum in Amstelveen. Karel Appel en de zijnen zijn voor mijn gevoel een beetje de gabbers van de beeldende kunst. ‘Beuken! Knallen! Gaan!’ Die wil, om er in het benauwde Nederland van de jaren veertig en vijftig letterlijk en figuurlijk uit te spatten, spreekt me aan.”
“De beeldentuin van het Musée Rodin in Parijs is ontroerend mooi. De macht en de kracht van die beelden is zo groots dat het ons mensen overstijgt. Dat gevoel had ik ook toen ik eind vorig jaar de tentoonstelling  Zero: Countdown to Tomorrow, 1950s-60s in het Guggenheim in New York zag. Ergens in een zaal lag, heel geborgen, een groot vierkant van rood pigment. Dat riep op de een of andere manier een heel warm gevoel bij me op, een gevoel dat ik niet verklaren. Zoals je eigenlijk nooit kunt verklaren waarom kunst, in welke vorm dan ook, je raakt. Een museum dat wat mij betreft wel wat meer aandacht zou mogen krijgen, is Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het museum dankt zijn naam aan de familie Van Loon, de laatste bewoners van het grachtenhuis en de oprichters van het museum. Willem van Loon was een van de oprichters van de VOC. Als je daar naar binnen loopt, loop je echt de geschiedenis in. Heel bijzonder om te zien hoe de gegoede burgerij van zeventiende eeuw aan de grachten van Amsterdam woonde, in een prachtig huis vol met spullen uit De Oost. Daar vlakbij ligt trouwens fotomuseum FOAM, dus een bezoek is ideaal te combineren. Beide musea heb je in een uurtje wel gezien.”

FILM
“De beste film die ik recent heb gezien is zonder twijfel Boyhood. Man, wat is dat een ontroerende film. Nooit eerder zag ik het verstrijken van de tijd zo mooi in beeld gebracht. De film vertelt het verhaal van een jongen die van zijn zesde tot zijn achttiende levensjaar wordt gevolgd – en dat gebeurt ook echt, want ze film is over een periode van twaalf jaar opgenomen. Je ziet de tijd dus echt vat krijgen op de hoofdpersonen. Sommige mensen vinden de film saai, omdat ze vinden dat er niets gebeurt. Dat klopt ook, want in het echte leven gebeurt er op dagelijkse schaal toch ook niets? Maar als je vandaag eens neemt, en deze datum volgend jaar weer, en dat jaar daarop weer, dan zie je dat je leven wel degelijk is veranderd. Dat heeft Linklater briljant in beeld gebracht.”
“Een andere film die iedereen moet zien, is Aanmodderfakker. Anders dan bijvoorbeeld het wat voorspelbare Pak van mijn hart of Alles is liefde is dit nu eens een film die met een soort niet-Hollandse branie is gemaakt. Het verhaal gaat over een ambitieloze dertiger die, als hij in contact komt met een ambitieus jongvolwassen meisje, in onvrede raakt over zijn levenshouding. Ik kan er verder niet veel over zeggen, je moet het gewoon zien. Dat de film drie Gouden Kalveren heeft gewonnen zegt denk ik wel genoeg. Een film waar ik veel van had verwacht maar die ik vond tegenvallen, was A most wanted man van Anton Corbijn. Ik weet niet of ik dit mag zeggen, maar ik vond het een saaie film. Het is wel goed gefilmd hoor, en ook Philip Seymour Hofman speelt een glansrol in wat zijn laatste film blijkt te zijn, maar ik had er meer van verwacht.”

Whiplash
Whiplash

Whiplash is een film die ik iedereen kan aanbevelen. Die film gaat over een jongen die op het conservatorium van New York zit en er echt alles voor over heeft om de beste jazzdrummer van de wereld te worden. Ik kan daar met lichte jaloezie en met de grootste bewondering naar kijken. Ik zou dat nooit kunnen: ik heb die toewijding en zelfdiscipline niet. De jongen in de film maakt het op een gegeven moment zelfs uit met zijn vriendin, alleen maar om meer tijd aan zijn instrument te kunnen besteden. The Wolf of Wall Street: zien. Dallas Buyers Club met in de hoofdrol een uitgemergelde Matthew McConaughey: zien. Zijn meest recente film, Interstellar, is ook zeer de moeite waard. Ik zag ‘m in iMax, ik zat te trillen in mijn stoel. Maar ik vond het af en toe ook wel edelkitsch hoor. Die vader die dan bij dat sterfbed even een gedicht citeert… Dat hoeft voor mij niet. Wat ik zo goed vind aan de films van regisseur Christopher Nolan is dat hij het altijd weet te presteren om een blockbuster te maken waar ook nog eens een gedachte achter zit. Dat vind ik tof. Dat is heel anders dan die eindeloze mind numbing The Hobbit die door regisseur Peter Jackson tot de laatste druppel wordt uitgewrongen. Er zit een eetscène in die film die wel drie kwartier duurt! Ik eet thuis nog sneller. Zijn Lord of the Rings-films heb ik wel gezien, maar The Hobbit trek ik echt niet. Veel te langdradig.”

THEATER

“Theater zit, van al deze subrubrieken, het minst op mijn radar. Toneelvoorstellingen bezoek ik naar mijn smaak te weinig. De laatste voorstelling die ik heb gezien is The Fountainhead van Toneelgroep Amsterdam. Dat was heel goed, zoals eigenlijk alle voorstellingen die ze maken goed zijn. Dans en ballet zijn not my cup of tea. Ik vind het ontzettend knap wat de dansers doen en ik ben ontzettend jaloers op hun ranke lijven, maar het is niet iets voor mij. Waar ik wel graag naar toe ga, is cabaret. Van alles. Ik ga net zo lief naar een comedyclub, naar de Amerikaanse stand upper Todd Barry in Boom Chicago bijvoorbeeld, als naar Stephen Merchant – die lange slungel die vaak samenwerkt met Ricky Gervais – in een uitverkochte grote zaal van TivoliVredenburg.”

Ronald Goedemondt
Ronald Goedemondt

“De beste cabaretier van Nederland? Ronald Goedemondt. Met afstand. Hij is heel scherp en ongelooflijk grappig. Martijn Koning vind ik ook heel tof. Omdat ik in Amsterdam geen kaartje kon krijgen, ben ik laatst naar het theater van Abcoude – of eigenlijk: de gymzaal van Abcoude – gereden om de nieuwste show van Martijn te zien. Wat mij toen echt opviel is dat een voorstelling bezoeken in een dorp heel anders dan een voorstelling bezoeken in de stad: iedereen in het publiek kent elkaar. Wat ik ontzettend grappig vond: Martijn begon op een gegeven moment een zin met: ‘Ik zat laatst naar xhamster te kijken…’ Eén man begon, in een voor de rest muisstille zaal, daar ontzettend hard om te lachen. Martijn zei toen heel ad rem: ‘Jij bent zó ontzettend de lul. Iedereen in het dorp weet nu: hij kijkt porno.’ Dit voorjaar ga ik zeker nog kijken bij de nieuwe shows van Henri van Loon en André Manuel, daar ben ik benieuwd naar. Naar een show van iemand als Youp van ’t Hek hoef ik dan weer niet zo nodig. Dat is meer iemand van de generatie van mijn ouders. Ik heb het gevoel dat hij niet per se mijn taal spreekt.”

