Lotte Bronsgeest: een zwangerschap in rauwe beelden

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Lotte Bronsgeest uit Utrecht.

Lotte Bronsgeest (Leiden, 1982) studeerde in 2013 cum laude af aan de Fotoacademie in Amsterdam. Een selectie van haar werk is van 22 tot en met 31 november 2014 te zien in de jaarlijkse expositie van New Dutch Photography Talent in het Art’otel in Amsterdam.

Over haar werk
“Gedurende mijn laatste zwangerschap werd ik geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam. Anderen zeiden: ‘Wow, wat zie je er goed uit! En wat gaat het je allemaal makkelijk af!’ Mensen oordelen in het algemeen te snel, vind ik. Ze kijken niet verder dan je met kleren bedekte lichaam. De discrepantie tussen de meningen en de realiteit intrigeerde en irriteerde me. In de fotoserie Final Pregnancy ben ik dus op zoek gegaan naar de spanning tussen verhulling versus onthulling en laat een andere kant van de zwangerschap zien. Terugkerende thema’s in mijn werk als kwetsbaarheid, vergankelijkheid en sterfelijkheid vind je ook hier in terug.”

Meer werk van Lotte Bronsgeest vindt u hier.

12345689910

Zondagskinderen

Ze lijken alles mee te hebben zitten: ze zijn jong, ze zijn mooi en ze zijn ook nog eens ontzettend slim. Vijf studenten over hun jaloersmakende leven.

Van het predicaat ‘zondagskind’ moeten ze niets hebben. Sveva, Ruud, Sissy, Joran en Justine zien zichzelf liever als studenten die alles uit het leven halen wat er in zit – studenten van wie het leven ze goed gezind is, dat wel. Joran: “De term ‘zondagskind’ suggereert dat we alles op een presenteerblaadje krijgen aangereikt, maar dat is beslist niet zo. Het is vooral keihard werken om iets te bewerkstelligen.”
En toch, als je het begrip ‘zondagskind’ figuurlijk opvat, kun je niet anders dan deze vijf jonge mensen als zondagskinderen bestempelen. In alle gevallen stond hun wiegje in het juiste huis, werden ze gezegend met een goed stel hersens – misschien wel het beste startkapitaal wat er is – en hebben ze en passant ook nog eens een lijf waar menigeen van droomt. Niets lijkt een prachtige toekomst hen nog in de weg te staan.

Sveva Derksen werd twintig jaar geleden geboren in ’s-Hertogenbosch. Ze groeide zonder broertjes en zusjes op in een typisch Brabants middenklassengezin, omringd door een liefdevolle familie die houdt van lekker eten, een goed glas wijn en veel, heel veel gezelligheid. Denken aan haar jeugd: “Ik kan me niet herinneren dat we ooit echt ruzie hebben gehad. Thuis was het altijd fijn.”
Naast eten en drinken speelt ook kleding een belangrijk rol in huize Derksen. “Mijn beide oma’s zijn altijd erg bezig geweest met mode. Die droegen toen ze jong waren al een spijkerbroek, terwijl dat toen nog helemaal niet in de mode was.” Via haar grootouders en haar ouders is mode haar dan ook met de paplepel ingegoten: al in de wieg bleek ze geporteerd van mooie kledij. Lachend: “Als baby wilde ik alleen maar pampers aan met poppetjes erop, anders ging ik huilen.”
Ook als kleuter had Sveva al een heel eigen kledingstijl: droegen alle meisjes in haar klas in een jurkje, dan droeg zij een tuinbroek. Al vanaf haar eerste pasjes kiest ze zelf haar kleren uit. “Ik trek nu eenmaal niet zo snel iets aan wat iemand anders voor me heeft uitgezocht. Ik heb altijd al een uitgesproken smaak gehad. Ik wil het gewoon zelf uit kunnen zoeken.” Werd ze verwend? Nee, dat niet. Verwend met aandacht, dat zeker, maar ze heeft niet het idee dat ze meer in de watten werd gelegd dan haar klasgenootjes.

Ruud van Doorn (22) is geboren en getogen in dezelfde stad als Sveva. Ook hij beleefde er zijn jeugd, groeide op in een vrijstaand huis aan de rand van de stad. Zijn vader is een succesvol ondernemer, en dat zorgt soms wel eens voor vervelende vooroordelen. Ruud: “Omdat ik rijke ouders heb, denken mensen dat ik alles krijg wat mijn hartje begeert. Natuurlijk kom ik thuis niets te kort, maar het is niet zo dat ik mijn hand ophoud als ik iets wil hebben en het dan ook krijg. Ik werk al vanaf mijn veertiende keihard voor mijn eigen geld en heb nog nooit bij mijn vader aangeklopt voor een extra zakcentje.”
Het verhaal van Sveva komt hem bekend voor. Ook bij hem thuis wordt er op Bourgondische wijze genoten van de geneugten des levens en speelt uiterlijk vertoon een belangrijke rol.  “Ik kom wel uit een ijdele familie, ja. Mijn vader en moeder zien er graag goed uit, en ook ik vind het belangrijk om er goed verzorgd bij te lopen.” Zijn fascinatie voor mode en uiterlijke esthetiek – Ruud heeft een eigen bedrijfje in het retoucheren van foto’s – heeft hij dan ook indirect van huis uit meegekregen. Maar daarover later meer.