MUZIEK
“Mijn muzieksmaak is heel breed. Van pop tot klassiek – er is eigenlijk niets wat ik niet leuk vind. Wat ik zoals luister? Even kijken. The Deaf, dat bandje van gitarist Spike, vind ik bijvoorbeeld heel erg tof. Beter dan Di-rect. De Jeugd van Tegenwoordig maakt heel lekkere hiphop. Toen ik vorig jaar in New York mijn eerste marathon liep en ik er na dertig kilometer bijna doorheen zat, zette ik De Formule op. Dat is zo’n lomp nummer, maar het heeft me die laatste kilometers echt voortgestuwd. Maar ook Beyoncé vind ik tof. Ik ben wel eens bij een concert van haar geweest, en dan zie je wat een goede performer ze eigenlijk is. Klassieke muziek luister ik ook graag. Neem het einde van ouverture 1812 van Tsjaikovksi: dat voel je, omdat ik kanonschoten in zijn verwerkt, in je buik. Dat vind je bij moderne muziek niet. En wat ik ook onweerstaanbare muziek vind, maar dan in de goede zin van het woord, zijn de liedjes die op het Spaanse radiostation Los Cuarenta Principales – de Top 40 – worden gedraaid. Spaanse zomermuzak. Een naam die me te binnen schiet is die van zangeres Paulina Rubio. Een bloedordinaire zangeres die zingt op de meest simpele deuntjes maar het werkt heel aanstekelijk.”

Paulina Rubio
Paulina Rubio

“Bijna alle muziek die ik luister, luister ik via Spotify. Vroeger, hoor de oude man, kocht ik nog wel eens een album maar dat is tegenwoordig niet meer nodig. Ik vind het dan ook helemaal niet erg om iets meer voor een concertkaartje te betalen, omdat ik weet dat dat de prijs is die tegenover het gratis downloaden staat. Ik snap de mensen dan ook niet die zeuren dat de concertkaartjes tegenwoordig zo duur zijn. Dat zijn namelijk dezelfde mensen die jaarlijks tientallen euro’s beparen omdat ze geen muziek meer hoeven kopen, maar het gratis downloaden. En vind je een ticket te duur: ga dan gewoon niet, en hou eens op met jammeren. Wat ik ook een pluspunt vind aan muziek luisteren via Spotify is dat je gebruik kunt maken van de ontdekkerfunctie waarmee je nieuwe muziek kunt ontdekken. Toen ik vroeger in een platenzaak werkte werd je door een collega of een klant wel eens geattendeerd op nieuwe muziek, maar nu heb je daar niemand meer voor nodig. De muziek van soullegende Bobby Hebb, die van de megahit Sunny, heb ik bijvoorbeeld via deze functie ontdekt. En de muziek van singer-songwriter Gregory Alan Isakov. Heel fijne muziek voor de koude wintermaanden.”
“Bruce Springsteen is, samen met Morrissey en Elvis Presley, mijn grote held. Niet alleen zijn muziek waardeer ik enorm, ook zijn hele levenshouding inspireert me. Hij draagt bij elk concert uit dat hij de leukste baan op aarde heeft, is totaal niet afgestompt en ook cynisme komt in zijn universum niet voor. ‘It ain’t no sin to be glad you’re alive’, zingt hij in Badlands. Wat het beste album van Springsteen is? Poe. Als purist dien je te zeggen Darkness on the Edge of Town, maar ik ben geen purist. Ik kies toch voor Born in the USA. Waarom? Omdat daar Bobby Jean op staat, het allermooiste nummer dat ooit is geschreven. En omdat het voor mij vertegenwoordigt waar Springsteen voor staat: positiviteit, passie, het vuur brandend houden. Ik was eens bij een concert van hem in Ierland waar hij dit album integraal speelde. Pal voor mij stond een man, type kantoorklerk. Je kent ze wel: kalend, met alleen de zijkanten van het hoofd nog een beetje haar, zijn geruite blouse in zijn spijkerbroek gestopt. Naast hem stond zijn vrouw met wie hij, vermoed ik, eens in de twee maanden seks heeft op een handdoek, omdat anders het beddengoed vies wordt. Zo’n stel. Daarnaast stond hun puberzoon, zo’n slungel met een doodongelukkige blik in zijn ogen en met ledematen die veel te lang zijn voor zijn lichaam. Het was duidelijk dat de man zijn vrouw en kind had meegenomen naar ‘papa’s muziek.’ De eerste paar nummer stonden ze voorzichtig enthousiast mee te doen met de muziek. Totdat Springsteen Dancing in the dark inzette, en die man letterlijk een halve meter in de lucht sprong, zijn vuist balde en heel hard ‘YEAH’ schreeuwde. Heel even werd hij weer die achttienjarige jongen die die vrouw had versierd. Heel even werd hij weer die jongen die op de achterbank van de auto voor het eerst aan d’r borsten mocht voelen. En zelfs die puberzoon, die daar een beetje ongelukkig stond te wezen, begon ook in beweging te komen. Hij voelde wat wij allemaal voelden: een soort collectief orgasme. Dat doet Bruce Springsteen.”

Art_Rooijakkers

De culturele agenda van… Emile Roemer

Wat lees, kijkt en luistert Emile Roemer?

Boeken
“Als ik lees, lees ik graag over geschiedenis. Het boek Onze vaders in verzet – waarin mijn eigen vader een rol speelt – heb ik van begin tot eind gelezen. Het vertelt het verhaal van de verzetsgroep die betrokken was bij verzetskrant De Wacht, en daaraan gerelateerd een reddingsbrigade die aan het Sint Franciscus Gasthuis – de brigade waarvan mijn vader commandant was. Natuurlijk heb ik mij vader weleens gevraagd naar zijn rol in het verzet, maar dan zei hij nooit zoveel. Hij sprak er liever niet over. Door het boek van historici Pierre Pijpers en Aad Koster heb ik nu een veel beter beeld van die periode in zijn leven. Ik wist bijvoorbeeld wel dat hij indertijd door de bezetters ter dood veroordeeld is, maar niet dat hij pas daags voor zijn executie is bevrijd. Dat was wel even heftig toen ik dat las. Een ander mooi boek over de Tweede Wereldoorlog is De lach en de dood van Pieter Weebeling, over gevangenen die met humor in een concentratiekamp proberen te overleven. Dat boek raad ik iedereen aan om te lezen. Weebeling heeft een prachtige stijl en het verhaal blijft echt hangen.”

MUZIEK
“Als ik echt een zware dag heb gehad zet ik muziek op. Volume op tien en even m’n kop leegmaken. Wat ik dan luister? Eigenlijk altijd heavy metal. Metallica, Rammstein en Y & T – dat werk. Van Metallica ben ik al het langst fan. Ik zag ze voor het eerst in de IJsselhallen in Zwolle, in 1985. Dat was ook meteen de eerste keer dat ze in Nederland optraden. Ze waren niet eens de hoofdact op de Aardschokdag – ik kan er ook niets aan doen, maar zo heet dat nu eenmaal – maar iedereen kwam voor Metallica, en iedereen kende de nummers ook uit hun hoofd. En ik ga nog steeds graag naar heavy metal-concerten. Ik ben dit jaar weer met een stel vrienden naar Fortarock geweest, in het Goffertpark in Nijmegen. Dat is altijd heel leuk. Het begint al met de reis ernaartoe. Met de heavy metal-bus. Voor een tientje de man kun je mee. Compleet met zonnebril en pet – want ik zit er natuurlijk niet op te wachten dat mensen mij herkennen en er filmpjes op Youtube verschijnen – sta ik daar dan te genieten van de muziek. Ik was vroeger ook al nooit zo van het headbangen, maar ik pas nu wel extra op. In hou het ingetogen. En dan, als het festival afgelopen is, weer met de bus naar huis.”

“Als het enigszins kan ga ik ook elk jaar naar North Sea Jazz in Rotterdam. Daar zet ik drie kruizen voor in mijn agenda. Het hoogtepunt van dit jaar was voor mij de show van Gregory Porter. Die man heeft echt een gouden stem. En een drie uur durende soulshow met meerdere zangers en zangeressen staat me ook nog bij, al weet ik niet meer wie dat precies waren. Een van de zangeressen vertelde middenin de show dat ze net hersteld was van kanker, en bedankte haar fans voor alle steun ze tijdens haar ziekte had gekregen. Kippenvelmoment. En wat kon ze zingen ook… Tina Turner verbleekt daarbij op dat moment. Stevie Wonder was natuurlijk ook een van de hoogtepunten van dit jaar. En het Nationaal Jeugd Jazz Orkest, het orkest dat elk jaar op zo’n buitenpodium speelt, vind ik ook erg mooi. Je ziet die jonge gastjes zich de ogen uitkijken: ‘Komen die mensen allemaal voor ons?’”

“Nederlandstalige muziek vind ik ook heel prettig om naar te luisteren. The Scene bijvoorbeeld. Jammer dat ze er door de ziekte van frontman Thé Lau mee moesten stoppen. Tim Knol vind ik ook heel bijzonder. Die heeft zich binnen no time op de kaart weten te zetten met een heel eigen geluid. En ik heb ontzettend veel respect voor Frans Bauer. Dat is echt iemand die naar mijn idee ondergewaardeerd wordt in Nederland. Hij is een van de best verkopende zangers van Nederland en wordt zo ongeveer het minst op de radio gedraaid. Maar waar hij ook optreedt: het zit stampvol. Als het volk het leuk vindt wordt er gelijk denigrerend gedaan. Zeer onterecht.”

Gehele interview verschenen in het kerstnummer van HP/De Tijd, 2014. 

De culturele voorkeuren van minister Jet Bussemaker

Onze minister van Cultuur (en Onderwijs en Wetenschap) houdt van alle musea evenveel, zegt ze. Eerlijk waar. Bovendien is ze dol op muziek en zit ze nooit zonder boek. Wat leest, kijkt en luistert Jet Bussemaker zoal, en wat laat ze liever links liggen? HP/De Tijd ondervroeg de minister over haar culturele voorkeuren.

Uit het novembernummer van HP/De Tijd. (2014)

THEATER
“Als ik aan cultuur denk, denk ik aan schoonheid. Aan mooie dingen. Zoals die voorstelling van het Nederlands Dans Theater en het Kronos Quartet die ik laatst zag in de Markthal in Amsterdam. Daar viel alles samen: de plek – een oud fabrieksgebouw bij mij om de hoek waar ik nog nooit was geweest – de dans, de muziek… Vooral die oude loods zorgde voor heel veel sfeer. Het dak lekte, al was het die avond redelijk droog, en het liet veel daglicht door. Omdat het donker moest worden voordat de voorstelling kon beginnen, begon deze pas toen het begon te schemeren, zodat je gedurende het stuk het zonlicht langzaam zag uitfaden. Dat is het bijzondere aan het Holland Festival, dat er nieuwe combinaties op nieuwe plekken ontdekt worden. Ik zou er zelf niet aan gedacht hebben naar toe te gaan, maar het was een hele mooie voorstelling, dus ben ik blij dat ik de uitnodiging hiervoor kreeg.”
“Ik ga graag naar het Nationaal Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Mooie voorstellingen maken die altijd. Maar ik ben laatst ook bij Anne geweest, de toneelbewerking van het beroemde dagboek van Anne Frank. Ik was verbaasd dat het NRC Handelsblad de volgende dag een ontzettend negatieve recensie over het stuk op de voorpagina plaatste. Ja, ook ik vond de voorstelling een lange zit. Met name het eerste deel duurde ontzettend lang. Maar ik had mijn dochter en haar vriendinnetje meegenomen, allebei dertien jaar oud en dus van dezelfde leeftijd als Anne toen ze aan haar dagboek begon, en die vonden het juist een waanzinnige voorstelling. Het verbaasde me dat deze twee meiden, die toch in een cultuur leven waarin alles snel moet, het helemáál niet te lang vonden duren. Ze zeiden: ‘Ja, maar het geeft daardoor juist goed aan hoe die mensen zich verveelden in dat Achterhuis.’ Dus je kunt er artistiek wel van alles van vinden, maar op die meiden heeft het een enorme impact gehad. En daar is het om te doen.”
“Met cabaret heb ik niet zoveel. Dat vind ik vaak te oppervlakkig. Ik zie op televisie wel eens wat voorbijkomen van Sanne Wallis de Vries of Brigitte Kaandorp, en dat vind ik dan wel leuk, maar ik zou er niet zo snel voor naar het theater gaan. Van Theo Maassen zag ik laatst een film waarin hij een hele foute man speelt die in het bos woont. Daarin vond ik hem meesterlijk. Als acteur maakt hij meer indruk op me dan als cabaretier.”

BEELDENDE KUNST
“Alle musea in Nederland zijn me even lief. Dat klinkt als een politiek antwoord, maar het is echt zo. En wat hebben we een mooie musea in Nederland. Het pas heropende Rijksmuseum en het pas heropende Mauritshuis bijvoorbeeld – daar ben ik als minister echt trots op. Maar we hebben ook zoveel kleine musea die de moeite van een bezoek waard zijn. Museum Belvédère in Heerenveen bijvoorbeeld. Niet alleen het gebouw is adembenemend mooi, ook de collectie van hedendaagse Friese kunst is heel bijzonder. Dat museum verdient wel wat meer waardering. Museum Boerhaave in Leiden is ook zo’n fijn museum. Wat ik zo leuk vind aan dat museum is dat ze heel veel doen om kinderen te interesseren voor natuur, techniek en wetenschap. En op de binnenplaats van het gebouw is een speelplaats gerealiseerd. Mooi vind ik dat. Vroeger was een museum een plek waar het stil moest zijn, waar gezag gold, maar gelukkig is dat tegenwoordig veel minder. En als ik nog een tip mag geven: vanaf begin september is er in Huis Doorn in Doorn een tentoonstelling te zien over Nederland in de Eerste Wereldoorlog. Toen ik aantrad als minister stond dit museum, met daarin de collectie van keizer Wilhelm II die in 1917 naar Nederland vluchtte, door de bezuinigingen in de culturele sector op het punt om haar deuren te sluiten. Ik heb toen tegen ze gezegd: zorg dat jullie een project maken over de Eerste Wereldoorlog, dan kan ik jullie daar wat geld voor geven. En dat hebben ze gedaan, in samenwerking met Paleis het Loo.”
“Zelf kom ik ook graag in het Rijksmuseum. Laatst liep ik in het Rijksmuseum door een zaal waar werken van de jonge Piet Mondriaan hingen. Zo ontzettend mooi, hè. Iedereen loopt altijd gelijk door naar die eregalerij, maar er is zoveel meer te zien. Daarom vind ik kleine musea ook zo prettig: die zijn zo lekker overzichtelijk. Daar zie je iets, en dat neem je dan de hele dag met je mee. Het Rijksmuseum is daar veel te kolossaal voor: daar zou je eigenlijk maar één zaal moeten bekijken, alles op je in laten werken, en dan weer vertrekken. Het dierbaarste kunstwerk wat ik zelf heb? Dat zijn de twee portretjes van mijn ouders die Joanna Quispel recentelijk voor me heeft geschilderd. Ze hangen op dit moment naast elkaar in de gang. Op het ene portret is mijn vader te zien, achter de vleugel waar hij altijd zit, en op het andere portret mijn moeder die de krant leest. Wat wel grappig is, is dat op dat portret een schilderij te zien is wat mijn overgrootmoeder ooit van mijn grootmoeder maakte. En op de voorpagina van de krant die mijn moeder leest sta ik – dus vier generaties in één schilderij. Maar meer nog dan kunst heeft architectuur mijn belangstelling. Ik ben altijd een liefhebber geweest van mooie gebouwen. Ik heb zelfs een tijdje overwogen om bouwkunde te gaan studeren. Maar op een gegeven moment verloor ik de architectuur een beetje uit het oog, zoals dat wel met meer dingen gebeurt, maar de interesse voor gebouwen en waar ze vandaan komen is wel altijd gebleven. Onlangs zag ik wat ontwerpen van Francine Houben, de Woman Architect of the Year. Sinds die tijd heb ik de architectuur weer een beetje herontdekt en ben ik er weer meer mee bezig.”