Een kleine honderd kilometer ten noorden van Den Bosch, in Amsterdam-West om precies te zijn, stond 21 jaar geleden het wiegje van Joran Iedema. In een knus huis nabij het Westerpark bracht hij zijn jeugdjaren door. Pa en ma werden beide geboren in het noorden van het land, in respectievelijk Friesland en Groningen, maar trokken na hun studententijd – gedreven door werk – gezamenlijk naar onze hoofdstad. “Daar ben ik natuurlijk heel blij mee”, zegt Joran. “Als ik voor familiedagen wel eens naar Groningen ga, ben ik blij dat ik daar niet woon. Ik zou me er dood vervelen.” Terugdenkend aan zijn jeugd denkt hij aan de strikte opvoeding die hij thuis kreeg – er werd veel aandacht besteed aan goede voeding en aan de gevaren van alcohol en drugs – maar dat was nooit vervelend. Aan de andere kant kreeg hij ook veel ruimte om zich te ontwikkelen. Om veel sporten te leren beoefenen, bijvoorbeeld.

In de psychologie geldt een zondagskind als iemand die met iedereen goed op kan schieten. Het lijkt alsof een zondagskind altijd gelukt heeft, maar in werkelijkheid dwingt het zondagskind dit zelf af omdat iedereen hem of haar veel gunt – juist omdat hij of zij zo aardig is. Herkennen onze fortunea filiï en –filiae zich daar in? “Ik had op de middelbare school eerlijk gezegd niet zoveel contact met mijn klasgenoten”, bekent Joran. “Ik had een select groepje vrienden en dat vond ik genoeg. Ik had geen zin om mijn tijd te steken in mensen die mij toch niet lagen. Daardoor werd ik wel eens als arrogant bestempeld.”
Joran legt uit dat hij, omdat hij goed was in sport, op het St. Nicolaas Lyceum in Amsterdam in de zogenoemde sportplusklas terechtkwam – een groepje van twintig uitblinkers van het vwo die naast de gewone lessen elke week een extra sportactiviteit kregen. Ook dat zorgde voor een kloof tussen hem en de andere leerlingen. Joran: “De sportplusklas was duidelijk het elitegroepje van de school. Niet dat wij ons zelf zo zagen, maar zo werd het door de leraren gezien. Als wij iets verkeerd deden, werden we harder aangepakt dan de rest. Wij moesten als voorbeeldleerlingen dienen.” Na zijn middelbare school kwam Joran opnieuw in een soort elitegroepje terecht. Eerst bij het honours-programma (een programma dat bestaat uit twee extra interdisciplinaire vakken die de studie aanvullen, enkel toegankelijk voor studenten waarvan het gemiddelde cijfer boven de 7.5 ligt, red.) van de studie Bedrijfskunde en Economie aan de Universiteit van Amsterdam. Toen dat niet genoeg uitdaging bleek te bieden vertrok hij naar het Amsterdam University College om de studie, die volgens hem daar net iets moeilijker en uitdagender is dan een gemiddelde universitaire studie, te vervolgen. En dat verloopt vooralsnog voorspoedig: Joran zit nu in het derde jaar en staat gemiddeld cum laude.

Sveva had op de middelbare school juist wel veel contact met haar klasgenoten. “Natuurlijk had ik mijn vaste vriendinnengroepje, maar eigenlijk trok ik met iedereen wel een beetje op.” Ze omschrijft haar middelbare school vrolijk spottend als een “kakschool”, een school waar alle jongens bruine schoenen met een spijkerbroek en een wit overhemd droegen, en alle meisjes een colbertje met een spijkerbroek. Niet echt haar soort mensen – zij hangt liever rond in een stad als Amsterdam, waar de kledingkeuze wat meer uitgesproken is. Dat ze het op die ‘kakschool’ nog zo slecht niet had, realiseerde ze zich pas later. Omdat ze was gezakt voor haar havo-examens (‘ik had gewoon niet genoeg geleerd’) kwam ze terecht op het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Daar zat ze in de klas met tienermoeders en jeugddelinquenten. Een schok. “Toen ik zag dat je ook zo kunt eindigen gaf me dat wel een extra stimulans om mijn diploma te halen en door te studeren.”

En hoe zit dat buiten school om? Wat opvalt is dat ze allemaal een druk sociaal leven leiden, al verschilt de invulling daarvan per persoon. Joran bijvoorbeeld vindt het heerlijk om naar de sportschool te gaan: gemiddeld traint hij wel vier keer per week om in shape te blijven. Daarnaast heeft hij verschillende vriendengroepen waarmee hij in het weekend de nachtclubs van Amsterdam verkent. Sveva gaat, als ze op pad gaat, het liefst uit eten met haar vriendinnen. Gemiddeld een keer per week prikken ze een vorkje in de stad en bespreken ze de week. Soms, als de gezelligheid lonkt, drinken ze nog een wijntje of een cocktailtje in hun favoriete café Cordes – waar goede hiphop en R&B wordt gedraaid. Maar het liefst is ze bij haar vriend Rick, “de knapste man van de wereld.”

Sissy Westerhuis (23) uit Badhoevedorp onderhoudt haar contacten veelal via diensten als Facebook Messenger en Whatsapp. “Ik denk dat ik negentig procent van alle gesprekken online voer, en tien procent offline.” De anderen herkennen zich daarin: de meeste sociale interactie vindt plaats via mobiele apparaten. Is dat niet heel onpersoonlijk? Nee, zegt Sissy resoluut. Ze ziet haar vrienden nog net zo vaak als in de tijd dat ze geen smartphone had, gemiddeld een keer per week. Dan gaan ze wat drinken in de stad. Of naar een concert – bijvoorbeeld in het Concertgebouw, waar ze graag komt luisteren naar muziek van moderne componisten. “Het enige verschil met vroeger is dat ik mijn vrienden nu wat vaker spreek. Je pakt heel snel je telefoon om even wat tegen iemand te zeggen, vaak iets onzinnigs. Die drempel is gewoon veel lager geworden.”

Op de sociale media is Sissy geen onbekende. Op instagram heeft ze inmiddels ruim tweeduizend followers, op twitter (@szzrd) een kleine vierduizend. Favoriete onderwerp waarover ze bericht? Alles wat haar opvalt op het internet – het liefst niet al te serieus. Waar heeft ze die populariteit aan te danken? “Mensen vinden het blijkbaar leuk wat ik te melden heb. Ik zou het anders ook niet weten.” Werkt die constante aandacht verslavend? “Nee. Twitter en Instagram zijn voor mij een uitlaatklep, meer niet. Al had ik maar twintig volgers, dan nog zou ik dezelfde dingen plaatsen die ik nu plaats. Het is alleen wel zo dat je, wanneer je een foto plaatst op instagram die opeens fors minder likes krijgt dan andere foto’s, je jezelf af gaat vragen waar dat aan ligt. Maar dat is meer uit nieuwsgierigheid.”

Kansen hebben de vijf uitverkorenen genoeg gekregen. Of afgedwongen, het is maar hoe je het bekijkt. De 22-jarige Ruud kreeg bijvoorbeeld op zijn vijftiende al de opdracht om mee te werken aan reclamecampagne van Chanel. Niet omdat hij werd gevraagd, maar omdat hij zijn diensten aanbood. “Het lijkt mij, en ik denk dat het voor ons allemaal geldt, allemaal voor de wind te gaan, maar wat ze niet zien is dat we gewoon keihard werken om iets te bereiken. Ik maak soms weken van tachtig uur. Maar dat zien ze niet.” Vanaf zijn veertiende verdient hij geld met het retoucheren van veelal modefoto’s. Het is het gebruikelijke werk: dat been moet iets langer, die hals moet iets slanker en dat puistje moet even weggewerkt worden. Hij werkt inmiddels voor verschillende nationale en internationale merken en hoopt zijn bedrijf later zo uit te breiden dat hij er – net als nu – zijn brood mee kan verdienen.

De benjamin van het gezelschap is de 18-jarige Justine van de Beek uit Maastricht. Sinds september dit jaar studeert ze Sociologie aan de Universiteit in Amsterdam, alwaar ze nu ook woont. Deze studie ziet ze als een mooie voedingsbodem voor haar latere carrière. Ze wil iets in de politiek gaan doen, campagneleider worden voor D66 bijvoorbeeld. Of de eerste vrouwelijke premier van Nederland worden – als er iets is waarover ze dagdroomt is het dat misschien wel. Aan een gezin en kinderen moet ze voorlopig nog niet denken. “Dat is de feminist in mij. Als ik vriendinnen wel eens hoor, die na hun studie dus al een gezin willen stichten, ben ik soms echt geschokt. Ik wil éérst carrière maken, daarna zien we wel verder.”

Justine bracht het eerste deel van haar jeugd door in het Limburgse Meerssen, maar toen haar vader – die arts is – en moeder gingen scheiden vetrok ze met haar moeder en broer naar Maastricht. Daar ging ze ook naar school, naar het Sint Maartens College, waar ze haar niet licht zullen vergeten. Ze was “de rebel” onder de vwo’ers. Als de gelegenheid zich voordeed zocht ze de discussie op met haar docenten. Over een proefwerk dat volgens de richtlijnen te kort van te voren werd aangekondigd, bijvoorbeeld. Niet alle klasgenoten en docenten waren altijd blij met haar kritiek – volgens Justine zijn de mensen in Limburg namelijk niet zo mondig. Pas toen ze op haar school een staking organiseerde omdat enkele van haar docenten overtallig werden verklaard, werd haar grote mond door het lerarenapparaat gewaardeerd. Haar frisse verschijning en scherpe tong viel ook op bij Dagblad de Limburger. Sinds vorig jaar schrijft ze daarin elke maandag een column. Eerst alleen over het onderwijs in de provincie Limburg, later ook over haar eigen beslommeringen. Over die date die niet helemaal liep zoals-ie had moeten lopen, de ‘zuipvakantie’ naar Salou en hoe het is om vegetariër te worden. De dingen die er op dit moment in het leven werkelijk toe doen.