MUZIEK
“Ik ben dol op klassieke muziek. Er is niets fijner dan op zondagochtend langzaam wakker worden, ontbijten met verse broodjes, een gekookt ei en een koffie verkeerd, en dan op de achtergrond het Piano Quartet van Brahms. Of iets van Sjostakovitsj, ook mooi. En waar ik ook heel trots op ben: mijn dochter kan nu Chopin spelen op de piano, net als ik deed toen ik haar leeftijd had. Het vioolconcert van Mendelssohn heb ik recentelijk herontdekt. Dat komt omdat ik vorig jaar met het Concertgebouworkest in Sao Paolo was. Een van de violisten van het orkest, Tjeerd Top, gaf daar een masterclass aan een jongen die daar in één van de sloppenwijken woont. Die jongen speelde daar, in zijn gerafelde kleding, het vioolconcert van Mendelssohn. Ik had dat stuk vroeger wel vaak gehoord, maar nu hoorde ik het weer en dacht: ‘Jeetje, wat is dit mooi.’ En wat leuk is: deze jongen is dus onlangs toegelaten tot het conservatorium in Amsterdam. Dus daar gaan we vast nog meer van horen.”
“In je tienertijd ontstaan veel liefdes die later weer overgaan, maar mijn liefde voor Sting is nooit overgegaan. Sting is gewoon fantastisch. Ik vind zijn muziek mooi, zijn stem is mooi, de teksten slaan ergens op… Neem bijvoorbeeld een nummer als Russians, waarin hij zingt: ‘The Russians love their children too’. Dat gaat natuurlijk ook heel erg over politiek. Englishman in New York is ook zo’n mooi nummer, over cultuurverschillen. Dat je, ook al spreek je dezelfde taal, toch een vreemde blijft in een ander land. Fleetwood Mac blijf ik ook fantastisch vinden, en Joan Armatrading ook – echt lekker voor als je gaat sporten. En The Sound of Music kan ik ook blijven kijken zonder dat het gaat vervelen. Maar Nederland heeft ook veel talent hoor. Ilse Delange vond ik al voor haar deelname aan het songfestival heel erg goed. En Rick Stotijn, de contrabassist, die ik vorig jaar de Nederlandse Muziekprijs heb mogen overhandigen. Ik heb met tranen in mijn ogen gekeken hoe hij speelt – hij trad op met een harpiste Lavinia Meijer en cellist Pepijn Meeuws – het was zo harmonisch, zo perfect… Dat ontroerde me.”


FILM

“Ik kijk graag naar films, maar ook veel naar series. Nederlandse dramaseries ook. Eentje die ik echt heel mooi vond was die serie die bij de hoogovens speelde. Vuurzee. Dat ging over een huisarts aan de ene kant en een Marokkaanse familie aan de andere kant, maar ze werkten allemaal bij de hoogovens. Ik hoop dat daar nog een vervolg op komt. Een deel van de acteurs van Vuurzee speelde later in de andere mooie serie, Bloedverwanten. Dat gaat over de intriges van een familie in de Bollenstreek. Daar keek ik graag naar, alleen al omdat ze zo mooi gebruik hadden gemaakt van ons landschap en onze cultuur. Van de buitenlandse series vind ik House of Cards echt heel leuk – over de op macht beluste politicus Frank Underwood. Het lijkt in niets op Den Haag, maar het is wel leuk om te volgen. De Deense serie Borgen lijkt dan wel weer op het leven op het Binnenhof. De manier waarop de hoofdpersoon haar gezin combineert met haar werk vind ik wel herkenbaar. Maar met collega’s napraten over beide series doe ik bijna nooit: tegenwoordig kijk je wanneer het je uitkomt. En dat is eigenlijk wel jammer.”
“De laatste film die ik heb gezien is 12 Years a Slave. Dat is een ontzettend heftige film, ik kon er bijna niet naar kijken, zo gruwelijk. Kijk, mijn man is van Surinaamse origine, dus ik weet wel het een en ander af van deze voorgeschiedenis. En daar zou wat mij betreft best wat meer aandacht voor mogen zijn. Ik denk dat het van belang is om je goed te beseffen waar je vandaan komt, omdat je anders niet goed over hedendaagse thema’s als integratie en verdraagzaamheid kunt spreken. Ik ga natuurlijk niet voorschrijven dat er op scholen meer aandacht moet komen voor onze koloniale geschiedenis, maar ik vind het wel van belang dat we daar aandacht voor blijven houden. En dat is niet alleen een taak van het onderwijs, maar ook van auteurs, filmmakers en musea.”

BOEKEN
“Ik ben een enorme lezer. Gemiddeld lees ik wel een boek per maand, en in de vakanties natuurlijk een heleboel boeken meer – papieren boeken uiteraard, want lezen van een scherm is vooralsnog niets voor mij. Deze zomer ben ik met mijn man en dochter naar Spanje geweest, naar hele goede vrienden die een prachtig huis hebben in de buurt van Gerona. Daar kon je aan het zwembad liggen met een boek, je kon in een schommelstoel zitten met een boek, je kon naar het strand lopen met een boek onder je arm – kortom: er waren mogelijkheden te over om te lezen. En dat heb ik dan ook gedaan. De nieuwe detective van René Appel, De Advocaat, heb ik als eerste gelezen. René is een bekende van ons, dus dat is dan prettig om mee te beginnen. En daarna het nieuwe boek van Margalith Kleijwegt dat ik van haar kreeg: Familie is alles. Zij is de auteur van een eerder verschenen boek over jongeren op het Calvijn met Junior College in Amsterdam, en laat in haar werk zien hoe de jongeren hun leven leiden. Ze leven veelal in gesloten gemeenschappen, worden door het thuisfront niet gestimuleerd om naar school te gaan, en belanden daardoor vaak in de criminaliteit. En de docenten staan machteloos. Dit boek is een vervolg op dat eerste deel dat tien jaar geleden verscheen. Heel interessant.”:
“In de dienstwagen kom ik helaas niet verder dan de stukken die ik moet lezen, maar ik heb altijd wel wat boeken naast me liggen. Natuurlijk weet ik dat ik qua tijd aan maximaal één boek toe kom, maar ik heb er steevast drie of vier bij me. Een van die boeken was Made in Europe van Pieter Steinz, dat ik onlangs heb gelezen. Een heel fijn boek over cultuur in Europa. Wat ik ook pas heb gelezen: dat onafgemaakte boek van Rascha Peper. Wat kon zij goed schrijven. En Oorlog en terpentijn van de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans moet hier ook zeker even genoemd worden. Hertmans vertelt in dat boek het verhaal van zijn overgrootvader, die schilder was, maar ook over de tijd dat zijn overgrootvader als soldaat diende in de Eerste Wereldoorlog – en daarmee over alle gruwelijkheden die in die tijd plaats hebben gevonden. In België zijn hele dorpen bijna letterlijk uitgeroeid, dat kunnen we ons eigenlijk nauwelijks voorstellen. Ik vond het een heel aangrijpend boek en bovendien ook stilistisch heel mooi geschreven. Een aanrader.”
“Wat mij betreft mogen er wel wat meer gedichten op straat te lezen zijn. In plaats van die Loesje-spreuken wat meer posters met gedichten, dat lijkt me wel leuk. En er mogen wel wat meer boeken over het onderwijs geschreven worden. Toevallig herlas ik laatst Bint van F. Bordewijk. Mooi om te lezen wat het met een leraar doet om voor een klas te staan en hoe daarmee om te gaan. Onder Professoren van W.F. Hermans is ook zo’n klassieker. Heel herkenbaar ook voor de mensen die de academische gemeenschap een beetje kennen. Het wordt onderhand wel eens tijd voor een opvolger van dit boek. Ja, Geachte heer M. van Herman Koch gaat ook gedeeltelijk over het onderwijs – over een geschiedenisleraar als ik me niet vergis – maar dat boek heb ik nog niet gelezen. Want ik ben eerlijk gezegd niet zo’n fan van Herman Koch.”

Wende Snijders over Nick Cave, Jacques Henri Lartigue en Antjie Krog

Zangeres Wende Snijders (35) over haar culturele smaak.

Verschenen in het zomernummer van HP/De Tijd 2014.

MUZIEK
“Wat ik op dit moment in mijn speellijst heb staan, vraag je? Even kijken. Nick Cave. Zijn album Push the sky away kan ik heel vaak achter elkaar luisteren. Dan komt Frank Ocean, dat is wat meer R&B-achtig, en Ray Lamontagne, dat neigt dan weer meer naar folk. Dat geldt trouwens ook voor de volgende in de lijst, de muzikale zusjes van CocoRosie. Oh, en dan komt Vampire Weekend, van die heerlijk vage Indie-rock, gevolgd door Tom Waits, dan dat nieuwe album van Blur-frontman Damon Albarn, Lykke Li, DJ Harvey, dingetjes van de gasten waarmee ik mijn album Last Resistance heb geproduceerd… En dan moderne klassieke muziek. Satie. Prokovjev. Andriessen. Mijn muzieksmaak gaat echt alle kanten op, maar toch: alle muziek is me even lief. Bij elke gemoedstoestand past weer een andere artiest. Dat cumulatieve, die constante afwisseling van muziekstijlen, vind ik dan ook fijn.”
“Stromae vind ik als artiest ontzettend interessant. Wat ik zo bijzonder aan hem vind, is hoe hij het visuele aspect van zijn show ten volste benut. Daar zit zijn kracht. Volgens mij snapt hij exact hoe de tijd zich beweegt en hoe de mensen tegenwoordig muziek willen beleven. Hij kan zijn boodschap als geen ander naar een mainstream publiek communiceren. Ik ben heel benieuwd hoe hij zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Nick Cave vind ik ook zo goed. Zijn songteksten zijn pure literatuur. Natuurlijk is het leuk dat zo’n jongen als DJ Martin Garrix door het hebben van één hitje ineens ontzettend beroemd is, maar met muzikanten is het volgens mij zo dat ze, net als rode wijn, wat tijd moeten hebben om op smaak te komen. Nick Cave draait al ruim dertig jaar mee en blijft zichzelf constant uitdagen – en dat proef je in zijn muziek.”
“Atoms for Peace is ook supergaaf. Ze maken hele experimentele rock met echt een superformatie: onder andere Thom Yorke, de frontman van Radiohead, en Flea van The Red Hot Chili Peppers. En naast waanzinnig mooie muziek maken ze ook waanzinnig mooie clips. In Nederland vind ik De Staat helemaal te gek. Wat ik waardeer is, en dat is wat ik bij alle kunstenaars heb,  dat ze een eigen signatuur hebben. Ze hebben iets eigenzinnigs. Dat geldt ook voor Colin Benders, Kyteman. Ik ben heel benieuwd wat hij teweeg wil brengen met zijn artistieke broedplaats Kytopia. En waar ik ook wel heel nieuwsgierig naar ben, is de nieuwe lichting muzikanten. Wie zijn toch al die jongens en meisjes die de komende jaren op zullen gaan staan en de kar gaan trekken?”

THEATER
“Theater is mijn leven. Er is dan zoveel wat ik wil zien de komende maanden… Ik ben bijvoorbeeld heel benieuwd naar de opera Homebody.  Of ja, opera, het is een mix van allerlei disciplines. Ten eerste is er de opera. Het verhaal is gebaseerd op het toneelstuk van Tony Kushner, die ook Angels in America en de film Lincoln schreef. Regisseur Malcolm Rock schreef het libretto. Kyteman heeft de compositie gemaakt. En Monic Hendrix is gastactrice. En Het Nationale Ballet danst er in mee… Homebody wordt gemaakt door een team dat artistiek zo goed is, dat ik denk: daar moet iedereen naar toe. Vanaf september staan ze in de theaters. Gaat dat zien. Verder wil ik Hamlet vs. Hamlet van Toneelgroep Amsterdam snel eens gaan zien. Deze voorstelling is nog tot en met begin oktober te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Ik ben vooral heel benieuwd hoe Tom Lanoye dat oeroude toneelstuk heeft hertaald naar iets van deze tijd.”
“Onlangs ging ik kijken naar de opera Laika. Een geweldige theatervorm trouwens, opera. De muziek die door Martijn Padding is gecomponeerd, het libretto dat door P.F. Thomése is geschreven, de vormgeving en natuurlijk het geweldige spel van de acteurs – al die disciplines kwamen samen en vielen in elkaar. Gesamtkunst. Soms heb ik er wel moeite mee dat alles gezongen wordt, maar goed, dat is nu eenmaal zo bij opera.  Dans vind ik ook heel mooi. Ergens in oktober van dit jaar wordt de door de meesterlijke choreograaf Mats Ek hertaalde versie van Sleeping Beauty door het Nederlands Dans Theater opgevoerd. Dat moet ik zien.”
“Weet je wat ik jammer vind? Dat Jeroen Willems er niet meer is. En dat Maarten van Roozendaal er niet meer is. Ik had graag gezien wat die nog in de theaters zouden hebben gedaan. Gelukkig staat er ook veel nieuw jong talent op. Neem iemand als Benjamin Moen. Een heel getalenteerde acteur. Zo grappig en zo geraffineerd in zijn spel en humor… Reinout Scholten van Aschat vind ik ook een groot talent. Hoe hij Willem Holleeder speelt in De Heineken Ontvoering en hoe hij Johan Cruijff speelt in de televisieserie over diens leven – ik geloof gewoon dat hij die personages is. En theatermaakster Marjolijn van Heemstra wil ik ook nog even noemen. Ze is intelligent, ze heeft een eigen signatuur en geeft het publiek inzicht over hoe zij over de wereld denkt.”

FILM
“Een poosje geleden was iedereen lyrisch over Breaking Bad, dus ging ik dat ook maar eens kijken. Vijf afleveringen heb ik gezien, toen was ik er klaar mee. Toen wist ik het wel. Mensen zeggen dan dat ik door moet blijven kijken omdat ik series anders nooit leuk ga vinden. Vijf seizoen door blijven kijken? Dude, daar heb ik helemaal geen zin in. Ik kijk liever naar een film, daar kan ik wel geduld voor opbrengen. Van Michael Häneke heb ik echt alles wel gezien. En van Lars von Trier ook. Ik merk dat ik Italiaanse films wel kan waarderen. Federico Fellini heeft echt prachtige films gemaakt: Amarcord was vroeger mijn lievelingsfilm. La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino heb ik ook gezien. Maar Il Divo, een film van dezelfde regisseur en met dezelfde hoofdrolspeler als La Grande Bellezza, is ook echt heel gaaf hoor. Dat gaat een beetje over de Italiaanse politiek. Over Berlusconi ook. De kracht van Italiaanse films is, denk ik, dat fantasie en realiteit zo in elkaar overlopen. En de katholieke dramatiek. De mensen zijn allemaal zo dramatisch. Dat geeft zo’n film wel sjeu.”
“Wat echt de aller- allermooiste film is die ik de laatste maanden heb gezien is La Vie d’Adèle. Daar heb ik echt een week over nagedacht, zo’n impact had die film op mij. La Vie d’Adèle vertelt het verhaal van de jonge Adèle die denkt dat ze op jongens valt, maar opeens verliefd wordt op de blauwharige Emma. Het acteerwerk, het verhaal, en hoe dat verhaal vertelt wordt – dat komt zo hard binnen. Wat ik ook een toffe film vind is The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson. Alles aan deze film is gestileerd, en juist dat maakt het zo goed. En Her, die film waarin een man verliefd wordt op een computer, vind ik ook heel bijzonder. Alleen die gedachte al, dat je als mens in de toekomst misschien verliefd kunt worden op een stukje techniek, vind ik heel interessant. De Dallas Buyers Club is ook wel heel cool gedaan. En die film van die hele jonge filmmaker, J’ai tué ma mère van Xavier Dolan. Een prachtige film over de relatie tussen een homoseksuele tienerjongen en zijn moeder.”