Toen Joran zijn vwo-diploma op zak had, besloot hij er een jaar tussenuit te knijpen. Eerst een halfjaar werken (bij twee uitzendbureaus en een restaurant) en daarna een half jaar op reis. Samen met een vriend vertrok hij naar Thailand. “De eerste twee maanden daar waren niet veel meer dan feesten en zuipen”, bekent Joran. “Heel oppervlakkig eigenlijk.” Maar dan slaat het noodlot toe: zijn reisgenoot crasht, zonder helm op, met zijn motor tegen een boom. Een hersenfractuur is het gevolg. Noodgedwongen wordt zijn vriend terug naar Nederland gevlogen. Joran neemt het besluit om zijn reis voort te zetten. “Want niemand had er wat aan dat ook ik naar Nederland terug zou keren.” Joran vertrok onder meer naar Nepal om daar het eerste gedeelte van Mount Everest te beklimmen, gaf in datzelfde land twee weken les op een basisschool en toog nog een maand naar Thailand om daar op een thaibokskamp te gaan. Maar misschien wel het mooiste wat hij aan deze coming of age-reis heeft overgehouden, is zijn modellencarrière. Toen hij kort na het ongeluk van zijn kompaan naar Australië vertrok om daar een maand te gaan werken op een biologische boerderij, kreeg hij een berichtje van zijn zwager. Zijn zwager doet, net als de zus van Joran, af en toe modellenwerk en was voor een klus in Australië. Op zijn vrije dag ging Joran met hem mee naar de fotoshoot. “Ik zat me daar een beetje te vervelen, maar toen werd opeens gevraagd of ik die shoot niet wilde doen. Dat wilde ik wel – dat is toch mooi  500 dollar voor een paar uur werk.” Sindsdien verdient hij af en toe geld met modellenwerk.
Ook Sveva heeft aan het modellenbestaan geproefd. Tot tweemaal toe kreeg ze een internationaal contract aangeboden, maar ze bedankte beide keren voor de eer. De eerste keer dat ze een modellencontract kreeg aangeboden, was ze als zestienjarige met haar tante op shopvakantie in Londen. Vanuit het niets kwam een vrouw op haar afgestapt die haar vanuit het niets vroeg of ze niet full-time aan de slag wilde gaan als model. Ze bood haar meteen al een tweejarig contract aan en vroeg haar eens langs te komen op haar kantoor, zodat ze er eens rustig over zouden kunnen praten. Sveva besloot toch voor de veilige weg te kiezen en haar havo af te maken. “Ik dacht: als een modellencarrière echt voor mij is weggelegd komt het vast nog wel een keer op mijn pad.”
En dat gebeurde. Ongeveer een jaar later kreeg ze van een modellenbureau in Amsterdam – waar ze zich uit nieuwsgierigheid had ingeschreven – te horen dat er wederom een contract voor haar klaar was. Ze kon direct naar Parijs vertrekken voor twee jaar en kreeg van alles aangeboden: overnachtingen in de duurste hotels, fotoshoots op de mooiste cruiseschepen ter wereld en vliegen in een privéjet. En weer zei ze nee, tot grote ontsteltenis van het bureau. “Ik heb een goed stel hersens en wil in mijn leven wel meer dan alleen maar mooi zijn.” Ze heeft er dan ook nog steeds geen spijt van dat ze International Lifestyle is gaan studeren aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. In februari vertrekt ze voor haar studie naar Kopenhagen of Milaan, in de hoop daar haar netwerk wat uit te breiden en er een baan als trendwatcher in de modebranche aan over te houden. Tot die tijd mag ze, net als de vier andere zondagskinderen, eerst nog even dagdromen – net zoals u dat misschien wel doet over hun zorgeloze leven tot nu toe.

Nieuwe herinneringen

Voor het schoolproject Oer bezochten fotograaf Rob Wissink en ik een repetitie van Herman van Veen in Carré. Rob maakte foto’s, ik schreef een tekst. Na afloop vroeg Van Veen, die toen al meer dan vierhonderd keer in Carré had gestaan en al bijna vijftig jaar lang optrad met zijn pianist Erik van der Wurff, of ik een blog wilde schrijven voor zijn website. Natuurlijk wilde ik dat wel! Ik – tweedejaars student journalistiek – was natuurlijk vervuld van trots. Nachten heb ik over de tekst wakker gelegen. Toen het eenmaal af was, heb ik de tekst naar het aan mij doorgegeven mailadres gestuurd. Ik heb er nooit meer iets van gehoord. Rob en ik kregen wel een eervolle vermelding in het dagboek dat Herman van Veen bijhield in het NRC Handelsblad – dat dan weer wel. Hieronder het nooit gepubliceerde blog.