BEELDENDE KUNST
“Ik hou heel erg van fotografie. Fotograaf Jimmy Nelson vind ik heel goed, Sebastião Salgado en Joost Vandebrug ook. En wie ik ook heel tof vind is de Japanse fotograaf Daido Moriyama. Hij loopt dagelijks door de stad en maakt dan random snapshots, maar wel superwonderschoon. Wat deze fotografen met elkaar gemeen hebben? Ik denk dat ze allemaal een soort esthetische rauwheid in hun werk hebben. En dat bevalt me. De portretten van Richard Avedon vind ik bijvoorbeeld veel te gestileerd, die zijn mij niet rauw genoeg of zo. Ik kan het niet goed uitleggen. Er moet gewoon een soort randje aan zitten, snap je?”
“Misschien wel de mooiste tentoonstelling die ik ooit heb gezien was de overzichtstentoonstelling van fotograaf Jacques Henri Lartigue, in het Centre Pompidou in Parijs – ik denk dat ik die inmiddels een jaar of tien geleden heb gezien. Toen ik dat had gezien begreep ik ineens het belang van een goede curator. Alles klopte namelijk aan die expositie. De opbouw, de keuze van de foto’s, de informatie die werd gegeven… Lartigue was een Franse fotograaf die zijn hele leven consequent gefotografeerd heeft. Vanaf 1910 ongeveer, toen hij een jaar of veertien was, tot aan zijn dood in 1986. Die tentoonstelling in Parijs was onderverdeeld in telkens tien jaar van zijn leven. Je zag daardoor niet alleen zijn ontwikkeling als fotograaf, maar ook de ontwikkeling van de tijd. Toen ik eenmaal weer buiten stond was ik echt ontroerd: nooit eerder had ik ‘de tijd’ zo sterk gevoeld.  En nooit eerder had ik zo duidelijk gezien wat je allemaal in een leven kan doen.”
“Ik hou van kunstenaars die een eigen signatuur hebben. Francis Bacon, Michaël Borremans, Marlene Dumas. Van laatstgenoemde ga ik zeker naar de overzichtstentoonstelling kijken die vanaf september in het Stedelijk in Amsterdam te zien is, daar verheug ik me nu al een beetje op. En ik wil binnenkort ook naar het Martin-Gropius-Bau in Berlijn waar de internationale tentoonstelling over David Bowie te zien is. Natuurlijk kan ik ook wachten tot-ie december volgend jaar in het Groninger Museum te zien is, maar dan bekijk ik ‘m toch liever daar. Het Museum for Modern Art in New York: heerlijk. Maar aan de andere kant vind ik het veel kleinere Whitney Museum of Modern Art, allebei gelegen rond Central Park, ook heel lekker. Lekker overzichtelijk vooral. Daar heb je niet het idee dat je er een week rond moet lopen om alles te hebben gezien.”

BOEKEN
“Ik was een tijd geleden in Thailand en sprak daar met een kunsthistoricus. Ik vroeg hem: ‘Als ik iets van kunst wil begrijpen, welk boek moet ik dan lezen?’ Hij antwoordde: ‘Lees Gun, Germs and Steel van Jared Diamond.’ En daar lees ik nu dus in. Het is een prachtig, historisch boek dat vertelt hoe de mens zich in ruim 13.000 jaar tijd over de wereld heeft verspreid. Hoe de mens vanuit Afrika naar Europa en Azië is getrokken bijvoorbeeld, en hoe de cultuur van de verschillende volkeren zich in de periode daarna, beïnvloed door de plaats waar ze zich vestigden, heeft ontwikkeld. De hedendaagse politiek, kunst en economie: alles heeft zijn wortels liggen in de cultuur en de rituelen uit dat verre verleden. Ook de kunst die ik maak. En daarom vind ik dat antwoord van de kunsthistoricus in Thailand ook zo mooi. Hij had ook kunnen zeggen: lees The Story of Art van E.H. Gombrich. Maar dat deed hij niet. In plaats van mij een wegwijzer te geven in de kunst, gaf hij mij een wegwijzer in de mens.”
“Naast Gun, Germs and Steel lees ik momenteel La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer. Ik las het van de week op een overvol terras en moest hardop lachen om die passage dat de hoofdpersoon seks heeft met een geamputeerd vrouwenbeen. Hij beschrijft dat echt heel hilarisch. En ook zijn geestige en scherpe observaties over Italië, over de toeristen en over zichzelf – want hij ontziet ook zichzelf niet –  vind ik heel mooi opgeschreven. Ja, wat slingert er hier nog meer rond? Een boek over mindfulness van een of andere Tibetaanse monnik waar ik al even in heb gebladerd en… o ja! De Gewichtslozen van Valeria Luiselli. Daar ben ik net in begonnen en gaat geloof ik over een vrouw die vertelt over haar leven zoals het nu is, met een gezin en zo, maar dat wordt doorvlochten met verhalen over haar leven toen ze student was. Het is een beetje een Pinteriaanse manier van vertellen: het is geen chronologisch verhaal, maar het verhaal ontvouwt zich bijna achterstevoren. Er gebeurt iets, en gaandeweg het boek kom je te weten waarom dat is gebeurd.”
“Als ik van iemand fan ben, dan is dat van de Afrikaanse dichteres Antjie Krog. Kleur komt nooit alleen is mijn lievelingsdichtbundel. Haar gedichten zijn een combinatie van heel aards, heel intelligent, maar tegelijkertijd ook heel vrouwelijk en heel emotioneel. Zoals Marlène Dumas schildert, zo dicht Antjie Krog. Ze heeft trouwens ook gedichten gemaakt op de schilderijen van Dumas, dus ik durf deze vergelijking te maken. P.F. Thomése vind ik een goede schrijver. Nicole Krauss ook: The History of Love is echt prachtig. En dat boek over Berlijn van Cees Nooteboom. Oh, die is echt heel goed! Zijn stijl van schrijven, zijn manier van denken, zijn observaties…  Sommige mensen zijn echt schrijvers. Cees Nooteboom is echt een schrijver. Hij kan me echt alles wijsmaken. Alles wat hij opschrijft geloof ik. En dat is bloedlink, eigenlijk. Ik heb ooit eens een boek gelezen over hoe Rusland aan geschiedvervalsing heeft gedaan. Grenzen anders tekenen terwijl ze dat land nog helemaal niet veroverd hadden, dat soort dingen. Stel dat Cees Nooteboom een kwaadaardig persoon zou zijn, dan zou hij me allerlei leugens wijs kunnen maken!”

Jan Terlouw: ‘De verfilming van Koning van Katoren is tamelijk desastreus’

De culturele smaak van oud-politicus en schrijver Jan Terlouw (82) en zijn vrouw Alexandra. 

BEELDENDE KUNST

‘Onze smaak in kunst – ik zeg ‘onze’ omdat mijn vrouw Alexandra en ik vaak samen van cultuur genieten – is in de vele huwelijksjaren naar elkaar toegegroeid. Ik hield altijd al wel van de impressionisten, maar door haar nog meer. De Waterlelies van Monet vinden we allebei prachtig. En de werken van Van Gogh, ook die gaan nooit vervelen. In het Kröller-Müller Museum hangt een prachtige collectie van zijn werk. En hoewel ik in mijn leven als politicus en natuurkundige veel heb gereisd en veel musea heb bezocht, blijft het Kröller-Müller Museum in Otterlo voor mij een van de mooiste musea ter wereld. De natuur, het gebouw, de collectie: alles klopt. Dat geldt ook voor het Guggenheim Museum in New York: in-druk-wek-kend. Een mooier gebouw dan dat bestaat er niet. Sprekend over Van Gogh: ik vind dat er kunstwerken zijn waarvan je na verloop van tijd mag zeggen: dat is mooi. Niet: dat vind ik mooi, nee, dat is mooi. Daar hoeft niet meer over gediscussieerd te worden. Gezicht op Delft van Vermeer is mooi, De Nachtwacht van Rembrandt is mooi. Die werken hebben in de loop der tijd bewezen dat ze van enorme waarde zijn voor veel mensen, die moeten gekoesterd worden.  Er is ook veel kunst waar ik niets mee heb. Het werk van Willem de Kooning bijvoorbeeld, dat roze met geel. Een nageboorte vind ik het.  En van Victory Boogie Woogie van Mondriaan raak ik ook niet opgewonden. Als ik dan hoor dat zo’n werk veertig miljoen waard is… Tja. Ik vind het wel decoratief en evenwichtig hoor, maar daar is ook alles mee gezegd.
‘Sommige kunst kan me woedend maken. Ik kwam een keer in Canada in een museum en daar lag, in een prachtige zaal, een lantaarnpaal. Ondersteboven. Meer niet. Razend word ik dan! Ook protesteer ik tegen dat rode vlak dat in het Stedelijk hangt, dat doek van Barnett Newman. Dat heeft een hoog ‘nieuwe kleren van de keizer-gehalte.’ Het is natuurlijk wel eens even apart om een schilderij te maken dat niets meer is dan een rood vlak, maar dan prijzen kunstcritici het vervolgens de hemel in. Wat een flauwekul, denk ik dan.
‘De laatste tentoonstelling die we samen hebben bezocht was de tentoonstelling ‘De Dode Zeerollen’ in het Drents Museum in Assen. De rollen zijn mooi om te zien, maar ze zijn vooral opmerkelijk – er is natuurlijk een hele geschiedenis aan verbonden. Mijn vrouw had de rollen al eerder gezien in Israël waar ze tentoongesteld liggen in een grote, glazen tafel waar je helemaal om heen kunt lopen. In Assen waren ze, ik denk vanwege de vereiste temperatuur en vochtigheidsgraad,  tentoongesteld in grote zwarte kasten met gedempt licht.  Ze zei na afloop van ons bezoek: ‘Ze hebben in Assen echt hun best gedaan om de teksten zo goed mogelijk te tonen. Ze hebben het museum er zelfs bijna voor verbouwd. Maar het gaat ten koste van de esthetiek. En daarin had ze wel een beetje gelijk.

MUZIEK
‘Wij luisteren thuis bijna nooit naar cd’s. En dat heeft verschillende redenen. De eerste is dat mijn vrouw daar niet tegen kan.  Als er muziek te horen is moet alles stilvallen. Zelf wil ze er niet eens bij lezen. Dan moet alle aandacht naar de muziek. En de tweede reden, en dat is voor mij meteen de belangrijkste reden, is dat we in ons dagelijks leven heel veel  livemuziek om ons heen hebben. Mijn vrouw speelt cello, mijn dochter is violiste en mijn schoonzoon is pianist. Zelf speel ik af en toe ook piano, maar alleen als er niemand thuis is. Ik kan er weinig van, in ieder geval niet opwekkend genoeg om aan anderen te laten horen.
‘Zoals ik al zei: muziek is altijd dichtbij. Ik treed zo eens in de paar weken op met het Orion Ensemble, het ensemble van mijn dochter Pauline, haar partner Leonard Leutscher en celliste Carla Schrijner. Het leukst vind ik het wanneer ik op mag treden als Joseph Haydn. Dan kleed ik me aan als de oude Haydn – pruik, jas, strik op mijn schoenen – en dan vertel ik een uur over zijn veelbewogen leven. Over zijn vele liefdes. Over zijn slechte huwelijk. Over zijn verdriet over de dood van zijn jonge vriend Mozart. En het trio illustreert zijn levensverhaal dan met die zeer gevarieerde muziek van hem. Soms, als ik tijdens de voorstelling even zit terwijl zij spelen, voelt het heel sterk of ik Joseph Haydn echt bén. Dan denk ik: ‘Wat mooi, wat mooi! Gossie, wat spelen jullie mijn muziek mooi zeg!’
‘In mijn jeugd luisterde ik wel naar jazz en dixieland, dat was in die tijd populair. Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, Oscar Peterson – dat soort mensen. Dat is mooie, gevarieerde muziek. Opzwepende muziek ook. Nog steeds wordt het wat mij betreft op een feestje pas leuk als er dixieland wordt gedraaid. Ik vind dat de muziek van de afgelopen vijftig jaar een heel hoog trance-gehalte heeft. Eindeloze herhalingen en een eindeloze beat – heel veel hetzelfde. In alle muziek van na The Beatles hoor ik dat terug. Dan denk ik: oja, ik moet weer in slaap. Ik moet weer in trance. Of, ik kan het onvriendelijker zeggen: sáái. Ik vind het heel saaie muziek. Maar ik mag er niet over oordelen, ik weet er gewoon te weinig van af. En misschien heb ik ook wel een vooroordeel gekregen, want zodra ik een elektrische gitaar hoor denk ik al: saai. Dat zal dus aan mij liggen.’

FILM
‘Toen mijn vrouw en ik in Parijs woonden gingen we met enige regelmaat naar de film, maar in Nederland gaan we nog maar zelden. Life of Pi is denk ik de laatste film die ik in de bioscoop heb gezien. Verbluffend gemaakt, zo met die tijger in dat bootje. En mijn vrouw was helemaal weg van Il y a longtemps que je t’aime, een film over een vrouw die haar kind doodt omdat het anders een verschrikkelijk leven krijgt. Ik geloof dat het een verhaal van Philipe Claudel is. Mooi, vind ik ook.  Ik houd  ook van die lekkere grote-verhalen-films. The Guns of Navarone, een actiefilm, dat soort. Amadeus ook, de film over het leven van Mozart. De film Another year zagen we onlangs, een klein meesterwerk. Je kijkt bijna twee uur naar het wel en wee van een Engels gezin en er gebeurt zo ongeveer niets.  Maar het is zo geloofwaardig gespeeld en de teksten waren zo goed… Alles wat er werd gezegd was goed.
‘De kwaliteit van de Nederlandse film is lange tijd bedroevend geweest, vind ik. De enscenering en de beelden waren vaak wel goed hoor, daar niet van, maar het acteerwerk was niet best. Povere teksten ook.  Maar het wordt van lieverlee beter. Mijn boek Oorlogswinter is een paar jaar geleden verfilmd door Martin Koolhoven en dat heeft hij echt goed gedaan. Maar de verfilming van Koning van Katoren, uit 2012, is tamelijk desastreus. Ik herken niets van het boek in de film. De hele essentie is weg. Maar goed, daar moet je maar in berusten. Door die film gaan weer meer mensen je boek lezen – ik geloof dat er in het jaar dat de film uit kwam weer honderdduizend extra van zijn verkocht –  dus daar doe je het dan maar voor. Verder vind ik dat er erg slordig wordt gesproken in Nederlandse films. Duidelijk articuleren is niet onze kracht. Daarom bekijk ik een film ook het liefst op de televisie. Dan kan ik de ondertiteling in ieder geval aanzetten. Anders moet ik echt moeite doen om de film te volgen. Maar misschien is achteruitgang van mijn gehoor de oorzaak.’