PS: Ik vond het eigenlijk helemaal niet zo erg dat-ie niet werd geplaatst, want ik was er toch al niet zo tevreden over. Toevallig kom ik ‘m net weer tegen in een doos oude spullen.


Nieuwe herinneringen

zestig jaar geleden zingt een jongen op een biljart

hier is onze fiere pinksterblom

en ik zou hem zo graag eens wezen

met zijn mooie kransen op het hoofd

en met zijn rinkelende bellen

 

waar eens een bloemenkrans hing

hangt nu een krans van wit engelenhaar

zingen doet de jongen nog steeds

soms met een rinkelende bellenhoed op het hoofd

 

jonge violisten begeleiden hem

op het toneel van carré

nieuwe herinneringen vliegen als

papieren vliegtuigjes van hoop richting later

oude herinneringen varen als

papieren bootjes van verlangen richting jeugd

 

tijdens de repetitie kijkt de jongen naar

de koninklijke loge van het theater

denkt aan zijn trotse ouders

die daar veel te lang geleden voor het laatst zaten –

arm in arm

 

een jonge violiste

kijkt vol bewondering naar

de sentimentele oude zoon

die voor haar staat

ze kijken elkaar aan

de zoon slikt zijn heimwee weg en zegt

“laten we het laatste lied nog een keer oefenen”

 

“herman is het kind in mij

ik is de meneer die vanavond speelt”

verklaart hij na afloop van de repetitie

“ik zie geen ik; ik zie alleen herman”

zegt de violiste

 

hun blik dwaalt af naar de koninklijke loge

de jongen zwijgt en kijkt naar zijn verleden

de jonge violiste zwijgt en kijkt naar haar toekomst

denkt aan haar trotse ouders

die daar vanavond zullen zitten –

arm in arm

nieuwe en oude herinneringen komen samen

de fiere pinksterblom en het meisje

ze begrijpen elkaar

Nick Muller, 19 jaar

Foto: Rob Wissink
Foto: Rob Wissink, 2011

 

De culturele agenda van…

Voor het maandblad HP/De Tijd verzorg ik maandelijks de rubriek: De culturele agenda van. In deze rubriek geeft een prominente Nederlander te kennen wat hij of zij ziet, leest en hoort.

Onder andere geïnterviewd zijn:

Frank Boeijen
Joop Braakhekke
Hero Brinkman
Herman Brusselmans
Jet Bussemaker
Jan Cremer
Hans Croiset
Ellen ten Damme
Taco Dibbits
Hans Dorrestijn
Adri Duivesteijn
Arjan Ederveen
Ilja Gort
Angela Groothuizen
Youp van ’t Hek (pdf vindt u hier)
Iris van Herpen
Theo Hiddema
Onno Hoes
Marli Huijer
Arthur Japin
Arnold Karskens
Jasper Krabbé
Jeroen Krabbé
Neelie Kroes
Henk Krol
Yvonne Kroonenberg
Huub van der Lubbe
Loes Luca
Annet Malherbe
Hadewych Minis
Paul de Munnik
Cécile Narinx
Ivo Niehe
Rick Nieman
Griet Op de Beeck
Annemarie Oster
Sander van de Pavert (LuckyTV)
Wim Pijbes
Jett Rebel
Emile Roemer
Art Rooijakkers
Gijs Scholten van Aschat
Wende Snijders
Ard van der Steur
Jan Terlouw
Erica Terpstra
Kees Torn
Typhoon
Bart Van Loo
Pieter Verhoeff
Mart Visser
Frans Weisz
Joost Zwagerman

e.a.

Hadewych Minis over Edgar Hilsenrath, Frank Sinatra en La vie d’Adèle

Vorige maand verscheen haar tweede cd. Daarvoor verdiende ze haar sporen in het toneel. Waar luistert en kijkt Hadewych Minis zelf graag naar? En leest ze weleens een boek?

Boeken
A1“Op dit moment ben ik bezig in Kwartet van Anna Enquist. Mijn ouders zijn allebei muzikant, dus het boek is wel herkenbaar. Mijn ouders zijn allebei in barok gespecialiseerd: mijn vader speelt traverso, een soort houten dwarsfluit, en mijn moeder cello. Wat ik heel gaaf vind aan Enquist, is dat ze zich zo verdiept in alles waarover ze schrijft. Daar heb ik respect voor. Waar ik trouwens ontzettend moe van word, zijn recensenten. Recensenten, en dan met name literatuur- en theaterrecensenten, zijn toch vaak mensen die zelf het vak hebben willen uitoefenen, maar daarin niet zijn geslaagd. Daarom zijn ze zo zuur. Ik vind Nederlanders over het algemeen heel erg zuur. Van alle Europeanen zijn de Nederlanders het zuurst. Mijn god zeg. Het is voor Nederlanders blijkbaar zo moeilijk om ergens enthousiast over te zijn… In Frankrijk staat bijvoorbeeld op elke hoek van de straat een standbeeld van een kunstenaar of schrijver. Daar worden kunstenaars echt geprezen voor hun werk. In Nederland niet. Het leven zou zoveel aangenamer zijn als we eens wat enthousiaster waren!”

“Wat ik mensen echt aanraad om te lezen, is De nazi en de kapper van Edgar Hilsenrath. Dat is een vrij onbekend boek, over twee Duitse buurjongetjes: Max en Itzik. Die twee zijn dik bevriend. De vader van Itzik, die kapper is, leert Max zelfs de kneepjes van het vak, zodat hij later ook kapper kan worden. Maar dan komt de oorlog: Max sluit zich aan bij de SS en de joodse Itzik verdwijnt voorgoed in een kamp. Na de oorlog wordt Max bijna opgevreten door schuldgevoel, en begint onder de naam Itzik een eigen kapperszaak. Hij is dus van gedaante veranderd en doet alsof hij zijn joodse vriend is. Een waanzinnig boek. Mijn schoonvader, een gepensioneerd rechter, heeft het ons aangeraden. Die man heeft, zonder overdrijven, wel anderhalf miljoen boeken in zijn huis staan. Totaal leesgek. Het is nu zelfs zo erg dat hij ergens anders doucht, omdat zijn hele badkamer volgestouwd ligt met boeken. Dat is natuurlijk niet helemaal bien meer, maar goed, via hem is De nazi en de kapper dus tot ons gekomen.”

Muziek
“Ik ben eerlijk gezegd niet zo’n prediker van wat andere mensen moeten luisteren, dus ik let ook nooit zo goed op waar ik precies naar luister. Stom eigenlijk, hè? Ik weet wel dat ik de laatste tijd veel naar klezmer luister. Orchestra Baobab is een naam die me nu even te binnen schiet. Dat is Afrikaans, en ik luister ook veel naar Turkse, Marokkaanse en Tunesische muziek. Van die snijdende, treurige, melancholieke volksmuziek. Heerlijk. En,

A2
Frank Sinatra

maar dat is echt iets totaal anders, ik heb een groot zwak voor Frank Sinatra. Dat is iemand die van een lelijk nummer nog iets moois kan maken. Zijn timing en frasering zijn echt ongeëvenaard. Om een voorbeeld te geven: op alle cd’s die ik van hem heb, staat het nummer Moon River, en echt elke uitvoering is anders. Andere timing, andere feel, een ander soort sappigheid… En daarbij is het natuurlijk ook een heel interessante man. Hij had iets gevaarlijks en iets liefs tegelijk. Hij was bevriend met de maffia en met de president. Die beide kanten hoor je ook terug in zijn muziek: soms heeft hij iets gevaarlijks, dan valt-ie bijvoorbeeld bijna iets te laat in, en soms iets liefs. Ik ben van niemand fan, maar hem had ik graag eens live willen zien.”

Film
“Films zien we ook graag. Wat ik een heel gave film vind, is Her. Dat gaat over een man die verliefd wordt op een computer. Zo ontzettend goed! Het is niet alleen het verhaal wat me aanspreekt, maar ook de mooie beelden, die door onder anderen de Nederlandse cameraman Hoyte van Hoytema zijn geschoten. The Broken Circle Breakdown is ook echt zo’n film die iedereen gezien moet hebben. Die film gaat over twee ouders die hun kind verliezen. Er zit geen enkele scène in die op de emotie speelt of die verdrietig is, en toch ga je helemaal kapot als je het ziet. Mijn man kon er niet tegen en heeft hem niet afgekeken, zo erg vond-ie het.”

A3
La vie d’Adèle

“En… o! Ik heb laatst ook La vie d’Adèle gekeken, over twee vrouwen die verliefd op elkaar worden. Toen wij met Borgman van Alex van Warmerdam genomineerd waren voor een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes, gingen zij er met de prijs vandoor. Ik zag de film en had er niet zoveel mee. Er zaten van die verschrikkelijke hardcore seksscènes tussen. Maar echt acht minuten durende scènes, hè. Acht minuten kutje botsen, en dan ook nog echt diep in elkaars geslacht. De actrices hebben elkaar zelfs echt moeten likken. Ik voelde me zo’n bejaarde toen ik daar naar keek. Ik wil dit helemaal niet zien! Wat hebben dat soort expliciete scènes in godsnaam voor meerwaarde voor het verhaal? Dan kijk ik liever naar goede porno. Maar dit was echt heel onprettig om naar te kijken.”/

Foto-Hadewych-Minis_Nine-IJff-510-x-380
Hadewych Minis

 

 

Wouter le Duc – instrument van God

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: fotograaf Wouter le Duc uit Rotterdam.