LITERATUUR

‘Lezen is voor mij net zo gewoon als eten en drinken en ademhalen: het hoort gewoon bij het leven. Ik lees nooit niet. Er is altijd wel een boek waar ik in bezig ben. Op dit moment is dat Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen, een boek over de bedelaarskolonie Veenhuizen. Maar daar ben ik pas in begonnen, daar kan ik nog niets zinnigs over zeggen. Het boek 1914 van Dirk Verhofstadt heb ik net uit. Een schrijver met een rijke inhoud. Hij schrijft in dit boek 365 stukjes over 365 dagen in België in het jaar 1914– het verschrikkelijke jaar 1914. Indrukwekkend. Ik lees de boeken van Verhofstadt graag.  Hij schrijft waardevolle boeken over geschiedenis, over Thomas Paine en paus Pius XII bijvoorbeeld. Ik lees graag boeken die over politiek en geschiedenis gaan en laten zien hoe de gedachten van de mens zich in de loop der tijd ontwikkelen Waarom zijn we geworden wie we zijn? Neem nu Thomas Moore. Dat is een groot filosoof geweest, een humanist ook, en toch zette hij potverdorie mensen op de brandstapel om geen andere reden dan dat ze een ander geloof hadden dan hij. Hoe is het mogelijk? Dat is heel interessant om je in te verdiepen.’
‘Ik lees veelal Nederlandstalige literatuur. Maar wat is literatuur? Hollands Glorie van Jan de Hartog  is gewoon een lekker boek, wel drie keer gelezen. En dat is vaak voor mijn doen. Maarten ’t Hart is ook een prima schrijver. Hij schrijft erudiet, onderhoudend en zeer geestig. Neem het boek Wie God verlaat heeft niets te vrezen. Geestig tot en met! En hij schrijft ook nooit onzin over wetenschap. Harry Mulisch was daar minder secuur in, vind ik. In De ontdekking van de hemel, een veel geprezen boek, zit een vreemde inconsequentie. Daar erger ik me dan aan. En het boek gaat over heel veel, maar liefde komt er pover af. In veel van zijn boeken trouwens. Maar hij was natuurlijk een groot schrijver.
‘Erwin Mortier schrijft prachtig. Als ik zijn werk lees denk ik: oh man, wat schrijf je prachtig, wat schrijf je een mooie zinnen. En dan heb ik er na tien bladzijdes genoeg van en zet ik het terug in de kast. Te literair vind ik het. Hij zou zich iets meer van het verhaal kunnen aantrekken en iets minder van de prachtige manier waarop hij het zegt. Het Diner van Herman Koch vond ik een knap boek, maar het wordt niet dierbaar omdat alle personages uiteindelijk onsympathiek zijn, en je moet toch affectie krijgen met minstens… iemand. Maar ik heb het wel uitgelezen – ik was toch benieuwd of het verhaal nog een wending zou nemen. En dat gebeurde.’

THEATER
‘We gaan af en toe naar een toneelvoorstelling – mijn vrouw vaker dan ik. Vaak kiest ze met onze dochter Sanne, die zo ongeveer naast de schouwburg in Deventer woont, aan het begin van het theaterseizoen al uit naar welke voorstellingen ze gaat en dan vraagt ze of ik mee wil of niet. Een enkele keer ga ik dan mee. De laatste twee voorstelling die ik heb gezien zijn het toneelstuk De Storm van William Shakespeare, uitgevoerd door het Nationale Toneel, en een toneelbewerking van Het Proces van Franz Kafka, uitgevoerd door Toneelgroep Oostpool. Allebei prachtig. Naar cabaret ga en kijk ik zelden. Ik moet er gewoon niet om lachen. Misschien een gebrek aan gevoel voor humor? Wim Sonneveld en Wim Kan vond ik wel geweldig. En niet te vergeten mijn goede vriend Seth Gaaikema, die onlangs is gestopt. Nostalgie. Daar ging ik voor naar de schouwburg. Maar op de huidige one man– of one woman-shows ben ik niet zo dol.
‘Als Commissaris van de Koningin in Gelderland ben ik vaak naar dansvoorstellingen van Introdans gaan kijken. Onlangs heb ik weer een voorstelling van de groep gezien, in theater Orpheus in Apeldoorn. Heel mooi. Ik zie de waarde van dans wel hoor, maar het heeft geen prioriteit bij mij. Voor musicals geldt hetzelfde. Vorig jaar kregen we twee kaartjes cadeau voor Soldaat van Oranje – de musical. Prachtig om een keer gezien te hebben, heel bijzonder met het draaiende toneel, maar grote kunst vond ik het niet. En dat pretendeert het ook niet te zijn hoor. De teksten vond ik niet sterk. En daar let ik juist op: ik ben nu eenmaal een man van het woord.’

Yvonne Kroonenberg

Uit het interview met Yvonne Kroonenberg voor HP/De Tijd, 16 april 2014.

“Niet zo lang geleden heb ik een cursus Mahler gevolgd bij Leo Samama. In het Concertgebouw. Ik leerde daar echt naar de muziek te luisteren en die te ontleden. Ik was op een middag, een paar uur voordat ik naar die cursus ging, uitgenodigd door een politieman om eens in Amsterdam-Noord te komen kijken. Ik wist niet wat ik zag: mensen die zó primitief zijn dat ze niet eens een gewone zin kunnen uitspreken. Ze slaken kreten, vaak op harde toon, omdat ze toch wel heel graag begrepen willen worden.”

(-)

“Deze week was ik in Assen en daar zag ik ze weer, die primitieve mensen. In de Action. Simpele mensen met van die klassieke Drentse koppen, maar met uitdrukkingsloze ogen. Ik liep daar rond en probeerde die mensen te begrijpen, op dezelfde manier als dat ik me probeer te verdiepen in het geestelijk leven van dieren. Want als taal niet je eerste vervoermiddel is om je te uiten, omdat het je gewoon niet gegeven is om een zinnetje te zeggen, dan beweeg je je op een heel andere manier door de wereld dan wij. En dan zit ik even later bij dat clubje in het Concertgebouw moeilijke dingen over Mahler te leren en dan denk ik, denkend aan wat ik een paar uur daarvoor had gezien: iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig.”

Niet eerder deed een interview zoveel stof opwaaien als het vraaggesprek met schrijfster Yvonne Kroonenberg, waarin ze uitspraken doet over Drenthe en ‘primitieve mensen.’ Tientallen mails en telefoontjes, duizenden reacties op de sociale media en tal van berichten in lokale, regionale en landelijke media. Een greep uit de reacties op het interview vindt u hieronder.

Links:

Yvonne Kroonenberg over La Motte, Mahler en primitieve mensen in de Action (HP/De Tijd, 16 april 2014.)
Ivoren Toorenberg vindt u primitief en dierlijk (Johnny Quid op GeenStijl, 16 april 2014.)
Schokkend artikel Yvonne Kroonenberg (De Telegraaf, 16 april 2014.)
Boosheid na schokkend interview met Yvonne Kroonenberg (AD, 16 april 2014.)
Schrijfster Kroonenberg beledigt Assenaren (RTV Drenthe, 16 april 2014.)
Schrijfster: Mensen in Noord zijn zó primitief (AT5, 16 april 2014.)
Ivoren Toorenberg twittert over laaggeletterden (Johnny Quid op GeenStijl, 16 april 2014.)
Felle reacties op uitaltingen Yvonne Kroonenberg over Drenten (video) (RTV Drenthe, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg: ‘Iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig’ (Jeanette Kras op Welingelichte Kringen, 17 april 2014.)
Drenten beledigt door uitspraken Yvonne Kroonenberg (Edwin van Sas in HP/De Tijd, 17 april 2014.)
Aangifte tegen schrijfster Yvonne Kroonenberg (RTV Drenthe, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg bedoelde het héél anders (Dagblad van het Noorden, 17 april 2014.)
Commissaris van de Koning Tichelaar woedend op Yvonne Kroonenberg (Asser Journaal, 17 april 2014.)
9 redenen waarom je in Assen meer lol hebt dan met Yvonne Kroonenberg (Mark Koster op The Post Online, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg heeft zeer primitieve PR (Johnny Quid op Geenstijl, 17 april 2014.)
Commotie in Drenthe na ‘belediging’ schrijfster (Trouw, 18 april 2014.)
Pharrell & Yvonne (€) (Gidi Heesakkers in de Volkskrant, 18 april 2014.)
Correct geciteerd in interview Yvonne Kroonenberg (Hoofdredacteuren Tom Kellerhuis en Edwin van Sas in HP/De Tijd, 19 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg is de schuld van GeenStijl (Johnny Quid op GeenStijl, 19 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg: ‘HP/De Tijd heeft mij lomp geciteerd’ (Ton Lankreijer op The Post Online, 19 april 2014.)
Is Yvonne Kroonenberg juist of niet juist geciteerd? (Coen Peppelenbos op Tzum, 20 april 2014.)
Dé tape: het spraakmakende interview met Yvonne Kroonenberg in HP/De Tijd (Youtube, 20 april 2014)
Yvonne Kroonenberg biedt excuses aan voor uitspraken in HP/De Tijd (Koffietijd, 25 april 2014.)