Wouter le Duc (Amersfoort, 1989) behaalde dit jaar de Bachelor of Fine Arts aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, in de richting Fotografie. Thans wordt zijn werk nationaal en internationaal tentoongesteld. Van 23 tot en met 30 november 2014 is er werk van hem te zien op de kunstbeurs PAN Amsterdam in de Amsterdam RAI. Tevens is er werk van hem opgenomen in De Grote Rotterdamse Kunstkalender 2015, welke aanstaande vrijdag zal worden gepresenteerd.

Over zijn werk
“Zolang ik mij kan herinneren heb ik met fascinatie gekeken naar mensen welke op een bijzondere manier invulling geven aan hun leven. Toen ik zestien was ben ik met een oude 35mm camera door de parken van minder kansrijke buurten gaan lopen. Hier praatte en fotografeerde ik buitenstaanders, gebroken mensen en mensen zonder huis of thuis. Ik ontmoette mensen waar op het eerste gezicht geen bijzonder levensverhaal achter schuilde, maar die bleken te zijn gevlucht uit hun thuisland of die hun zelfbedachte spel speelden waarin ze een eigen fantasiewereld creëerden. Dit was de aanleiding voor mij om verhalen te gaan vertellen over mensen die zich op de rand van de samenleving bevinden, bij toeval of door een bewuste keuze. Deze fictieve en non-fictieve verhalen zijn geïnspireerd door een interesse voor mensen met een ongebruikelijk levensverhaal, actuele ontwikkelingen, persoonlijke ervaringen en historische figuren. Ik richt me op de kern van de personen; waar komen zij vandaan, hoe geven zij invulling aan het leven en wat gaat de toekomst hen brengen.”

“In mijn project The God Machine – waar alle onderstaande foto’s toe behoren – vertel ik het verhaal van John Murray Spear. Deze sekteleider is ervan overtuigd dat hij een instrument van God is. Van een groep prominente overledenen krijgt hij instructies om een machine te gaan bouwen. Deze machine zal bij voltooiing God op aarde representeren en zal een oneindige hoeveelheid energie verspreiden, welke alle ongelijkheid in de wereld zal wegnemen. Samen met zijn volgelingen bouwt hij deze fysieke Messiah.
Dit verhaal staat niet op zichzelf. Het is een blauwdruk voor het verhaal van andere sektes. Middels dit werk, wat zich bevindt op de scheidslijn van waarheid en fictie, wil ik de aandacht vestigen op de menselijke kant van sektes. Wat beweegt deze mensen om deel uit te maken van een sekte en wat voor houvast geeft dit hen in het leven?”

Meer werk van Wouter le Duc vindt u hier.

Wouter_le_Duc_The_God_Machine_3Wouter_le_Duc_The_God_Machine_4Wouter_le_Duc_The_God_Machine_5Wouter_le_Duc_The_God_Machine_7Wouter_le_Duc_The_God_Machine_8Wouter_le_Duc_The_God_Machine_11Wouter_le_Duc_The_God_Machine_13Wouter_le_Duc_The_God_Machine_15Wouter_le_Duc_The_God_Machine_18Wouter_le_Duc_The_God_Machine_21

Duurzaam ganzenoverlast bestrijden: ‘Alleen de snavel heeft nog geen bestemming’

Jaarlijks worden honderdduizenden ganzen gedood in Nederland. Het overgrote deel daarvan wordt vernietigd in een destructiefabriek. Dat is zonde, want bijna elk lichaamsdeel van de gans is te gebruiken voor consumptiedoeleinden.

Kunstenares Vera Knoot (21) uit Utrecht heeft zich ten doel gesteld om de duizenden ganzen die jaarlijks worden afgemaakt van de verbrandingsoven te redden en ze bereikbaar te maken voor de consument. Met haar afstudeerwerk Geese.project hoopt ze dat te bewerkstelligen. Zo is het haar als eerste ter wereld gelukt om ganzenleder te maken. “Mijn doel is om uiteindelijk grote schoenen- en tassenfabrikanten zover te krijgen dat ze ganzenleder gaan gebruiken voor hun producten. Dan is hun dood in ieder geval niet voor niets.”

Hoe ben je op het idee voor dit project gekomen?
“Ik liep vorig jaar op een biologische voedselmarkt, en daar zag ik een poelier een gans fileren. Eigenlijk vond ik dat best choquerend om te zien, maar tegelijkertijd vond ik mezelf ook hypocriet, want ik eet wel kip. Ik dacht: als ik er maar lang genoeg naar blijf kijken, gaat die walging misschien wel over. De poelier zag me kijken en vroeg of ik hem even wilde helpen met fileren. Dus dat deed ik. Hij vertelde me ondertussen dat er in Nederland jaarlijks zo’n 250.000 ganzen worden gedood en dat het overgrote deel simpelweg wordt vernietigd. Dat zette me aan het denken. Ik wilde iets bedenken om die ganzen een betere bestemming te geven dan de destructiefabriek.”

En toen dacht je: ik ga tassen maken van ganzenleder.
“Nee, dat niet. Ik wilde in eerste instantie kijken of ik leder kon maken van ganzenhuid. Het leer dat wij kennen is meestal afkomstig van koeien. Ganzenleer kennen wij eigenlijk helemaal niet. Terwijl: je kunt elke huid bewerken. Er zijn zelfs voorbeelden van boeken die een omslag hebben van mensenhuid, bijvoorbeeld in de bibliotheek van Harvard. Ik ging dus op onderzoek uit en toen bleek dat er nog geen recept was voor het looien van ganzenhuid, dus dat heb ik eerst gemaakt.”

geese leather dyed

 

geeseleather on a necklace

 

tanning tools - picture by laura cnossen

 

Leg eens uit?
“Om leder te maken moet je de huid conserveren. Dat doe je door de eiwitcellen van de huid als het ware aan elkaar te plakken: door de huid in verschillende baden te leggen verander je de consistentie van die eicellen en kan de huid niet meer gaan rotten. Met een looier uit Oosteind heb ik een recept gemaakt, dat wil zeggen de verschillende baden om een huid te conserveren samengesteld, om de huid tot leder te verwerken. Dat ging door middel van trial and error, maar het is gelukt. Inmiddels hebben we vijf lappen ganzenleder.”

Waarom werd dat nog niet eerder gedaan?
“Ik weet dat er wel leder wordt gemaakt van struisvogelhuid, maar van ganzen hoor je het niet zo vaak. Ik denk dat de dieren te klein zijn, en dat het dus te arbeidsintensief is om die huid te verwerken. Een deel van het leder dat ik heb gemaakt voor mijn afstudeerproject heb ik verwerkt in sieraden, maar je kunt er ook tassen en schoenen van maken. Daar is het materiaal heel goed geschikt voor.”

Voor de duidelijkheid: jij wilt alles van de afgemaakte ganzen gaan hergebruiken?
“Ja. Zoals ik al zei worden er jaarlijks ongeveer en kwart miljoen ganzen afgemaakt. Zo’n tien procent belandt, mede door inzet van Hollands Wild, al bij de consument. Maar met het overgrote deel wordt niets gedaan. En dat is gek: we verbouwen maïs voor de kippen die we uiteindelijk consumeren, maar knallen de vogels die de maïs opeten af en gooien ze – cru gezegd – gewoon weg. Dat klopt niet helemaal.”

Maar ik heb nog nooit gans in de supermarkt zien liggen.
“Nee, dat klopt. Daar is Hollands Wild dan ook heel hard mee bezig, om dat vlees bereikbaar te maken voor de consument. Nu is het vaak alleen nog bij de polier of in een restaurant te verkrijgen.”

butchering gear

 

skelet

 

Wat kan er met de rest van de gans gedaan worden?
“De veren worden al gebruikt als vulling voor kussens en dekens. De huid kan dus gebruikt worden voor het maken van duurzame tassen en schoenen, het vlees kan dus gegeten worden door de consument, de poten kunnen worden gevriesdroogd en dienen  als hondenknabbels, het karkas kan worden vermalen en verwerkt worden in porselein… Bone China heet dat. Dan maak je een soort gelatine van de botten en voeg je dat toe aan het porselein, zodat dat heel sterk wordt. Ik ben van plan daar ook iets mee te gaan doen, maar dat is nog toekomstmuziek. Dus alles van de gans kan worden gebruikt, behalve de snavel. Daar heb ik nog geen bestemming voor bedacht.”

Is het niet gewoon een idee om minder ganzen af te schieten?
“Er zijn te veel ganzen, dat is nu eenmaal zo. Ze kwamen naar Nederland om hier te overwinteren, en nu zitten ze er het hele jaar. Ze richten veel schade aan in de agrarische sector en verstoren de biodiversiteit in ons land. Bij een luchthaven als Schiphol zijn grote groepen ganzen heel gevaarlijk. Daarbij vind ik: jagen is prima, dat doet de mens al duizenden jaren, maar dan moet er wel iets met de dieren worden gedaan. Dat is mijn moraal. Het maken van ganzenleer is mijn manier om aandacht te vragen voor dit probleem.”

Meer informatie over het Geese.project vindt u hier.

Dichter Lévi Weemoedt: “Deze bundel had eigenlijk postuum moeten verschijnen”

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Van dichter Lévi Weemoedt (pseudoniem van Izaäk van Wijk, 1948) verschijnt volgende week, na een adempauze van meer dan vijftien jaar, een nieuwe dichtbundel. Het had niet veel gescheeld of hij had de publicatie van Met enige vertraging, zoals de bundel met enige ironie is genoemd, niet mee kunnen maken. Meer lezen over Dichter Lévi Weemoedt: “Deze bundel had eigenlijk postuum moeten verschijnen”